Individuele raadsvragen CDA RIB Kostenontwikkelingen Jeugd
Een raadslid stelde op 19 juni 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk (11 vragen).
In het kort
11 vragen en wat het college antwoordt
- Hoe wordt vanaf nu geborgd dat de raad tijdig inzicht krijgt in afwijkingen op het jeugdbudget? → De raad wordt geïnformeerd door middel van de reguliere P&C producten, zoals de bestuursrapportage en het jaarverslag.
- Is er een planning voor periodieke evaluatie van het vernieuwde dashboard? → Het dashboard wordt maandelijks door het budgetteam (beleid, uitvoering en financiën) gemonitord.
- Kunt u de beramingen van de jaren 2024, 2025 en 20256 uitsplitsen per productgroep (zoals pleegzorg, woonzorg, ambulant etc.) en voorzien van een toelichting per… → In onderstaande tabel is de begroting voor de jaren 2024 tot en met 2026 opgenomen, uitgesplitst volgens de categorieën van de gewijzigde IV3 indeling die per 2025 van kracht is. 2024…
- Wat is het effect van 4,5% indexering op de verschillende segmenten van de jeugdhulp? → Is dit bedrag ( € 550.000 ) gebaseerd op contractuele verplichtingen of inschattingen?
- In hoeverre zijn de beramingen incidenteel van aard en welk deel is structureel? → De ramingen zijn afhankelijk van inhoudelijke ontwikkelingen, landelijke wet- en regelgeving, aanpassingen in regionale contractafspraken en inschatting van het daadwerkelijk gebruik van…
- Wat zijn de gevolgen van het faillissement van Conaction op de continuïteit van zorg voor de betrokken jongeren? → De jongeren zijn met behulp van een kernteam allen ondergebracht bij andere zorgaanbieders.
- Hoe is het financiële risico van mogelijke toekomstige faillissementen van zorgaanbieders meegenomen in de begrotingsvooruitzichten? → Er is in de begroting niet geanticipeerd op financiële risico's van faillissementen.
- Wordt er gewerkt met scenario’s waarin bijvoorbeeld het aantal jongeren in zorg wel weer stijgt? → Zo ja, kunt u die scenario’s delen met de raad ?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Individuele vragen Fractie Naam
CDA N.C. van Drimmelen
Kenmerk Datum
01111 IR 26 juni 2025
Onderwerp
RIB “Kostenontwikkeling Jeugd” van 3 juni 2025
Geachte heer Van Drimmelen, Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk biedt u hierbij de beantwoording van de volgende individuele vragen aan.
Dashboard en sturingsinformatie
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Hoe wordt vanaf nu geborgd dat de raad tijdig inzicht krijgt in afwijkingen op het jeugdbudget?
Antwoord van het college
De raad wordt geïnformeerd door middel van de reguliere P&C producten, zoals de bestuursrapportage en het jaarverslag. Tussentijdse informatie ontvangt u met een raadsinformatiebrief. In het najaar wordt tijdens een raadsinformatiebijeenkomst verder inzage gegeven en ingegaan op de werking van de dashboards.
Hiernaast krijgt de raad dit najaar het rapport van de Rekenkamer, welke inzage geeft in kostenontwikkelingen en effecten van beleid.
Vraag 2
Is er een planning voor periodieke evaluatie van het vernieuwde dashboard?
Antwoord van het college
Het dashboard wordt maandelijks door het budgetteam (beleid, uitvoering en financiën) gemonitord. De kwaliteitsmedewerker ziet toe op de verwerking van de signaleringslijsten uit ZorgNed en agendeert knelpunten voor het budgetteam.
Cijfermatige onderbouwing
Vraag 3
Kunt u de beramingen van de jaren 2024, 2025 en 20256 uitsplitsen per productgroep (zoals pleegzorg, woonzorg, ambulant etc.) en voorzien van een toelichting per categorie?
