14 november 2022 · artikel 35-vragen · gemeente Noordoostpolder

E05 00 Beantwoording vragen CU-SGP Winkeltijdenverordening.pdf

Een raadslid stelde op 14 november 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder (7 vragen).

In het kort

7 vragen en wat het college antwoordt

  • Hoe ziet de impactmeter er volgens het college uit voor de onderwerpen (a) algemeen belang, (b) maatschappelijke aandacht en (c) hinder initiatief? → Het onderwerp zondagsrust en koopzondagen kent veel belangen (sociaal, maatschappelijk, geloof en economisch) en heeft vorige bestuursperiodes het stof ook al op doen waaien.
  • Is het college het met bovenstaande analyse eens? → Waarom wel / niet?
  • Wanneer ontvangt de raad een voorstel om kaders te stellen voor de participatie? → Vraag
  • Wilt u het (ontwerp)-Participatieplan de raad doen toekomen? → 1 In de participatievisie ligt vast dat we een Relevant Gesprek voeren, met de gespreksvragen.
  • Wilt u aangeven hoe de gespreksvragen voor een Relevant Gesprek in de ogen van het college moeten worden vormgegeven voor de winkeltijden? → In de participatievisie ligt vast dat er verschillende niveaus zijn van participatie.
  • Welk niveau van de participatietrap is in de ogen van het college van toepassing? → Op 20 september jl. heeft het college een ondernemersbijeenkomst belegd over de winkeltijden.
  • Wat is het karakter geweest van deze bijeenkomst en hoe past die bijeenkomst bij de rol van de gemeenteraad om kaders te stellen voor de participatie? → Naar wij begrepen hebben, waren ca. 25 ondernemers uitgenodigd, waaronder alle grote ondernemingen als de bouw- en tuincentra en grote supermarkten.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Hoe ziet de impactmeter er volgens het college uit voor de onderwerpen (a) algemeen belang, (b) maatschappelijke aandacht en (c) hinder initiatief?

Antwoord van het college

Het onderwerp zondagsrust en koopzondagen kent veel belangen (sociaal, maatschappelijk, geloof en economisch) en heeft vorige bestuursperiodes het stof ook al op doen waaien. De maatschappelijke aandacht is zeer groot, met vele media aandacht. Afgelopen verkiezingen maakte het onderdeel uit van verkiezingsdebatten. Na de verkiezingen werden 2 brieven verzonden aan de informateurs op dit onderwerp die onderdeel uitmaakten van het informateursadvies. Voor beoordeling van de ‘hinder van het initiatief’ (participatievisie p. 10) komen de veelheid van belangen terug. Op grond van de Participatievisie geldt dan dat niveau 3 hier van toepassing is. De raad hoort betrokken te zijn bij het maken van het participatieplan. ‘De raad kaders mee laten bepalen voor proces en inhoud’ (Participatievisie, p. 11). Vraag

Vraag 2

Is het college het met bovenstaande analyse eens?

Antwoord van het college

Waarom wel / niet? Vraag

Vraag 3

Wanneer ontvangt de raad een voorstel om kaders te stellen voor de participatie?

Antwoord van het college

Vraag

Vraag 4

Wilt u het (ontwerp)-Participatieplan de raad doen toekomen?

Antwoord van het college

1 In de participatievisie ligt vast dat we een Relevant Gesprek voeren, met de gespreksvragen. Vraag

Vraag 5

Wilt u aangeven hoe de gespreksvragen voor een Relevant Gesprek in de ogen van het college moeten worden vormgegeven voor de winkeltijden?

Antwoord van het college

In de participatievisie ligt vast dat er verschillende niveaus zijn van participatie. Van enkel informeren tot meebeslissen (de participatietrap). Vraag

Vraag 6

Welk niveau van de participatietrap is in de ogen van het college van toepassing?

Antwoord van het college

Op 20 september jl. heeft het college een ondernemersbijeenkomst belegd over de winkeltijden. Vraag

Vraag 7

Wat is het karakter geweest van deze bijeenkomst en hoe past die bijeenkomst bij de rol van de gemeenteraad om kaders te stellen voor de participatie?

