memo actieve informatie verlenen aanvullend mandaat bestuurscommissie IJZ - Marijn Dieleman GL-PvdA
Een raadslid stelde op 17 januari 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Middelburg.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Commissie
Maatschappelijke Zaken 17 januari 2024
Agendapunt
7f
Onderwerp
Memo actieve informatie verlenen aanvullend mandaat bestuurscommissie IJZ
Vragensteller
Marijn Dieleman (GroenLinks/PvdA)
Datum ingediend
17 januari 2024
Datum beantwoording
17 januari 2024
Toelichting
Het Rekenkamerrapport aanbeveling 1 wordt selectief/onvolledig weergegeven. Er staat voor de aanbeveling van geval C, op pag. 17 van het Rekenkamerrapport nog een belangrijke aanvulling/uitleg:
In geval van substantiële problemen, waarbij de continuïteit van jeugdbescherming en -reclassering in het geding is, is veelal tijdelijk maatwerk nodig. Dat vraagt ook om maatwerkafspraken met de raden. Denk aan tijdelijke intrekking van bevoegdheden van het college, of juist uitbreiding van bevoegdheden en in te zetten instrumenten om slagvaardig maatregelen te kunnen nemen. Het vraagt ook om een precisering van wanneer er sprake is van een substantieel probleem: dus wat is de ondergrens van continuïteit van jeugdbescherming en -reclassering? Wanneer over te gaan tot maatwerkafspraken?
Wat hierboven staat, strookt niet met het verstrekken op dit moment van een algemeen mandaat aan de Bestuurscommissie om ook in crisissituaties naar believen te handelen.
Vraag 1
Hoe ziet het college de uitleg van het Rekenkamerrapport over de situatie in geval C en het verstrekken van een algemeen mandaat aan de Bestuurscommissie voor crisissituaties die juist om maatwerk vragen?
Antwoord Na publicatie van het rekenkamerrapport is het landelijk draaiboek gepubliceerd waarin wordt ingegaan op de rollen en verantwoordelijkheden van opdrachtgevers, opdrachtnemers en de Jeugdautoriteit in relatie tot diverse signalen en continuïteitsrisico’s. Dit draaiboek dient als kader voor alle stakeholders in het jeugdstelsel waaronder jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen, gemeenten, jeugdautoriteit en inspecties. De precisering van de verschillende niveaus van continuïteitsrisico’s is in het draaiboek uiteengezet. Elke fase in het draaiboek kent een eigen stappenplan en een regievoerder. De regievoerder weegt af welke besluiten zij autoneem neemt, welke in overleg en welke na bestuurlijke afstemming en besluitvorming.
Vraag 2
De mandaatverlening lijkt een uitvloeisel van het Draaiboek Continuïteit Jeugdhulp, maar het memo wijkt af van het Draaiboek. Waarom is dat?
Antwoord
Het is ons niet duidelijk op welke punten het memo afwijkt van het draaiboek ‘Continuïteit Jeugdhulp’. Maar bij dreigende discontinuïteit van cruciale jeugdhulp is het draaiboek leidend. Het verleende mandaat aan de Bestuurscommissie heeft als doel dat er adequaat en rechtmatig gehandeld kan worden conform het draaiboek.
Vraag 3
Is het mogelijk om het Draaiboek Continuïteit Jeugdhulp aan de stukken toe te voegen?
Antwoord
Ja, zie bijlage.
Vraag 4
Kan niet volstaan worden met helder en duidelijk vast te stellen dat het Draaiboek integraal toegepast wordt vanaf het intreden van een zorgelijke situatie (trede 3) en daarbij IJZ aan te wijzen als Regievoerder volgens het Draaiboek?
Antwoord
De Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland wordt aangestuurd door de Bestuurscommissie waarin de dertien gemeenten zijn vertegenwoordigd. De Bestuurscommissie is onderdeel van de GR GGD maar een zelfstandig bestuursorgaan met eigen bevoegdheden. Hier ligt een bestuurlijke verantwoordelijkheid voor een dekkend aanbod van jeugdhulp in Zeeland. Om in crisissituaties snel te handelen is de bestuurscommissie gemandateerd om namens de colleges een bestuurlijk crisisteam in te stellen.
Vraag 5
Is er voorzien in een geschillenregeling als bedoeld in het Draaiboek bijvoorbeeld door de Jeugdautoriteit als scheidsrechter aan te wijzen?
Antwoord
Er is op landelijk niveau een Geschillencommissie Sociaal Domein ingesteld.
Vraag 6
Is het college beried om de raad te informeren zodra zich een zorgelijke situatie als bedoeld in hef Draaiboek voordoet?
Antwoord
In zorgelijke situaties is er altijd een regievoerder. De rol van de regievoerder is onder meer om eigenaarschap te nemen over de interne en externe communicatie. Om die reden vindt communicatie altijd in afstemming met de regievoerder en andere stakeholders plaats. Daarnaast vinden wij het belangrijk om zelf ook transparant en open te zijn naar de gemeenteraad wanneer wij zorgen hebben.
Vraag 7
Kan de digitale bijeenkomst van 6 februari worden omgezet in een fysieke bijeenkomst?
Antwoord
Het gaat om een raadsinformatiebijeenkomst op Zeeuws niveau. Wij hebben de wens om dit om te zetten naar een fysieke bijeenkomst al eerder onder de aandacht gebracht. We brengen uw wens om fysiek bij elkaar te komen op 6 februari opnieuw naar voren in de regio.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Middelburg (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.