Schriftelijke vragen - Liberale Partij Maastricht - IHP vervolgvragen - 4 februari 2025
Een raadslid stelde op 25 februari 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Maastricht (1 vragen).
In het kort
1 vragen en wat het college antwoordt
- In geval van blokkade of sluiting van een deel of de gehele Koning Willem Alexander tunnel (oftewel A2 tunnel in Maastricht) maakt het verkeer op de A2 gebruik van de… → 4.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
BINNENGEKOMEN TEAM POSTBEHANDELING EN ARCHIVERING D.D. 04-02-2025 No. 2025.00442 Portefeuillehouder: Pas Team: Beleid Jeugd en Onderwijs Aan het college van B&W van Maastricht Postbus 1992 6201 BZ MAASTRICHT
Maastricht, 3 februari 2025 Betreft: Schriftelijke vragen - IHP vervolgvragen Geacht college,
Vragen en antwoorden
Vraag 1
In geval van blokkade of sluiting van een deel of de gehele Koning Willem Alexander tunnel (oftewel A2 tunnel in Maastricht) maakt het verkeer op de A2 gebruik van de Vijverdalseweg als alternatieve route. In hoeverre zijn deze verkeersstromen meegenomen in de Memo Verkeersonderzoek Bemelergrubbe van de Antea Group?
Antwoord van het college
4. Daarnaast had het Buurtcomité Scharn-Oost nog andere prangende vragen.
In het licht van de voorgenomen uitbreiding en herinrichting van de infrastructuur rondom de Bemelergrubbe, zijn serieuze knelpunten in de huidige mobiliteitsprognoses. Een kritische analyse bestrijkt de verkeersgeneratie, de effecten op fiets- en voetgangersstromen, de haalbaarheid van het openbaar vervoer en de parkeerproblematiek. Bovendien werpen wij specifieke vragen op omtrent de omvang van de geplande extra fietsparkeerplaatsen, die niet stroken met het officieel geprojecteerde leerlingenaantal.
Verkeersgeneratie
5. De memo (Memo Verkeersonderzoek Bemelergrubbe van de Antea Group van 08 oktober 2024) stelt dat de huidige situatie 108 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etmaal) betreft, waarvan 37 op basis van een schatting (Paragraaf 3.2 Bepaling verkeersgeneratie huidige situatie - zie blad 4).
Voor de toekomstige situatie wordt gerekend met een toename van 178 mvt/etmaal langs de Vijverdalseweg en 32 mvt/etmaal langs de Burgemeester Cortenstraat, wat leidt tot een totaal van 210 mvt/etmaal na uitbreiding – een stijging van 102 mvt/etmaal. De analyse maakt tevens een onderverdeling per school: Vmbo-havo: 132 mvt/etmaal VSO: 17 mvt/etmaal Terra Nigra: 28 mvt/etmaal, vermeerderd met 32 busbewegingen Wij constateren echter dat de memo, die uitgaat van de CROW-standaarden, te optimistische aannames hanteert. Zo blijkt dat in de praktijk de percentages leerlingen en personeel die met de auto komen vaak hoger liggen. Voor het Vmbo-havo, waarbij de memo uitkomt op 132 mvt/etmaal, is een realistischer bereik – mede door de minder optimale OV-dekking – eerder 180 tot 220 mvt/etmaal. Eveneens lijkt voor het VSO een hogere inzet van busjes en taxi’s te gelden, waardoor een bereik van 35 tot 50 mvt/etmaal aannemelijk is. Terra Nigra, met een bijzonder profiel, zou zelfs een verkeersgeneratie van 45 tot 60 mvt/etmaal kunnen genereren, waarbij de 32 busbewegingen mogelijk onderschat zijn. Wij schatten dat de totale verkeersgeneratie, op basis van realistische aannames, eerder tussen de 260 en 330 mvt/etmaal zal liggen – een onderschatting van circa 25 tot 50%.
6. Kunt u ingaan op alle argumenten die hier naar voren worden gebracht en een onderbouwing aanbrengen in uw antwoorden? Hoe gaat u dit oplossen en is het überhaubt op te lossen?
Fietsverkeer en Voetgangers De memo gaat ervan uit dat het merendeel van de scholieren met de fiets komt. Tegelijkertijd wordt al gewezen op een bestaand tekort aan fietsenstallingen bij Terra Nigra en VSO. Wij merken echter op dat de infrastructuur op de Bemelergrubbe nu al knelpunten kent, met name bij rotondes en kruispunten, waardoor de veiligheid van fietsers in het geding komt. Bij een verwachte instroom van ongeveer 1.500 extra leerlingen tijdens piekmomenten, zal het aandeel fietsers – zeker bij onvoldoende OV-dekking – waarschijnlijk substantieel hoger uitvallen dan aangenomen. Dit kan resulteren in honderden extra fietsers en voetgangers, wat de druk op trottoirs, fietsparkeerplaatsen en de algehele verkeersveiligheid verder vergroot.
7. Erkent u die problemen en hoe gaat u die knelpunten oplossen en kunt u de veiligheid van de leerlingen en de rest van het verkeer daar enigszins garanderen?
