1 december 2022 · artikel 35-vragen · gemeente Meppel

1.15 Brief college - Beantwoording vragen raden Assen Hoogeveen en Meppel proces GKB 4 oktober 2022

Een raadslid stelde op 1 december 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Meppel (15 vragen).

In het kort

15 vragen en wat het college antwoordt

  • Wat bepaalt het tekort op de Begroting van de GKB? → De begroting wordt jaarlijks opgesteld door de GKB en ter besluitvorming aan de gemeentebesturen voorgelegd.
  • Waarom is er volgens het DB sprake van onrechtmatigheid? → Er wordt niet voldaan aan het criterium van quasi-inbesteden uit de Aanbestedingswet 2012 (art. 2.24b).
  • Waar staat dat je als GR niet in de verhouding van 80/20 diensten mag verrichten voor andere partijen? → Dat staat in de Aanbestedingswet 2012, Artikel 2.24b, onder lid b. 1. 2. 3.
  • Hoe is de verhouding in omzet tussen de GR -gemeenten en de DVO-gemeenten? → Het antwoord op bovenstaande vraag laat zien dat 80% van de omzet moeten worden gegenereerd door de GR-Gemeenten.
  • Hoe worden de percentages bepaald? → De percentages worden bepaald op basis van de omzet die door de drie GR-gemeenten gezamenlijk wordt gegenereerd en op basis van de omzet die door de DVO-gemeenten gezamenlijk worden…
  • Er wordt gesteld dat er 2 scenario’s zijn; stabilisatie of vervreemding. → Ontvlechting is een scenario, maar het DB heeft al in een vroegtijdig stadium besloten dit scenario niet verder uit te laten werken.
  • Is er al onderhandeld over het scenario vervreemding met partijen? → Er zijn geen onderhandelingen gevoerd.
  • Hoe verhouden de rollen van de gemeenteraad en de OR GKB zich tot elkaar? → De gemeenteraden oordelen over de deelname aan een verbonden partij.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN AAN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS (Art. 44 Reglement van Orde) Stellers:

Datum:

raden Assen, Hoogeveen en Meppel 4 oktober 2022

Beantwoording vragen raden Assen, Hoogeveen en Meppel proces GKB Aanleiding Dinsdagavond 4 oktober vond er een informatieve bijeenkomst plaats over de Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijke Kredietbank (GR GKB). Voor deze bijeenkomst waren de fracties van de gemeenteraden van de GR- gemeenten Assen, Hoogeveen en Meppel uitgenodigd. De bijeenkomst volgde op de toezegging die het Dagelijks Bestuur van de GR GKB heeft gedaan in de brief van 10 februari 2022.

Op 26 januari jl. heeft het DB een voorlopig voorgenomen besluit genomen om de activiteiten die de GKB uitvoert aan te gaan besteden in vorm van een Europese aanbesteding. Het zogeheten scenario vervreemding. Doel van de bijeenkomst op 4 oktober was om de raden van de GR-gemeenten te informeren over stand van zaken.

Tijdens de avond bleek dat de aanwezige fracties verschillende vragen hebben over het voorlopige voorgenomen besluit. Onderstaand heeft het DB deze vragen op een rij gezet en voorzien van antwoorden.

Vragen en antwoorden

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Wat bepaalt het tekort op de Begroting van de GKB?

Antwoord van het college

De begroting wordt jaarlijks opgesteld door de GKB en ter besluitvorming aan de gemeentebesturen voorgelegd. Het bestuur van de GR GKB ziet erop toe dat er een realistische begroting ligt. Dit sluit aan bij de manier van begroten, zoals we bij de drie gemeenten gewend zijn.

De afgelopen zeven jaar is er stelselmatig sprake geweest van incidentele tegenvallers in combinatie met een te optimistische begroting. Een en ander is ook verwoord in het onderzoeksrapport over de toekomst van de GKB, dat in september 2021 met de raden is gedeeld (onder geheimhouding). Uit dit rapport blijkt dat, naast het optimistisch begroten, de directie van de GKB niet in staat is gebleken de formatie af te stemmen op de fluctuaties in de omzet.

