E04 00 Beantwoording vragen FVW - Nieuw erfgoedbeleid Noordoostpolder 2025-12-02.pdf
Een raadslid stelde op 26 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder (9 vragen).
In het kort
9 vragen en wat het college antwoordt
- Inventarisatie van kwetsbare cultuurhistorische gebouwen en plekken In de beginjaren van de Noordoostpolder zijn vele gebouwen en karakteristieke plekken ontstaan die… → Het college is voornemens een gerichte inventarisatie uit te voeren naar cultuurhistorische waardevolle gebouwen en plekken.
- Herbestemming als instrument voor toekomstbestendig behoud Het behoud van erfgoed vraagt vaak om een nieuwe functie die past bij deze tijd. → Voor het behoud van monumenten, beeldbepalende elementen en andere gebouwen met cultuurhistorische waarde, vindt het college een duurzaam en toekomstbestendig gebruik van belang.
- Financiële ondersteuning en cofinanciering Restauratie en herbestemming vragen om samenwerking, kennis en middelen. → Er zijn regelingen beschikbaar.
- Verkenning van nieuwe rijksmonumenten Sommige gebouwen en plekken in de Noordoostpolder hebben mogelijk een cultuurhistorische waarde die verder reikt dan de… → De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) hanteert een restrictief beleid voor het aanwijzen van gebouwen als Rijksmonument.
- Prioritering van bedreigd erfgoed Waar meerdere waardevolle gebouwen of locaties aandacht vragen, is een goede prioritering essentieel. → Het college gaat een gerichte inventarisatie uitvoeren naar cultuurhistorische waardevolle gebouwen en plekken.
- Systematische monitoring en vroegtijdige signalering Verval van erfgoed is vaak geleidelijk en daardoor moeilijk zichtbaar. → Het college waardeert de inzet van lokale erfgoedorganisaties en dorpsbelangen in deze signalering.
- Actualisatie van de gemeentelijke monumentenlijst Het raadsvoorstel geeft aan dat de aanwijzing van gemeentelijke monumenten in de uitvoering verder moet worden ingevuld. → Dit proces is uitgebreid beschreven in bijlage 2 bij het beleidsplan.
- Industrieel erfgoed op bedrijventerreinen Naast agrarisch en stedenbouwkundig erfgoed kent onze gemeente ook gebouwen en structuren die een belangrijke rol hebben… → Het college beperkt de inventarisatie van ons erfgoed niet op voorhand voor specifieke typen erfgoed.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Fractie:
Naam:
Onderwerp:
Datum indiening vragen:
Fractie van Wegen Wim van Wegen Nieuw erfgoedbeleid Noordoostpolder 02-12-2025
De afgelopen jaren heb ik mij meerdere malen ingezet om te komen tot nieuw erfgoedbeleid en om binnen onze gemeente meer bewustwording te creëren over de cultuurhistorische waarde van gebouwen en structuren uit met name de beginperiode van de Noordoostpolder. Vooropgesteld: het is positief dat er nu een nieuw Beleidsplan Erfgoed in Noordoostpolder voorligt! Tegelijkertijd is het in mijn optiek niet allesomvattend: bepaalde elementen die essentieel zijn voor het duurzaam behoud van ons wederopbouwerfgoed ontbreken nog of worden slechts beperkt uitgewerkt.
Juist omdat de Noordoostpolder een landelijk erkend wederopbouwgebied is, met unieke cultuurhistorische kwaliteiten die nergens anders in Nederland in deze samenhang voorkomen, is het van belang dat we zorgvuldig blijven kijken naar wat er nodig is om dit erfgoed toekomstbestendig te beschermen. Met dat doel voor ogen stel ik de volgende vragen.
Vragen:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Inventarisatie van kwetsbare cultuurhistorische gebouwen en plekken In de beginjaren van de Noordoostpolder zijn vele gebouwen en karakteristieke plekken ontstaan die het verhaal van onze gemeente zichtbaar maken. Een deel daarvan staat inmiddels onder druk, zowel technisch als functioneel. Op welke wijze is het college voornemens een gerichte inventarisatie uit te voeren naar cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en plekken uit deze periode, zoals boerderijen met hun erfstructuur, schokbetonschuren, arbeiderswoningen, kerken, scholen en andere herkenbare locaties, die kwetsbaar zijn en mogelijk gebaat zijn bij herbestemming of restauratie?
