30 oktober 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Middelburg

rapportage sociaal domein van Caroline Diepeveen (GroenLinks-PvdA)

Een raadslid stelde op 30 oktober 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Middelburg.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Commissie

Maatschappelijke Zaken – 30 oktober 2024

Agendapunt

5a

Onderwerp

Rapportage Sociaal Domein

Vragensteller

Caroline Diepeveen (GroenLinks/PvdA)

Datum ingediend

25 oktober 2024

Datum beantwoording

30 oktober 2024

Vraag 1

Bij de cliënt ervaringsonderzoeken valt op dat het respons percentage jeugdigen slechts 14,7% is. Daarbij zijn 612 vragenlijsten verzonden. Het lage responspercentage heeft uiteraard gevolgen voor de betrouwbaarheid van de resultaten van het onderzoek. Op p. 16 staat dat er in de jeugdhulp in 2023 1535 unieke gebruikers waren. Wetende dat het responspercentage laag is bij jeugdigen, waarom sturen we dan niet aan elke jeugdige gebruiker een vragenlijst?

Antwoord

Onafhankelijk onderzoeksbureau Zorgfocuz geeft aan dat dit responspercentage wat aan de lage kant is, maar dat het gebruikelijk is bij deze vorm van een cliënt ervaringsonderzoek onder deze doelgroep (jeugdigen).

Andere gemeenten met eenzelfde vorm van onderzoek zaten zelfs onder de 10%.

Als het uiteindelijke responspercentage te laag is en de resultaten hierdoor niet voldoende betrouwbaar zijn, hadden de resultaten niet als basis voor rapportage gediend.

De 612 respondenten zijn alle unieke jeugdigen die in 2023 een voorziening via de jeugdwet toegekend hebben gekregen.

De 1535 unieke gebruikers gaat over alle gebruikers in 2023. Dus ook toekenningen die eerder dan 2023 zijn gedaan en die in 2023 nog lopen.

Vraag 2

Zijn er maatregelen te bedenken om jeugdigen meer te stimuleren om deze vragenlijst in te vullen?

Antwoord

Ja, er is al aandacht om deelname aan deze vorm van cliënt ervaringsonderzoek te stimuleren.

De uitnodiging wordt persoonlijk overhandigd, de layout van uitnodiging is aangepast aan de doelgroep en de tekst is meer leesbaar gemaakt en afgestemd op de jeugdigen.

Tot eind van dit kalenderjaar blijven we op dezelfde wijze meten en dan gaan we evalueren om voor de toekomst vast te stellen wat er anders moet en of deze wijze van onderzoek passend is.

Vraag 3

Bij de opvallende stijgers in kosten bij de jeugdhulp valt naast de categorie ‘Dagbehandeling’ op dat ook de categorie ‘Jeugdhulp met verblijf (incl. behandeling)’ bijzonder sterk is gestegen (zie p. 18). Toch wordt alleen naar de categorie ‘Dagbesteding’ nader onderzoek gedaan. Waarom doen we dit niet ook bij ‘Jeugdhulp met verblijf (incl. behandeling)’?

Antwoord

Een eerste verklaring voor de toename in declaraties voor Jeugdhulp met verblijf (incl. behandeling) is opgenomen in de rapportage op pagina 17 en 18. Daar valt te lezen: “De toename in declaraties jeugdhulp met verblijf (incl. behandeling) valt op. Ondanks dat er geen toename van het aantal unieke cliënten is, zien we wel dat de kosten stijgen. Naast de indexatie van de tarieven lijkt de belangrijkste reden voor de toename van kosten een toename van de intensiteit en zwaarte van de jeugdhulp.” Zwaardere en intensievere hulp brengt hogere kosten met zich mee. Waarom de intensiteit en zwaarte van deze vorm van jeugdhulp toeneemt, kunnen we op dit moment niet verklaren.

We zullen net als bij de dagbesteding in onze gesprekken met de Inkooporganisatie Jeugd en onze toegang proberen te achterhalen wat hiervan de oorzaak kan zijn.

Vraag 4

Bij de WMO wordt per zorgcategorie aangegeven om hoeveel gebruikers het gaat. Bij jeugdhulp wordt alleen aangegeven hoeveel gebruikers er in totaal zijn. Kan het college ook voor de jeugdhulp per categorie aangegeven om hoeveel gebruikers het gaat? Als dan niet mogelijk blijkt te zijn, waarom is dat het geval?

Antwoord

De reden om voor jeugd nu (nog) niet te rapporteren hoeveel gebruikers er per productcategorie zijn, is dat de cijfers voor jeugd in deze rapportage halfjaarcijfers zijn. Hiervan weten we dat er altijd een na-ijleffect is. Als we deze cijfers op dit moment per productcategorie zouden presenteren, kan dat een vertekend beeld geven.

We halen er daarom op dit moment enkel die productcategorieën uit waarvan we nu al vrijwel zeker weten dat deze uit de pas lopen ten opzichte van de begrote kosten. Een mogelijkheid kan zijn om 1 keer per jaar (met de voorjaarsrapportage) ook voor jeugd op het niveau van productcategorie het aantal gebruikers te presenteren. Dit betekent wel een veel langere rapportage, omdat het voor jeugd om 15 productcategorieën gaat in plaats van 4 zoals bij de Wmo.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen over rapportage sociaal domein van Caroline Diepeveen (GroenLinks-PvdA)

Bron: raadsinformatie van de gemeente Middelburg (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Middelburg

Alle artikel 35-vragen in Middelburg