27 december 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Noardeast-Fryslân

250115 Collegebrief aan raad - beantwoorden schriftelijke vragen Munitieopslag en-of springterrein Kollumerwaard (1)

Een raadslid stelde op 27 december 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Aan de leden van de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân Postbus 1 9100 AA Dokkum

Ons kenmerk:

2025-002107

Behandeld door:

E-mailadres:

L.P. Woudstra [email protected] 14 januari 2025

Datum:

Onderwerp: Munitieopslag en/of springterrein Kollumerwaard Geachte raad, Op 27 december 2024 heeft de heer M. de Boer van fractie S!N, op grond van artikel 52 Reglement van Orde, schriftelijke vragen gesteld, over : Munitieopslag en/of springterrein Kollumerwaard.

In deze brief geven wij antwoord op die vragen.

Vraag 1: Hoe beoordeelt u de rol van de gemeente Noardeast-Fryslân in het besluitvormingsproces van Defensie?

Antwoord: Het Ministerie van Defensie heeft er – onverplicht – voor gekozen om voor dit proces de PlanMER-procedure te hanteren zodat er hunnerzijds een uitvoerig, zorgvuldig en navolgbaar keuzetraject plaatsvindt. Langs die weg worden de diverse opties voor ruimteclaims van Defensie gaandeweg getrechterd door ze fasegewijs te filteren op omgevingsfactoren, maar ook zeker op militaire belangen. Op die manier was niet onmiddellijk duidelijk of concreet welke ruimteclaims precies waar zouden komen. Dat bemoeilijkte de rolneming uiteraard.

In de diverse stadia van dat traject zijn de betreffende provincies en gemeenten wel steeds geconsulteerd, maar beperkte onze rol zich steeds tot het becommentariëren van (vervolg-)keuzes van Defensie. En dat gezegd hebbende kunnen en moeten we constateren dat het Ministerie van Defensie op afstand de hoofdrol in dezen heeft. Aldaar worden de keuzes gemaakt en kunnen wij nog slechts de specifieke, lokale wetenswaardigheden, zorgen en belangen in beeld brengen. Aan het eind van het 1e kwartaal van 2025 moet dat, op voordracht van de Staatssecretaris van Defensie, resulteren in de bepaling van zogeheten ‘voorkeurslocaties’ door het Kabinet.

Vraag 2: Op welke wijze is de gemeente betrokken bij de verdere verfijning van de plannen van Defensie?

Antwoord: Zoals hiervoor al aangegeven zijn wij lopende die Plan-MER-procedure voortdurend geïnformeerd over de trapsgewijze keuzes van Defensie. Dat ging dan eerst en vooral door middel van de kennisgeving dat er bepaalde opties waren afgevallen, waarna de overblijvende opties verder en gedetailleerder werden onderzocht. Het proces werkte van grof (grote kleurvlakken/royale arceringen op de kaart van Nederland) naar fijn (cirkels in diverse grootte), die uiteindelijk tot concrete stippen op de kaart zullen moeten leiden.

Mocht het tot concrete(re) keuzes voor de Kollumerwaard komen, dan stellen wij ons zo voor dat wij alsdan een volwaardige(r) gesprekpartner zullen zijn voor de exacte invulling van zo’n ruimteclaim. Waarbij wij ons uiteraard wel realiseren dat vanuit Defensie steeds de krijgskundige factoren van het hoogste, zo niet doorslaggevende, belang zullen zijn.

Vraag 3: Welke specifieke inzichten heeft de gemeente verkregen uit het overleg met Defensie over de Kollumerwaard.

Antwoord: Dan moet toch eerst en vooral de intensiteit en de urgentie van het Defensiebelang worden genoemd. Het is ons zeer duidelijk gemaakt en geworden dat het opvoeren van de dreiging door NAVObondgenoten als het hoogste belang heeft te gelden. Er woedt oorlog op het Europese continent en Nederland moet zich, nu de spanningen almaar toenemen, gaan richten op de verdediging van het Nederlands grondgebied en dat van de bondgenoten. Dat vraagt ruimte en menskracht, en gaat heel Nederland aan.

Er is in algemene, bestuurlijke en ambtelijke zin meermaals overleg geweest met Defensie. Geheel overeenkomstig het hiervoor geschetste proces was dat vooral van informerende aard van de kant van Defensie. Onze zorgen voor de belangen van onze inwoners, bedrijven en bezoekers hebben wij, gevraagd en ongevraagd, vooral schriftelijk ingebracht in dit proces. Ook heeft onze burgemeester op 17 oktober 2024 overleg gehad met de Staatssecretaris van Defensie, de heer G. Tuinman, dit tezamen met de overige betrokken gemeenten en de provinsje Fryslân. Uit dit alles is luid en duidelijk gebleken dat heel Nederland zijn steentje zal moeten bijdragen om ruimte voor Defensie te creëren.

Vraag 4: Heeft u concrete maatregelen aan Defensie voorgesteld om rekening te houden met de lokale belangen van de gemeente? En zo ja, welke?

