8 april 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Middelburg

molen de Hoop Sint Laurens - Ad van de Kreeke (D66)

Een raadslid (D66) stelde op 8 april 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Middelburg.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Commissie

Ruimte – 8 april 2024

Agendapunt

4a

Onderwerp

Vragen over Molen de Hoop Sint Laurens

Vragensteller

Ad van de Kreeke (D66)

Datum ingediend

4 april 2024

Datum beantwoording

8 april 2024

Vraag 1

Staat het college nog steeds achter het standpunt , “het plan spreekt ons aan”, van 4 december 2019?

Antwoord

Zoals u in de beschikbaar gestelde stukken heeft kunnen lezen heeft het college het burgerinitiatief voor herstel en instandhouding van molen de Hoop sinds 2004 ondersteund.

Vraag 2

Bent u met ons van mening dat St. Laurens een volwaardige molen verdient in plaats van een stomp?

Antwoord

Het college is van mening dat St. Laurens een gerestaureerd en passend herbestemd rijksmonument verdient, het liefst een molen met kap en wieken.

Vraag 3

Bent u met ons van mening dat het College als bevoegd gezag, de wens van de inwoners van St. Laurens en van de gemeenteraad van Middelburg volgend, zich zou moeten inzetten dat deze plannen kunnen worden gerealiseerd?

Antwoord

In de vraag zit de suggestie opgesloten dat het college zich niet zou hebben ingezet voor de wens van inwoners van St. Laurens. Daarin herkent het college zich absoluut niet.

Vraag 4

Welke stappen heeft het College ondernomen om bij de minister een uitzonderingspositie te bepleiten? De molen heeft immers voor meer dan 200 jaar als een volwaardige molen gefungeerd en slechts 40 jaar als een gemankeerde stomp?

Antwoord

Allereerst wordt opgemerkt dat de molen sinds de brand in 1943 geen kap, wieken en omloop meer heeft en derhalve niet slechts 40 jaar maar reeds ruim 80 jaar de huidige verschijningsvorm heeft. Het molenrompcomplex is sinds november 2002 opgenomen in het rijksmonumentenregister, niet als molen maar als. ‘Romp van molen De Hoop een voormalige stellingmolen gebouwd in 1721 en na een brand in 1943 voorzien van een maalinstallatie; in de jaren '60 uitgebreid met een aangebouwd dienstgebouw/pakhuis’ Kosten voor reconstructie zijn echter in beginsel niet subsidiabel tenzij deze in uitzonderlijke gevallen naar het oordeel van de minister ter versterking van de monumentale waarden gewenst zijn. Die waarden zijn bij molenromp De Hoop gelegen in de afleesbaarheid van de ontwikkeling van het maalbedrijf en niet in de voormalige molen zelf waardoor van een uitzonderingspositie geen sprake is. Desondanks heeft de gemeente bij brief dd. 09-06-2020 (Bijlage 4 bij het feitenrelaas-tijdlijn document) aan de RCE verzocht de reconstructiekosten toch subsidiabel te stellen.

Vraag 5

Is het bestuursrechtelijk zuiver dat de RCE als adviseur dreigt, bij het niet opvolgen van het advies, op een andere wijze het handelen van het bevoegd gezag te blokkeren? Is in dat geval sprake van détournement de pouvoir? Wat is de mening van het College hierover?

Antwoord

Indien het college t.a.v. een te verstrekken omgevingsvergunning afwijkt van het advies van de RCE dient het college te motiveren waarom en op welke punten is afgeweken. Als door de te vergunnen plannen naar mening van de RCE de status van het monument in het geding komt kunnen zij de mogelijkheden van zienswijze en beroep inzetten. Van misbruik van bevoegdheid is dan ook geen sprake maar inzet van de wettelijke vervolgstappen volgt uit de zorg voor de instandhouding van cultuurhistorische waarden. Het toezien op die instandhoudingsverplichting is overigens een wettelijk taak van de gemeente.

Vraag 6

Opvallend is dat in veel documenten wordt aangegeven waarom het niet kan. Welke onderzoeken en inspanningen zijn gepleegd om het wel mogelijk te maken?

Antwoord

Reeds in 2014 heeft Erfgoed Advies Groen in opdracht van de gemeente een haalbaarheidsonderzoek naar herbestemming uitgevoerd. Daarna heeft periodiek overleg plaatsgevonden met deelname van o.m. de Ver.

