19 september 2022 · artikel 35-vragen · gemeente Noordoostpolder

E06 00 Beantwoording vragen ONS - Centrale Opvang Locatie (COL).pdf

Een raadslid stelde op 19 september 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder (9 vragen).

In het kort

9 vragen en wat het college antwoordt

  • Ziet het college een vermenging van rollen? → Zo ja, in welk opzicht kan die vermenging ongewenste gevolgen hebben voor gemeente?
  • Gaat het college een standpunt uitdragen over hoe de heer Verbeek zijn rol als Rijksheer in combinatie met zijn functie als Commissaris van de Koning heeft vervuld? → Nee, zoals hierboven aangegeven is dat een verantwoordelijkheid van anderen, die dat ook beter kunnen beoordelen.
  • Vreest het college dat uitvoering van een project als de Lelylijn in het geding wordt gebracht als gevolg van imagoschade die Noordoostpolder oploopt bij verzet tegen de… → We kunnen ons niet voorstellen dat een besluit over een project als de Lelylijn afhankelijk is van een lokale stellingname over het vestigen van een aanmeldcentrum/COL.
  • Wat vindt het college ervan dat een Rijksheer/Cdk het Rijk tipt over een locatie zonder daarbij de: a. → Zo niet, waarom niet?
  • Had de CdK kennis van de uitspraak uit 2017 gedaan door de burgemeester van de Noordoostpolder destijds aan de bewoners van Luttelgeest, namelijk dat er toezeggingen… → Of de CdK inhoudelijk hierover op de hoogte was is ons onduidelijk.
  • Hoe beoordeelt het College de uitspraak van VVD-gedeputeerde De Reus die stelt dat de fractievoorzitters het “verkeerd zouden hebben begrepen” m.b.t. de koppeling die… → Welke reactie gaat het college aan GS geven nu de fractievoorzitters in een dergelijk seniel daglicht worden geplaatst?
  • Is het college het met de fractie van ONS eens dat dergelijke besprekingen van geheime/ vertrouwelijke aard hadden moeten worden vastgelegd om juist ruis te kunnen… → Dat hangt helemaal van de bijeenkomst af.
  • Heeft het college de zekerheid dat bij 5 hectare/300 personen er geen verdere uitbreiding plaatsvindt? → Bij bezoek COA werd hier geen uitsluitsel over gegeven op de vraag wat ze met de overige 5 hectare zouden doen.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Fractie:

Naam:

Onderwerp:

Datum indiening vragen:

ONS Noordoostpolder Berthoo Lammers Centrale Opvang Locatie en stikstof - PAS 15 juli 2022

Centrale Opvang Locatie De heer Verbeek heeft in zijn rol als Rijksheer en in zijn rol als CdK een koppeling gemaakt tussen a. een COL; b. het beschikbaar komen van stikstofruimte; c. de uitvoering van majeure projecten zoals een Lelylijn. Met betrekking tot punt c. zou de heer Verbeek hebben willen wijzen op mogelijke imagoschade die Noordoostpolder lijdt bij het kabinet wanneer gemeente zich verzet tegen de vestiging van een COL.

Vragen:

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Ziet het college een vermenging van rollen?

Antwoord van het college

Zo ja, in welk opzicht kan die vermenging ongewenste gevolgen hebben voor gemeente?

De vraag naar de vermenging van rollen is er een voor de CdK of GS/PS of wellicht de minister.

Het college staat daar verder buiten. Het gaat het college om het gevolg. En dat is inmiddels duidelijk: er ligt namelijk een aanvraag voor een aanmeldvoorziening / COL. We vonden/vinden het koppelen van dossiers geen goede zaak en niet wenselijk voor alle duidelijkheid.

Vraag 2

Gaat het college een standpunt uitdragen over hoe de heer Verbeek zijn rol als Rijksheer in combinatie met zijn functie als Commissaris van de Koning heeft vervuld?

