2 april 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Maastricht

schriftelijke vragen - GroenLinks - Bouwplannen op lokatie Stuersgebouw Kruisherengang - 16 mei 2023

Een raadslid stelde op 2 april 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Maastricht.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

> RETOURADRES Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht

BEZOEKADRES

Mosae Forum 10 6211 DW Maastricht Aan de fractie van Groen Links dhr. A.C. van der Gugten

POSTADRES

Postbus 1992 6201 BZ Maastricht

ONDERWERP

DATUM

BIJLAGEN

Schriftelijke vragen locatie Stuersgebouw Kruisherengang

16 mei 2023 Verz. 16 mei 2023

--

BEHANDELD DOOR

TELEFOONNUMMER

ONZE REFERENTIE

M (Monique) Carta

043 350 4623

2023-01768

E-MAILADRES

FAXNUMMER

UW REFERENTIE

[email protected]

043 - 350 4448

---

Geachte heer van der Gugten,

Vraag 1:

In welke fase verkeert de procedure rond de bouwplannen op deze locatie?

Antwoord 1:

Het plan betreft een principeverzoek en is nog in ontwikkeling waarbij het plan steeds verder uit gekristalliseerd wordt. Er is nog geen sprake van een formele aanvraag om omgevingsvergunning.

Bij uitzondering zal het college eerst een standpunt bepalen ten aanzien van het principeverzoek.

Een eindadvies op een principeverzoek is geen formeel besluit waartegen bezwaar/beroep mogelijk is, maar hiermee wordt een eerste bestuurlijke reactie meegegeven aan initiatiefnemer. Het officiële verguntraject start pas zodra een formele vergunningaanvraag door de initiatiefnemer wordt ingediend.

Vraag 2:

Welke randvoorwaarden zijn bij de toetsing van de plannen tot nu toe gehanteerd?

Antwoord 2:

Zowel de gevraagde functie als de eventuele bouwmassa/nieuwbouw zijn niet rechtstreeks toegestaan in het vigerende bestemmingsplan. Over de vraag of een gevraagde ontwikkeling qua functie en schaal passend is wordt bij een afwijking van bestemmingsplan geadviseerd door de gemeentelijke stedenbouwkundigen. In een bestemmingsplan zijn vrijwel altijd bouwvlak en bouwhoogte vastgelegd (soms goothoogte en nokhoogte). Als het initiatief niet past in het vigerende bestemmingsplan betreft het advies altijd een kwalitatief oordeel. Op basis van bestaand ruimtelijk beleid (omgevingsvisie en toelichting bestemmingsplan) kan de stedenbouwkundige de vraag beantwoorden of de functie past in het betreffende gebiedsprofiel (m.a.w. Is het de juiste functie op de juiste plaats?). Naast genoemde twee producten kent het stedenbouwkundig beleid ook een aantal thematische beleidskaders; de Welstandsnota, nota Raamwerk Openbare ruimte Binnenstad en diverse BeeldKwaliteitPlannen voor ruimtelijke kwaliteit, de nota Hoger bouwen voor bebouwing hoger dan 3 lagen en bv. GSM-nota voor inpassing infrastructurele voorzieningen. De nota voor Hoger bouwen geeft bv. aan dat in de stedelijke milieus vanwege de continuïteit in het Maastrichtse PAGINA

1 van 6

Schriftelijke vragen

Onderstaand treft u de beantwoording aan van de schriftelijke vragen die uw fractie gesteld heeft.

DATUM

16 mei 2023

Vraag 3:

Wat zijn de uitkomsten van deze toetsing tot nu toe?

Antwoord 3:

Op dit moment is het plan stedenbouwkundig beoordeeld en het punt dat er volgens Stedenbouw geen onevenredige benadeling van derden meer plaatsvindt is dicht genaderd. Daarnaast voldoet het plan aan het hotelbeleid en is de WMC akkoord onder voorwaarden.

Vraag 4:

Zijn er knelpunten aan de orde? Zo, ja welke?

Antwoord 4:

Er dienen nog een aantal aspecten te worden overlegd zoals een mobiliteitsplan en een stikstofberekening. Pas zodra alle ruimtelijke aspecten zijn beoordeeld wordt er een eindadvies vastgesteld op het principeverzoek.

Vraag 5:

Wanneer en op welke gronden komt de gemeenteraad bij besluitvorming over deze plannen in beeld?

Antwoord 5:

Het traject van de officiële aanvraag omgevingsvergunning betreft naar verwachting, zoals het er nu uitziet, een buitenplanse afwijking middels een projectafwijkingsbesluit waarbij een verklaring van geen bedenkingen van de raad noodzakelijk is. Deze verklaring van geen bedenkingen wordt bij de raad opgevraagd voorafgaand aan het nemen van een ontwerpbesluit. Tegen het ontwerpbesluit kan PAGINA

2 van 6

Schriftelijke vragen

stadsbeeld, de recente schaalsprong in het Ceramique echter wel als bovengrens voor nieuwe ontwikkelingen wordt gehanteerd. Dat geeft geen recht om tot die hoogte te mogen bouwen, maar dat betekent dat de discussieruimte voor afwijkingen van het bestemmingsplan gaat tot een maximale goothoogte van 20m. Voor het beschermd stadsgezicht is daaraan toegevoegd dat voor elke voorgenomen wijziging altijd maatwerk van toepassing is, waar bij het effect van de voorgenomen bebouwing in het stadssilhouet wordt meegenomen.

