Schriftelijke vragen - SP - Rekenkameronderzoek met de titel ‘Armoede en ongelijkheid in Maastricht’ d.d. 1 mei 2025 - 6 mei 2025
Een raadslid stelde op 27 mei 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Maastricht (12 vragen).
In het kort
12 vragen en wat het college antwoordt
- Herkent het college zich in de conclusie dat het armoedebeleid van Maastricht te versnipperd en weinig doelgericht is door het ontbreken van een helder middenkader… → Zo ja, op welke wijze wenst het college een en ander te verbeteren, met name op het gebied van de meetbaarheid van de effecten van het armoedebeleid, middels het beleidskader De Sociale…
- Waarom is er in de afgelopen jaren niet eerder en structureel gekozen voor een duidelijke koppeling tussen visie en uitvoering op het gebied van armoedebestrijding, en… → Een antwoord dat het abstractieniveau van de collegereactie op het rapport overstijgt, zou daarbij erg gewaardeerd worden.
- Is uw college bereid en voornemens om in het nieuwe armoedebeleid concreet meetbare doelen en prestatie-indicatoren op te nemen? → Zo ja, hoe zien deze er dan uit en op welke wijze zijn deze meetbaar?
- Is uw college voornemens om de regierol van de gemeente te versterken in plaats van een louter faciliterende rol in te nemen? → Zo ja, op welke wijze krijgt dat in de toekomst vorm?
- Hoe is uw college voornemens om ervoor te zorgen dat maatschappelijke partners, die het beleid momenteel grotendeels uitvoeren, beter ondersteund én aangestuurd worden? → De Rekenkamer constateert dat de gemeente momenteel slechts beperkt inzicht heeft in het daadwerkelijke bereik van de gemeentelijke regelingen.
- Hoe is uw college voornemens om ervoor te zorgen dat álle inwoners die op basis van de gemeentelijke regelingen recht hebben op ondersteuning, deze ook daadwerkelijk… → De Rekenkamer concludeert dat de sluiting van de gemeentelijke wijkservicepunten tot een verminderde toegankelijkheid van de gemeentelijke ondersteuning voor inwoners, met name voor degenen…
- Is het college bereid om opnieuw te investeren in fysieke locaties in de wijken, zoals wijkservicepunten, om de drempels die inwoners ervaren bij het vinden van hulp te… → Zo ja, op welke wijze krijgt een en ander vorm in het nieuwe beleid?
- Waarom was de eigen initiatiefkracht van deze groep (kwetsbare) inwoners de afgelopen jaren een van de uitgangspunten van het gemeentelijk beleid, en is uw college… → Zo ja, op welke wijze(n)?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
BINNENGEKOMEN TEAM POSTBEHANDELING EN ARCHIVERING D.D. 6 mei 2025 No. 2025.01580 Portefeuillehouder: Hoenderkamp Team: Beleid Sociale Zekerheid Aan het college van burgemeester en wethouders van Maastricht Postbus 1992 6201 BZ MAASTRICHT Maastricht, 5 mei 2025 Betreft: Schriftelijke vragen SP over het Rekenkameronderzoek met de titel ‘Armoede en ongelijkheid in Maastricht’ d.d. 1 mei 2025.
Geacht college, Op 1 mei 2025 ontving de gemeenteraad van Maastricht de aanbiedingsbrief van de Rekenkamer met daaraan gehecht het rapport ‘Armoede en ongelijkheid in Maastricht’. De SP heeft het rapport met veel belangstelling gelezen, en wenst de Rekenkamer hartelijk te danken voor haar inspanningen aangaande dit belangrijke thema.
De afgelopen decennia heeft Maastricht helaas te maken gehad met toenemende ongelijkheid en hardnekkige armoede. Zoals bekend, neemt onze stad ook landelijk bezien de derde plek in wanneer het gaat om segregatie en tweedeling op het gebied van de leefwerelden van onze inwoners. Het onlangs verschenen rekenkamerrapport bevestigt dat beeld en legt daarbij bovendien enkele stevige pijnpunten bloot in de gemeentelijke aanpak. Voor de SP springen vooral het gebrek aan heldere visie, Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s), en concrete doelen, de beperkte regierol van de gemeente, en het onvoldoende bereik van armoederegelingen eruit. Deze punten verdienen wat de SP betreft directe aandacht van uw college en vragen om snelle en effectieve verbeteringen.