Vraag 2

Waarom is er volgens het DB sprake van onrechtmatigheid?

Antwoord van het college

Er wordt niet voldaan aan het criterium van quasi-inbesteden uit de Aanbestedingswet 2012 (art. 2.24b). In de WGR zijn hierover geen bepalingen opgenomen. De omzet die door de GKB voor de GR-gemeenten wordt gegenereerd is beduidend lager dan de vereiste 80%. Quasi-inbesteden mag alleen als er wordt voldaan aan dit zogeheten merendeel-criterium. Daarom is de inkoop van diensten bij de GKB door de accountant als onrechtmatig betiteld. Deze situatie wordt nu door de accountant nog gedoogd, in het licht van de plannen tot vervreemding. Uiteindelijk kan het niet voldoen aan deze vereiste leiden tot de verplichting om de diensten die de GKB uitvoert aan te besteden.

Daarmee zou de tweedelijns schuldhulpverlening uitgevoerd gaan worden door marktpartijen. Ook kan het leiden tot een afkeurende verklaring door de accountant op de jaarrekening van de gemeente.

Vraag 3

Waar staat dat je als GR niet in de verhouding van 80/20 diensten mag verrichten voor andere partijen?

Antwoord van het college

Dat staat in de Aanbestedingswet 2012, Artikel 2.24b, onder lid b.

1.

2.

3.

Artikel 2.24b zegt:

In afwijking van de artikelen 2.1 tot en met 2.6a is het bepaalde bij of krachtens deel 2 van deze wet niet van toepassing op overheidsopdrachten die door een aanbestedende dienst aan een andere rechtspersoon worden gegund, indien: o a. de aanbestedende dienst samen met andere aanbestedende diensten op die rechtspersoon toezicht uitoefent zoals op hun eigen diensten, o b. meer dan 80% van de activiteiten van de gecontroleerde rechtspersoon de uitvoering van taken behelst die hem zijn toegewezen door de controlerende aanbestedende diensten of door andere, door diezelfde aanbestedende diensten gecontroleerde rechtspersonen, en o c. er geen directe participatie van privékapitaal is in de gecontroleerde rechtspersoon, met uitzondering van vormen van participatie van privékapitaal die geen controle of blokkerende macht inhouden, die vereist zijn krachtens nationale regelgeving welke verenigbaar is met het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en door middel waarvan geen beslissende invloed kan worden uitgeoefend op de gecontroleerde rechtspersoon.

Aanbestedende diensten worden geacht op een rechtspersoon gezamenlijk toezicht uit te oefenen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, indien: o a. de besluitvormingsorganen van de gecontroleerde rechtspersoon zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van alle deelnemende aanbestedende diensten, waarbij individuele vertegenwoordigers verscheidene of alle deelnemende aanbestedende diensten kunnen vertegenwoordigen, o b. deze aanbestedende diensten in staat zijn gezamenlijk beslissende invloed uit te oefenen op de strategische doelstellingen en belangrijke beslissingen van de gecontroleerde rechtspersoon, en o c. de gecontroleerde rechtspersoon geen belangen nastreeft die in strijd zijn met de belangen van de controlerende aanbestedende diensten.

Op het percentage, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, is artikel 2.24a, vierde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.

Vraag 4

Hoe is de verhouding in omzet tussen de GR -gemeenten en de DVO-gemeenten?

Antwoord van het college

Het antwoord op bovenstaande vraag laat zien dat 80% van de omzet moeten worden gegenereerd door de GR-Gemeenten.

Op basis van de jaarrekening 2021 is de verhouding 41/59. Dat wil zeggen dat 41% van de omzet werd gegenereerd voor de GR-leden en 59% voor de DVO-gemeenten.

