21 februari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Maashorst

Toekomst Carnaval Schaijk en realisatie bouwloods De Moeslanden

Een raadslid stelde op 21 februari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Maashorst (4 vragen).

In het kort

4 vragen en wat het college antwoordt

  • Welke actieve rol neemt het college zelf om te komen tot een oplossing voor deze impasse? → In de Raadsinformatiebrief en het Actieplan Onderzoeksfase Immaterieel Erfgoed wordt benoemd dat de gemeente moet faciliteren in randvoorwaarden, waaronder toegang tot ruimte en…
  • Ziet het college voldoende aanknopingspunten om het Actieplan Immaterieel Erfgoed nu al concreet toe te passen in deze casus? → Doel ‘actieplan onderzoeksfase immaterieel erfgoed’: In 2026 wordt onderzocht welke ondersteunende kaders de gemeente kan bieden om erfgoedgemeenschappen, verenigingen en individuen te…
  • Hoe kijkt het college aan tegen inzet van incidentele middelen om het knelpunt op korte termijn op te lossen (maatschappelijk belang, jongeren, immaterieel erfgoed)? → • Het college staat open om opties te verkennen, met oog voor juridische houdbaarheid, gelijkheidsbeginsel en precedentwerking. • ‘Nieuw voor oud’: hier biedt herprioritering binnen de…
  • Is het college bereid een indicatie te geven van de incidentele middelen die nodig zijn om niet-bouw gerelateerde kosten (procedures, leges en retributie) te dekken? → Allereerst: de retributie zijn geen incidentele kosten, maar jaarlijks terugkerende kosten à 3000 euro per jaar.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Schriftelijke vraag Artikel 54 Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Raad Zaaknummer: 10373/2026 Schriftelijke vraag aan

☒ het college van burgemeester en wethouders

☐ de burgemeester

Onderwerp: Toekomst Carnaval Schaijk en realisatie bouwloods De Moeslanden Onderstaande vragen zijn ingediend als rondvraag voor de raadsvergadering van 22 januari 2026.

Wethouder Van den Broek heeft in het algemeen gereageerd op de vragen, maar hierbij toegezegd de vragen nog schriftelijk te beantwoorden.

Afgelopen weken is opnieuw aandacht gevraagd voor de situatie rondom Stichting Carnaval De Moeslanden en de beoogde bouwloods in Schaijk. Uit recente berichtgeving en de ontvangen informatiebrief blijkt dat de huidige voorwaarden en kostenstructuur de realisatie van deze loods onder druk zetten.

Voor KOMPAS Maashorst is dit een belangrijk onderwerp, omdat carnaval in Schaijk een wezenlijke bijdrage levert aan de leefbaarheid, de sociale samenhang en de toekomst van het dorp, zeker ook voor jongeren.

Tegelijkertijd heeft het college de waarde van carnaval als immaterieel erfgoed expliciet benoemd in recent beleid. Dit roept bij onze fractie vragen op over de urgentie, de gekozen randvoorwaarden en de rol van het college in het vinden van een oplossing.

Vragen:

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Welke actieve rol neemt het college zelf om te komen tot een oplossing voor deze impasse?

Antwoord van het college

In de Raadsinformatiebrief en het Actieplan Onderzoeksfase Immaterieel Erfgoed wordt benoemd dat de gemeente moet faciliteren in randvoorwaarden, waaronder toegang tot ruimte en ondersteuning van erfgoedgemeenschappen.

1/6

7. 8. 9.

Ziet het college in deze casus voldoende aanknopingspunten om dit beleid nu al concreet toe te passen?

Hoe kijkt het college aan tegen de inzet van incidentele middelen om dit knelpunt op korte termijn op te lossen, mede gelet op het maatschappelijke belang, de betrokkenheid van jongeren en het karakter van carnaval als immaterieel erfgoed?