Antwoord van het college

Nee, zoals hierboven aangegeven is dat een verantwoordelijkheid van anderen, die dat ook beter kunnen beoordelen. Maar even zo goed focust het college zich op het vervolg. De issue die u politiek adresseert is primair voor andere bestuursorganen of voor de gemeenteraad zelf.

Vraag 3

Vreest het college dat uitvoering van een project als de Lelylijn in het geding wordt gebracht als gevolg van imagoschade die Noordoostpolder oploopt bij verzet tegen de komst van een COL?

Antwoord van het college

We kunnen ons niet voorstellen dat een besluit over een project als de Lelylijn afhankelijk is van een lokale stellingname over het vestigen van een aanmeldcentrum/COL.

Vraag 4

Wat vindt het college ervan dat een Rijksheer/Cdk het Rijk tipt over een locatie zonder daarbij de: a. Bevolking b. College c. Gemeenteraad vooraf daarin te kennen. Het lijkt daardoor (bestuurlijk) een persoonlijke actie. Deelt het college deze mening?

Antwoord van het college

Zo niet, waarom niet?

We hebben zoals u reeds bekend is al genoegzaam gemeld dat we de hele gang van zaken betreuren voor wat betreft de procesvolgorde en de inhoudelijke keuze. Dat ondanks ons verzoek om alle relevante partijen tijdig te betrekken er kennelijk toch voor een andere insteek of proces is gekozen.

Vraag 5

Had de CdK kennis van de uitspraak uit 2017 gedaan door de burgemeester van de Noordoostpolder destijds aan de bewoners van Luttelgeest, namelijk dat er toezeggingen zijn gedaan en hoe verhouden deze toezeggingen zich tot de aangekondigde ontwikkelingen. Bent u voornemens de CdK hierover aan te spreken?

Antwoord van het college

Of de CdK inhoudelijk hierover op de hoogte was is ons onduidelijk. Hij had dat kunnen zijn en bij een andere procesvolgorde was dat wellicht eerder scherp geweest. Overigens is dit feit verschillende malen aangegeven aan de verantwoordelijken. Bovendien ligt er een bestuursovereenkomst uit 2009 waarin dit ook expliciet is opgenomen.

Vraag 6

Hoe beoordeelt het College de uitspraak van VVD-gedeputeerde De Reus die stelt dat de fractievoorzitters het “verkeerd zouden hebben begrepen” m.b.t. de koppeling die werd gelegd door de Cdk inzake de komst van de Lelylijn in de vergadering van 22 april?

Antwoord van het college

Welke reactie gaat het college aan GS geven nu de fractievoorzitters in een dergelijk seniel daglicht worden geplaatst? Zo niet, waarom niet?

Deze reactie is wat het college betreft aan de fractievoorzitters zelf en aan de genoemde bestuursorganen. Wij weten niet precies wat de heer De Reus bedoelt en in welke context hij dit zo brengt en wat de beleving was die de commissaris bij het gesprek had.

Vraag 7

Is het college het met de fractie van ONS eens dat dergelijke besprekingen van geheime/ vertrouwelijke aard hadden moeten worden vastgelegd om juist ruis te kunnen voorkomen; en wel zodanig dat deze opvraagbaar zijn en van eventuele geheimhouding of ertrouwelijkheid kan worden ontdaan indien de Raad dat wenselijk acht?

Antwoord van het college

Dat hangt helemaal van de bijeenkomst af. Het college is van mening dat de voorzitter van de commissie in dit geval had kunnen kiezen voor het laten maken van een verslag. We denken dat achteraf gezien het verstandig zou zijn geweest als aanwezigen hadden gevraagd om een en ander te verduidelijken, vastleggen of af te spreken (of men wellicht aantekeningen / verslag had gewild). Wij hadden vooraf geen precieze kennis van deze inhoud of de procesgang van dit gesprek.

Vraag 8

Heeft het college de zekerheid dat bij 5 hectare/300 personen er geen verdere uitbreiding plaatsvindt?

Antwoord van het college

Bij bezoek COA werd hier geen uitsluitsel over gegeven op de vraag wat ze met de overige 5 hectare zouden doen.

