17 mei 2022 · artikel 35-vragen · gemeente Noardeast-Fryslân

Papieren meisje.pdf

Een raadslid stelde op 17 mei 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân (17 vragen).

In het kort

17 vragen en wat het college antwoordt

  • De portefeuillehouder zegt in zijn reactie aan de LC dat het gebiedsteam de behandeling en begeleiding van inwoners van onze gemeente tijdens het zorgtraject evalueert… → Reactie: Wij kunnen, vanwege de hierboven geschetste privacyregels, u geen informatie verstrekken over wat tussentijdse evaluatie en het houden van de vinger aan de pols hebben opgeleverd.
  • We lezen dat bij zorginstellingen waarmee de gemeente een financiële relatie heeft, sprake is van onveilige situaties. → Reactie: De Jeugdwet bevat diverse bepalingen ter voorkoming van onveilige situaties.
  • Waarom heeft de gemeente niet gehandeld toen de rechter op 16 november 2021 bij vonnis besliste dat er binnen één maand duidelijkheid moest komen over de te verlenen… → En wat heeft de gemeente gedaan om tot betere zorg te komen toen de rechter de gemeente daartoe op 7 februari 2022 bij vonnis opnieuw verplichtte?
  • Is in Noardeast-Fryslân sprake van meer (vergelijkbare) schrijnende situaties in de jeugdzorg? → Zo ja, kan het college een nadere duiding daarvan geven?
  • Is het college bereid om de situatie van het papieren meisje grondig te evalueren, zodanig dat hieruit voor de toekomst lessen kunnen worden getrokken en… → Kan het college de raad daarvan op de hoogte brengen?
  • Wat is daarvan de reden? → Zowel het late tijdstip van informeren (april ‘22 i.p.v. november ‘21) als een deel van de gemeenteraad en niet zoals gebruikelijk -via de griffie- de hele raad?
  • In december 2021 kregen zowel college als raad de conclusies van de RKC gepresenteerd. → Reactie: Zoals wij in onze reactie op vraag 2 (CU) hebben aangegeven, is het vanwege privacy niet mogelijk uw raad in kennis te stellen van uitspraken als deze.
  • Een deel van de genoemde casus lijkt een direct gevolg te zijn van de conclusies van de RKC. → Reactie: Er is geen causaal verband tussen de conclusies van de rekenkamercommissie en deze casus.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Aan de leden van de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân Postbus 13 9290 AA Kollum

Ons kenmerk:

Behandeld door:

2022-092693 en 2022-092698 R Meekma c.s.

Datum:

13 mei 2022

Onderwerp: beantwoording raadsvragen CDA en CU over ‘Het papieren meisje’

Geachte raad, De fracties van het CDA en de CU hebben ons een aantal vragen gesteld naar aanleiding van een artikel in de Leeuwarder Courant van zaterdag 23 april 2022. Dit artikel gaat, onder de titel ‘Het papieren meisje’, in op de situatie van een minderjarige inwoonster van onze gemeente die op jeugdzorg is aangewezen. Deze brief bevat onze reactie op de vragen van het CDA en de CU. Onze reactie per vraag treft u verderop in de brief aan. Waar het kan daar beantwoorden wij de gestelde vragen. Wij kunnen echter niet al uw vragen beantwoorden en willen u eerst uitleggen waarom dat niet kan.

Respecteren van privacyregels Voor een aantal vragen geldt dat wij daarover niet- of slechts in algemene zin informatie aan u kunnen geven. Zoals wij ook aan de Leeuwarder Courant hebben laten weten, kunnen wij in verband met privacy redenen en respect voor alle betrokkenen niet inhoudelijk ingaan op een specifieke situatie van één van onze inwoners. Zelfs het geven van geanonimiseerde informatie gaat hierbij al te ver. Wij leggen dat hierna uit en hopen op uw begrip hiervoor.

Als het om privacyregels gaat, dan gaat de Jeugdwet in dit geval vóór de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Alleen als iets niet in de Jeugdwet is geregeld, dan geldt de AVG. In de situatie van dit meisje gaat het om bijzondere gegevens betreffende de gezondheid waarvoor op grond van artikel 9 AVG en 22 Uitvoeringswet AVG (UAVG) een zogenoemd verwerkingsverbod geldt. Een college mag op grond van artikel 7.4.0 Jeugdwet bijzondere gegevens verwerken wanneer die noodzakelijk zijn voor de toeleiding naar en inzetten van jeugdhulp. Buiten dat kader mag een college geen persoonsgegevens van de jeugdige verwerken. In deze situatie hebben de ouders met toestemming van hun dochter onder anonimiteit/pseudoniem de pers gezocht en daarbij een aantal inhoudelijke elementen openbaar gemaakt.