Wat ook opvalt is dat de gemeente Maastricht zich volgens de Rekenkamer vooral als systeemverantwoordelijke opstelt en zich te weinig bemoeit met de concrete uitvoering. Hierdoor raken inwoners die hulp het hardst nodig hebben steeds vaker uit beeld. Bovendien leidt een en ander tot een verschuiving en verplaatsing van de eindverantwoordelijkheid voor het armoedebeleid. Het is pijnlijk om te zien dat ondanks de goede bedoelingen, de gemeente door haar eigen afstandelijkheid en gebrek aan actieve sturing kansen mist om kwetsbare inwoners echt vooruit te helpen. De SP vindt dat het college hierin duidelijk een stap naar voren moet zetten.
Ook blijkt dat de financiële keuzes uit het verleden geleid hebben tot verschraling van voorzieningen, zoals het sluiten van wijkservicepunten. Dit heeft de toegankelijkheid en effectiviteit van het beleid aantoonbaar verslechterd. Armoedebeleid vraagt juist om nabijheid, laagdrempelige toegang en actieve ondersteuning.…
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Herkent het college zich in de conclusie dat het armoedebeleid van Maastricht te versnipperd en weinig doelgericht is door het ontbreken van een helder middenkader waarin lange termijnvisie en uitvoering aan elkaar gekoppeld worden, met het liefst ook meetbare doelen?
Antwoord van het college
Zo ja, op welke wijze wenst het college een en ander te verbeteren, met name op het gebied van de meetbaarheid van de effecten van het armoedebeleid, middels het beleidskader De Sociale Basis dat voortvloeit uit het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA)?
Zo nee, waarom niet?
De Rekenkamer wijst erop dat de bestaande beleidsstructuur niet voorziet in een logische samenhang tussen visie en uitvoering. Hierdoor is het lastig om (bij) te sturen, te controleren, en om verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid, zowel aan de gemeenteraad als aan de stad in brede zin.
Vraag 2
Waarom is er in de afgelopen jaren niet eerder en structureel gekozen voor een duidelijke koppeling tussen visie en uitvoering op het gebied van armoedebestrijding, en op welke concrete wijze(n) is uw college voornemens om daar in De Sociale Basis verbetering in te brengen?
Antwoord van het college
Een antwoord dat het abstractieniveau van de collegereactie op het rapport overstijgt, zou daarbij erg gewaardeerd worden.
Zoals eerder gesteld, maakt het ontbreken van Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s) het volgens de Rekenkamer moeilijk – zo niet onmogelijk – om de effectiviteit en doelmatigheid van het armoedebeleid te evalueren.
Vraag 3
Is uw college bereid en voornemens om in het nieuwe armoedebeleid concreet meetbare doelen en prestatie-indicatoren op te nemen?
Antwoord van het college
Zo ja, hoe zien deze er dan uit en op welke wijze zijn deze meetbaar? Zo nee, waarom niet?
Volgens de Rekenkamer mist de gemeente regie en laat zij te veel over aan de maatschappelijke partners, en zij beveelt de gemeente aan om weer meer regie te nemen bij de uitvoering van het armoedebeleid, en zich niet slechts als systeemverantwoordelijke te beschouwen.
Vraag 4
Is uw college voornemens om de regierol van de gemeente te versterken in plaats van een louter faciliterende rol in te nemen?
Antwoord van het college
Zo ja, op welke wijze krijgt dat in de toekomst vorm? Zo nee, waarom niet?
Ook wordt uit het rapport duidelijk dat maatschappelijke partners te weinig sturing vanuit de gemeente ervaren, en dat zij vaak gemeentelijke ondersteuning bij de uitvoering van hun taken missen. Dit blijkt volgens de Rekenkamer bijvoorbeeld uit het thema beschermingsbewind: ‘Hoewel het Convenant Beschermingsbewind handvaten biedt voor de gemeente om regie te voeren op bewindvoerders, ervaren de partners dat deze regie niet wordt opgepakt. Ook het netwerk Samen uit de Min kent eenzelfde knelpunt.’(p. 15).
Vraag 5
Hoe is uw college voornemens om ervoor te zorgen dat maatschappelijke partners, die het beleid momenteel grotendeels uitvoeren, beter ondersteund én aangestuurd worden?
Antwoord van het college
De Rekenkamer constateert dat de gemeente momenteel slechts beperkt inzicht heeft in het daadwerkelijke bereik van de gemeentelijke regelingen. Hierdoor bestaat het risico dat (veel) inwoners die een steuntje in de rug kunnen gebruiken – en daar bovendien ook recht op hebben – momenteel niet optimaal gebruik maken van die regelingen.
Vraag 6
Hoe is uw college voornemens om ervoor te zorgen dat álle inwoners die op basis van de gemeentelijke regelingen recht hebben op ondersteuning, deze ook daadwerkelijk krijgen?
