bepaling in parapluberstemmingsplan - Bram de Buck (HVM)
Een raadslid stelde op 7 april 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Middelburg.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Commissie
Ruimte 7 april
Agendapunt
6
Onderwerp
Parapluplan Wonen te Middelburg
Vragensteller
Bram de Buck
Datum ingediend
07-04-2025
Datum beantwoording
09-04-2025
Vraag 1
Is het college bereid de onderstaande vette tekst te verwoorden in art 1.7 in het hoofdstuk Begrippen;
Op te nemen in de Staat van wijzigingen Het begrip "wonen" Om binnen de kaders van de jurisprudentie een gewenste invulling te kunnen geven aan het begrip “wonen”, moet een koppeling tot stand komen met het begrip “woning”. Zo wordt gerepareerd dat het wonen in een (bedrijfs- of tussen)woning, woonhuis of woongebouw mag, zolang er maar sprake is van de huisvesting van één (afzonderlijk) huishouden.
De bovenstaande reparatie biedt ook de kans om te regelen dat het wonen alleen voor permanente bewoning is. Daarmee kan ongewenst (verblijfs)recreatief gebruik in woningen als Air-bnb worden voorkomen, alsmede bewoning door arbeidsmigranten, tenzij daarvoor ontheffing is verleend.
Om sturing op ongewenste vormen van het wonen mogelijk te maken, worden de volgende begrippen aan de geldende bestemmingsplannen toegevoegd:
• a. wonen: het huisvesten van één (afzonderlijk) huishouden in een (bedrijfs- of tussen)woning, woonhuis of in een woning van een woongebouw, waarbij een (bedrijfs- of tussen)woning, woonhuis of een woning in een woongebouw uitsluitend mag worden gebruikt voor permanente bewoning;
• b. permanente bewoning: het gebruik van een (bedrijfs- of tussen)woning, woonhuis of een woning in een woongebouw als vaste woonplaats;
• c. vaste woonplaats: woonplaats van degene die op het betreffende adres staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie, het adres waar de post wordt bezorgd en waarbij tevens uit het geheel van feiten en omstandigheden blijkt dat het betreffende adres als zijn of haar centrale levensplaats fungeert.
Paraplubestemmingsplan Met een zogenaamd paraplubestemmingsplan is het mogelijk om de onderliggende bestemmingsplannen gedeeltelijk te herzien. Een parapluplan is daarmee een partiële herziening van meerdere bestemmingsplannen. Op één of meer aspecten worden de verschillende onderliggende bestemmingplannen met een paraplubestemmingsplan aangepast of aangevuld op een bepaald thema.
Voor het overige blijven de desbetreffende onderliggende bestemmingsplannen van kracht.
Antwoord
Nee, het is niet wenselijk om de onder a tot en met c vermelde definities op te nemen en wij zijn dan ook niet bereid om deze op te nemen in artikel 1.7. Wij adviseren om de voorgestelde definitie uit artikel 1.7 aan te houden. Wij overwegen hiertoe het volgende.
Wij hebben een specifieke planregeling opgesteld waarmee het doel van voorliggend paraplubestemmingsplan, namelijk het tegengaan van het gebruik van reguliere woningen voor kamerverhuur en huisvesting van meerdere huishoudens, genoegzaam kan worden bereikt. Deze regeling is ook goed handhaafbaar.
Zoals is opgemerkt in het raadsvoorstel, is in de begripsbepalingen van meerdere Middelburgse bestemmingsplannen geen definitie van het begrip ‘wonen’ opgenomen waardoor iedere vorm van wonen, zoals onzelfstandige bewoning en bewoning van een woning door meerdere huishoudens, rechtstreeks is toegestaan. Om dergelijke ongewenste woonvormen tegen te gaan is in de begripsbepalingen van voorliggend paraplubestemmingsplan zowel een definitie opgenomen van het begrip ‘wonen’ als het begrip
‘woning’. In het begrip ‘wonen’ is reeds een koppeling gemaakt met het begrip ‘woning’. Hierdoor is geborgd dat woningen alleen mogen worden gebruikt voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden of maximaal twee personen die geen gezamenlijk huishouden voeren.
Op basis van de huidige bestemmingsplannen, in combinatie met het nog vast te stellen paraplubestemmingsplan, kan handhavend worden opgetreden tegen bijvoorbeeld de recreatieve verhuur van een gehele woning (Airbnb) op een woonbestemming. Dit betreft namelijk geen woongebruik. Ook kan handhavend worden opgetreden tegen het gebruik van reguliere woningen voor kamerbewoning door arbeidsmigranten. In de voorgestelde planregeling is daartoe een concreet gebruiksverbod opgenomen.
Artikel 1.7 legt een koppeling met artikel 1.8 en hierin is al geborgd dat bijvoorbeeld een woonhuis en een tussenwoning onder het begrip ‘woning’ vallen. Het is niet raadzaam om een bedrijfswoning onder het begrip ‘wonen’ (in combinatie met woning) te scharen. In de bestaande bestemmingsplannen zijn namelijk reeds specifieke bouw- en gebruiksregels opgenomen voor bedrijfswoningen. Het is, gelet op de aard en inhoud van deze specifieke regeling, niet wenselijk om hierin wijzigingen aan te brengen. Voor een bedrijfswoning geldt namelijk een ander (ruimtelijk) regime dan voor een reguliere burgerwoning.
Voorts wijzen wij erop dat met de onder a tot en met c voorgestelde definities het gebruik van een reguliere woning als tweede woning niet langer wordt toegestaan. Een dergelijke regel zou dan voor het gehele grondgebied van de gemeente gaan gelden en er zijn geen ruimtelijk relevante argumenten te noemen om tweede woninggebruik nergens meer toe te staan. In het geval van tweede woninggebruik moet er conform het bestemmingsplan tevens sprake zijn van wonen. Er bestaat geen (ruimtelijke relevante) noodzaak om alleen nog permanent woongebruik toe te staan. Zoals wij al hebben aangegeven, kan tegen het gebruik van (tweede) woningen die louter worden gebruikt ten behoeve van Airbnb op grond van de huidige bestemmingsplannen, in combinatie met voorliggend paraplubestemmingsplan, handhavend worden opgetreden. Verder merken wij nog op dat de Huisvestingsverordening het aangewezen juridisch instrument is om gebieden aan te wijzen waarbinnen woningen niet als tweede woning mogen worden gebruikt. Vanuit het oogpunt van schaarste kan er namelijk wel behoefte zijn aan inperking van deze mogelijkheid. Het bestemmingsplan kent echter een ander motief, namelijk een goede ruimtelijke ordening.
Ons college heeft het vermoeden dat de onder a tot en met c vermelde definities afkomstig zijn uit een (paraplu)bestemmingsplan van een andere gemeente. Volledigheidshalve wijzen wij erop dat de omstandigheden, waaronder de al bestaande regelgeving, in de gemeente Middelburg niet dezelfde zijn als die in andere gemeenten. Reeds om deze reden zijn de genoemde definities niet bruikbaar voor de gemeente Middelburg.
Bekijk de brief: Beantwoording vragen over bepaling in parapluberstemmingsplan - Bram de Buck (HVM)
Bron: raadsinformatie van de gemeente Middelburg (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.