Oude gemeentewerf Schaijk Bouwloods
Een raadslid stelde op 22 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Maashorst (3 vragen).
In het kort
3 vragen en wat het college antwoordt
- Is het college hiertoe bereid? → Waarom wel of niet?
- Zo ja. → Zo nee, waarom niet? 1/5 7.
- Zijn er vergelijkbare uitdagingen in de andere kernen in gemeente Maashorst? → Zo ja, welke uitdagingen zijn dit?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Schriftelijke vraag Artikel 54 Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Raad Zaaknummer: 10362-2026 Schriftelijke vraag aan
☒ het college van burgemeester en wethouders
☐ de burgemeester
Onderwerp: Oude gemeentewerf Schaijk – Bouwloods en stallingsplek onderstellen Onderstaande vragen zijn ingediend als rondvraag voor de raadsvergadering van 22 januari 2026.
Wethouder Van den Broek heeft in het algemeen gereageerd op de vragen, maar hierbij toegezegd de vragen nog schriftelijk te beantwoorden.
De oude brandweerkazerne op het voormalige oude gemeentewerf in Schaijk wordt in een periode na carnaval (2026) gesloopt.
Dit is nu nog een plek waar verschillende carnavalsclubs gebruik van maken: zowel om aan een wagen te bouwen als om gedurende de tijd dat niet gebouwd wordt de onderstellen van de wagens te stallen.
Doordat de brandweerkazerne wordt gesloopt en het beton van de milieuplaats wordt verwijderd, is deze plek na carnaval niet meer geschikt om de onderstellen te kunnen stallen.
Aan carnavalsclubs wordt verzocht om zelf een andere stallingsplek vinden.
Het is al langer bekend dat het steeds lastiger wordt om een bouw- en/of stallingsplek te vinden op eigen initiatief, waardoor clubs graag gebruik maakten van de oude gemeentewerf.
Nu deze plek voor hen verdwijnt, ontstaat er dus zowel een bouw- en opslagprobleem.
Het opstallingsprobleem is het eerste obstakel waar carnavalsclubs en de Stichting Carnaval de Moeslanden tegenaan lopen op korte termijn.
Op de langere termijn speelt er een probleem dat er - wegens het wegvallen van de Oude gemeentewerf als bouwlocatie - geen zekerheid is voor een bouwlocatie volgend carnavalsjaar (2027).
Vragen:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Is het college hiertoe bereid?
Antwoord van het college
Waarom wel of niet?
Vraag 2
Zo ja. Wat is er uit deze gesprekken naar voren gekomen en welke afspraken zijn er gemaakt?
Antwoord van het college
Zo nee, waarom niet?
1/5
7.
Zijn er vergelijkbare uitdagingen in de andere kernen in gemeente Maashorst? Zo ja, welke uitdagingen zijn dit?
Ondertekening:
Datum indiening
:
22-1-2026
Fractie
:
Jong Maashorst
Naam indiener
:
Roel Wittenberg
Einddatum
:
21-2-2026
iBabs ID nr.
:
162
2/5
Antwoord op schriftelijke vraag Artikel 54 Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Raad Antwoord door: ☒ college van burgemeester en wethouders
☐ burgemeester
Datum: 10-2-2026 ALGEMENE ACHTERGRONDINFORMATIE Op het terrein van de voormalige gemeentewerf in Schaijk staan behalve de gebouwen van de gemeente ook loodsen van carnavalsstichting De Moeslanden.
Maashorst wil dit gebied op termijn verder ontwikkelen. Daarbij moet o.a. rekening gehouden worden met het gemeentelijk monument aan de Runstraat 59. Verder hebben sporthal De Eeght en de tussen de sporthal en gemeentewerf liggende jeugd- en sportlocatie Piramide nog een levensduur van ongeveer 15 jaar. Daarom is nu voorzien in de bouw van 24 tijdelijke woningen op een deel van het terrein. Er is immers een grote behoefte aan sociale huurwoningen, ook in Schaijk, waarin dit project in elk geval voor een deel voorziet.
De tussenliggende tijd kan de gemeente gebruiken om te komen tot een uitgebreider plan (voor het gehele terrein), dat zo goed mogelijk kan worden ingevuld in samenhang met de omliggende ruimte.
Op het andere deel van het terrein van de voormalige gemeentewerf staan de loodsen van carnavalsstichting De Moeslanden. Met de stichting is overeengekomen dat ze die nog 15 jaar mogen gebruiken. De stichting gaf daarbij aan behoefte te hebben aan meer ruimte om wagens te bouwen. Daar zijn met het bestuur van de stichting meerdere gesprekken over gevoerd. Naar aanleiding daarvan heeft de gemeente ingestemd met (de bouw van) een tijdelijke loods, voor diezelfde termijn van 15 jaar. Zo heeft ook de stichting ruim de tijd om een andere plek te vinden. Dat is namelijk aan de stichting zelf.