Antwoord van het college
Het college is voornemens een gerichte inventarisatie uit te voeren naar cultuurhistorische waardevolle gebouwen en plekken. Het voorliggende beleidsplan ‘Erfgoed in Noordoostpolder 2025-2030’ schept de kaders voor het uitvoeren van deze inventarisatie. De cultuurhistorische inventarisatie maakt onderdeel uit van het proces voor de aanwijzing van nieuwe gemeentelijke monumenten en beeldbepalende elementen. De aanpak van de inventarisatie is uitgewerkt in bijlage 2 bij het beleidsplan.
Vraag 2
Herbestemming als instrument voor toekomstbestendig behoud Het behoud van erfgoed vraagt vaak om een nieuwe functie die past bij deze tijd. Op welke wijze is het college bereid om in de uitvoeringsagenda van het erfgoedbeleid een duidelijke aanpak op te nemen voor het stimuleren van herbestemming, zodat waardevolle gebouwen en plekken uit de beginperiode van de polder daadwerkelijk een duurzame toekomst krijgen?
Antwoord van het college
Voor het behoud van monumenten, beeldbepalende elementen en andere gebouwen met cultuurhistorische waarde, vindt het college een duurzaam en toekomstbestendig gebruik van belang. Het stimuleren van herbestemming maakt geen onderdeel uit van het voorliggende beleidsplan, maar vindt oorsprong in andere beleidsregels, zoals de Beleidsregel ontwikkeling kerkgebouwen (2024) waarin maatwerk in herbestemming kan worden geboden aan de hand van een voorkeursladder. Het college faciliteert herbestemming in samenspraak met initiatiefnemers en eigenaren van gebouwen met cultuurhistorische waarde.
Vraag 3
Financiële ondersteuning en cofinanciering Restauratie en herbestemming vragen om samenwerking, kennis en middelen. Welke mogelijkheden ziet het college om, samen met provincie, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en andere partners, financiële ondersteuning of cofinanciering beschikbaar te stellen voor het behoud van gebouwen met hoge cultuurhistorische waarde?
Antwoord van het college
Er zijn regelingen beschikbaar. Voor Rijksmonumenten zijn er subsidiemogelijkheden via het Rijk en de provincie. Via het Nationaal Restauratiefonds is financiering met gunstige voorwaarden mogelijk voor restauratie, herbestemming en verduurzaming. De gemeente heeft hierbij geen rol.
Voor gemeentelijke monumenten zijn er de subsidieregelingen beschreven in het voorliggende beleidsplan ‘’Subsidieverordening instandhouding gemeentelijke monumenten’ en ‘Subsidieregeling voor groot onderhoud van kerktorens in de gemeente Noordoostpolder’. Het college stelt daarmee financiering aan eigenaren van monumenten beschikbaar en zal aan de gemeenteraad via de eerstvolgende Perspectiefnota voorstellen de bijbehorende subsidieplafonds te herijken.
Vraag 4
Verkenning van nieuwe rijksmonumenten Sommige gebouwen en plekken in de Noordoostpolder hebben mogelijk een cultuurhistorische waarde die verder reikt dan de gemeentegrenzen. Is het college bereid, samen met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, te verkennen welke gebouwen of karakteristieke plekken potentie hebben om als rijksmonument te worden aangewezen en welke stappen hiervoor nodig zijn?
Antwoord van het college
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) hanteert een restrictief beleid voor het aanwijzen van gebouwen als Rijksmonument. Alleen objecten die passen binnen de actuele programma’s van RCE komen in aanmerking. Op dit moment loopt het ‘Aanwijzingsprogramma Post65 Rijksmonumenten’. De RCE zoekt erfgoed van na de wederopbouwperiode en zal daarna onderzoeken of deze van zodanig landelijk belang zijn om de aanwijzingsprocedure tot Rijksmonument op te starten. De gemeente heeft hierin samengewerkt met de RCE. Inmiddels is ‘De Golfslag’ in Emmeloord in beeld bij de RCE in het bovenstaande programma. Het college blijft hiervoor samenwerken met de RCE.
Vraag 5
Prioritering van bedreigd erfgoed Waar meerdere waardevolle gebouwen of locaties aandacht vragen, is een goede prioritering essentieel. Hoe gaat het college prioriteit geven aan cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en plekken die in technisch, functioneel of economisch opzicht kwetsbaar zijn? En op welke termijn kan de raad een voorstel voor deze prioritering verwachten?
