108646-Raadsvragen INCLUSIEF BEANTWOORDING m.b.t. RVST Jaarstukken 2022
Een raadslid stelde op 11 juli 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Z/23/035353 - D/23/108646
TECHNISCHE VRAGEN VOOR HET VOORSTEL TOT Jaarstukken 2022 27 JUNI 2023 GEMEENTE MAASGOUW – PFH.: WILMS
Nr.
Fractie
1
CDA
Vraag
Antwoord
Betreft pag.
WMO Hulp bij het 12 Huishouden Het abonnementstarief heeft een aanzuigende werking met name op deze maatwerkvoorziening. In 2021 heeft een structurele bijraming plaatsgevonden om de aanzuigende werking te bekostigen. Dit is niet voldoende geweest.
In 2022 is er € 55.000 vanuit het budget begeleiding overgeheveld om het tekort bij hulp bij het huishouden op te vangen.
We moeten er rekening mee houden dat de komende jaren extra middelen nodig zijn bovenop het geld dat al beschikbaar is gesteld. Dit zal waarschijnlijk blijven plaatsvinden tot het moment dat de nieuwe Wmo eigen bijdrage regeling over alle maatwerkvoorzieningen in gaat. Dan wordt er weer rekening gehouden met het inkomen van cliënten wat naar verwachting de aanzuigende werking stopt en stimuleert tot het vinden van eigen oplossingen.
Als er geen overheveling had plaatsgevonden dan had er na de bijraming uit 2021 alsnog een tekort van € 60.000 geresulteerd.
Vraag: Waren er in 2022 omstandigheden die voor deze extra uitgaven hebben gezorgd, of moeten we de komende jaren ook rekening houden met extra uitgaven Pagina 1 van 4
Z/23/035353 - D/23/108646
bovenop de bijraming uit 2021? 2
3
CDA
CDA
Voogdij 18+ Van het beschikbare budget van € 68.500 is € 5.200 besteed.
Vraag: Is aan te geven wat de lage besteding gaat betekenen voor dit budget in 2024? (aangezien dit deels wordt bepaald via de T-2 systematiek)
4. Onderwijs Relatief verzuim per 1.000 inw.
- 2019: 4,0
- 2021: 8,0
13
Per 2023 is een deel van de integratie-uitkering Voogdij 18+ overgeheveld naar de algemene uitkering, waardoor deze onder het objectieve verdeelmodel van de algemene uitkering komt.
De systematiek van T-2 vervalt daarmee.
27
Relatief verzuim wordt gemeten per 1000 leerplichtige leerlingen (niet per 1000 inwoners).
Het aantal leerplichtige leerlingen schommelt jaarlijks rond de 2500 leerlingen tussen 5-18 jaar.
Ter vergelijking het aantal verzuimmeldingen per 1000 leerplichtige leerlingen in:
Vraag: Is bekend waar deze verdubbeling van 4,0 naar 8,0 door komt?
Heeft dit te maken met COVID? Of ligt hier iets anders aan ten grondslag?
Indien dit laatste het geval is, welke maatregelen zijn hier tegen te nemen cq welke maatregelen zijn hier reeds tegen genomen?
4
CDA
Risico’s met structurele financiële impact – Algemene Uitkering Kansklasse: 4 Risicoklasse: 4 Risicoscore: 16 Bij een risicoscore van 16 zou dit risico oranje van kleur
2018 17 verzuimmeldingen 2019 11 verzuimmeldingen 2020 19 verzuimmeldingen 2021 20 verzuimmeldingen In 2019 was het aantal verzuimmeldingen dus vrij laag ten opzichte van andere jaren. Een reden is hiervoor niet aan te geven.
Bij een verzuimmelding (door school via Dienst Uitvoering Onderwijs) worden altijd maatregelen genomen:
Waarschuwingsbrief of Gesprek met leerling/ouder(s), eventueel gevolgd door waarschuwingsbrief en/of bij herhaling HALT-afdoening of opmaken proces verbaal 89
Het risicobedrag van € 1 mln is eigenlijk precies het grensbedrag voor overgang van risicoklasse 4 naar risicoklasse 5. De inschatting van risico’s is sowieso arbitrair en beperkt objectiveerbaar. Een uiteindelijke risicoscore van 16 of 20 is allebei verdedigbaar. Het gaat er vooral om dat we de belangrijkste risico’s in beeld hebben (en waar mogelijk beheersen of reduceren) en afzetten tegen de beschikbare weerstandscapaciteit.
