18 juni 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Middelburg

rvs Beleidskader Mensenrechten - Pau van den Bergh (SGP) en Jonathan Schroevers (SGP)

Een raadslid (SGP) stelde op 18 juni 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Middelburg.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Commissie

Maatschappelijke Zaken – 18 juni 2025

Agendapunt

4

Onderwerp

Beleidskader Mensenrechten

Vragensteller

Pau van den Bergh (SGP) en Jonathan Schroevers (SGP)

Datum ingediend

17 juni 2025

Datum beantwoording

17 juni 2025

In argument 2.2 wordt het volgende benoemd: Er wordt in navolging tot grootmachten in de internationale politiek gesproken over een 'rode lijn' als het gaat om mensenrechtenschendingen, naar het lijkt bedoeld mensenrechtenschendingen in het algemeen.

Vraag 1

Is er bewust gekozen om ruimte te creëren voor bemoeienis met gemeentegrensoverschrijdende mensenrechtenschendingen in plaats van ze duidelijk lokaal te kaderen en te benaderen?

Antwoord

Nee, daar is niet bewust voor gekozen. Met de verwoording zoals u het aantreft in het raadsvoorstel wordt bedoeld dat de gemeente Middelburg met het aannemen van mensenrechtenbeleid laat zien dat ze staat voor het respecteren van mensenrechten en ze zich hiervoor inspant, uiteraard binnen de verantwoordelijkheden en taken van de gemeente. Tenzij door de raad anders wordt besloten, bijvoorbeeld naar aanleiding van de motie van D66 en ChristenUnie (onderwerp: De vier vrijheden in woord en daad.

Voorstelnummer 25-081/agendapunt 24).

De bewoording ‘de rode lijn’ heeft na het moment van schrijven van het raadsvoorstel mogelijk een andere/diepere lading gekregen, vanwege het protest in Den Haag op 15 juni 2025, die de naam ‘de rode lijn’ droeg.

Vraag 2

Er is helaas veel menselijk leed in de wereld, waarin verschillende groepen mensen en organisaties tegenstrijdige belangen hebben. Met de genoemde uiting 'rode lijn' wordt gesuggereerd dat we bij een brede bevatting van de reikwijdte van de definitie, bijvoorbeeld door bemoeienis met internationale conflicten, dat er ook een heel duidelijke actie ondernomen gaat moeten worden in de toekomst, die het verschil bij de bron de schendingen gaat aanpakken. Hoe ziet u dat effectief voor zich met gemeentelijke middelen? En dit ook in verhouding met de andere gemeentelijke taken?

Antwoord

Zie antwoord op vraag 1. Met de verwoording ‘rode lijn’ wordt niet bedoeld dat de het college specifieke acties wenst te ondernemen richting internationale conflicten, (bijvoorbeeld) door taken te gaan vervullen die niet tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoren.

Vraag 3

In de aanleiding staat 'Door de overdracht van taken van het rijk naar de gemeenten hebben we meer verantwoordelijkheden gekregen, ook als het gaat om mensenrechten'. Kunt u aangeven wanneer en op welke manier het Ministerie van Buitenlandse Zaken specifieke taken binnen deze brede (buitengemeentelijke) context aan de gemeenten heeft overgedragen?

Antwoord

Een voorbeeld is de verantwoordelijkheid voor de oprichting/aanwijzing en financiering van een lokaal antidiscriminatieloket, sinds 1 juli 2009. De verwachting is dat het lokaal vaststellen van antidiscriminatiebeleid in de nabije toekomst ook een verantwoordelijkheid wordt van de gemeenten. Een ander voorbeeld dat geschaard zou kunnen worden onder de vrijheid 'vrijwaring van vrees' is de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Sinds de invoering van de Wmo en Jeugdwet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de organisatie en financiering van Veilig Thuis.

Na de ratificatie van het VN-verdrag rechten voor mensen met een handicap werd aan de Jeugdwet, Wmo en Participatiewet de verplichting toegevoegd in het periodiek plan op te nemen hoe de gemeenteraad uitvoering geeft aan het verdrag. Het ‘Amendement Van der Staaij en Bergkamp’ geeft aan dat het de voorkeur verdient dat deze periodieke plannen worden samengevoegd tot één integraal plan voor het hele sociaal domein. Hiermee werd het de verantwoordelijkheid van de gemeente om een Lokale Inclusie Agenda vast te stellen.

Voor zover het bijvoorbeeld gaat om de vrijheid 'vrijwaring van gebrek', hebben de gemeenten belangrijke taken ten aanzien van de toegang tot werk en inkomen in 2015 overgenomen van het Rijk. Daarnaast werden er met de invoering van de nieuwe Wet inburgering 2021 belangrijke taken en

verantwoordelijkheden op het gebied van inburgering overgedragen aan gemeenten.

Vraag 4

Aan welke vormen van 'inspanning' denkt u concreet?

Antwoord

Zie 2.2. van het raadsvoorstel onder ‘mogelijke acties’.

Vraag 5

Kunt u uitleggen als er keuzes gemaakt worden door 'een rode lijn', die meerdere groepen met wellicht conflicterende inzichten in gemeente Middelburg betreffen, hoe deze keuzes leiden tot samenbinden in plaats van meer te polariseren dan strikt noodzakelijk?

