6 januari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Medemblik

Raadsvragen VVD Bewoning flexwoningen Andijk en naleving voorwaarden groenblijvende haag (1)

Een raadslid stelde op 6 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Medemblik.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Beantwoording vragen raadsleden Nummer

DOC-26-1143217

Zaaknummer

Z-25-594823

Datum waarop de vraag is gesteld:

6 januari 2026

Fractie:

VVD

Raadslid:

A. Meester

Afdeling

Ruimte

Onderwerp

Raadsvragen VVD Bewoning flexwoningen Andijk en naleving voorwaarden groenblijvende haag Jeroen Broeders

Portefeuillehouder Termijn beantwoording is 30 dagen 1.

Handhaving eerdere toezeggingen In uw beantwoording van mijn raadsvragen d.d. 21 januari 2025 heeft u op vraag 5 aangegeven: “Het college heeft met de initiatiefnemer de verplichting afgesproken dat zij een haag aanbrengen tussen de woningen en de daaraan grenzende agrarische gronden.

Ook is de initiatiefnemer verplicht om deze haag in stand te houden. Als de initiatiefnemer niet kan voldoen aan deze verplichting is bewoning niet toegestaan.” Op vraag 6 gaf u aan dat: “Door toepassing van een groenblijvende haag een drift reducerende werking wordt bereikt, waardoor vrijwel uitgesloten kan worden dat gewasbeschermingsmiddelen bij de flexwoningen terechtkomen.” Aangezien de vereiste groenblijvende haag nog steeds niet is gerealiseerd, luidt de vraag:

Is het college, en in het bijzonder de wethouder, voornemens om hierop te handhaven en bewoning van de flexwoningen niet toe te staan zolang niet aan deze voorwaarde is voldaan?

antwoord

Zoals u in uw vraag al aangeeft is de verplichting afgesproken dat de initiatiefnemer een haag aanbrengt tussen de woningen en de daaraan grenzende agrarische gronden en deze in stand houdt. Dit is ook als voorwaarde gesteld in de verleende vergunning. Het Grootslag heeft derhalve een haag laten aanplanten, hiervan heeft Het Grootslag aangegeven dat deze haag door derden is afgeknipt en daardoor nog niet de gewenste hoogte heeft bereikt.

Wij gaan er vanuit dat er alsnog aan deze voorwaarde voldaan zal worden, anders is handhaving inderdaad aannemelijk.

2.

Precedentwerking spuitzonebeleid In het door u aangehaalde locatie-specifieke onderzoek wordt geconcludeerd dat een groenblijvende haag ervoor zorgt dat gewasbeschermingsmiddelen de woningen niet bereiken.

Kan hieruit worden geconcludeerd dat bij andere bouwlocaties, waar een vergelijkbare groenblijvende haag wordt toegepast, eveneens kan worden afgeweken van de gebruikelijke spuitzone van 50 meter?

Zo ja, hoe verhoudt dit zich tot het bestaande gemeentelijke en landelijke beleid?

Antwoord

Er is momenteel geen landelijk of gemeentelijk beleid over de aan te houden afstanden tussen een perceel met een gevoelige functie en een perceel waar gespoten mag worden met gewasbeschermingsmiddelen. Er zijn momenteel alleen landelijke regels over de toelating van gewasbeschermingsmiddelen, over driftreducerende spuittechnieken, niet spuiten bij bepaalde windsnelheden en een bepaalde afstand behouden tot het wateroppervlak.

Momenteel heeft de rechtspraak bepaald dat een afstand van 50 meter tot de spuitzone aanvaardbaar is. Een kortere afstand is volgens de rechtspraak mogelijk als aan het hanteren van een kortere afstand een deugdelijke motivering ten grondslag wordt gelegd middels een locatie specifiek onderzoek. Dit betekent dat per geval door een deskundigenbureau moet worden beoordeeld of een korter afstand op die specifieke plaats mogelijk is en zo ja, onder welke voorwaarden.

Dit specifieke onderzoek heeft dus niet per definitie precedentwerking op andere gevallen, nu elk geval een eigen op de locatie toegesneden onderzoek nodig heeft bij het afwijken van de 50 meter afstand tot de spuitzone.

3.

Inzage locatie-specifiek onderzoek U verwijst in uw beantwoording naar een locatie-specifiek onderzoek, waarvan wordt gesteld dat geen aanvullende maatregelen nodig zijn en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Kunt u dit specifieke rapport/onderzoek – waarvan ik aanneem dat dit (mede) is opgesteld door of gebaseerd op richtlijnen van het RIVM – aan de raad verstrekken?

Antwoord

Ja, zie bijgevoegd het uitgevoerde locatie-specifiek onderzoek. .

Documentnummer: DOC-26-1143217

2 van 2

Bekijk de brief: Beantwoording Raadsvragen VVD Bewoning flexwoningen Andijk en naleving voorwaarden groenblijvende haag (1)

Bron: raadsinformatie van de gemeente Medemblik (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Medemblik

Alle artikel 35-vragen in Medemblik