Antwoord: Zoals hiervoor al aangegeven, hebben wij op tal van momenten – formeel en informeel - de lokale belangen vanuit de gemeente ingebracht. Zo hebben wij in februari 2024 een formele zienswijze ingediend en in oktober daaropvolgend een brief aan de Staatssecretaris van Defensie gezonden, waarin wij alles samenvattend onze visie op de Defensieplannen in onze gemeente hebben gegeven. Maar dat alles heeft zich - gegeven ook het stadium van het proces – nog niet geuit in concrete maatregelen. Mocht de keuze definitief op de Kollumerwaard vallen, dan zijn wij zeker van zins om ons in te zetten voor passende mitigerende maatregelen.

Vraag 5: Wat is afgesproken over toekomstige overlegmomenten tussen de gemeente en Defensie over de plannen voor de Kollumerwaard?

Antwoord: Tot het eind van het eerste kwartaal broedt Defensie in stilte verder op de filtering en weging van de opties van hun ruimteclaims. En zijn er geen overleg- noch informatiemomenten gepland.

Dat neemt niet weg dat wij, via ons bestuurlijk en ambtelijk netwerk, te allen tijde contact met Defensie kunnen leggen, mocht daar aanleiding voor zijn.

De door het Kabinet te kiezen ‘voorkeurslocaties’ zullen te zijner tijd worden opgenomen in het concept van de Beleidsnota Ruimte voor Defensie. In die vervolgprocedure komen dan wel weer inspraak-, zienswijzeen overlegmomenten.

Vraag 6: Hoe verklaart u het verschil tussen uw recente uitspraak op 16 november 2024 waarin u aangeeft "Wy hoopje fansels dat it net trochgiet" en de eerdere beantwoording van schriftelijke vragen waarin de gemeente Defensie juist lijkt te wijzen op de geschiktheid van de Kollumerwaard voor explosievenopslag?

Antwoord: Wij zien daarin geen verschil. Zoals eerder aangegeven is de wereld groter dan NoardeastFryslân en hebben wij als gemeente een verantwoordelijkheid in bovenlokale opgaven zoals bijvoorbeeld ten aanzien van de klimaatveranderingen en de opvang van ontheemden. Dat speelt inmiddels – helaas - ook op het gebied van Defensie. In het begin van het zoekproces, begin 2024, is overleg geweest met Defensie en gewezen op het feit dat in de Kollumerwaard indertijd een kruitfabriek was gevestigd en de daarmee samenhangende planologische regelingen nog steeds van kracht zijn. Het geeft ons bestuurlijk en moreel gezien geen pas om ten aanzien van bovenliggende nationale en internationale vraagstukken van vrede en veiligheid als gemeente bestuurlijk verstoppertje te spelen in de hoop dat elders in den lande mensen dan maar met de consequenties opgescheept worden. Dat laat onverlet dat, indien het kabinet besluit eind maart 2025 dat de Kollumerwaard afvalt als locatie voor de explosievenopslag, dat natuurlijk voor de directe omgeving en de gemeente een positief besluit is.

Vraag 7: Welke boodschap wenst u precies over te brengen aan Defensie en de betrokkenen gezien het verschil van benadering tussen beide uitspraken?

Antwoord: Zoals hiervoor aangegeven zien wij daarin geen verschil.

–2–

Vraag 8 : Hoe zorgt u ervoor dat de communicatie vanuit het college naar Defensie, de gemeenteraad en de inwoners helder en consistent blijft, zodat de reeds bestaande onduidelijkheid bij inwoners over de mogelijke plannen van Defensie zoveel mogelijk wordt beperkt?

Antwoord: Zoals eerder aangegeven is dit een proces onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Defensie. Wij zijn hiervoor niet verantwoordelijk maar wel bij betrokken. Wat wij bemerken is dat het Ministerie een soort van zoek- en keuzeproces doorloopt waarbij uiteindelijk de geschikte locaties overblijven. Dat betekent dat mensen aan de voorkant van dat proces horen dat hun directe leefomgeving in beeld is voor een ingrijpende verandering, maar dat nog lang niet door Defensie op alle vragen antwoord kan worden gegeven. Dit heeft veel onduidelijkheid veroorzaakt. Defensie heeft dat onderschat en inmiddels ook openlijk toegegeven.

Wij hebben gedurende de zomer meerdere malen aangedrongen op een heldere communicatie naar de mensen in en rond de Kollumerwaard. In eerste instantie meende Defensie dit te kunnen beperken tot de informatiesessie’s in de zomer en de herfst van 2024 in Leeuwarden en de Marnewaard. Na herhaald aandringen van onze kant heeft Defensie besloten om op 14 november jl. de informatiesessie in Munnekezijl te organiseren.…

Bekijk de brief: 250115 Collegebrief aan raad - beantwoorden schriftelijke vragen Munitieopslag en-of springterrein Kollumerwaard (1)

Bron: raadsinformatie van de gemeente Noardeast-Fryslân (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Noardeast-Fryslân

Alle artikel 35-vragen in Noardeast-Fryslân