Is het college bereid een indicatie te geven van de omvang van de incidentele middelen die nodig zouden zijn om de niet-bouw gerelateerde kosten (procedures, leges en retributie) te dekken en daarmee realisatie van de bouwloods mogelijk te maken?

Ondertekening:

Datum indiening

:

22-1-2026

Fractie

:

KOMPAS Maashorst

Naam indiener

:

Davy van der Ven

Einddatum

:

21-2026

iBabs ID nr.

:

2/6

Antwoord op schriftelijke vraag Artikel 54 Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Raad Antwoord door: ☒ college van burgemeester en wethouders

☐ burgemeester

Datum: 10-2-2026 ALGEMENE ACHTERGRONDINFORMATIE Op het terrein van de voormalige gemeentewerf in Schaijk staan behalve de gebouwen van de gemeente ook loodsen van carnavalsstichting De Moeslanden.

Maashorst wil dit gebied op termijn verder ontwikkelen. Daarbij moet o.a. rekening gehouden worden met het gemeentelijk monument aan de Runstraat 59. Verder hebben sporthal De Eeght en de tussen de sporthal en gemeentewerf liggende jeugd- en sportlocatie Piramide nog een levensduur van ongeveer 15 jaar. Daarom is nu voorzien in de bouw van 24 tijdelijke woningen op een deel van het terrein. Er is immers een grote behoefte aan sociale huurwoningen, ook in Schaijk, waarin dit project in elk geval voor een deel voorziet.

De tussenliggende tijd kan de gemeente gebruiken om te komen tot een uitgebreider plan (voor het gehele terrein), dat zo goed mogelijk kan worden ingevuld in samenhang met de omliggende ruimte.

Op het andere deel van het terrein van de voormalige gemeentewerf staan de loodsen van carnavalsstichting De Moeslanden. Met de stichting is overeengekomen dat ze die nog 15 jaar mogen gebruiken. De stichting gaf daarbij aan behoefte te hebben aan meer ruimte om wagens te bouwen. Daar zijn met het bestuur van de stichting meerdere gesprekken over gevoerd. Naar aanleiding daarvan heeft de gemeente ingestemd met (de bouw van) een tijdelijke loods, voor diezelfde termijn van 15 jaar. Zo heeft ook de stichting ruim de tijd om een andere plek te vinden. Dat is namelijk aan de stichting zelf.

Verder onderzoekt Maashorst momenteel – breed - welke ondersteunende kaders de gemeente kan bieden om erfgoedgemeenschappen, verenigingen en individuen te versterken in hun financiële en organisatorische zelfredzaamheid. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de vraag wat er nodig is, maar vooral naar wat er onder die vraag ligt: welke voorwaarden zijn essentieel om immaterieel erfgoedpraktijken zelfstandig en duurzaam te laten functioneren?

In dit kader zijn inmiddels ook meerdere gesprekken/afstemmingsmomenten geweest met stichting de Moeslanden over meerdere onderwerpen (participatiebijeenkomst immaterieel erfgoed, over vrijwilligerssubsidie (inmiddels toegekend), over het maashorstfonds en de onderzoeksfase immaterieel erfgoed - waarbij ook de loods ter sprake kwam. Daarnaast zijn er ook gesprekken geweest met wethouder Van den Broek, de beleidsadviseur immaterieel erfgoed en de projectleider gemeentewerf Schaijk.

Tot slot: er zijn meer verenigingen/stichtingen in onze gemeente die om welke reden dan ook onderdak zoeken. We zijn uiteraard altijd graag bereid om mee te denken. Maar zorgen voor onderdak is toch primair een taak van de betreffende vereniging/stichting, niet van de gemeente.

NOTE: het genoemde actieplan immaterieel erfgoed in de gestelde vragen is nadrukkelijk een onderzoeksfase in 2026:

3/6

In 2026 wordt onderzocht welke ondersteunende kaders de gemeente kan bieden om erfgoedgemeenschappen, verenigingen en individuen te versterken in hun financiële en organisatorische zelfredzaamheid. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de vraag wat er nodig is, maar vooral naar wat er onder die vraag ligt: welke voorwaarden zijn essentieel om immaterieel ergoedpraktijken zelfstandig en duurzaam te laten functioneren?

