rvs Regiovisie jeugdhulp Zeeland 2023 2028 - Caroline Diepeveen (GroenLinksPvdA)-
Een raadslid stelde op 28 november 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Middelburg.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Commissie
Maatschappelijke Zaken – 28 november 2023
Agendapunt
5
Onderwerp
Regiovisie jeugdhulp Zeeland 2023 – 2028
Vragensteller
Caroline Diepeveen (GroenLinks/PvdA)
Datum ingediend
27 november 2023
Datum beantwoording
28 november 2023
Vraag 1
Het raadsvoorstel benoemt de uitdaging om voldoende jeugdhulp beschikbaar te hebben bij een toenemende vraag en tegelijkertijd een tekort aan gekwalificeerde jeugdhulpverleners. Het eerste probleem wordt aangepakt door meer nadruk op preventie en normalisering. Maar over het aanpakken van het 2e probleem dat tekort aan jeugdzorgwerkers vinden we weinig terug in deze regiovisie. Het zou bv. goed passen bij het paragraafje over samenwerken op p. 16 van de Regiovisie. Wij hebben al eerder gepleit voor het instellen van een taskforce om het personeelsgebrek aan te pakken, waarin tenminste de 13 Zeeuwse gemeenten zitten hebben, maar waarbij misschien zouden ook zorgaanbieders betrokken kunnen worden.
Nu zien we vaak dat gemeenten met elkaar concurreren om personeel binnen te halen en sommige zorgaanbieders de krenten uit de pap halen (bv. doordat je geen nachtdiensten hoeft te draaien bij hen).
Terwijl het schaarse personeel natuurlijk eigenlijk terecht moet komen daar waar ze het meest nodig is. Hoe staat het college hierin? Zou het instellen van een taskforce personeel een plekje kunnen krijgen in deze visie?
Antwoord
Het personeelstekort is een groot probleem voor het brede zorg- en welzijnsdomein in Zeeland. Om die reden hebben de Zeeuwse gemeenten, zorgaanbieders en zorgverzekeraar CZ de handen ineen geslagen om toegankelijkheid en beschikbaarheid van de zorg in Zeeland te borgen. Deze Zeeuwse Zorg Coalitie heeft nadrukkelijk aandacht voor het arbeidstekort in de zorg. Er is een deltaplan opgesteld voor het behouden en aantrekken van zorgprofessionals voor de regio.
Vraag 2
Een 2e punt dat wij wat onderbelicht vinden is de marktwerking in de jeugdzorg, of liever het onderkennen dat er bij sommige vormen van jeugdhulp geen sprake is van marktwerking en op die erkenning ook specifiek beleid baseren. We denken hierbij aan de GI zorg (jeugdbescherming en -reclassering) en de jeugdzorg+.
Ook de brief van de Minister aan de Kamer van mei 2022 benoemt als leidend principe voor de jeugdzorg:
Minder marktwerking, meer samenwerking (geciteerd in HHM rapport p.14). Kan het college aangeven wat we gaan doen met dit specifieke leidende principe van minder marktwerking en meer samenwerking?
Antwoord
In 2019 heeft de aanbesteding “naar effectieve samenwerking in de jeugdhulp in Zeeland” plaatsgevonden.
Eén van de belangrijkste doelstellingen was om een op client gericht, afgestemd jeugdhulpaanbod te krijgen.
De gemeenten wilden hiervoor de onderlinge samenwerking stimuleren tussen aanbieders, onder meer via de vorming van samenwerkingsverbanden. Er zijn jeugdhulpaanbieders gecontracteerd die in de regio samenwerken. We willen deze vorm van onderlinge samenwerking vast blijven houden voor Zeeland omdat het de kwetsbaarheid verkleint, waarmee we door onderlinge samenwerking stimuleren dat jeugdhulpaanbieders een passend zorgarrangement bieden en aanvullend op elkaar zijn. Op dit moment loopt een nieuw aanbestedingstraject. We onderzoeken of taakgerichte financiering voor de hoog complexe, meervoudige specialistische jeugdhulp een alternatief is om samenwerking te versterken en marktwerking op dit complexe segment te verminderen. Taakgerichte financiering betekent dat een jeugdhulpaanbieder één budget krijgt voor het leveren van een specifieke opdracht.
Vraag 3
Jeugdzorg+ (oftewel gesloten jeugdzorg). Wat willen wij hier in Zeeland daar nu precies mee? Landelijk geeft het kabinet aan (juli 2022) te willen komen tot afbouw en ombouw van deze voorzieningen, naar kleinschalige en open voorzieningen. Volgens het kabinet zouden er in 2030 geen gesloten plaatsingen meer moeten zijn.
Is deze doelstelling haalbaar voor Zeeland?
Er zijn landelijk 11 aanbieders van jeugdzorg+ in Nederland, nog niet 1 per provincie, dus. Er is geen aanbieder in Zeeland, we gebruiken daarvoor Almata als zorgaanbieder, die ook in Brabant actief is. Door de afbouw van jeugdzorg+ heeft deze aanbieder nu continuiteitsproblemen en wordt deze aanbieder financieel ondersteunt door de Zeeuwse en Brabantse gemeenten. Er is daarvoor in februari 610.000 euro vrijgemaakt.