Dat is evenwel voor rekening en verantwoordelijkheid van de ouders.

Een college mag wel in algemeenheid de verantwoordelijkheden van de gemeente duiden. De gemeentetaak in de Jeugdwet beperkt zich tot het toeleiden naar jeugdzorg.…

Vragen en antwoorden

Vraag 1

De portefeuillehouder zegt in zijn reactie aan de LC dat het gebiedsteam de behandeling en begeleiding van inwoners van onze gemeente tijdens het zorgtraject evalueert en dat de gemeente de vinger aan de pols houdt. Welke conclusies heeft die tussentijdse evaluatie en het ‘vinger aan de pols’ opgeleverd, nu blijkt dat het al zo lang misging?

Antwoord van het college

Reactie:

Wij kunnen, vanwege de hierboven geschetste privacyregels, u geen informatie verstrekken over wat tussentijdse evaluatie en het houden van de vinger aan de pols hebben opgeleverd.

Vraag 2

We lezen dat bij zorginstellingen waarmee de gemeente een financiële relatie heeft, sprake is van onveilige situaties. Bijvoorbeeld: drugsgebruik, seksueel misbruik, weglopen, zelfbeschadiging, etc. Los van deze casus, welke maatregelen onderneemt de gemeente hierop (al dan niet in samenwerking met zorginstellingen en andere gemeenten)?

Antwoord van het college

Reactie:

De Jeugdwet bevat diverse bepalingen ter voorkoming van onveilige situaties. Zo moeten jeugdzorgorganisatie bijvoorbeeld werken met protocollen. Ook dienen zij geweld en andere calamiteiten te melden bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Het is aan deze inspectie om onderzoek te doen naar gemelde calamiteiten. De inspectie heeft ook de bevoegdheid om in te grijpen als zij vinden dat bij een bepaalde zorgorganisatie de veiligheid in het geding is. De inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd werkt hierbij nauw samen met de Inspectie Justitie en Veiligheid.

Het is aan gemeenten om erop toe te zien dat jeugdzorgaanbieders, met wie gemeenten een contract wensen aan te gaan, ook daadwerkelijk aan de wettelijk eisen voldoen. Dat zij dus werken met de vereiste protocollen. Dat de juiste medewerkers over een geldige VOG beschikken. En dat de aanbieder in staat is verantwoorde zorg te verlenen. Als Friese gemeenten hebben wij deze controlerende taak belegd bij Sociaal Domein Fryslân (SDF). SDF controleert namens alle Friese gemeenten of jeugdzorgaanbieders voldoen aan de wettelijke eisen voor onder andere veiligheid. Dit gebeurt als onderdeel van een aanbesteding. Maar ook daarna. Bij twijfels over de veiligheid kan SDF (en ook wij als individuele gemeente) daarvan melding doen bij de inspectie.

De inspectie houdt ook proactief toezicht op onder andere de veiligheid bij jeugdzorgorganisaties. Dit doen zij onder andere via inspectiebezoeken. Dergelijke bezoeken kunnen onaangekondigd zijn. Tijdens een inspectiebezoek proberen de inspecteurs een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de dagelijkse gang van zaken op de locatie. Zij interviewen daarvoor ook medewerkers en kinderen. Ook zo’n inspectiebezoek kan leiden tot ingrijpen door de inspectie, bijvoorbeeld als de inspectie vindt dat de veiligheid in het geding is.

Vraag 3

Waarom heeft de gemeente niet gehandeld toen de rechter op 16 november 2021 bij vonnis besliste dat er binnen één maand duidelijkheid moest komen over de te verlenen zorg (zie de constatering van de rechter op 15 december 2021)?

Antwoord van het college

En wat heeft de gemeente gedaan om tot betere zorg te komen toen de rechter de gemeente daartoe op 7 februari 2022 bij vonnis opnieuw verplichtte?

Reactie:

Wij kunnen, vanwege de hierboven geschetste privacyregels, u geen informatie geven over ons handelen in deze situatie. Wel kunnen wij in zijn algemeenheid aangeven, dat wij uitspraken van rechters op het gebied van jeugdzorg altijd volgen. Dat wij alles in het werk stellen om gehoor te geven aan dergelijke uitspraken, maar daarin soms wel gelimiteerd worden door omstandigheden.