1) Vindt het college, net als KOMPAS Maashorst, dat carnaval in Schaijk van wezenlijk belang is voor sociale cohesie, jongerenparticipatie en het behoud van immaterieel erfgoed?

Het college onderschrijft dat carnaval in Schaijk/Moesland een dragende erfgoedpraktijk is die generaties verbindt, bijdraagt aan de lokale identiteit en deelname van jongeren stimuleert. Dit sluit aan bij de gemeentelijke visie op immaterieel erfgoed als “levend erfgoed” en bij de ambitie om erfgoedgemeenschappen te ondersteunen en te borgen. In de Omgevingsvisie is bovendien expliciet benoemd dat “het carnaval als belangrijk immaterieel cultureel erfgoed behouden en versterkt” moet worden, met specifieke verwijzing naar Schaijk/Moesland.

2) Erkent het college dat de toekomst van dit carnaval op korte termijn onder druk staat door het ontbreken van betaalbare en toekomstbestendige bouwruimte?

De continuïteit van de optocht en de doorstroom van (jonge) verenigingen hangt direct samen met toegang tot veilige, betaalbare en toekomstbestendige bouwruimte. Zowel de stichting als de gemeente signaleren dat het wegvallen van schuren/loodsen en tijdelijke voorzieningen van bouwruimtes op korte termijn onder druk zet. De brief van de Moeslanden schetst dit nadrukkelijk, dat herkennen we ook.

Er zijn meer carnavalsverenigingen in onze gemeente die om welke reden dan ook onderdak zoeken. We zijn uiteraard altijd graag bereid om mee te denken. Maar zorgen voor onderdak is primair een taak van de betreffende verenigingen.

3) Hoe beoordeelt het college de informatiebrief van 8 januari 2026 waarin staat dat circa twee derde van de totale investering uit gemeentelijke procedures, leges en retributiekosten bestaat?

Het college erkent dat het totaal aan niet bouwlasten substantieel is. Voor wat betreft de bedragen: op de kosten voor het bouwen van een nieuwe loods hebben wij niet helemaal zicht. Wat betreft die 90.000 euro die “helemaal naar de gemeente” zouden gaan: dat is niet helemaal het geval. Die kosten hebben bovendien ook te maken met wettelijke verplichtingen die de gemeente uiteraard moeten nakomen en kosten voor bureaus die de vergunningaanvraag begeleiden. Dit wordt verder toegelicht bij het antwoord op vraag 9.

Let wel: De oorspronkelijke opdracht vanuit de Moeslanden was een locatie vinden, waar zij een loods op konden bouwen. Die opdracht is begin 2025 geslaagd, door ze de mogelijkheid te bieden om een tijdelijke tweede loods te bouwen op de (oude) gemeentewerf in Schaijk.

4) Gegeven de maximale termijn van 15 jaar op de voormalige gemeentewerf: welke mogelijkheden ziet het college voor meer zekerheid op lange termijn?

De keuze voor 15 jaar is afgestemd op de tijdelijkheid van de omliggende functies en de noodzaak tot een integrale herontwikkeling van het totale gebied (incl. monument Runstraat 59). Binnen die horizon biedt de gemeente:

• Gebruik van de bestaande loods + instemming voor een tweede tijdelijke loods (zelfde termijn), zodat de stichting operationeel kan blijven en tijd krijgt om aan een vervolglocatie te werken (verantwoordelijkheid van de stichting zelf).

• Een gebiedsproces waarin de gemeente een breder plan voorbereidt dat zo goed mogelijk in samenhang met de omgeving wordt ingevuld; de casus carnaval loopt daarin mee.