De memo informeert ons niet over of en hoe lang de Zeeuwse en Brabantse gemeenten door zullen gaan om deze aanbieder financieel te ondersteunen. Kan het college daar iets over zeggen?
Antwoord
Het is op dit moment te vroeg om antwoord te geven op de haalbaarheid naar totale afbouw naar 0 plekken.
We hebben een aantal ontwikkelingen in gang gezet die ons helpen de vraag te beantwoorden, hoe we op een verantwoorde manier kunnen werken aan verder afbouw van gesloten behandelingen.
In 2023 heeft Middelburg extra middelen beschikbaar gesteld die nodig waren om de continuïteit te borgen voor de uitvoering van de jeugdzorgplus in de regio’s. De komende 2 jaar (zo lang duurt het nieuwe contract) hebben we goede financiële afspraken gemaakt waardoor er geen sprake is van verdere financiële steun. De afspraken gaan over het gesloten deel waar Zeeland en West-Brabant Oost naast West-Brabant West gebruik van maken. En het open deel waar alleen West-Brabant West gebruik van maakt.
Ten aanzien van de verdere afbouw gesloten plaatsen hebben we geconstateerd dat we daarvoor eerst alternatieven moeten ontwikkelen. Alternatieven in de vorm van uitbreiding van het aantal client traject beraden, voorlopige machtigingen en de organisatie van een ambulant plus team. Tegelijkertijd onderzoeken we op welke manier we 24 uurs behandeling in de toekomst kunnen organiseren. Daarvoor starten we op 1 januari 2024 een pilot ‘kleinschalige behandeling met verblijf’ met Juvent. Deze pilot zal ons de nodige informatie opleveren. Daarbovenop richten we een aantal open groepen van Almata hybride in. Hybride wil zeggen dat we onderzoeken of de mate van geslotenheid afgebouwd kan worden.
Al deze ontwikkelingen samen dragen bij aan het antwoord op de vraag op welke manier we de afbouw naar 0 plaatsen in de toekomst vorm kunnen geven. We werken daarbij nauw samen met het onderwijs omdat zij in de realisatie van het doel een belangrijke rol spelen om jeugdigen zoveel mogelijk in hun eigen vertrouwde leefomgeving op te laten groeien. Tot slot is er een landelijke werkgroep die de ontwikkelingen op landelijk niveau volgt.
Vraag 4
Wat betreft de GI zorg meldt de Regiovisie dat het contract met Intervence is beëindigd en dat er over hoe dat is gegaan een Rekenkamerrapport is verschenen en dat de 13 gemeenten de conclusies van het Rekenkamerrapport onderschrijven en dat de aanbevelingen worden uitgewerkt in nieuw beleid (p.13). Wat is hier het nieuwe beleid waar u op doelt?
In de memo actieve informatie zit een memo over hoe de bestuurscommissie omgaat met de aanbevelingen uit het Rekenkamerrapport. Wij waren toch enigszins teleurgesteld over dit memo. Het stuk is nauwelijks meer dan 1 A4 pagina en is niet te lezen of begrijpen zonder de aanbevelingen uit rapport zelf erbij te pakken.
Kortheidshalve wil ik hier alleen, als voorbeeld, ingaan op aanbeveling 2. Volgens het memo zou het hier alleen gaan om een gesprek met de ministers en de GI’s. Het terugbrengen van deze aanbeveling tot 1 gesprek, slaat die aanbeveling wel heel erg plat. En wij denken dat deze aanbeveling ook niet zo is bedoeld.
De aanbeveling is dat gekomen moet worden tot een heroverweging van de relatie tussen de gemeenten en de GI’s. Citaat uit Rekenkamerrapport: ‘Deze aanbeveling doen we omdat ons inziens governance- en structuurmaatregelen rondom de inkoopfunctie niet zullen helpen om problemen te voorkomen zoals die zich hebben voorgedaan mb.t. Intervence…. En dan iets verder op: ‘Als eerste moeten keuzes worden gemaakt welk type relatie tussen gemeenten en instellingen nodig is om grip te hebben op de continuiteit in de jeugdbescherming en -reclassering.’ Dat is de uitleg die bij deze aanbeveling wordt gegeven. Is het college het met ons eens, dat dit iets meer vergt dan alleen een gesprek, maar dat de bestuurscommissie zich daar ook intern over zal moeten beraden welke kant men op wil? Op welke wijze is het college bereid om hiermee aan de slag te gaan?
Antwoord
Het nieuwe beleid waar op wordt gedoeld is onder andere de aanscherping van het mandaat van de bestuurscommissie om in nieuwe crisissituaties te kunnen handelen volgens het landelijk beleid van de JeugdAutoriteit, vastgelegd in het ‘Draaiboek continuïteit jeugdhulp’. We vragen aandacht voor de heroverweging van de huidige inkooprelaties tussen gemeenten en GI’s bij de VNG commissie.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Middelburg (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.