9 februari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Medemblik

voormalige vuilstort Westwoud

Een raadslid stelde op 9 februari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Medemblik (2 vragen).

In het kort

2 vragen en wat het college antwoordt

  • Is het college op de hoogte van de lopende rechtszaak die Stichting Ouderen Netwerk West-Friesland samen met andere partijen tegen de Nederlandse Staat heeft… → antwoord
  • Waarom hebben de betrokken gemeentebesturen ervoor gekozen het beheer van de oude vuilstort in Westwoud over te dragen aan Bodemzorg, zonder eerst de uitspraak van de… → 3.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Is het college op de hoogte van de lopende rechtszaak die Stichting Ouderen Netwerk West-Friesland samen met andere partijen tegen de Nederlandse Staat heeft aangespannen, en van de uitspraak die op 11 februari 2026 wordt verwacht?

Antwoord van het college

antwoord

Vraag 2

Waarom hebben de betrokken gemeentebesturen ervoor gekozen het beheer van de oude vuilstort in Westwoud over te dragen aan Bodemzorg, zonder eerst de uitspraak van de rechtbank af te wachten, terwijl deze uitspraak mogelijk grote financiële gevolgen heeft?

Antwoord van het college

3. Welke financiële risico’s ziet het college voor de gemeente(n) indien de rechtbank oordeelt dat volledige PFAS-sanering noodzakelijk is? Antwoord 4. Antwoord Is het college bekend met het scenario dat Bodemzorg een aparte BV opricht voor deze locatie en deze mogelijk failliet laat gaan bij een voor hen ongunstige uitspraak, waardoor de saneringskosten alsnog bij de gemeenten terechtkomen? 5. Welke garanties zijn contractueel vastgelegd om te voorkomen dat toekomstige saneringskosten alsnog volledig op de gemeenten worden afgewenteld? Antwoord 6. Hoe verhoudt het bedrag van circa 13 miljoen euro, dat nu wordt genoemd als afkoop voor dertig jaar beheer, zich tot de mogelijke kosten van volledige sanering zoals die uit rapportages (onder andere Terrascan) naar voren komen? Antwoord 7. Hoe beoordeelt het college de kritiek uit de rapporten van Terrascan, waarin wordt gesteld dat Bodemzorg andere, minder wenselijke richtlijnen hanteert en waarin in het rapport van 2025 meerdere vraagtekens onbeantwoord blijven? Antwoord 8. Waarom is Stichting Ouderen Netwerk West-Friesland, ondanks hun langdurige betrokkenheid sinds 2018, niet structureel meegenomen in het besluitvormingsproces rondom deze vuilstort? Antwoord 9. Op welke wijze geeft het college invulling aan zijn wettelijke verantwoordelijkheid voor de volksgezondheid, met name gezien de zorgen over PFAS en het verhoogde aantal kankergevallen in Westwoud en Oosterblokker? Antwoord 10. Is het college bereid het voorliggende raadsvoorstel aan te houden totdat de uitspraak van de rechtbank op 11 februari 2026 bekend is, zodat besluiten kunnen worden genomen op basis van volledige en actuele informatie? Antwoord 11. Waarom is er destijds niet gekozen voor aanvullend onderzoek zoals door Terrascan is aanbevolen, terwijl dit was afgesproken en dit onderzoek meer duidelijkheid had kunnen verschaffen. Antwoord 12. P 15. Ten aanzien van het normale gebruik als golfbaan wordt aanvullend onderzoek niet noodzakelijk geacht. Indien substantieel graafwerk in de bovenste meter van de deklaag gaat plaatsvinden overweeg dan aanvullend onderzoek naar de kwaliteit van de deklaag op de graaflocatie inclusief asbest en PFAS. Voor graafwerk dieper dan de bovenste meter geldt deze aanbeveling voor het volledige pakket parameters Documentnummer: DOC-26-1157725 2 van 4 Wat wordt wel of niet met deze aanbeveling gedaan. Wordt dit opgenomen in