4/6

•

Vanuit de onderzoeksfase immaterieel erfgoed: beleidsintegratie van immaterieel erfgoed (toegang tot ruimte, borging), hier worden de mogelijkheden voor het borgen van immaterieel erfgoed onderzocht, waarbij zelfredzaamheid en samenredzaamheid het streven is.

5) Welke overleggen staan er momenteel gepland tussen college, stichting en relevante afdelingen?

• Lopend overleg (sinds 2022) met Stichting Carnaval De Moeslanden en Mooiland over de herinrichting van de voormalige gemeentewerf (tijdelijke woningen + carnavalsfunctie). In september 2025 is een overeenkomst met Mooiland gesloten voor 24 tijdelijke woningen; sloop t.b.v. deze woningen staat rond mei 2026 gepland.

• Meerdere recente contactmomenten met de stichting binnen het immaterieelerfgoedtraject (participatiebijeenkomst, vrijwilligerssubsidie – uitstel verleend en toegekend, afstemming Maashorstfonds, bestuurlijk overleg met wethouder en beleidsadviseur) ). Maandag 19 januari is contact geweest met de voorzitter van de Moeslanden. De volgende afspraak staat ingepland op woensdag 11 februari.

Toelichting: de stichting heeft in haar brief ook de wens uitgesproken om in de raad toe te lichten en samen tot oplossingen te komen; dat kan binnen de reguliere procedures.

6) Welke actieve rol neemt het college om te komen tot een oplossing?

• Vrijwilligerssubsidie verlenen met een jaarlijks bedrag van €2614,- voor stichting de Moeslanden, voor nu toegekend voor 4 jaar. Als er geen wijzigingen plaatsvinden in de regeling is daarna een nieuwe aanvraag mogelijk.

• Faciliteren van de locatie: bestaande loods 15 jaar en instemming voor een tweede tijdelijke loods voor dezelfde periode.

• Procesregie tussen woningopgave en carnavalsfunctie; afspraken met Mooiland; planning sloop en fasering; vergunningenroute en vooroverleg rondom vergunning.

• Kostenverificatie: leges vergunning nader vaststellen; bouwrijp maken – offertes op korte termijn; vergunningbegeleiding (bureaus) – stichting bepaalt, maar gemeente deelt ervaringscijfers zodat de stichting scherp kan inkopen.

• Immaterieelerfgoed onderzoeksfase: casus benutten om randvoorwaarden (ruimte/zelfredzaamheid) concreet te maken en zelfredzaamheid van immaterieel erfgoed beoefenaars te bevorderen.

Vraag 2

Ziet het college voldoende aanknopingspunten om het Actieplan Immaterieel Erfgoed nu al concreet toe te passen in deze casus?

Antwoord van het college

Doel ‘actieplan onderzoeksfase immaterieel erfgoed’: In 2026 wordt onderzocht welke ondersteunende kaders de gemeente kan bieden om erfgoedgemeenschappen, verenigingen en individuen te versterken in hun financiële en organisatorische zelfredzaamheid. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de vraag wat er nodig is, maar vooral naar wat er onder die vraag ligt: welke voorwaarden zijn essentieel om immaterieel ergoedpraktijken zelfstandig en duurzaam te laten functioneren?

Deze casus past bij de onderzoeksfase in 2026 als pilot op de thema’s toegang tot ruimte, vergunningbegeleiding/ontzorgen en borging/overdracht. Echter: op dit moment kan vanuit de onderzoeksfase geen uitvoering plaatsvinden voor deze specifieke kosten, omdat er geen budget aan is gekoppeld wat bedoeld is voor de uitvoer van projecten. De reeds gevoerde gesprekken met de stichting (participatie, subsidie, bestuurlijk) laten zien dat de onderzoeksfase in uitvoering is en dat we lerend werken. Daarvoor is het Maashorstfonds van toepassing bij immaterieel erfgoed. De inhoud en het meedenken wordt wél meegenomen, inhoudelijk is dit een goede, passende casus. Zonder beschikbaar uitvoeringsbudget kunnen de voorgestelde acties van de Moeslanden niet vanuit immaterieel erfgoed worden gefinancierd. Er zijn financiële middelen beschikbaar gesteld vanuit de vrijwilligerssubsidieregeling.