Verder onderzoekt Maashorst momenteel – breed - welke ondersteunende kaders de gemeente kan bieden om erfgoedgemeenschappen, verenigingen en individuen te versterken in hun financiële en organisatorische zelfredzaamheid. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de vraag wat er nodig is, maar vooral naar wat er onder die vraag ligt: welke voorwaarden zijn essentieel om immaterieel erfgoedpraktijken zelfstandig en duurzaam te laten functioneren?
In dit kader zijn inmiddels ook meerdere gesprekken/afstemmingsmomenten geweest met stichting de Moeslanden over meerdere onderwerpen (participatiebijeenkomst immaterieel erfgoed, over vrijwilligerssubsidie (inmiddels toegekend), over het maashorstfonds en de onderzoeksfase immaterieel erfgoed - waarbij ook de loods ter sprake kwam. En daarnaast nog gesprekken met wethouder Van den Broek, de beleidsadviseur immaterieel erfgoed en de projectleider gemeentewerf Schaijk.) Tot slot: er zijn meer verenigingen/stichtingen in onze gemeente die om welke reden dan ook onderdak zoeken. We zijn uiteraard altijd graag bereid om mee te denken. Maar zorgen voor onderdak is toch primair een taak van de betreffende club, niet van de gemeente.
NOTE: Immaterieel erfgoed wordt in de vragen genoemd als beleid of actieplan. Zo concreet is het echter nog niet, we zitten in de onderzoeksfase in 2026.
In 2026 wordt onderzocht welke ondersteunende kaders de gemeente kan bieden om erfgoedgemeenschappen, verenigingen en individuen te versterken in hun financiële en organisatorische zelfredzaamheid. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de vraag wat er nodig is, maar vooral naar wat er onder die vraag ligt: welke voorwaarden zijn essentieel om immaterieel ergoedpraktijken zelfstandig en duurzaam te laten functioneren?
3/5
1) Is het college op de hoogte van dit acute probleem?
Ja, in dit kader zijn inmiddels ook meerdere gesprekken/afstemmingsmomenten geweest met stichting de Moeslanden over meerdere onderwerpen (participatiebijeenkomst immaterieel erfgoed, over vrijwilligerssubsidie (inmiddels toegekend), over het maashorstfonds en de onderzoeksfase immaterieel erfgoed - waarbij ook de loods ter sprake kwam. Daarnaast zijn er ook gesprekken met wethouder Van den Broek, de beleidsadviseur immaterieel erfgoed en de projectleider gemeentewerf Schaijk geweest
2) Hoe beoordeelt het college dit probleem?
Het college erkent dit probleem. De continuïteit van de optocht en de doorstroom van (jonge) verenigingen hangt direct samen met toegang tot veilige, betaalbare en toekomstbestendige bouwruimte. Zowel de stichting als de gemeente signaleren dat het wegvallen van schuren/loodsen en tijdelijke voorzieningen de toekomst onder druk zet. De Informatiebrief schetst dit nadrukkelijk. De onderzoeksfase immaterieel erfgoed noemt “toegang tot ruimte” als een van de randvoorwaarde waar onderzoek naar gedaan wordt hoe de gemeente kan helpen faciliteren.
Er zijn meer verenigingen/stichtingen in onze gemeente die om welke reden dan ook onderdak zoeken.
We zijn uiteraard altijd graag bereid om mee te denken. Maar zorgen voor onderdak is primair een taak van de betreffende club, niet van de gemeente. De vereniging/stichting moet actief gaan zoeken naar een alternatieve ruimte die wij als gemeente op dit moment niet kunnen aanbieden.
3) Welke maatregelen zouden getroffen kunnen worden om het acute probleem van het opstallen van de wagens op te lossen?
Eventuele mogelijkheid die we zouden kunnen onderzoeken: gerichte incidentele bijdrage aan nietbouwkosten om de financieringslast te verlichten, met duidelijke kaders en voorwaarden (doelbinding, verantwoording, tijdelijkheid, precedentwerking).
Een pasklare oplossing is er niet. We zijn bereid om te onderzoeken of er andere opties/oplossingen zijn en blijven daarover graag in gesprek met de carnavalsstichting.
4) Is het college hiertoe bereid? Waarom wel of niet?