Antwoord van het college
De Rekenkamer concludeert dat de sluiting van de gemeentelijke wijkservicepunten tot een verminderde toegankelijkheid van de gemeentelijke ondersteuning voor inwoners, met name voor degenen die het meest kwetsbaar zijn. Volgens het rapport is de gemeente door deze sluitingen op grotere afstand komen te staan van haar inwoners.
Vraag 7
Is het college bereid om opnieuw te investeren in fysieke locaties in de wijken, zoals wijkservicepunten, om de drempels die inwoners ervaren bij het vinden van hulp te verlagen?
Antwoord van het college
Zo ja, op welke wijze krijgt een en ander vorm in het nieuwe beleid? Zo nee, waarom niet?
Blijkens het rapport is de toegang tot hulp en ondersteuning in onze gemeente nog steeds (te) sterk afhankelijk van het eigen initiatief van inwoners, terwijl juist veel mensen in armoede deze stap niet kunnen of durven zetten.
Vraag 8
Waarom was de eigen initiatiefkracht van deze groep (kwetsbare) inwoners de afgelopen jaren een van de uitgangspunten van het gemeentelijk beleid, en is uw college voornemens om een en ander anders vorm te geven in het nieuwe beleid?
Antwoord van het college
Zo ja, op welke wijze(n)? Zo nee, waarom niet?
In plaats van directe financiële ondersteuning werkte de gemeente tot op heden voornamelijk met cadeaukaarten en tussenpersonen, wat volgens de Rekenkamer het gevoel van eigenaarschap en autonomie bij inwoners aantast. Ook onderzoek van het Instituut voor Publieke Economie laat zien dat het geven van geld, in plaats van hulp in natura zoals cadeaubonnen, efficiënter is. Dit omdat geld de autonomie en vrijheid van de ontvanger vergroot, mensen zelf vaak beter weten wat hun behoeften zijn, en er minder stigma op rust.
Vraag 9
Is uw college bereid en voornemens om deze praktijk te herzien en inwoners meer keuzevrijheid en verantwoordelijkheid te geven, bijvoorbeeld door het direct uitkeren van geld in plaats van cadeaubonnen?
Antwoord van het college
Zo ja, op welke wijze ziet dit er in de toekomst uit? Zo nee, waarom niet?
In het rapport worden een aantal mislukte pilots genoemd, zoals de app Geldwijzer Maastricht. Deze worden door de Rekenkamer aangehaald als voorbeelden van ongerichte beleidsvoering.
Vraag 10
Welke lessen trekt uw college uit het eerdere falen van pilots als de Geldwijzer Maastricht, en hoe voorkomen we dat nieuwe, gelijksoortige initiatieven opnieuw stranden zonder structureel resultaat?
Antwoord van het college
De inkomensgrens van 110 procent van het sociaal minimum, die de gemeente Maastricht voor de toegang tot veel regelingen uit het armoedebeleid hanteert, is blijkens het Rekenkamerrapport relatief streng, zeker in vergelijking met andere gemeenten.
Vraag 11
Is het college bereid om de inkomensgrens voor toegang tot armoederegelingen te verruimen, bijvoorbeeld tot 130 procent, zoals veel andere gemeenten in Nederland die hanteren, zodat minder mensen tussen wal en schip blijven vallen?
Antwoord van het college
Zo ja, wanneer kan de gemeenteraad daartoe een raadsvoorstel tegemoet zien? Zo nee, waarom niet?
Het rapport van de Rekenkamer laat zien dat de inzet van ervaringsdeskundigen in het armoedebeleid momenteel onvoldoende is. Hoewel de gemeente erkent dat het betrekken van mensen met eigen ervaring met armoede waardevolle inzichten kan opleveren, ontbreekt het aan een structurele en systematische aanpak om deze ervaringskennis daadwerkelijk te integreren in beleidsvorming en uitvoering. Dit betekent dat het beleid mogelijk niet volledig aansluit bij de behoeften en realiteiten van de doelgroep. Ook auteur en onderzoeker Tim ’S Jongers roept al jarenlang op tot een structurele inzet van ervaringsdeskundigen bij de vormgeving en uitvoering van (armoede)beleid.
Vraag 12
Op welke wijze betrekt het college ervaringsdeskundigen en mensen in armoede structureel bij het opstellen en evalueren van het nieuwe armoedebeleid, en uiteindelijk ook bij de evaluatie van de uitvoering van dat beleid?
Antwoord van het college
Het zou ontzettend gewaardeerd worden als deze vragen beantwoord kunnen worden voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van het Rekenkamerrapport tijdens de domeinvergadering Sociaal van 13 mei aanstaande. Alvast hartelijk dank voor uw inspanningen daartoe.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Maastricht (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.