5/6

Vraag 3

Hoe kijkt het college aan tegen inzet van incidentele middelen om het knelpunt op korte termijn op te lossen (maatschappelijk belang, jongeren, immaterieel erfgoed)?

Antwoord van het college

• Het college staat open om opties te verkennen, met oog voor juridische houdbaarheid, gelijkheidsbeginsel en precedentwerking.

• ‘Nieuw voor oud’: hier biedt herprioritering binnen de bestaande financiële kaders geen mogelijkheden. De onderzoeksfase immaterieel erfgoed volgt in 2026 reeds het “nieuw voor oud” protocol. Voor hogere bedragen is een separaat raadsbesluit nodig.

• Het Maashorstfonds is gekoppeld aan immaterieel erfgoed. De bedragen die hier verleend kunnen worden zijn echter niet in lijn met de genoemde bedragen in de brief.

Eventuele mogelijkheid die we zouden kunnen onderzoeken: gerichte incidentele bijdrage aan nietbouwkosten om de financieringslast te verlichten (zie indicatie bij vraag 9), met duidelijke kaders en voorwaarden (doelbinding, verantwoording, tijdelijkheid, precedentwerking)

Vraag 4

Is het college bereid een indicatie te geven van de incidentele middelen die nodig zijn om niet-bouw gerelateerde kosten (procedures, leges en retributie) te dekken?

Antwoord van het college

Allereerst: de retributie zijn geen incidentele kosten, maar jaarlijks terugkerende kosten à 3000 euro per jaar. De gemeente heeft de stichting een optie geboden om een tweede tijdelijke loods te realiseren (geen verplichting). De keuze om daarvan gebruik te maken en hoe (inhoud/omvang/offertes) is aan de stichting; de gemeente denkt graag mee binnen de wettelijke en financiële kaders.

Een indruk:

• Er moet worden afgeweken van het omgevingsplan om de loods mogelijk te maken. De gemeente is wettelijk verplicht in een dergelijk geval kosten die wij als gemeente maken te verhalen op de initiatiefnemer. Dit is ongeveer € 13.000,• Daarnaast betalen verenigingen, etc. die gebruik maken van grond van de gemeente retributie.

Dit is ca. € 255,- per maand (en daarmee ca. € 3.000,- per jaar en € 45.000,- voor de totaal beoogde looptijd van 15 jaar). Dat bedrag hoeft dus niet meteen en vooraf op tafel te worden gelegd.

• Verder heeft de stichting zelf een inschatting gemaakt voor de kosten van: onderzoeken en onderbouwing van de omgevingsvergunning (€18.000), leges (€7.000) en bouwrijp maken (€9.000). De kosten voor de omgevingsvergunning (kosten voor een bureau) lijken ons aan de hoge kant, onze eigen ervaringen zijn anders, maar dat is de markt (bureaukosten). Voor wat betreft de leges: daar hebben we pas zicht op als er een ontwerp ligt. Het is namelijk mede afhankelijk van de afmetingen of er leges betaald moeten worden, of dat de stichting een kwaliteitsborger moet inschakelen. Dat weten we pas als er een aanvraag ligt. Voor het bouwrijp maken vragen wij op korte termijn offerte op. Hoeveel die kosten bedragen kunnen we nu dus ook nog niet aangeven.

Een pasklare oplossing is er niet. We zijn bereid om te onderzoeken of er andere opties/oplossingen zijn en blijven daarover graag in gesprek met de carnavalsstichting.

6/6

Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen KOMPAS Maashorst over Toekomst Carnaval Schaijk en realisatie bouwloods De Moeslanden

Bron: raadsinformatie van de gemeente Maashorst (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Maashorst

Alle artikel 35-vragen in Maashorst