Eerste wijziging verordening Scheepvaartrechten 2025 (25-029 AB) - Harry van den Dool (FvD) - 15
Een raadslid stelde op 25 februari 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Middelburg.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Commissie
Algemeen Bestuur – 25 februari 2025
Agendapunt
15
Onderwerp
Eerste wijziging verordening Scheepvaartrechten 2025 (25-029 AB)
Vragensteller
Harry van den Dool (FvD)
Datum ingediend
17 februari 2025
Datum beantwoording
20 februari 2025
Toelichting
In de Programmabegroting 2025 lezen op blz. 109: Alle (…) heffingen voldoen aan het criterium, maximaal 100% dekking met uitzondering van de scheepvaartrechten (54%) en de marktgelden (48%). Voor de rioolheffing en de afvalstoffenheffing is wel gekozen maximaal 100% gekozen.
In het Normenkader 2024 (25-028 AB) lezen wij dat de Mededingingswet onderdeel is van het normenkader in het kader van de rechtmatigheidstoetsing? Met ingang van 1 juli 2012 is de Mededingingswet van toepassing voor overheidsorganisaties. Het doel van deze wet is om oneerlijke concurrentie door overheidsorganisaties met marktpartijen te voorkomen en om zo een gelijkwaardig speelveld te creëren. Deze schrijft voor dat bij economische activiteiten de integrale kosten van deze producten en diensten (inclusief winstopslag) doorberekend moeten worden aan de afnemers.
Opmerkingen:
We beperken ons hier tot de verordening Scheepvaartrechten 2025.
Vraag 1
Waarom wordt er voor de scheepvaartrechten, de marktgelden en de begrafenisrechten niet voor een kostendekkendheid van maximaal 100% kostendekkendheid gekozen?
Antwoord
De keuze om de scheepvaartrechten in Middelburg niet volledig kostendekkend te maken, is een bewuste beleidsbeslissing die voortkomt uit meerdere overwegingen.
Het Kanaal door Walcheren speelt een belangrijke rol in de economische infrastructuur van de regio. De kades in Middelburg worden beheerd door de gemeente, niet als commerciële onderneming, maar als openbare voorziening met een brede maatschappelijke doelstelling. Dit betekent dat de tariefstelling niet primair is gericht op maximale kostendekkendheid, zoals bij commerciële havens, maar op het ondersteunen van havengebonden bedrijven en logistieke processen.
Daarnaast vormen riviercruises een belangrijke toeristische inkomstenbron voor de stad. De toeristen die Middelburg via deze cruiseschepen bezoeken, leveren een economische impuls op voor de lokale middenstand, zoals winkels, horeca en culturele instellingen. Door de scheepvaartrechten relatief laag te houden, blijft Middelburg een aantrekkelijke bestemming en wordt de concurrentiepositie ten opzichte van andere steden en havens in de regio behouden.
Deze combinatie van economische, logistieke en toeristische belangen verklaart waarom de scheepvaartrechten niet op 100% kostendekkend niveau zijn vastgesteld. De indirecte baten voor de lokale economie en het ondernemersklimaat wegen mee in de afweging om de tarieven gematigd te houden.
Vraag 2
Wat is de rechtvaardiging dat er voor de scheepvaartrechten niet wordt uitgegaan bij de tariefstelling van de integrale kosten, zoals de mededingingswet dat voorschrijft?
Antwoord
De tariefstelling voor de scheepvaartrechten in Middelburg wijkt af van een volledige integrale kostenberekening, omdat de gemeente de kades beheert met een brede maatschappelijke doelstelling. Dit draagt bij aan economische activiteit en toerisme, zonder direct in concurrentie te treden met commerciële havens. Hierdoor wordt voldaan aan de doelstellingen van de Mededingingswet, terwijl tegelijkertijd een evenwichtige en duurzame havenfunctie wordt gewaarborgd.
Vraag 3
Is de Mededingingswet dan niet van toepassing op de scheepvaartrechten? Maar er is immers toch sprake van een economische activiteit waarbij de gemeente in concurrentie treedt met marktpartijen
(NV North Seaport).
Antwoord
De Mededingingswet is formeel van toepassing, maar vanwege de publieke functie van de haven in Middelburg, het ontbreken van directe concurrentie met NV North Sea Port en de bredere economische afwegingen, is een 100% kostendekkend tarief niet verplicht. De gemeente mag haar tariefstelling afstemmen op maatschappelijke belangen, zolang dit niet leidt tot oneerlijke concurrentie binnen een direct vergelijkbare markt.
Vraag 4
Heeft het college een oordeel in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording mbt verschillen in de mate van kostendekkendheid?
Antwoord
Nee, het college heeft geen oordeel in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording met betrekking tot verschillen in kostendekkendheid. De rechtmatigheidseis op dit gebied heeft uitsluitend betrekking op het niet overschrijden van de 100% kostendekking. Dit betekent dat de gemeente niet méér dan de integrale kosten mag doorberekenen, omdat dit zou neerkomen op het genereren van winst, wat in strijd zou zijn met regelgeving.
Voor de scheepvaartrechten geldt dat de huidige kostendekkendheid 54% bedraagt, wat ruim onder de grens van 100% ligt. Hierdoor is er geen sprake van een rechtmatigheidsprobleem op dit gebied. De gemeente heeft beleidsvrijheid om lagere tarieven te hanteren, zolang deze niet leiden tot oneerlijke concurrentie of marktverstoring binnen de kaders van de Mededingingswet.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Middelburg (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.