Antwoord

Zie antwoord op vraag 1. De exacte inhoud en (prioritering binnen) de uitvoeringsagenda zal worden vastgesteld nadat zowel raad, stakeholders als inwoners. Met deze uitgebreide invulling van participatie beoogt het college mensenrechtenbeleid te kunnen vaststellen dat breed wordt gedragen.

Vraag 6

Begrippen als “inclusie”, “vrijwaring van vrees” en “mensenrechten” worden breed en abstract gebruikt. Hoe kan worden voorkomen dat deze begrippen politiek-normatief worden ingevuld?

Antwoord

Dat kan voorkomen worden door deze begrippen te kaderen in een definitie of de begrippen uit te leggen. Zo zou de exacte betekenis van ‘inclusie’ kunnen worden uitgelegd en juridisch gekaderd in de toekomstige Lokale Inclusie Agenda.

Vraag 7

Hoe verhoudt het voorgestelde mensenrechtenbeleid zich tot bestaande beleidskaders zoals het armoedebeleid, integratiebeleid en veiligheidsbeleid?

Antwoord

Bestaande beleidskaders, zoals bijvoorbeeld het beleidskader bestaanszekerheid, meedoen naar vermogen en inburgering passen onder het mensenrechtenbeleid. Voorgenoemd beleidskader is bijvoorbeeld een belangrijke stap richting een Middelburg waarin alle inwoners toegang hebben tot basisbehoeften zoals inkomen, huisvesting, gezondheidszorg, en onderwijs (vrijwaring van gebrek), zoals het veiligheidsbeleid een reeds genomen belangrijke stap is richting een Middelburg waarin iedereen zich veilig voelt, ongeacht hun achtergrond, etniciteit of sociaal/economische status (vrijwaring van vrees).

Vraag 8

Hoe wordt geborgd dat ook minderheidsstandpunten (bijvoorbeeld vanuit religieuze of conservatieve hoek) worden meegenomen in de participatie en beleidsvorming?

Antwoord

Bij het vaststellen en bevragen van de stakeholders wordt uiteraard ook rekening gehouden met de vertegenwoordigers van personen/groepen met minderheidsstandpunten. Deze vertegenwoordigers krijgen een plek aan tafel en kunnen input geven op de vraag wat zij belangrijk vinden als het gaat om een of meer vrijheden. Bij het stads-event krijgt iedereen, dus ook diegenen met minderheidsstandpunten, de mogelijkheid input te leveren. Het college begrijpt dat over de invulling van de vier vrijheden anders kan worden gedacht. Door de nadrukkelijk betekenis te geven aan participatie wordt beoogd dat het mensenrechtenbeleid zo breed als mogelijk wordt gedragen, ook onder personen met een minderheidsstandpunt.

Vraag 9

In het beleidskader wordt gesproken over het faciliteren van interreligieuze dialoog.

•

•

•

•

Antwoord

Op welke wijze wil de gemeente dit concreet vorm geven?

Hoe wordt geborgd dat ook geloofsgemeenschappen die terughoudend zijn in interreligieuze samenwerking zich hierin vertegenwoordigd voelen?

Op welke wijze draagt interreligieuze dialoog aantoonbaar bij aan het doel van “wederzijds begrip”?

Hoe verhoudt deze activiteit zich tot de kern van de vier vrijheden, in het bijzonder de vrijheid van godsdienst, die primair gaat over het recht om te geloven (of niet), en niet per se over het bevorderen van onderling begrip?

Het is nog te vroeg om te zeggen hoe invulling gegeven zal worden aan interreligieuze dialoog. Dat zal ook voor een groot gedeelte afhangen van de wens en behoeften van de geloofsgemeenschappen. In het verleden zijn er al bijeenkomsten georganiseerd, bijvoorbeeld op het thema bestaanszekerheid. Het college heeft ervaren dat deze bijeenkomsten door de aanwezigen worden gewaardeerd.

Wat het college betreft is er een verband te maken tussen het recht om te geloven (of geen geloof te hebben) en het bevorderen van onderling begrip. Begrip voor het feit dat er door de ene groep een andere invulling gegeven kan worden aan het geloof, begrip voor andere tradities die direct of indirect voortkomen uit geloof en bijvoorbeeld begrip voor specifieke keuzes die worden gemaakt. Het staat iedereen, alle geloofsgemeenschappen, vrij om het gesprek wel of niet aan te gaan. Er zal begrip zijn voor het feit dat er gemeenschappen zijn die ervoor kiezen niet het gesprek aan te gaan, wellicht op bepaalde onderwerpen.

Dat wil niet zeggen dat de (leidende) standpunten van deze geloofsgemeenschappen worden vergeten of dat er geen rekening mee wordt gehouden.

Er is veel bewijs te vinden waaruit blijkt dat dialoog bijdraagt aan onderling begrip, zo ook interreligieuze dialoog. Men ontmoet de mens achter het standpunt. Dialoog kan polarisatie verminderen en sociale cohesie vergroten.…

Bekijk de brief: Beantwoording vragen over rvs Beleidskader Mensenrechten - Pau van den Bergh (SGP) en Jonathan Schroevers (SGP)

Bron: raadsinformatie van de gemeente Middelburg (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Middelburg

Alle artikel 35-vragen in Middelburg