Antwoord van het college

Naar wij begrepen hebben, waren ca. 25 ondernemers uitgenodigd, waaronder alle grote ondernemingen als de bouw- en tuincentra en grote supermarkten. We begrijpen dat ca. de helft van de ondernemers vooraf heeft aangegeven niet aanwezig te kunnen zijn bij deze bijeenkomst. Vraag 8a. Klopt deze informatie? Vraag 8b Is de uitkomst uit deze bijeenkomst representatief in de ogen van het college? Vraag 8c Hoe betrekt u de input van ondernemers die aangegeven hadden niet aanwezig te kunnen zijn? Vraag 8d Wilt u ons het verslag van deze bijeenkomst toesturen? In de collegenota (ingekomen stukken raad september 2022) wordt aangegeven dat daarnaast een klankbordgroep van ondernemers (die bestond voor de visie op de Detailhandelsstructuur) bijeen geroepen kan worden. Echter, het onderwerp koopzondag is al besproken met deze klankbordgroep. In de commissie BFE, 17 januari 2022, is deze vraag gesteld aan de externe adviseur die betrokken 1 In de raad van 19 september jl. hebben we een participatieplan voor de omgevingsvisie vastgesteld als raad. Als het goed is, is een soortgelijk participatieplan opgesteld voor de verordening Winkeltijden (met de punten uit de Participatievisie, die nu niet terugkomen in de 2A4 tellende collegenota die in september in de ingekomen stukken van de raad zat). Naar analogie van het participatieplan voor de omgevingsvisie kan een raadsvoorstel worden aangeboden. was bij de klankbordgroep: ‘wat vond de klankbordgroep over koopzondagen?’. De externe adviseur antwoordde vervolgens in januari van dit jaar (minuut 27, citaat): “Wat vond de klankbordgroep er van? Dat was gemengd. Daar kan ik heel simpel in zijn. Een aantal voor, een aantal tegen. Om de te verwachten redenen. Enerzijds concurrentie (fijn), we moeten ook personeel hebben, of vanuit geloofsovertuiging. Dus een gemengd beeld.” Vraag 9. Als het al is besproken met deze klankbordgroep, waarom wil het college het nogmaals bespreken met deze klankbordgroep, welke toegevoegde waarde ziet het college hierin? Vraag 10. Herkent het college het gemixte beeld van deze klankbordgroep, zoals de externe adviseur dit omschreef in januari van dit jaar? B. Verordening winkeltijden in het licht van de Winkeltijdenwet en de uitgangspunten onder de wet In artikel 2 en 3 van de Winkeltijdenwet ligt vast dat het verboden is om een winkel voor het publiek op zondag geopend te hebben en de gemeenteraad bij verordening vrijstelling kan verlenen voor dit verbod. De bevoegdheid van de gemeenteraad om vrijstelling te verlenen voor dit verbod, is sinds 2013 opgenomen in de wet2, naar aanleiding van een initiatiefwetsvoorstel van onder andere D66. In de memorie van toelichting is opgenomen dat ‘Binnen de Winkeltijdenwet vooral de koopzondag een gevoelig onderwerp [is]’, ‘Wat betreft het afwegen van belangen menen de indieners dat dit het beste door de gemeente zelf kan worden gedaan.’. Het primaat voor de beslissing omtrent koopzondagen is neergelegd bij de gemeenteraad omdat ‘Het opleggen van één norm door het Rijk botst immers per definitie met de grote diversiteit aan opvattingen, behoeften en mogelijkheden van gemeenten.’. De door de ChristenUnie-SGP-fractie genoemde diversiteit aan opvattingen, behoeften en mogelijkheden zijn ook terug te vinden in de verkiezingsprogramma’s van de verschillende partijen in de gemeenteraad van Noordoostpolder. Ook door de informateurs zijn deze verschillen van opvattingen en behoeften expliciet benoemd en gewogen en was dit nadrukkelijk onderwerp van gesprek in de coalitievorming. In het coalitieakkoord is door partijen een inhoudelijke afweging gemaakt en is opgenomen dat de Noordoostpolder groeit en ruimte nodig heeft, ook voor haar ondernemers. Het voorstel dat het college voorlegt is in lijn met dit akkoord