COMM Beantwoording vragen lid Van der EIjk (VVD).docx
Een raadslid (VVD) stelde op 20 december 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Beantwoording vragen vanuit fracties Fractie
VVD
Agendapunt
punt 9 Wijziging APV
Inbreng VVD
VRAAG 1 2.23 lid 2 Verantwoordelijkheid van de gemeente mbt de veiligheid van de BOA (bij het betreden van natuurijs) vanuit de Arbowet? Is de RI&E hierop adequaat ingericht?
ANTWOORD Als werkgever zijn wij verantwoordelijk voor de veiligheid van de medewerkers. U stelt hierover een hele specifieke vraag mbt de BOA. Onze BOA maakt zelf voortdurend de afweging of hij veilig zijn werk kan doen. Dit is daarop geen uitzondering. Het betreden van het ijs zal gebeuren op eigen inzicht van de BOA en alleen als dit noodzakelijk is. Mocht het tot een onverhoopte situatie leidden dan is dat de verantwoordelijkheid van de werkgever. In de RI&E kunt u hier geen specifieke beschrijving van vinden.
VRAAG 2 Art 2.25 Lid 4 sub b Slecht levensgedrag: op basis van welke criteria stelt de burgemeester vast of sprake is hiervan?
Waar liggen deze criteria vast?
ANTWOORD Er zijn hiervoor geen vaste criteria. Bij het behandelen van een vergunning onderzoeken wij eventuele relevante strafbare feiten. Hiervoor gelden wel de volgende uitgangspunten:
De strafbare feiten in het verleden moeten relevant zijn voor de betreffende activiteit.
Organiseert iemand een groot festival, dan speelt het bijvoorbeeld een rol of iemand ooit is aangehouden wegens rijden onder invloed. Kleine snelheidsovertredingen zijn bijvoorbeeld minder relevant.
De strafbare feiten moeten evenredig zijn. Geringe feiten of omstandigheden mogen op zichzelf bezien niet leiden tot weigering van de vergunning. Ook mogen feiten niet gedurende een onredelijk lange periode in weg blijven staan aan vergunningverlening.
De burgemeester moet motiveren waarom de strafbare feiten relevant zijn.
Er staat de mogelijkheid van bezwaar en beroep open indien de aanvrager de afweging niet herkent.
VRAAG 3 Art 2.25a Lid 1 sub g Wat moeten we in het kader van sub g en h onder professioneel verstaan?
ANTWOORD Bij podia: als hiervoor constructiegegevens moeten worden aangeleverd om de veiligheid van het podium te garanderen. Dat is afhankelijk van de hoogte van het podium, +/- vanaf 1 meter hoog.
Bij geluidsapparatuur: het gebruik van een geluidsinstallatie die ervoor zorgt dat het geluid wordt versterkt.
VRAAG 4 Art 5.12 Lid 2 sub a 14-1 Waarom wordt hier weer wel van opheffing van overlast gesproken, terwijl dit in andere artikelen juist wordt gewijzigd in beëindiging?
ANTWOORD Dit moet inderdaad ook beëindiging van overlast zijn. Dit wordt aangepast in de definitieve versie.
2
Bekijk de brief: COMM Beantwoording vragen lid Van der EIjk (VVD).docx
Bron: raadsinformatie van de gemeente Midden-Delfland (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.