Wij willen u er in dat kader op attenderen, dat het onvoldoende kunnen bieden van de juiste hulp in zeer complexe situaties een landelijk probleem is. Organisaties en plekken hiervoor zijn vaak niet- of niet direct voorhanden. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft in 2021 geconstateerd dat dat instellingen dikwijls onvoldoende personeel kunnen vinden om aan de complexe hulpvragen te kunnen voldoen en dat dit één van de oorzaken is van het probleem (zie nieuwsbericht Inspectie Gezondheid en Jeugd van 15-032021).

Vraag 4

Is in Noardeast-Fryslân sprake van meer (vergelijkbare) schrijnende situaties in de jeugdzorg?

Antwoord van het college

Zo ja, kan het college een nadere duiding daarvan geven? En welke maatregelen onderneemt het college op dit moment om deze situaties aan te pakken dan wel te voorkomen?

Reactie:

Binnen onze gemeente hebben wij op dit moment niet te maken met een vergelijkbare (schrijnende) situatie.

We hebben wel te maken met meer complexe casussen. Casussen waarin het behoorlijk lastig blijkt om de betreffende jongere toe te leiden naar de juiste zorg. Casussen waar meerdere hulpverleners van meerdere instanties bij betrokken zijn. Ook in de andere complexe situaties proberen wij jeugdzorgaanbod in te schakelen wat past bij de hulpvraag. En houden wij de vinger aan de pols. Loopt de hulpverlening vast, dan kunnen wij het Regionaal Expertiseteam Jeugd (REX) inschakelen. Dit provinciale team richt zich op complexe zorgvragen, waar de reguliere hulpverlening (nog) geen antwoord op heeft of niet uitkomt met het gezin. Bijvoorbeeld omdat er sprake van onvoldoende passend en adequaat hulpaanbod in de regio en/of omdat er een samenwerkingsprobleem is met betrokken partijen en/of omdat de ingezette hulp niet effectief gebleken is. Het REX probeert hier dan, door het geven van een voor betrokken partijen bindend advies, een doorbraak in te forceren. Verder staan wij continu in contact met SDF en informeren wij hen over waargenomen hiaten in het zorgaanbod.

Overigens komt het bij zeer complexe casuïstiek voor dat wij als gemeente niet (meer) actief betrokken zijn binnen het gezin. Dit is bijvoorbeeld het geval bij casussen met ondertoezichtstelling, die door een rechter bij een Gecertificeerde Instelling (GI) worden neergelegd. Daarmee wordt de GI verantwoordelijk is voor het toeleiden van de jongere naar passende jeugdzorg en het volgen van de casus. De GI wijst daarvoor een gezinsvoogd toe die samen met ouders het gezag uitoefent. De gemeente is in dergelijke situaties alleen nog verantwoordelijk voor de financiering van de jeugdzorg.

Vraag 5

Is het college bereid om de situatie van het papieren meisje grondig te evalueren, zodanig dat hieruit voor de toekomst lessen kunnen worden getrokken en beleidswijzigingen kunnen worden aangebracht?

Antwoord van het college

Kan het college de raad daarvan op de hoogte brengen?

Reactie:

Wij evalueren continu bijvoorbeeld via intervisie. Wij gaan ook deze casus evalueren. Dat gaan wij in dit geval doen onder leiding van externe, onafhankelijke personen die hiervoor zijn opgeleid. De evaluatie zal zich in eerste op onszelf richten om na te gaan of wij van deze casus kunnen leren.

Wij nodigen uw raad graag uit voor een bijeenkomst met het gebiedsteam, waarin wij u zullen informeren over de werkwijze van het gebiedsteam. Daarbij zullen wij u dan ook in algemene zin informeren over de uitkomst van de evaluatie.

De vragen van de CU:

1. Klopt het dat de gemeente al op 16 november 2021 door de rechter op de vingers is getikt?

Reactie:

Vanwege de geschetste privacyregels kunnen wij hier inhoudelijk niet op reageren.

2. Hoe kan het dat de gemeenteraad hiervan niet in kennis is gesteld?

Reactie:

Gerechtelijke uitspraken als deze bevatten veel privacygevoelige informatie. Ze zijn (mede) om die reden ook niet openbaar. Vanwege de geschetste privacyregels is het voor ons college niet mogelijk uw raad van dergelijke uitspraken in kennis te stellen.

3. Klopt het dat de gemeente op vragen van een journalist n.a.v. bovenstaande problematiek een algemene reactie heeft gegeven?

Reactie:

Dat klopt. Zoals hierboven uitgelegd kunnen wij, in verband met privacy regels, in een situatie als deze niet inhoudelijk op vragen ingaan.

