schriftelijke vragen - deel 1 - Liberale Partij Maastricht -Dierenwelzijnsnota - 21 februari 2025
Een raadslid stelde op 25 februari 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Maastricht.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
> RETOURADRES Postbus 1992, 6201 BZ
BEZOEKADRES
Mosae Forum 10 6211 DW Maastricht Aan de fractie van Liberale Partij Maastricht mevrouw C.J. Nuyts
POSTADRES
Postbus 1992 6201 BZ
ONDERWERP
DATUM
BIJLAGEN
Schriftelijke vragen inzake Dierenwelzijnsnota en raadstuk ca 80 blz
20 februari 2025 Verz 21 februari 2025
--
BEHANDELD DOOR
TELEFOONNUMMER
ONZE REFERENTIE
Edo Lemmens Janneke Ackermans
043 350 5234
2025.00628 - deel 1
E-MAILADRES
FAXNUMMER
UW REFERENTIE
[email protected] [email protected]
---
Geachte mevrouw Nuyts,
Een aantal van uw vragen zijn technisch van aard of gaan in op casussen of de uitvoering door andere partijen. Voor een zorgvuldige beantwoording is meer tijd nodig, ook omdat wij verschillende partijen moeten bevragen en willen betrekken bij het beantwoorden van uw vragen.
Ten behoeve van uw raadsvergadering dinsdag a.s., hebben wij niettemin een maximale inspanning gedaan om uw voornaamste vragen op hoofdlijnen te beantwoorden aan de hand van een aantal thema’s.
Wettelijk kader Dierenwelzijn:
Voor het welzijn van gehouden dieren gelden Europese en Nederlandse regels waar houders van deze dieren zich aan moeten houden. De Nederlandse regels staan in de Wet dieren en het Besluit houders van dieren, de Regeling houders van dieren en de Regeling diergeneeskundigen. De
gemeente hanteert de 5 vrijheden van Brambell vastgelegd in de Wet Dieren, als criteria voor een goed dierenwelzijn. Binnen de gemeentelijke bevoegdheden hanteren we de volgende drie doelstellingen:
1. Het borgen van het dierenwelzijn van gehouden-, hobby- en wilde dieren (op basis van de 5 vrijheden van Brambell)
2. Het hanteren van een integraal en eenduidig beleid waarbij de belangen van dieren worden meegewogen tegen andere belangen.
3. Een integrale aanpak vanuit verschillende afdelingen van de gemeente bij de uitvoering van het dierenwelzijnsbeleid.
Aanrijtijden:
Als gemeente hebben wij de zorg voor hulpbehoevende dieren operationeel uitbesteed aan de dierenbescherming, middels een aanbesteding. In de aanbesteding is vastgelegd dat in geval van een dier in nood de aanrijtijd maximaal 45 minuten mag bedragen. De volgende overwegingen spelen hierbij een rol:
PAGINA
1 van 3
Schriftelijke vragen
Op 13 februari jl. heeft u schriftelijke vragen gesteld over de Dierenwelzijnsnota die in augustus 2024 aan uw raadsleden ter beschikking is gesteld.
DATUM
20 februari 2025
Bereikbaarheid dierenbescherming:
Er is periodiek overleg met de dierenbescherming rondom de uitvoering van de opdracht. Hierbij wordt iedere kwartaal de rittenstaat bekeken. Daarnaast worden de incidenten waarbij de afgesproken kwaliteit niet is gehaald nader toegelicht. Hierbij wordt uiteraard de bereikbaarheid van de DB meegenomen. De DB heeft een gecentraliseerde meldkamer in Almere, die de bereikbaarheid verzorgt. Het is een gegeven dat de gecentraliseerde meldkamer, veelal ingericht met vrijwilligers, een punt van aandacht is, waar we strikt op sturen. We sturen hierbij op de gemiddelde wachttijd aan de telefoon voor álle telefoontjes, dus niet alleen de bellers die op ‘spoed’ klikken. Deze gemiddelde wachttijd was vorig jaar, als voorbeeld in kwartaal 2 1 minuut 57 sec en in kwartaal 3 2 minuut 17 seconden. Uit de gevoerde gesprekken volgt dat er ruimschoots voldoende kwaliteit is met betrekking tot de overige dienstverlening die de dierenbescherming voor ons als gemeente uitvoert.