Indien een initiatief/bouwplan geen onderdeel is van een gestuurde gebiedsontwikkeling (Groene Loper/Belvédère/etc.), maar van een conserverend bestemmingsplan waar gebruiksverandering (woningsplitsing, andere bestemming) en nieuwbouw/uitbreiding van de hoofdbouw zijn verboden, dan wordt de stedenbouwkundigen een kwalitatief oordeel gevraagd. Op basis van opleiding, kennis van de stad en jarenlange ervaring wordt de WMC geadviseerd over de maximaal gewenste bouwmassa en de inpassingsvoorwaarden voor het initiatief. Met de WMC wordt overlegd wat ruimtelijke voorwaarden zijn om te komen tot kwaliteit. Maat en schaal van de bebouwing in de omgeving spelen dan altijd een rol; zijn er vergelijkbare situaties in het gebied? Als er grote contrasten in hoogte zijn hoe zijn die dan ruimtelijk opgelost? De stedelijke omgeving van het Kommelkwartier kent grote contrasten, maar goothoogtes van 10-12 meter komen regelmatig en nokhoogtes van 17-25 meter komen ook voor. Te denken valt aan de aanwezige kloostergebouwen (Abtstraat, Z.O.B), de wanden van het Herdenkingsplein of de Calvariestraat (garage Bollen).

Als onderdeel van de integrale advisering rondom een initiatief adviseren de stedenbouwkundigen het College over de gewenste stedenbouwkundige kwaliteit (gehoord WMC) bij inpassing van het initiatief, en over het al dan niet onevenredig benadeeld zijn van derden. Het al dan niet onevenredig benadeeld zijn van derden is in de bestemmingsplan procedure beperkt tot een beoordeling van: bezonning van perceel en pand, eventuele aantasting van de privacy op het privé domein, en overlast veroorzaakt door positionering van entree(s), buitenruimte, en aan- en afvoerroutes.

DATUM

16 mei 2023

vervolgens door eenieder een zienswijze worden ingediend. Daarna neemt het college een definitief besluit omgevingsvergunning. Daartegen is vervolgens beroep mogelijk.

Vraag 6:

Is, naar inzicht van het college en verwijzend naar de discussie over de Jodenstraat, de raad dan in staat over dit bouwplan een daadwerkelijke afweging te maken en besluit te nemen? Welk beeld (kwalitatief en kwantitatief) heeft het college van de contacten tussen opdrachtgever en omwonenden tot nu toe?

Antwoord 6:

Indien blijkt dat de formele aanvraag om omgevingsvergunning een buitenplanse afwijking van bestemmingsplan betreft waarvoor de uitgebreide procedure dient te worden gevolgd en die door de raad niet is uitgezonderd van verklaring van geen bedenkingen, dan dient de raad om een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) te worden gevraagd. De raad dient dan op basis van ruimtelijke afwegingen te bepalen of deze vvgb wel of niet wordt afgegeven. In het geval de Raad een vvgb afgeeft, neemt het college vervolgens eerst een ontwerpbesluit en daarna een definitief besluit omgevingsvergunning.

Vraag 7:

Welk beeld (kwalitatief en kwantitatief) heeft het college van de contacten tussen opdrachtgever en omwonenden tot nu toe?

Vraag 8:

Baseert het college dit beeld op informatie van de opdrachtgever en/of de omwonenden?

Antwoord 8:

De informatie over het contact tussen beide partijen heeft ons zowel via de initiatiefnemer als via de omwonenden bereikt onder andere via de gesprekken en het locatiebezoek waar collegeleden aan hebben deelgenomen.

Vraag 9:

Welk beeld heeft het college van de opstelling van de omwonenden in relatie tot de bouwplannen?

Antwoord 9:

Het staat elke omwonende vrij om zijn of haar belangen en zorgen naar voren te brengen; dat is wat in deze casus gebeurt, waarbij omwonenden de initiatiefnemer hebben benaderd met een alternatief planontwerp.

Vraag 10:

Hebben de omwonenden gemotiveerde alternatieven aangedragen en wat is de reactie van de initiatiefnemer hierop?

PAGINA

3 van 6

Schriftelijke vragen

Antwoord 7:

Wij hebben kennis van meerdere contactmomenten tussen initiatiefnemer en omwonenden, zowel per briefcorrespondentie als via fysieke overlegmomenten, waarbij de inhoud en vormgeving van de plannen onderwerp van gesprek was. Op basis van het aantal overleggen en de openheid van de gesprekken beschouwt het college dit als goed overleg tussen initiatiefnemer en omwonenden.

DATUM

16 mei 2023

Antwoord 10:

Bewoners hebben een rapport opgesteld “stedenbouwkundige inpassing bebouwing locatie De Stuers Maastricht d.d. 28 maart 2023”. De inhoud van dit rapport is ook toegelicht aan de initiatiefnemer.

De initiatiefnemer heeft hierop aangegeven middels een schrijven geen aanknopingspunten te kunnen vaststellen welke hij zou kunnen toepassen in het eigen stedenbouwkundig ontwerp.

Vraag 11:

Wat vindt het college en wat vindt de welstandscie.…

Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen - GroenLinks - Bouwplannen op lokatie Stuersgebouw Kruisherengang - 16 mei 2023

Bron: raadsinformatie van de gemeente Maastricht (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Maastricht

Alle artikel 35-vragen in Maastricht