en biedt ruimte aan ondernemers om hun verantwoordelijkheid te nemen. Wij gaan er daarbij van uit dat ook ondernemers oog hebben voor de verschillende belangen in de samenleving en hier verantwoord mee om zullen gaan. Vraag 11. Herkent het college de grote diversiteit aan opvattingen, behoeften en mogelijkheden die ten grondslag ligt aan de bepaling in de Winkeltijdenwet? Welke zijn dat in de ogen van het college? In de memorie van toelichting wordt benoemd dat sociale, economische, maatschappelijke en religieuze belangen aan de orde zijn. De memorie van toelichting van de Winkeltijdenwet onderkent dus ook de religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging over de koopzondag. Vraag 12. Hoe wordt, in de ogen van het college, de sociale, maatschappelijke en religieuze belangen betrokken bij het participatieproces? Worden deze belangen vervolgens meegewogen? Immers: in de participatievisie is opgenomen dat ‘participatie niet hetzelfde is als draagvlak krijgen’, echter geldt wel dat participatie betekent dat betrokken belangen opgehaald worden bij inwoners en in de afweging worden betrokken. Vindt dit nu ook plaats? De memorie van toelichting op de wet is opgenomen dat de verschillende behoeften en belangen in gemeenten reden zijn om de keuze voor zondagsopenstelling niet over te laten aan ondernemers zelf. Door het primaat bij de gemeenteraad te leggen, maakt de gemeenteraad een inhoudelijke afweging rondom het aantal koopzondagen en kan op democratische en transparante wijze een beslissing en 2 Hiervoor gold een toerismebepaling. belangenafweging omtrent zondagsopenstelling totstand komen die beter aansluit van de belangen van de bewoners. Vraag 13. Onderkent het college dat de bedoeling van de wetgever is om een inhoudelijke afweging te maken door de gemeenteraad, en deze afweging niet geheel aan ondernemers te laten? Hoe geeft het college dit uitgangspunt onder de wet concreet vorm? Vraag 14. Hoe worden belangen van inwoners (zijnde niet-ondernemers) betrokken in het participatieproces, in de ogen van het college? C. Beleidsmatige onderbouwing Verordening winkeltijden, in relatie tot de Visie op de Detailhandelsstructuur De memorie van toelichting wijst er ook op dat de gemeente een inschatting maakt van de lokale economische belangen. Onze gemeente heeft een recent vernieuwde Visie op de detailhandelsstructuur (gemeenteraadsvergadering 10 oktober 2022). Op p. 32 van deze visie is een marktruimteberekening opgenomen voor de gemeente Noordoostpolder in de dagelijkse sector (waaronder supermarkten). Hieruit blijkt dat het huidig winkelaanbod (17.960 m2 winkelvloeroppervlak) het potentieel winkelaanbod overtreft. Er is dus een negatieve uitbreidingsruimte. We hebben meer winkels in de dagelijkse sector dan op basis van marktgegevens zou moeten. Volgens de recente visie is er dus een overaanbod van winkels in de dagelijkse sector. De externe adviseur noemde dit in de raadscommissie in januari ook onomwonden: ‘voor supermarkten is geen marktruimte’ (Commissie BFE, beeldvorming, 17 januari 2022). Echter, volgens de collegenota (raad september) schat het college in dat o.a. supermarkten gebruik willen maken van extra mogelijkheden voor koopzondagen. Op voornoemde p. 32 is niet alleen voor de gehele gemeente, maar ook enkel voor Emmeloord een overaanbod zichtbaar in de dagelijkse sector. Het college constateert dat de wens tot koopzondagenverruiming van de supermarkten zelf afkomstig is maar zeer zeker ook leeft onder de inwoners. Een expliciete meting daarvoor is niet gedaan. Wel de waarneming dat in de afgelopen jaren stelstelmatig werd gevraagd (ook vanuit de inwoners) om verruiming, naast ook expliciete vragen van o.a. de supermarkten en dat wordt met dit voorstel mogelijk gemaakt. De stelling dat het