Antwoord van het college
In onderstaande tabel is de begroting voor de jaren 2024 tot en met 2026 opgenomen, uitgesplitst volgens de categorieën van de gewijzigde IV3 indeling die per 2025 van kracht is. 2024
Omschrijving Jeugdhulp ambulant lokaal
2025
2026
€
950.000
€
950.000 €
992.750
Jeugdhulp ambulant regionaal €
6.258.166
€
6.826.422 €
7.312.283
350.000
€
350.000 €
574.750
Jeugdhulp ambulant landelijk
€
Jeugdhulp met verblijf regionaal
€
3.009.884
€
2.371.868 €
3.631.375
Jeugdbescherming
€
865.000
€
721.256 €
750.000
Jeugdreclassering
€
70.000
€
70.000 €
70.000
Centrum Jeugd en Gezin
€
1.723.380
€
1.705.013 €
1.819.717
Jeugd Expertteam
€
58.000
€
58.000 €
65.000
PGB Jeugd algemeen
€
257.800
€
257.800 €
269.401
€
13.542.230 €
13.310.359 €
15.485.276
De stijging in de begroting 2026 heeft met name te maken met de ontwikkelingen die eerder geschetst zijn in de RIB 'Kostenontwikkeling Jeugd'. In de afgelopen jaren werd de indexering van tarieven voor niet vrij toegankelijke jeugdzorg niet vooraf geraamd in de begroting. Dit kwam vooral doordat de benodigde indexpercentages vaak nog niet bekend waren ten tijde van het opstellen van de kadernota of begroting. Voor 2026 hanteren we een raming van 4,5%, gebaseerd op gemiddelde indexcijfers van de afgelopen jaren en de voorlopige indicatie van de VNG. Op deze manier kunnen we realistischer begroten, beter anticiperen op kostenontwikkelingen en financiële tekorten achteraf zoveel mogelijk voorkomen.
Een inhoudelijke toelichting op de kosten per categorie is voor nu niet te maken, het rekenkameronderzoek is ingesteld om deze gedetailleerde analyse te geven.
Vraag 4
Wat is het effect van 4,5% indexering op de verschillende segmenten van de jeugdhulp?
Antwoord van het college
Is dit bedrag ( € 550.000 ) gebaseerd op contractuele verplichtingen of inschattingen?
De indexering is gelijkgetrokken over de verschillende segmenten van de jeugdhulp. De VNG adviseert medio oktober over het te hanteren indexeringspercentage. Omdat de indexering op dit moment dus nog niet is vastgesteld betreft het voorgestelde percentage een inschatting. In 2024 bedroeg het OVA percentage 5,71% en in 2025 is het voorlopige percentage 4,91%. Met een voorlopige indexering van 4,5% verwacht gemeente Moerdijk recht te doen aan de verwachtingen. Er kan dan een verschil zijn in indexpercentage van jeugdbescherming en Niet Vrij Toegankelijke Zorg (NVTZ).
Vraag 5
In hoeverre zijn de beramingen incidenteel van aard en welk deel is structureel?
Antwoord van het college
De ramingen zijn afhankelijk van inhoudelijke ontwikkelingen, landelijke wet- en regelgeving, aanpassingen in regionale contractafspraken en inschatting van het daadwerkelijk gebruik van jeugdhulp. Daarmee zijn de kosten voor NVTZ grotendeels structureel van aard.
Faillissement Conaction
Vraag 6
Wat zijn de gevolgen van het faillissement van Conaction op de continuïteit van zorg voor de betrokken jongeren?
Antwoord van het college
De jongeren zijn met behulp van een kernteam allen ondergebracht bij andere zorgaanbieders. In sommige gevallen was daar uitzonderlijk maatwerk voor nodig.
Vraag 7
Hoe is het financiële risico van mogelijke toekomstige faillissementen van zorgaanbieders meegenomen in de begrotingsvooruitzichten?
Antwoord van het college
Er is in de begroting niet geanticipeerd op financiële risico's van faillissementen. Regionaal maken we gebruik van een aanbiedersmonitor: een open en betaalde databron, die inzicht
geeft in de financiële gezondheid van jeugdhulpaanbieders. In (account-) gesprekken is de data het uitgangspunt om met elkaar in gesprek te gaan. Zo krijgen we een totaalbeeld van iedere jeugdhulpaanbieder (financieel, kwantitatief, kwalitatief, aangevuld met het verhaal achter de cijfers) en kunnen we tijdig ingrijpen, wanneer het uit de pas dreigt te lopen. Dit is van belang vanwege de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor continuïteit van zorg.