Openbaar Vervoer De memo veronderstelt impliciet dat het openbaar vervoer (OV) een voldoende alternatief biedt.
Echter, met bus 8 die slechts één keer per uur rijdt en bus 4 twee keer per uur, is de frequentie te laag voor een school met meer dan 1.500 leerlingen. Bij een te lage OV-dekking zal het gebruik van de auto en, in mindere mate, de fiets toenemen. Bovendien ontbreekt een concrete onderbouwing dat aanvullende OV-maatregelen worden getroffen om de piekuren adequaat te bedienen.
8. Wat gaat u regelen met Veolia opdat er voldoende OV is of laat u de situatie zo?
Parkeerproblematiek Voor het Vmbo-havo is in de memo 55 parkeerplaatsen voorzien, wat aansluit bij een berekende behoefte van 40 plus een correctiefactor van 5. In de praktijk gelden parkeernormen echter als minimale uitgangspunten. Er is dan ook ruime kans dat de werkelijke vraag, mede door zoekverkeer en dubbelgebruik (zoals bij sportactiviteiten en extra bezoekers), aanzienlijk hoger ligt. Daarnaast blijft de impact van extra parkeerdruk in de omliggende woonwijken onberekend, hetgeen kan leiden tot verkeerscongestie, onveilige situaties bij in- en uitrijden en negatieve effecten op de leefbaarheid. 9.
Hoe speelt u hierop in, of laat u de situatie zo?
Kritische Analyse van de behoefte aan fietsstallingen Een bijzonder zorgwekkend aspect is de planning van maar liefst 1.700 extra fietsstallingen. Dit cijfer lijkt er impliciet op te wijzen dat niet slechts 1.350 leerlingen (het officiële aantal) verwacht worden, maar dat het werkelijke leerlingenaantal eerder richting de 2.000 zal liggen. Deze discrepantie roept de volgende vragen op: 10. Discrepantie tussen leerlingenaantal en fietsparkeercapaciteit a.Waarom wordt voor een school met officieel 1.350 leerlingen een uitbreiding van 1.700 extra fietsstallingen gerealiseerd? b.Op welke empirische gegevens of trendanalyses is deze aanvullende capaciteit exact gebaseerd? c.Wordt de uitbreiding gezien als een toevoeging op de bestaande voorzieningen, of betreft het de totale stallingscapaciteit? d.Indien het leerlingenaantal daadwerkelijk op 1.350 blijft, impliceert een aanleg met meer dan één fietsstalling per leerling dat in de praktijk met een veel hoger aantal leerlingen gerekend wordt.
11. Indirecte bevestiging van een hoger leerlingenaantal
a. Suggereert de omvang van de geplande fietsparkeerplaatsen niet dat men uitgaat van een aanzienlijk hoger leerlingenaantal, mogelijk richting de 2.000?
b. Hoe verklaart de gemeente dat de cijfers voor extra fietsparkeerplaatsen bijna 30% hoger liggen dan wat logisch zou zijn voor 1.350 leerlingen?
c. Wordt er rekening gehouden met een reservering voor toekomstige groei, en zo ja, wat is de verhouding tussen deze ingecalculeerde reserve en het huidige aantal?
d. Kan de wethouder garanties bieden dat het officiële leerlingenaantal niet later alsnog wordt opgeschroefd, gezien de omvangrijke infrastructuuraanpassingen?
12. Verkeers- en parkeerstromen: onderbouwing of strategische verdraaiing? a.Hoe sluit de berekening van de extra fietsenstallingen exact aan bij de berekeningen van de motorvoertuig- busgeneratie? b.Wordt er in het mobiliteitsplan evenwichtig rekening gehouden met zowel de toegenomen parkeerbehoefte voor auto's als met de extra fietsstromen, of wordt er selectief gerekend om parkeerproblemen in woonwijken te bagatelliseren? c.Is er een gedetailleerde onderbouwing van de aannames omtrent het gebruik door docenten, sporters en bezoekers? Hoe realistisch is de veronderstelling dat zij massaal de fiets nemen in plaats van met de auto te komen?
13. Transparantie en betrouwbaarheid van de cijfers a.Zijn de cijfers voor het verwachte leerlingenaantal en de bijbehorende vervoersstromen gevalideerd door een onafhankelijk bureau, of berusten ze uitsluitend op interne aannames van de gemeente en het schoolbestuur? b.Waarom wordt in de memo gesproken over een “beperkte groei” terwijl de fysieke infrastructuur duidelijk is ontworpen voor een veel hoger aantal leerlingen? c.Kan de wethouder schriftelijk garanderen dat het uiteindelijke leerlingenaantal niet later alsnog wordt opgeschroefd?
d. Garandeert u dat het NOVO niet terugkomt naar de Bemelergrubbe?