Handhaving dierenmishandeling:
Het handhaven van de wet dieren en daarmee het welzijn van dieren wordt, zoals in de nota is geduid, uitgevoerd door een aantal externe instanties zoals de Landelijke Inspectiedienst Dieren, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en de (dieren-)politie. Ze opereren autonoom, mede op basis van meldingen en hanteren hun eigen uitvoeringskaders en criteria ten aanzien van overtredingen. De gemeentelijke BOA's hebben hierin enkel een signalerende en faciliterende (communicatie en afstemming) rol. Zij zijn niet bevoegd om in te grijpen als ze een PAGINA
2 van 3
Schriftelijke vragen
In Nederland is niet vastgelegd binnen hoeveel tijd een dier in nood geholpen dient te worden. De hulp aan dieren gebeurt voornamelijk middels de inzet van vrijwilligers en is dus niet te vergelijken met hulpdiensten als politie, brandweer en (personen)ambulance. Wij vinden dat een responstijd van 45 minuten acceptabel is. De huidige aanbesteding heeft een looptijd van 2 jaar met de mogelijkheid van twee keer 1 jaar verlenging. 2025 betreft het eerste jaar van verlenging. Gedurende deze periode (2025 en 2026) kunnen er geen aanpassingen in het programma van eisen worden doorgevoerd. Wij zijn continu in overleg met de DB en vertrouwen erop dat de DB alles in het werk stelt om een dier in nood zo spoedig mogelijk te helpen. In 2024 bedroeg de gemiddelde aanrijtijd voor een dier in nood ongeveer 33 minuten. In 5% van de gevallen waarbij sprake was van een dier in nood lukte het niet om binnen 45 minuten aanwezig te zijn. Een dergelijke afwijking vinden wij acceptabel. Daarnaast willen wij onderstrepen dat het verlenen van hulp binnen een bepaalde tijd slechts een onderdeel is van de hulp die dieren nodig hebben (ongeveer 1 op de vijf ritten is spoed).
De kwaliteit van de geboden opvang en ondersteuning bij preventieve taken/acties behoort ook tot het verlenen van professionele dierenhulp. Bovendien hebben zowel DB als DALZ aangegeven dat het vinden van voldoende vrijwilligers een uitdaging vormt; beide partijen geven aan dat ze voldoende vrijwilligers hebben, maar dat ze merken dat het moeilijker is dan vroeger om goede vrijwilligers aan te trekken. Ze hebben op eigen initiatief gesprekken over samenwerking geïnitieerd. Het dierenwelzijn in Maastricht is gebaat bij samenwerking tussen deze partijen, omdat ze elkaar kunnen versterken. Partijen geven terug dat de prijsstelling/tarief een onderwerp ter bespreking is, gezien de buitenproportionele stijging van kosten waarmee ze te maken hebben. We voeren hierover binnenkort een verkennend gesprek.
In een strategische beleidsnota, zoals de nota dierenwelzijn is het niet gebruikelijk om operationele uitvoeringsaspecten vast te leggen, zoals de kwaliteitseisen aan de opvang, adviesdiensten, verslaglegging en aanrijtijden. Dit zijn operationele kwaliteitseisen die we vastleggen in de aanbestedingsdocumenten.
DATUM
20 februari 2025
mishandelingssituatie constateren, maar schakelen in zo'n geval met de daarvoor bevoegde instantie(s).
Kinderboerderijen:
Als onderdeel van het voorliggende dierenwelzijnsbeleid willen we de kinderboerderijen opdracht geven om educatieve diensten met betrekking tot dierenwelzijn, daarmee in het bijzonder het houden van dieren in een thuissituatie, te leveren. Andere aspecten, zoals het aanbieden van dagbestedingsplekken vallen buiten de scope van de dierenwelzijnsnota.
Dieren bij evenementen:
Het evenementenbeleid richt zich voornamelijk op openbare orde en veiligheid. Een evenementenvergunning wordt dus enkel getoetst op aspecten van openbare orde en veiligheid. Als er dieren worden ingezet, geldt er een meldplicht bij de NVWA. De NVWA houdt strikt toezicht ten aanzien van de uitvoering van de regels.
We willen dat bij een vergunningsaanvraag van een evenement, specifiek wordt gevraagd of er dieren worden ingezet en als dat het geval is, dan moet er enerzijds worden verwezen naar de meldplicht bij de NVWA. Hierdoor kan er gerichte controle plaatsvinden door de NVWA. Anderzijds wordt in het kader van de veiligheid van mens en dier de (dieren-)politie gevraagd om advies. Dit advies wordt opgenomen in de voorschriften bij de vergunning.
Ten aanzien van hitte tijdens evenementen is het zo dat niet enkel voor dieren, maar generiek wordt gekeken naar veiligheid en risico's. Denk bijvoorbeeld aan hardloopwedstrijden tijdens hitte. Bij evenementen met meerdere dieren is er een dierenarts aanwezig teneinde het welzijn van dieren te beoordelen en in te grijpen indien nodig.
De overige vragen worden schriftelijk beantwoord binnen de daarvoor geldende termijn.
Hoogachtend, Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,
Hubert Mackus Wethouder Economie, Sport, Jeugdzorg, Water, Natuur en Landschap
PAGINA
3 van 3
Schriftelijke vragen
Navraag bij een aantal gemeenten toont aan dat er geen eigen regels kunnen worden gesteld aan dierenwelzijn bij evenementen of hierop handhaven. Dit is immers geregeld in landelijke wetgeving en wordt gehandhaafd door de NVWA, de politie en de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn. Wel kunnen er beperkingen worden gesteld aan evenementen die gemeenten zelf organiseren.
Daarnaast voeren sommige gemeenten een ontmoedigingsbeleid, door bijvoorbeeld aan evenementen met dieren geen subsidie te verlenen.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Maastricht (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.