niet zou stroken met de beleidsmatige Detailhandelsvisie wordt door het college niet gedeeld, omdat met deze stelling marktruimteberekening wordt gekoppeld aan beschikbaarheid in tijd. De m2 worden in absolute zin niet verruimd maar de beschikbaarheid van deze m2 op het moment dat de ondernemers van mening zijn dat daar vraag of behoefte naar is. De ondernemers kunnen daar zelf invulling aangeven. De opschaling van supermarkten is niet aan de orde immers de hoeveelheid m2 nemen niet toe. Bij het Tot slot gaat het college in op effecten van het verruimen. Het college deelt de mening dat dit gemonitord moet worden op negatieve effecten. Vraag 15. Waar baseert het college de inschatting op dat supermarkten gebruik willen maken van extra mogelijkheden voor koopzondagen? Hoe representatief is deze inschatting tot stand gekomen? Vraag 16. Is het college het met de ChristenUnie-SGP eens dat de in de collegenota omschreven inschatting niet strookt met de (marktruimteberekening in de) beleidsmatige Detailhandelsvisie? Naar de mening van ChristenUnie-SGP betekent het toestaan van uitbreiding op middellange termijn een opschaling van supermarkten, veelal in handen van grote ondernemers, met negatieve impact op de kleine en middelgrote supermarkten. Vraag 17. Onderschrijft het college dit? Zo nee, wat zou in de ogen van het college het toestaan van uitbreiding van koopzondagen in de dagelijkse sector betekenen voor onze detailhandelsstructuur, nu er reeds een overaanbod is? D. Verordening winkeltijden in relatie tot de energiecrisis en personeelskrapte Een aantal krantenkoppen. Uit een buurgemeente: ‘Kuinre is ontgoocheld door plotselinge sluiting supermarkt na hoge energieprijzen: drama voor het dorp’ (De Stentor, 15 september 2022). ‘Of de bibliotheek zal zich gedwongen zien om openingstijden terug te draaien.’ (Omroep Flevoland, 4 oktober 2022, over FlevoMeer bibliotheek). Hoge energieprijs dwingt cafetaria’s om openingstijden te beperken: ‘Niet meer te betalen’ (De Gelderlander, 14 september 2022). Omdat het college uitgaat van vrijheid van ondernemen in plaats van het opleggen van restricties en beperkingen is ook het reageren op de crisis in deze lijn. De sturingsmogelijkheden en vrijheidsgraden zijn met deze aanpassing van de winkelverordening juist vergroot. De verordening is gericht op zo efficiënt en effectief mogelijk invullen van de bedrijfsvoering. Ondernemers bepalen zelf hoe ze hun bedrijfsvoering inrichten en hoe ze omgaan met hun openingstijden. Vraag 18. Herkent het college de nood onder ondernemers voor hun energierekening? Vindt het college het daarom in 2022 een gepast moment om een koopzondagdiscussie op te starten, waar juist de trend is om gerichte openingstijden te kiezen vanwege de energiecrisis? Uit de klankbordgroep Detailhandelsstructuurvisie kwam eerder al personeelskrapte als reden om niet meer koopzondagen te willen. De personeelskrapte is sindsdien toegenomen. Denk bijvoorbeeld aan het bericht: Geen ‘broodje keur’ meer: Bekende slagerij Vleeschmeester in Emmeloord gaat dicht (De Noordoostpolder 12 september 2022). Vraag 19. Herkent het college de personeelskrapte in de detailhandel? Vindt het college het daarom in 2022 een gepast moment om een koopzondagdiscussie op te starten? Tot slot Uiteraard zal het college de invoering van de winkeltijdenverordening en verruiming blijven monitoren en volgen om ongewenste effecten te kunnen onderkennen en dit vervolgens met de ondernemers te bespreken. Datum beantwoording vragen: Contactpersoon: E-mail adres: Tel:

Bekijk de brief: E05 00 Beantwoording vragen CU-SGP Winkeltijdenverordening.pdf

Bron: raadsinformatie van de gemeente Noordoostpolder (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Noordoostpolder

Alle artikel 35-vragen in Noordoostpolder