14. Alternatieve verklaringen en tegenargumenten, gelieve hier op in te gaan: a.Er wordt soms aangevoerd dat de extra fietsstallingen ook bedoeld zijn voor sporters en bezoekers. Echter, sportfaciliteiten worden primair buiten schooltijden gebruikt, terwijl tijdens schooltijden de fietsenstallingen cruciaal zijn. b.Ook wordt er gesproken over het inbouwen van extra ruimte voor toekomstige flexibiliteit. Indien flexibiliteit inderdaad de intentie is, impliceert dit juist dat er op termijn een veel hoger leerlingenaantal verwacht wordt. c.Tot slot wordt gesteld dat de bestaande fietsenstallingen niet aan de norm voldoen, maar een dergelijke tekortkoming zou slechts een bescheiden uitbreiding rechtvaardigen – zeker niet een toename van 1.700 plekken.
Specifieke vragen over de memo: Methodologie en Uitgangspunten
15. Gebruikte verkeersmodellen a.Welk verkeersmodel is exact toegepast voor de berekening van de verkeersgeneratie? Geef een gedetailleerd overzicht van de onderliggende aannames 18a.en licht toe op de validatie van deze aannames met recente, real-time verkeersmetingen. b.Hoe zijn seizoensgebonden en dagelijkse variaties kwantitatief verwerkt in de prognoses?
Wordt er onderscheid gemaakt tussen piek- en daluren en welke data zijn daarvoor gebruikt? c.Het lijkt erop dat bij de bepaling van de verkeersgeneratie voor de huidige en de toekomstige situaties geen rekening is gehouden met de leerlingen van Adelante. Waarom is er niet gekeken naar de verkeersgeneratie m.b.t. Adelante?
Toekomstige verkeersgroei 17a.De memo stelt dat een toename van 70 motorvoertuigen per etmaal ”verwaarloosbaar” is. Is deze toename vergeleken met historische piekurenmetingen? Licht toe met concrete cijfers en de gehanteerde analysemethoden. b.Hoe worden toekomstige ontwikkelingen (zoals extra bebouwing, functiewijzigingen of nieuwe voorzieningen) meegenomen in de verkeersprognoses? Welke scenario’s zijn er gesimuleerd en hoe is de impact van deze ontwikkelingen op de verkeersstroom gekwantificeerd?
Fietsgebruik en veiligheid 1.Gezien de gevaarlijke situatie op de rotonde Bergerstraat/Vijverdalseweg, waar veel fietsers bij ongevallen betrokken zijn, is de vraag welke specifieke infrastructurele maatregelen (bijvoorbeeld herinrichting, verkeersdrempels of gescheiden fietspaden) zijn overwogen of getest om de veiligheid voor scholieren en fietsers te verbeteren? Zijn er al simulaties of voorlopige resultaten beschikbaar?
Verkeersveiligheid en Knelpunten Rotondes en ongevallen 19a.Op de rotonde Bergerstraat/Vijverdalseweg blijkt uit de cijfers dat 10 van de 13 ongevallen fietsers betroffen. Welke concrete infrastructuurmaatregelen (bijv. herinrichting, extra verkeersdrempels) zijn geëvalueerd om deze hoge incidentie te reduceren? Geef tevens een inschatting van de verwachte effectiviteit van deze maatregelen. b.Hoe is vastgesteld dat de overige wegen rondom de Bemelergrubbe als “verkeersveilig” kunnen worden beschouwd, ondanks melding van het dubbelgebruik van fietsstroken door auto's? c.Welke criteria en onafhankelijke analyses ondersteunen deze beoordeling?
Schoolroutes en conflictpunten 20a.Aangezien een groot deel van de leerlingen via de Scharnerweg en Wethouder van Caldenborghlaan naar school fietst, waar auto's met 50 km/u langsrijden en parkeren, is de vraag welke maatregelen (zoals snelheidsverlaging of fysieke afscheidingen) zijn overwogen of gepland om de veiligheid van fietsers te verhogen? b.Hoe wordt het risico van in- en uitstappend verkeer van auto's op schoolroutes systematisch aangepakt? Beschrijf de specifieke maatregelen en of hier een risicoanalyse voor is uitgevoerd.
Parkeerbehoefte en Realisme Onderbenutting van parkeernormen 21a.De berekening van de parkeerbehoefte sluit exact aan op de beschikbare capaciteit. Hoe is er rekening gehouden met de kloof tussen theoretische normen en de vaak hogere werkelijke vraag, zoals bij andere scholen is gebleken? Is er een veiligheidsmarge of correctiefactor toegepast in de berekeningen? b.Is er een analyse uitgevoerd waarin de impact van dubbelgebruik van parkeerplaatsen (door docenten, bezoekers en sporters buiten schooluren) wordt meegenomen?
c. Welke scenario’s zijn hiervoor gesimuleerd en wat waren de conclusies?
Parkeerdruk in woonwijken 22a.Hoewel wordt uitgegaan van eigen parkeervoorzieningen bij de scholen, is de vraag welke maatregelen (zoals fysieke barrières of vergunningensystemen) worden ingezet om te voorkomen dat bezoekers en scholieren in de woonwijken parkeren? b.Zijn er plannen om parkeerverboden of vergunningen in de omliggende woonwijken in te voeren? Wat is de haalbaarheid en handhavingsstrategie van dergelijke maatregelen?
Namens de Liberale Partij Maastricht Kitty Nuyts
Bron: raadsinformatie van de gemeente Maastricht (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.