De Hollandsche Molen en de RCE. Hieruit volgde een ‘studiedag’ waarna het comité een plan heeft uitgewerkt (ondersteund door externen) waarmee in 2020 een aanvraag is ingediend voor de provinciale subsidieregeling restauratie rijksmonumenten. Het verloop van deze aanvraag leest u terug in bijlagen 4,5 en 6. Nadat het comité in 2022 wederom een aanvraag bij de provincie had ingediend heeft het college zich

ingespannen om de aanvraag op eigen titel mogelijk te maken. Zie het feitenrelaas.

Die inspanning was en is echter tevergeefs omdat de provincie bij subsidieaanvragen ook de toekomstige instandhouding van het rijksmonument meeneemt in de beoordeling en daarover afstemming met de RCE heeft. Om aanspraak op de provinciale subsidieregeling restauratie rijksmonumenten te kunnen maken zullen de restauratie- en herbestemmingsplannen zich dan ook moeten richten op de huidige verschijningsvorm. Vervolgens kan voor het toekomstig onderhoud gebruik gemaakt worden van de Subsidieregeling instandhouding monumenten.

Vraag 7

Is het college bereid om samen met het comité en ondernemers om de tafel te gaan om na te gaan hoe het plan wel kan worden gerealiseerd?

Antwoord

Het college is te allen tijde bereid om met partijen het gesprek aan te gaan.

Vraag 8

Is de conclusie juist dat, uitgaande van voldoende financiële middelen, de volledige restauratie van de molen wel mogelijk is en een vergunning kan worden verstrekt?

Antwoord

Zoals reeds vermeld is het college bevoegd om gemotiveerd van een negatief advies van de RCE af te wijken. De bereidheid daartoe heeft het college in het verleden ook richting het toenmalig comité uitgesproken. Bekend is dat de RCE op een ontwerpbesluit over een omgevingsvergunning voor de reconstructie een zienswijze zal indienen en het aannemelijk is dat zij aansluitend een beroepsprocedure zal volgen. Zoals eerder gebleken kan voor een reconstructieplan geen aanspraak op de provinciale subsidieregeling restauratie rijksmonumenten worden gedaan. Als daar geen aanspraak op hoeft te worden gedaan doordat op andere wijzen de benodigde middelen bijeen zijn gebracht dan concentreert de situatie zich op de zienswijze van de RCE t.a.v. de omgang met het monument. Voorstelbaar is tevens dat de romp bij uitvoering van de reconstructieplannen afgevoerd zal worden uit het monumentenregister.

Vraag 9

Indien dit onverhoopt niet mogelijk blijkt te zijn wat is dan het alternatief? Dat de gemeente met subsidie maar ook met forse eigen bijdrage een en ander gaat restaureren in de industriële,na 1943 - staat? Hoe wordt in dat geval de instandhouding , de exploitatie en het beheer geregeld?

Antwoord

Het molenrompcomplex is eigendom van de gemeente en daarmee rust er op de gemeente de bij het rijksmonument horende instandhoudingsverplichting. Nu het comité de inspanningen om tot reconstructie van de molen te komen heeft beëindigd zal de gemeente ofwel zelf een restauratieplan dienen op te stellen danwel marktpartijen hiervoor uit te nodigen (het complex zal dan vervreemd worden). Uitgangspunt voor een dergelijk plan is het monument in de huidige verschijningsvorm. Voor de restauratie kan gebruik worden gemaakt van de provinciale subsidieregeling en voor de instandhouding op de subsidieregeling instandhouding monumenten (SIM).

Vraag 10

Is het college bereid een doorrekening van beide scenario’s op te stellen?

a. Als volwaardige molen met wieken en omloop, met exploitatie door de beoogde ondernemer en de wijkgroep.

b. Als gemotoriseerde maalderij met aanbouw voor opslag en onderhoud en eventuele exploitatie voor rekening van de gemeente?

Antwoord

Reeds in 2014 heeft het college een haalbaarheidsonderzoek uit laten voeren waarin 6 varianten zijn uitgewerkt. Twee varianten in de huidige verschijningsvorm en vier reconstructievarianten. In de eerste overleggen die daarna hebben plaatsgevonden heeft de RCE overigens al aangegeven dat reconstructie niet aansluit bij de instandhouding van de monumentwaarden. Indien de gemeente het complex zelf wil restaureren, herbestemmen en exploiteren dan dient een dergelijke doorrekening uiteraard gemaakt te worden. Alvorens een doorrekening van variant a te laten maken is het aan te bevelen eerst een reëel beeld te hebben van hoe de financiën bijeen gebracht kunnen worden voor de benodigde investering.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen over molen de Hoop Sint Laurens - Ad van de Kreeke (D66)

Bron: raadsinformatie van de gemeente Middelburg (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Middelburg

Alle artikel 35-vragen in Middelburg