Antwoord van het college
Het college gaat een gerichte inventarisatie uitvoeren naar cultuurhistorische waardevolle gebouwen en plekken. In bijlage 2 is de aanpak beschreven. Daarbij wordt conform het voorliggende beleidsplan gewerkt met landelijk veel gebruikte objectieve criteria, aangevuld met thema’s die kenmerkend zijn voor Noordoostpolder. Hierbij wordt een transparante en toetsbare werkwijze gevolgd, waarbij het cultuurhistorische belang doorslaggevend is. Cultuurhistorische objectieve waarden heeft daarbij prioriteit boven technische en andere kwetsbaarheden. In 2026 wordt gestart met deze uitvoering, dat een bevoegdheid is van het college. Het college zal de gemeenteraad tijdig informeren over de voortgang in dit proces.
Vraag 6
Systematische monitoring en vroegtijdige signalering Verval van erfgoed is vaak geleidelijk en daardoor moeilijk zichtbaar. Hoe gaat het college ervoor zorgen dat we op tijd in de gaten hebben wanneer waardevolle gebouwen of karakteristieke plekken achteruitgaan? En is het college bereid daarbij samen te werken met lokale erfgoedorganisaties, verenigingen van dorpsbelangen en andere deskundigen die zulke signalen vroeg kunnen doorgeven?
Antwoord van het college
Het college waardeert de inzet van lokale erfgoedorganisaties en dorpsbelangen in deze signalering. Er vindt met het cultuurhistorische organisaties en dorpsbelangen (structureel) overleg plaats waarbij signalen doorgegeven kunnen worden.
Vraag 7
Actualisatie van de gemeentelijke monumentenlijst Het raadsvoorstel geeft aan dat de aanwijzing van gemeentelijke monumenten in de uitvoering verder moet worden ingevuld. Wanneer en op welke wijze gaat het college werken aan een geactualiseerde gemeentelijke monumentenlijst, en welke selectiecriteria, stappen en tijdslijnen hanteert het college daarbij?
Antwoord van het college
Dit proces is uitgebreid beschreven in bijlage 2 bij het beleidsplan. Het college gaat hier na vaststelling van het beleidsplan mee starten. Dit proces dient zorgvuldig uitgevoerd te worden en zal minimaal een jaar in beslag nemen.
Vraag 8
Industrieel erfgoed op bedrijventerreinen Naast agrarisch en stedenbouwkundig erfgoed kent onze gemeente ook gebouwen en structuren die een belangrijke rol hebben gespeeld in de economische opbouw van de polder. Het valt me op dat dit industrieel erfgoed in het nieuwe beleidsplan ogenschijnlijk nauwelijks aandacht krijgt. A. Op welke manier gaat het college aandacht besteden aan industrieel erfgoed, zoals oudere bedrijfspanden, werkplaatsen, landbouwgerelateerde industrie en infrastructuur op bedrijventerreinen, die veel vertellen over de wederopbouwperiode en de (economische) geschiedenis van de Noordoostpolder?
Antwoord van het college
Het college beperkt de inventarisatie van ons erfgoed niet op voorhand voor specifieke typen erfgoed. De inventarisatie is beschreven in bijlage 2 bij het beleidsplan en start met het opstellen van een groslijst van nader te onderzoeken objecten met mogelijke cultuurhistorische waarde. Bij deze inventarisatie hoort ook het industrieel erfgoed op bedrijventerreinen.
B. In het verlengde hiervan: Is het college bereid te onderzoeken of (delen van) dit industrieel erfgoed cultuurhistorische waarde vertegenwoordigen en mogelijk in aanmerking komen voor herbestemming, waardestelling of bescherming?
Antwoord:
Het college neemt ook industrieel erfgoed mee in de inventarisatie. Of er daarbij sprake is van cultuurhistorische waarde, dat zal gaandeweg de inventarisatie blijken. Indien er sprake is van hoge cultuurhistorische waarde dan is bescherming als gemeentelijke monument of beeldbepalend element denkbaar.
Vraag 9
Vrijblijvend karakter nieuw beleidsplan Het nieuwe beleidsplan blijft op verschillende punten beperkt in concreetheid. Wat is de reactie van het college op de constatering dat er na jarenlang wachten méér uitgewerkte keuzes en plannen verwacht zouden mogen worden, en dat het beoogde beleid nu op onderdelen nog te vrijblijvend overkomt?
Antwoord van het college
Het college heeft met het voorliggende beleidsplan gewerkt aan realistische ambities voor de komende 5 jaar, die zijn uitgewerkt in concretere (niet vrijblijvende) doelstellingen en bijbehorende acties. Het beleidsplan uit 2013 wordt verder uitgebouwd.
Tot zover de vragen die ik graag zo snel mogelijk beantwoord zou willen zien.
Datum beantwoording vragen:
Contactpersoon:
E-mailadres:
Tel:
12 december 2025 Elles Kroon [email protected] 06-83167842
Bron: raadsinformatie van de gemeente Noordoostpolder (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.