30 september 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Noordoostpolder

E04 00 Beantwoording vragen CDA - Normbedragen onderwijshuisvesting.pdf

Een raadslid stelde op 30 september 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Fractie:

Naam:

Onderwerp:

Datum indiening vragen:

CDA Lub Post Normbedragen onderwijshuisvesting 18 juni 2024

Vragen:

Inleiding De normbedragen voor nieuwbouw onderwijshuisvesting zijn gesteld op € 3.300 euro de m2 en voor renovatie op € 2.062,50. Op dit moment lopen er renovatieprojecten, Vraag 1:

Is het college van mening dat deze bedragen in de praktijk toereikend zijn om toekomstbestendige scholen te realiseren?

Antwoord:

Ja, dat zijn wij en de gemeenteraad heeft hier medio 2023 mee ingestemd en in de perspectiefnota wordt deze verhoging van het normbedrag (€ 3.300 prijspeil 2024) nu vertaald naar extra financiële middelen voor VIV.

Wij zijn ons er van bewust dat er nog veel onzekerheden zijn of dit bedrag ook in de toekomst voldoende zal zijn. Daarom hebben we in ieder geval voorgesteld de indexering aan te passen van 1,6% naar 3% per jaar. We zullen de ontwikkelingen scherp blijven volgen en wanneer dat nodig blijkt keuzes aan de gemeenteraad voorleggen.

Vraag 2:

In het Integraal Huisvestingsplan wordt een bijdrage van de scholen genoemd van 25%. Is het college van mening dat dit max. bedrag voor de scholen niet overschreden wordt? En als dat wel het geval is, wat zijn de redenen daar dan voor?

Antwoord:

Schoolbesturen mogen onder voorwaarden investeren in stenen. In het IHP (Integraal Huisvestingsplan) zijn we voor vernieuwing (renovatie en vervangende nieuwbouw) gekomen tot een gezamenlijk afspraak dat de 75% door de gemeente en 25% door het schoolbestuur wordt bijgedragen. Voor volledige nieuwbouw is de gemeente in principe 100% verantwoordelijk. Scholen kunnen voor hun schoolgebouw voor een hoger ambitieniveau kiezen en daaraan gekoppeld een hogere bijdrage omdat ze dit in het belang van het onderwijs vinden of omdat het een reductie op de exploitatielasten kan opleveren.

Vraag 3:

Concreet voorbeeld: voldoet de Roderikschool straks (met genoemde bedragen) aan de eisen van duurzaamheid (BENG) en het feit dat de onderwijsgebouwen vanaf 2027 emissievrij (ENG) moeten zijn?

Antwoord:

Voor de Roderik van Voortsschool stond renovatie gepland voor het oudste gedeelte van het schoolgebouw. Al snel was duidelijk dat duurzaamheidsmaatregelen gebouwbreed genomen moesten worden. Daarvoor heeft u medio 2023 extra middelen beschikbaar gesteld. Het schoolbestuur heeft haar bijdrage opgebouwd uit de middelen die zij voor het gebouw hadden opgenomen in het Meerjarenonderhoudsplan. Dit is logisch want de maatregelen worden nu met de renovatie getroffen en hoeven dus niet in het onderhoudsplan te blijven staan.

Daarnaast wordt voor dit project gebruik gemaakt van twee specifieke subsidies voor duurzaamheid vanuit het Rijk. Een loopt via de gemeente en de andere via het schoolbestuur.

Door al deze budgetten te koppelen wordt het een toekomstbestendige schoolgebouw waarbij zowel een technische als onderwijskundige levensduurverlenging van 25 jaar wordt gerealiseerd, conform afspraken in het IHP. Na de afronding van de renovatie de school worden er zonnepanelen geplaatst. Daarmee realiseren we een bijna BENG-gebouw.

De eis voor ENG schoolgebouwen vanaf 2027 telt alleen voor volledige nieuwbouw.

Recente aanbestedingen voor schoolgebouwen in de regio laten stichtingskosten zien van 3.700 tot 4.400 euro de m2. In de omliggende gemeenten liggen de normbedragen ook hoger.

De eerste ramingen voor de campus lagen boven de 4.000 euro de vierkante meter, terwijl de gemeente de normbedragen voor vo en po gelijkstelt. De normbedragen van VNG voor bewegingsonderwijs liggen op 3.761 euro de meter.

Vragen Vraag 4:

Waar is het normbedrag (volgens regelgeving) op gebaseerd ofwel: hoe is dit normbedrag van 3.300 euro concreet samengesteld?

Antwoord:

De aanpassing van het normbedrag is gebaseerd op de ervaringen van projecten in de gemeente. Deze bedragen zijn gemiddelden waarmee we werken. Het kan dus zijn dat het ene gebouw om bepaalde redenen meer kost dan een ander. Ook wij zien dat de bouwkosten blijven stijgen en hebben daarom in de Perspectiefnota een jaarlijkse indexering van 3% voorgesteld. Momenteel zien we in de eerste stichtingskostenramingen voor de nieuwbouw school Emmelhage dat dit aangepaste bedrag toereikend is.

Vraag 5:

Wat zijn de redenen waarom de gemeente Noordoostpolder voor een lager bedrag toekomstbestendige scholen kan realiseren dan omringende gemeenten?

Antwoord:

Wij weten niet of dat het geval is, daar hebben we geen onderzoek naar gedaan. Wat we wel weten is dat we gezamenlijk hierop scherp moeten sturen en alert moeten blijven dat we de juiste dingen blijven doen. Uit een businesscase van een project moet duidelijk blijken wat van het budget kan en wat eventuele kosten zijn om aan eisen en wensen te voldoen en hoe we dat kunnen bekostigen. Vooralsnog zien wij dat dit normbedrag toereikend is.

Datum beantwoording vragen:

Contactpersoon:

E-mail adres:

Tel:

9 juli 2024 Ellentrees Müller

Bekijk de brief: E04 00 Beantwoording vragen CDA - Normbedragen onderwijshuisvesting.pdf

Bron: raadsinformatie van de gemeente Noordoostpolder (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Noordoostpolder

Alle artikel 35-vragen in Noordoostpolder