4. Hoe kan het dat de gemeenteraad ook van deze inhoud geen kennis heeft kunnen nemen?

Reactie:

De praktijk is dat wij zeer regelmatig vragen van journalisten ontvangen, over allerlei onderwerpen.

Dergelijke vragen worden via de afdeling communicatie van onze gemeente beantwoord. Het is niet de afspraak dat uw raad standaard een afschrift van al deze antwoorden ontvangt.

5. Klopt het dat de wethouder na publicatie van het krantenartikel alleen de fractievoorzitters een mail heeft gestuurd en niet zoals gebruikelijk de hele gemeenteraad?

Reactie:

De wethouder heeft, na publicatie van het krantenartikel, een mail naar de fractievoorzitter gestuurd met het uitdrukkelijke verzoek die met de fractie de delen. Dit met als doel uw raad tijdig en volledig te informeren.

Vraag 6

Wat is daarvan de reden?

Antwoord van het college

Zowel het late tijdstip van informeren (april ‘22 i.p.v. november ‘21) als een deel van de gemeenteraad en niet zoals gebruikelijk -via de griffie- de hele raad?

Reactie:

Zie onze reactie op voorgaande vragen.

Vraag 7

In december 2021 kregen zowel college als raad de conclusies van de RKC gepresenteerd. Was het college ten tijde van deze presentatie reeds op de hoogte van bovenstaande casus en de daaraan verbonden gerechtelijke uitspraak?

Antwoord van het college

Reactie:

Zoals wij in onze reactie op vraag 2 (CU) hebben aangegeven, is het vanwege privacy niet mogelijk uw raad in kennis te stellen van uitspraken als deze. Ook bij de presentatie van de conclusies van de rekenkamercommissie was dat niet mogelijk.

Vraag 8

Een deel van de genoemde casus lijkt een direct gevolg te zijn van de conclusies van de RKC. Kan e.e.a een direct gevolg zijn van het gebrek aan beschreven werkprocessen/lange wachttijden en al die andere conclusies van de RKC?

Antwoord van het college

Reactie:

Er is geen causaal verband tussen de conclusies van de rekenkamercommissie en deze casus. Vanwege de geschetste privacyregels kunnen wij verder hier niet op ingaan.

Vraag 9

Is deze casus een uitzondering of zijn er binnen onze gemeente meerdere vergelijkbare cases ?

Antwoord van het college

(Ons bereiken nl. meerdere ernstige, zorgelijke berichten).

Reactie:

Zie onze reactie op vraag 4 van het CDA

Vraag 10

Op 20 januari 2022 heeft het college een reactie naar de raad gegeven n.a.v. conclusies RKC, waarom is er niet voor gekozen om gerechtelijke uitspraak mee te nemen in deze reactie?

Antwoord van het college

Reactie:

Zie onze reactie op vraag 2 van de CU

Vraag 11

Hoe lang moet men wachten voor een intakegesprek met een medewerker van het gebiedsteam?

Antwoord van het college

Reactie:

Dit kan op dit moment oplopen tot 3 maanden. Bij een aanmelding wordt evenwel altijd direct naar de aard van de hulpvraag gekeken. Als daarbij wordt geconcludeerd dat er niet kan worden gewacht, dan wordt aan de betreffende casus in samenspraak met een gedragswetenschapper prioriteit gegeven en wordt die zo snel mogelijk opgepakt. Een casus met acute onveiligheid wordt sowieso direct opgepakt.

Vraag 12

Hoe lang moet men wachten op een intakegesprek met een jeugdzorgaanbieder?

Antwoord van het college

Reactie:

Dit verschilt per aanbieder. Er zijn aanbieders met een korte wachttijd en aanbieders met een lange wachttijd. Wij hebben via de Beschikbaarheidswijzer inzicht in wachttijden bij jeugdzorgaanbieders. Bij de keuze voor een aanbieder houden wij, voor zover dat mogelijk is, rekening met deze wachttijden.

Vraag 13

Hoe lang is de wachttijd voor de start van de daadwerkelijke behandeling?

Antwoord van het college

Reactie:

Ook dat verschilt weer per aanbieder. En ook hier geeft de Beschikbaarheidswijzer ons inzicht in.

Vraag 14

Wat is de rol van de gemeente/gebiedsteams in de wachttijdbemiddeling?

Antwoord van het college

Reactie:

Onze gebiedsteams doen niet aan wachttijdbemiddeling. Tenminste niet op de manier waarop bijvoorbeeld Zorgverzekeraars dat doen.

Wanneer wij vinden dat er sprake is van prioriteit op basis van onveiligheid, dan maken wij dit wel kenbaar bij de jeugdzorgaanbieder en vragen wij die aanbieder de casus met voorrang op te laten pakken.