Uw opmerking is overigens wel terecht; een gelijk risicobedrag en kansklasse moet bij consequente toepassing leiden tot een gelijke risicoscore en daarbij behorende correcte kleurcodering. Dus in dit geval bij de algemene uitkering risicoklasse 5 en daarmee risicoscore 20 inclusief bijbehorende rode kleurcodering. Dank voor uw alerte reactie. Aangezien deze omissie niet verder doorwerkt in het Pagina 2 van 4
Z/23/035353 - D/23/108646
moeten zijn, echter in de tabel is het risico ‘Algemene Uitkering’ rood weergegeven.
Vraag: Is de kleur in de tabel foutief? Of moet de risicoklasse net als bij 'Indexering/inflatie' klasse 5 zijn aangezien het risico eveneens 1mln is? En daarmee dus de risicoscore 20?
5
CDA
Structurele weerstandsratio 94 De structurele weerstandsratio is net met waarde 1 voldoende. Deze ratio dient wel genuanceerd te worden. Bij bepaling van de weerstandscapaciteit mag de onbenutte belastingcapaciteit worden meegerekend. Door het relatief lage belastingniveau is deze ruimte met € 2,45 miljoen erg groot. Volledige benutting van de belastingcapaciteit zou impliceren dat de ozb met meer dan 50% verhoogd zou worden, hetgeen niet reëel wordt geacht gezien de
document, zullen wij dit aanpassen in de definitieve versie (waarmerking accountant en publicatieversie).
Overigens zijn volgens de huidige stand van zaken (9 juni) tijdens de accountantscontrole ook een tweetal omissies geconstateerd, waarover we u (vanwege de geringe impact) langs deze weg willen informeren:
1. In deel B van de jaarrekening 2022 is in paragraaf 6.2.8 de SISA-informatie opgenomen over specifieke uitkeringen. Bij regeling A16 over de Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne (p. 46) is (na afstemming met de accountant) de waarde van indicator A16/03 aangepast van waarde -€ 760.809 naar waarde nul (omdat het overschot anders terugbetaald zou moeten worden aan het Rijk. In de definitief te waarmerken versie door de accountant en de publicatieversie zal deze omissie worden aangepast.
2. In de jaarrekening is een nog te ontvangen bedrag van afgerond € 105.000 in het kader van de Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne niet verantwoord. Alsnog aanpassen in de jaarrekening 2022 zou tot vele mutaties in het voorliggende boekwerk leiden (gezien doorwerking in balans, resultatenrekening inclusief toelichting). Derhalve zal de accountant deze financiële fout vermelden in zijn accountantsverslag. Gezien de omvang van het bedrag in relatie tot de te hanteren controletolerantie van € 770.000 zal deze fout geen invloed hebben op de strekking van de controleverklaring.
De accountantscontrole is weliswaar grotendeels afgerond, maar er kunnen zich tot het moment van verstrekking van de controleverklaring (begin juli) nog aanvullende bevindingen van de accountant manifesteren die in het uiterste geval resulteren in een nota van wijziging.
Uw interpretatie van de nuancering is correct; de structurele weerstandsratio is realistisch bezien een stuk lager. De structurele ratio komt onder de 1 indien we een realistische onbenutte belastingcapaciteit als uitgangspunt zouden hanteren. De berekeningssystematiek is echter uniform voorgeschreven voor alle gemeenten (BBV-kengetallen). De realistische (lagere) structurele weerstandsratio komt voort uit het toegenomen risicoprofiel enerzijds (door o.a. meer onzekerheid over ontwikkeling algemene uitkering en open-eind zorgkosten) en het volledig inzetten van structurele middelen voor gemeentelijke opgaves en ambities. Een grotere structurele buffer zou vanuit financieel perspectief wenselijk zijn.
Pagina 3 van 4
Z/23/035353 - D/23/108646
terughoudendheid van belastingverhoging in de afgelopen jaren.
Vraag: Deze ‘nuancering’ betekent toch dat de werkelijke structurele weerstandscapaciteit eigenlijk een stuk lager is dan waar hier mee gerekend wordt. Hierdoor wordt de ratio negatief beïnvloed waardoor deze juist onder de 1 zou zakken. In hoeverre is dit dan een nuancering? En staan we er dan eigenlijk niet een stuk slechter voor dan we uit deze ratio bij waarde 1 op zouden kunnen maken?
Pagina 4 van 4
Bekijk de brief: 108646-Raadsvragen INCLUSIEF BEANTWOORDING m.b.t. RVST Jaarstukken 2022
Bron: raadsinformatie van de gemeente Maasgouw (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.