Deze berekening is gemaakt op basis van de verhouding van de omzet tussen GRgemeenten en DVO-gemeenten. Overige opbrengsten, die wel meetellen voor het activiteitencriterium, zijn buiten beschouwing gelaten. Bovenstaande verhouding geeft echter een goede indicatie, dat niet wordt voldaan aan het merendeelcriterium.

Vraag 5

Hoe worden de percentages bepaald?

Antwoord van het college

De percentages worden bepaald op basis van de omzet die door de drie GR-gemeenten gezamenlijk wordt gegenereerd en op basis van de omzet die door de DVO-gemeenten gezamenlijk worden gegenereerd.

Vraag 6

Er wordt gesteld dat er 2 scenario’s zijn; stabilisatie of vervreemding. Is ontvlechting ook een scenario?

Antwoord van het college

Ontvlechting is een scenario, maar het DB heeft al in een vroegtijdig stadium besloten dit scenario niet verder uit te laten werken. Dit scenario betekent dat iedere gemeente zelf de tweedelijns schuldhulpverlening gaat uitvoeren en het DB heeft gemeend juist in gezamenlijkheid toe te willen werken naar een rechtmatige en toekomstbestendige

uitvoering van de gemeentelijke taken in het kader van de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening.

Op basis van het onderzoeksrapport over de toekomt GKB, als vervolg op het onderzoek van Okkerse en Schop (2017), is een aantal scenario’s in kaart gebracht. Uit die scenario’s heeft het DB twee scenario’s gekozen voor nadere uitwerking: het scenario vervreemding en het scenario stabilisatie. De raad is hierover geïnformeerd door middel van een brief en het onderzoeksrapport (september 2021).

Het DB is van mening dat de huidige situatie met de GKB niet langer houdbaar is. De onrechtmatigheid dwingt ons naast de zorgelijke financiële situatie tot ingrijpen.

Daarbij staat voorop dat de dienstverlening aan onze inwoners gegarandeerd moet zijn en dat de belangen van de werknemers van de GKB op een goede manier geborgd worden. We werken toe naar een rechtmatige en toekomstbestendige oplossing.

Vraag 7

Is er al onderhandeld over het scenario vervreemding met partijen?

Antwoord van het college

Er zijn geen onderhandelingen gevoerd. In het kader van het scenario vervreemding is een marktverkenning gedaan, waarin met een aantal marktpartijen is gesproken. De raad is hierover geïnformeerd via de brief van het DB van 22 september 2021. Daarin staat: “Voor het scenario GR verzelfstandiging/vervreemding wordt door een externe adviseur op dit moment verkennende gesprekken gevoerd met potentiële overnamekandidaten”.

Vraag 8

Hoe verhouden de rollen van de gemeenteraad en de OR GKB zich tot elkaar?

Antwoord van het college

De gemeenteraden oordelen over de deelname aan een verbonden partij. Het finale besluit over liquidatie ligt dus bij de gemeenteraden. De OR heeft geen besluitvormende rol over het al dan niet opheffen van de GR GKB. We werken nauw samen met de OR in het belang van de medewerkers van de GKB. We realiseren ons heel goed dat het voor hen onzekere tijden zijn.

Vraag 9

Wat is de positie van de medewerkers GKB bij een vervreemding?

Antwoord van het college

De GKB is een rechtspersoon, in de zin van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. De medewerkers van de GKB zijn bij deze rechtspersoon in dienst.

De activiteiten die de GKB voor de GR-gemeenten uitvoert, kunnen ook door andere partijen worden uitgevoerd. De medewerkers van de GKB kunnen niet vervreemd worden. Bij een eventuele aanbesteding moet daarom aandacht zijn voor de (rechts)positie van de werknemers van de GKB.

Vraag 10

Hoe ziet de onderbouwing van het voorlopig besluit eruit?

Antwoord van het college

Het DB is met het voorgenomen voorlopig besluit niet over één nacht ijs gegaan. In februari 2021 is de raad geïnformeerd over de uitkomsten van een onderzoek naar de financiële situatie van de GKB. Op basis van dat rapport heeft het DB opdracht gegeven om twee scenario’s nader uit te werken te weten het scenario stabilisatie en het scenario vervreemding. Op basis van deze uitwerking heeft het DB in januari van dit jaar het voorlopige besluit genomen in te zetten op het scenario vervreemding.