Binnen de wettelijke en financiële kaders kan meegedacht worden met de Moeslanden. Dit past binnen de faciliterende rol van de gemeente in de onderzoeksfase immaterieel erfgoed (ruimte, samenwerking, zelfredzaamheid). Tegelijkertijd is het geen primaire gemeentelijke taak om structureel onderdak te verzorgen. Dat blijft de verantwoordelijkheid van een vereniging/stichting.
5) Heeft het college contact gehad met stichting Carnaval de Moeslanden om samen tot een oplossing te komen voor dit probleem?
Ja. Sinds 2022 loopt er overleg over de herinrichting van de voormalige werf (tijdelijke woningen én carnavalsfunctie). De gemeente heeft daarnaast meerdere contactmomenten gehad in het kader van immaterieel erfgoed (participatiebijeenkomst, afstemming vrijwilligerssubsidie – uitstel verleend en toegekend, verkenning Maashorstfonds, bestuurlijk overleg met de wethouder en beleidsadviseur, alsook ambtelijke afstemming).
6) Zo ja. Wat is er uit deze gesprekken naar voren gekomen en welke afspraken zijn er gemaakt? Zo nee, waarom niet?
Wat betreft gesprekken met de stichting: we zijn vanuit het project de afgelopen jaren veelvuldig in gesprek geweest. Het college heeft als gevolg van deze gesprekken besloten de stichting nog 15 jaar ruimte te bieden op de werf (zowel voor hun bestaande loodsen als voor een nieuwe loods). Dat is het belangrijkste resultaat van deze gesprekken.
Vanuit het project is meerdere keren gesproken over andere locaties en deze zijn voorgelegd aan de planologen van de gemeente. Dit heeft niet tot een andere geschikte locatie geleid.
Het gaat om de volgende locaties:
4/5
•
De locatie Louwstraat (het evenementenveld van de gemeente) is in 2024 uitgebreid besproken.
Daar wilde de stichting een loods bouwen. Dat heeft uiteindelijk geresulteerd in de conclusie deze locatie in het landelijk gebied (Verordening Ruimte provincie) ligt en dat hier een permanente loods realiseren dus lastig is. Daarnaast spelen op die plek ook nog ecologische en stedenbouwkundige uitdagingen. Om toch een loods te kunnen plaatsen moet een langdurig traject met de provincie worden opgestart waarbij moet worden gekomen tot een integrale gebiedsvisie waarbij voor het hele gebied een bedrijfsfunctie mogelijk wordt gemaakt. Conclusie: het is niet onmogelijk maar het is wel een lastig traject voor de lange termijn, waarvan de uitkomst onzeker is.
• De locatie van de scouting aan de Louwstraat. Deze ligt net als het in 2024 besproken naastgelegen evenementenveld in het landelijk gebied van de provincie. De planologen vinden de bedrijfachtige functie van een bouwhal hier planologisch gezien voorstelbaar. Dit heeft vooral te maken met dat er dan gebruik wordt gemaakt van bestaande gebouwen (van de scouting). Wel is een aandachtspunt dat voldoende afstand wordt gehouden van de tegenoverliggende woningen. De verwachting is dat de provincie vanwege dit gebruik van bestaande gebouwen in kan stemmen met het gebruik als bouwhal. Om dit te kunnen doen moet wel worden afgeweken van het bestemmingsplan en moet het formeel worden voorgelegd aan de provincie.
• De locatie van het Moeschakamp aan de Udensedreef. Deze locatie is in het najaar van 2025 besproken. De conclusie is dat het toevoegen van een loods voor een ‘bedrijfachtige functie’ niet wenselijk wordt bevonden in het natuurgebied Maashorst.
Maar er is nu een situatie ontstaan waarin de kaarten op tafel liggen en verder praten pas zinvol is als hierin iets verandert (als de stichting bijvoorbeeld toch de beschikking heeft over financiële middelen om de loods te realiseren).
Vraag 3
Zijn er vergelijkbare uitdagingen in de andere kernen in gemeente Maashorst?
Antwoord van het college
Zo ja, welke uitdagingen zijn dit?
In algemene zin wel: uit de opzet onderzoeksfase immaterieel erfgoed en de participatie met het veld blijkt dat toegang tot ruimte, complexe regelgeving, vrijwilligersdruk en borging breder spelen bij erfgoedgemeenschappen. Zo ook bij de Smouskes en Knoerissen. De onderzoeksfase noemt expliciet het faciliteren van randvoorwaarden, participatie en zelfredzaamheid als speerpunten. Dat betekent dat we dit in alle kernen systematisch in beeld brengen in 2026–2027.
5/5
Bron: raadsinformatie van de gemeente Maashorst (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.