In het geval van Conaction hebben we als regio zelf in het najaar van 2022 contact met deze aanbieder opgenomen toen uit de jaarrekening van Conaction bleek dat er financiële problemen waren. Vanaf dat moment zijn er gesprekken gevoerd om tot een verbeterplan te komen. De situatie bleek uiteindelijk onhoudbaar, o.a. vanwege te hoge belastingschulden.
Vooruitkijkend beleid en risicobeheersing
Vraag 8
Wordt er gewerkt met scenario’s waarin bijvoorbeeld het aantal jongeren in zorg wel weer stijgt?
Antwoord van het college
Zo ja, kunt u die scenario’s delen met de raad ?
Beleid en uitvoering zetten in op normaliseren van hupvragen en integrale ondersteuning bij volwassenenproblematiek. Daarmee wordt eerder ingezet op oorzaak en minder op symptoombestrijding. Een stevig lokaal team in de wijk, waar lichte hulp geboden kan worden, draagt bij aan deze neerwaartse druk. Alle (landelijke, regionale en lokale) inzet is erop gericht dat er een afbouw komt van het aantal jeugdigen in zorg.
Vanuit de advisering van de rekenkamer komen er aanbevelingen in het begrenzen van de jeugdhulpplicht van de gemeenten. De raad zal daarin keuzes kunnen maken die in de verordening worden vastgelegd.
Het kwaliteitsteam, een samenwerking met concerncontrol, bewaakt de risicobeheersing en voortgang van de aanbevelingen ten aanzien van de inhoudelijke, rechtmatige en financiële risico's.
Vraag 9
Welke rol krijgt de aangekondigde strategietafel jeugd precies, en hoe wordt de raad bij de uitkomsten betrokken?
Antwoord van het college
Er wordt een drietal strategietafels gepland na de zomer:
1) De rekenkamer deelt de bevindingen van haar onderzoek en bespreekt met college en ambtelijke organisatie de aanbevelingen tijdens de eerste strategietafel. Deze aanbevelingen worden vervolgens ook aan de gemeenteraad voorgelegd.
2) De projectgroep ‘Stevig Lokaal Team’ presenteert tijdens een strategietafel en vervolgens een raadsinformatiebijeenkomst de visie op een Stevig Lokaal Team.
3) Tijdens de strategietafel Jeugd wordt het college meegenomen in de verbinding tussen de ontwikkelingen op gebied van preventie (o.a. OKO en SLT), lokale uitvoering en regionaal/landelijk beleid. Dit zal samen met bevindingen uit het rekenkameronderzoek leiden tot aanbevelingen die we ter besluitvorming voorleggen aan de gemeenteraad.
Volgend op deze strategietafels wordt een raadsinformatiebijeenkomst gepland om de gemeenteraad te informeren over de ontwikkelingen en perspectief van besluitvorming.
Preventie en effectmeting
Vraag 10
Kunt u inzicht geven in de effecten van het ingezette beleid (zoals het versterken van het voorliggende veld)?
Antwoord van het college
Wordt dit gemeten en zo ja hoe?
Deze data komt terug in de rapportage van de rekenkamer, welke dit najaar met de gemeenteraad gedeeld/besproken wordt.
Vraag 11
Hoe wordt bewaakt dat de afbouw van maatwerk niet leidt tot verminderde toegang of kwaliteit van zorg?
Antwoord van het college
De afbouw van maatwerk krijgt vorm door een ‘nee, tenzij’. Onze bedoeling is dat zoveel mogelijk hulpvragen worden beantwoord in het gecontracteerde aanbod, dat betekent dat we het gecontracteerd aanbod steeds verbeteren. Er wordt aangesloten bij de hulpvraag om best passende zorg vorm te geven . Maatwerk wordt ingezet als er geen gecontracteerd en passend aanbod beschikbaar is. Maatwerk is vaak een duurdere vorm, waarbij kwaliteit en resultaat moeilijker te monitoren zijn. Daarmee leidt de inzet van minder maatwerk juist voor een verbetering van de kwaliteit en meer grip op resultaat en kosten.
Bekijk de brief: Beantwoording Individuele raadsvragen CDA RIB Kostenontwikkelingen Jeugd
Bron: raadsinformatie van de gemeente Moerdijk (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.