Naast de problematische financiële situatie bestaat het probleem, dat er niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor quasi-inbesteden en dat de diensten in het kader van de tweedelijnsschuldhulpverlening dus aanbesteed zouden moeten worden. Daarmee is sprake van een onrechtmatige situatie.

Bovendien is de huidige constructie met drie GR-gemeenten, die commerciële diensten uitvoeren voor negen DVO-gemeenten voor het DB niet wenselijk en niet houdbaar.

Naast de onrechtmatigheid van deze constructie, voelt het DB voelt zich niet comfortabel bij het feit dat het risico dat hiermee gepaard gaat volledig bij de drie GR-gemeenten ligt.

Vraag 11

Hoe ziet u de rol van de raden in de besluitvorming?

Antwoord van het college

Formeel komt de raad op twee momenten in beeld. Dat is na het voorgenomen besluit van de drie colleges tot vervreemding van de activiteiten die door de GKB worden uitgevoerd (zienswijze) en bij het besluit om de GR te liquideren (de raad moet hiervoor toestemming verlenen aan het college). Het DB komt, voordat er een besluit wordt genomen over de vervreemding van de activiteiten van de GKB, met een brief aan de raden waarin het DB onder andere ingaat op het proces dat wordt doorlopen. Deze brief zal voor het einde van het jaar worden verstuurd. Tot die tijd zet het DB geen onomkeerbare stappen.

Vraag 12

Wat gebeurt er als twee raden een motie aannemen dat ze door willen gaan met de GR?

Antwoord van het college

In de GR is bepaald dat er een twee derde meerderheid nodig is om de GR op te heffen.

Dus als twee raden tegen het voorstel tot liquidatie stemmen, kan de GR niet geliquideerd worden. Wel kan een gemeente besluiten uit de GR te stappen. In dat geval zullen de gemeenten afspraken moeten maken over de voorwaarden waaronder dit kan plaatsvinden.

Vraag 13

Waarom is nu op dit moment deze bijeenkomst?

Antwoord van het college

Daarvoor zijn twee redenen: ten eerste is er in februari toegezegd de raden rond de zomer bij te praten. Ten tweede wilde het DB de nieuwe raden bijpraten over dit onderwerp, inclusief de historie en de huidige stand van zaken.

Vraag 14

Wat is er in de afgelopen acht maanden gebeurd?

Antwoord van het college

Het DB is de afgelopen maanden hard bezig geweest om het proces naar een volgend stadium te brengen. Nadat u in februari een brief heeft gehad van het vorige DB, is er echter een wisseling van colleges geweest. Het huidige DB heeft zich moeten inwerken op het dossier. Daarnaast heeft een zomerreces plaatsgevonden en heeft het proces rondom de directiewisseling van de GKB veel tijd gekost. Deze onderbrekingen hebben ertoe geleid dat we pas 4 oktober een gezamenlijk moment konden vinden om de fracties van de raden bij te praten.

Vraag 15

Hoe kijkt het DB aan tegen het verloop van het proces?

Antwoord van het college

Het is een complex proces. Het DB wil daarin de kwaliteit van dienstverlening aan de inwoners blijven garanderen. Tegelijkertijd probeert het DB zo goed mogelijk de juiste stappen en besluiten te nemen. Uiteindelijk willen we gezamenlijk een rechtmatige, toekomstbestendige en kwalitatieve oplossing vinden voor de uitvoering van de tweedelijns schuldhulpverlening door onze gemeenten.

Bekijk de brief: 1.15 Brief college - Beantwoording vragen raden Assen Hoogeveen en Meppel proces GKB 4 oktober 2022

Bron: raadsinformatie van de gemeente Meppel (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Meppel

Alle artikel 35-vragen in Meppel