de afkoopregeling. Antwoord 13. P 16. Laat een einddocument monitoring opstellen met een volledig overzicht van alle meetreeksen en met voor alle in het verleden onderzochte parameters inclusief PFAS een volledige onderbouwing waarom de monitoring van het grondwater hierop beëindigd kan worden. Neem in dit document ook waarden op voor de beoordeling van watermonsters van de VOPO-pompen en de persleiding, waarbij aangenomen moet worden dat de huidige stabiele situatie mogelijk niet meer stabiel is en er aanleiding is om toch opnieuw grondwater te gaan bemonsteren. Wat wordt wel of niet met deze aanbeveling gedaan. Antwoord 14. P 16. Laat een voorlopige risicobeoordeling op PFAS uitvoeren die bestaat uit de volgende stappen: o Opstellen conceptueel model (“praatplaat”), gericht op bron -> pad -> receptor relaties en kennishiaten voor PFAS op en rondom deze locatie. o Inventarisatie theoretisch mogelijke blootstellingsroutes. o Identificatie relevante blootstellingsroutes en uitsluitbare blootstellingsroutes. o Toetsing relevante blootstellingsroutes aan risicogrenzen. Op basis van de uitslag van de voorlopige risicobeoordeling kan vervolgens beter onderbouwd en gecommuniceerd worden dat wel/geen sprake is van onaanvaardbaar risico ten aanzien van PFAS. Wat wordt wel of niet met deze aanbeveling gedaan. Antwoord 15. Uit de samenvatting: Het advies is om een einddocument op te stellen met een volledig overzicht van alle meetreeksen en een onderbouwing voor het beëindigen van de grondwatermonitoring, inclusief PFAS. Wat wordt er wel of niet met dit advies gedaan. Antwoord 16. Aanbevolen wordt om een voorlopige risicobeoordeling op PFAS uit te voeren. Deze omvat de volgende stappen: o Een conceptueel model gebaseerd op bron->pad>receptor; o inventarisatie van blootstellingsroutes; o toetsing relevante blootstellingsroutes aan risicogrenzen. Hierdoor kan beter onderbouwd en gecommuniceerd worden of er sprake is van risico’s als gevolg van PFAS. Wat wordt er wel of niet met dit advies gedaan. Documentnummer: DOC-26-1157725 3 van 4 Antwoord 17. Sec. Opinion deel 1 p 9. In berekening van doelvermogen wordt voor de onvoorziene kosten vaak een percentage tussen 5 en 10% aangehouden. De combinatie van financieel en algemeen is daarmee in lijn. • In voorgaande paragraaf is reeds aangegeven dat een risicobedrag voor niet voorzienbare risico’s niet gebruikelijk is. • De onvoorziene kosten in percentage zijn genomen over de geplande werkzaamheden, inclusief het risico. Dit lijkt risico op risico te zijn. Voorgesteld wordt om de percentages financieel en algemeen onvoorzien over de NCW van de werkzaamheden te berekenen. Wordt er iets met deze opmerkingen gedaan? Wat wel, wat niet en waarom wel of niet? Antwoord 17. Sec. Opinion deel 1 p 10. In berekening van doelvermogen wordt voor de onvoorziene kosten vaak een percentage tussen 5 en 10% aangehouden. De combinatie van financieel en algemeen is daarmee in lijn. • In voorgaande paragraaf is reeds aangegeven dat een risicobedrag voor niet voorzienbare risico’s niet gebruikelijk is. • De onvoorziene kosten in percentage zijn genomen over de geplande werkzaamheden, inclusief het risico. Dit lijkt risico op risico te zijn. Voorgesteld wordt om de percentages financieel en algemeen onvoorzien over de NCW van de werkzaamheden te berekenen. Wat wordt er gedaan met deze aandachtspunten? Antwoord Documentnummer: DOC-26-1157725 4 van 4

Bekijk de brief: Raadsvragen VVD inzake voormalige vuilstort Westwoud

Bron: raadsinformatie van de gemeente Medemblik (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Medemblik

Alle artikel 35-vragen in Medemblik