Verder houden wij, bij het zoeken naar een geschikte jeugdzorgaanbieder, rekening met de wachttijden bij de betreffende organisatie.

Om u een volledig beeld van de jeugdzorg te geven: de jeugdwet kent ook zogenaamde directe verwijzers.

Ook zij mogen jongeren toeleiden naar jeugdzorg. Dit gebeurt zonder tussenkomst van de gemeente.

Ouders kiezen in de praktijk vaak zelf bij wie zij hun hulpvraag neerleggen.

Directe verwijzers zijn onder andere huisartsen, jeugdartsen, bepaalde functionarissen van een GI en kinderrechters. Zo’n 60% van de verwijzingen naar jeugdzorg in onze gemeente gaat via dergelijke directe verwijzers.

Vraag 15

Wie is wanneer verantwoordelijk?

Antwoord van het college

Op welk moment draagt de gemeente de verantwoordelijkheid over aan de jeugdzorgaanbieder? En wordt dit duidelijk met de belanghebbenden (hulpvrager + ouders/verzorgers) gecommuniceerd?

Reactie:

In casuïstiek waarbij er regie gevoerd moet worden (bijvoorbeeld omdat er meerdere aanbieders betrokken zijn) of waarbij er sprake is van onveiligheid en er kaders gesteld moeten worden, pakt het gebiedsteam de regie op in samenspraak met ouders. In casuïstiek waarbij er sprake lijkt te zijn van enkelvoudige problematiek, wordt de casusregie in de regel overgedragen aan de jeugdzorgaanbieder. Ouders (met gezag) blijven echter altijd eindverantwoordelijk. Dit wordt ook zo met de ouders, hulpvrager en jeugdzorgaanbieders besproken.

Overigens komt het, zoals ook bij vraag 4 van het CDA aangegeven, bij zeer complexe casuïstiek voor dat niet de gemeente maar een GI verantwoordelijk is een casus. De GI wijst in dergelijke situaties een gezinsvoogd toe die samen met ouders het gezag uitoefent. De gemeente is in dergelijke alleen nog verantwoordelijk voor de financiering van de jeugdzorg.

Vraag 16

Blijft gemeente na overdracht nog op achtergrond aanwezig/betrokken/geïnformeerd?

Antwoord van het college

Reactie:

Zoals bij de vorige vraag beschreven, dragen wij bij enkelvoudige problematiek de casusregie in de regel over aan de jeugdzorgaanbieder. In dat geval hebben wij geen directe bemoeienis meer met de betreffende casus. Behalve bij beëindiging van het zorgtraject of als er om een vervolg op dat traject wordt gevraagd. Bij beëindiging vragen wij altijd om een eindrapportage om te kunnen beoordelen of met het traject de beoogde resultaten zijn behaald. En bij het verzoek om een vervolg beoordelen wij of dat vervolg nodig is.

In casussen waarbij wij de regie houden, hebben wij een actieve rol.

Een casus waarbij door de rechter een ondertoezichtstelling is opgelegd, wordt altijd overgedragen aan een GI (zie ook vraag 4 CDA). Bij dergelijke casussen zijn wij, behalve financieel, niet meer op de achtergrond aanwezig. Wij ontvangen ook geen inhoudelijke informatie meer over dergelijke casussen.

Vraag 17

Als verantwoordelijkheid is overgedragen aan jeugdzorgaanbieder, kunnen hulpvrager/ouders dan nog bij de gemeente aankloppen voor hulp, of aangeven dat ingeslagen weg niet de juiste is?

Antwoord van het college

Reactie Ja, dat kan altijd. Wij kunnen dan mogelijk een bemiddelende rol spelen of de regie nemen mocht dat nodig zijn.

Tot zover de gestelde vragen en onze reactie daarop. Zoals u hebt kunnen lezen, zijn wij vanwege privacyregels niet in de gelegenheid om op alle vragen antwoord te geven. Wij nodigen uw raad binnenkort graag uit voor een bijeenkomst met het gebiedsteam, waarin wij u zullen voorzien van algemene informatie over de werkwijze van dit team.

Wij vertrouwen erop u met deze brief naar behoren te hebben geïnformeerd.

Bekijk de brief: Collegebrief aan raad - Beantwoording schriftelijke vragen CU en CDA over Papieren meisje.pdf

Bron: raadsinformatie van de gemeente Noardeast-Fryslân (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Noardeast-Fryslân

Alle artikel 35-vragen in Noardeast-Fryslân