Dit is dan ook 1 van de belangrijke vragen die het college reeds in een document, dat met u is gedeeld, aan het COA heeft gesteld.

Vraag 9

Kan het college, gelezen hebbende het advies van Nauta/Dutilh, aangeven welke wettelijke ruimte er rest om dit proces tegen te houden of anders gezegd, een procedure tegen de mogelijke besluitvorming te starten?

Antwoord van het college

We zullen u een notitie ter hand stellen waarin een en ander duidelijk staat geëxpliciteerd.

Procesverloop Het is nodig dat de raad nauwkeurig zicht houdt op het verloop van het proces van behandeling door college van de aanvraag van het COA om een COL te vestigen.

Vragen:

1. Is het college bereid een dossier te vormen en te onderhouden waarin alle gebeurtenissen, documenten, publicaties met data zijn opgenomen en dat publiekelijk toegankelijk is via het raadplegen van het RIS? (Tijdslijn/feitenrelaas.) Inmiddels is er een tijdsdocument opgesteld dat desgewenst nadat het door de relevante instanties is vrijgegeven ook beschikbaar is voor anderen.

2. Is het college bereid met een maandelijkse voortgangsmemo de raad te informeren over alle stappen in het proces?

Tot nu toe heeft het college de fractievoorzitters telkenmale consequent geinformeerd over nieuwe ontwikkelingen die zich voor deden. Gelet op de procesgang ligt het voor de hand de fractievoorzitters, zonodig uitgebreid met de volledige gemeenteraad, natuurlijk steeds te betrekken en te informeren, mocht de situatie daarom vragen. Voor een geformaliseerde memo lijkt vooralsnog geen noodzaak te zijn.

3. Acht college het wenselijk om het besluitvormingsproces omtrent een te vestigen COL via het BOB-model in een aparte raadscommissie te laten verlopen? Het betreft immers besluiten op terrein van BFE en WO. M.a.w. kan de Raad, voorafgaand aan een collegeadvies, worden meegenomen in de advisering, wetende dat u mandaatrecht heeft.

De verdere procesgang van het omgaan met het verzoek tot vestigen vergt nog nadere analyse.

Het ligt voor de hand daar de gebruikelijke procesgang voor te gebruiken tenzij de omstandigheden om een ander proces vragen.

4. Dient i.v.m. een vestiging van een COL de voor het AZC geldende bestuursovereenkomst aangepast te worden? Zo ja, op welke punten? Geeft de noodzaak tot aanpassing van de bestuursovereenkomst het college een positie met meer zeggenschap in het traject waarin het COA overeenstemming probeert te vinden over de vestiging van een COL?

Natuurlijk is dit onderdeel een van de gespreksonderwerpen mocht dit nodig blijken. Dat betekent overigens, zoals wij er nu naar kijken, de noodzaak voor een ander type bestuursovereenkomst met meer onderwerpen en ook de instantie waarmee deze gesloten wordt valt ook nog te bezien. Dat kan de COA zijn maar ook het ministerie zelf. De bestuursovereenkomst uit 2009 markeert een duidelijk startpunt op het moment dat het zover komt dat deze gesprekken opgestart moeten worden. Het voert nu veel te ver om in te gaan op de punten. Deze zullen nog verder worden benoemd en uitgewerkt op het moment dat de plannen van het COA concreet zijn.

5. Heeft college er zicht op of het COA voornemens is de te vestigen COL te gebruiken voor opvang van ‘Spoor 2-asielzoekers’?

Dit vormt een onderdeel van de gesprekken over de precieze invulling van het verzoek.

6. Heeft de gemeente zeggenschap in welk type COL het COA in de Noordoostpolder kan vestigen? Gebruik van de COL als een PBL (Procesbeschikbaarheidslocatie) heeft immers mogelijk een andere impact om de omgeving.

Op zich mag aangevraagd worden wat men nodig vindt. De gemeente heeft afhankelijk van de te kiezen route natuurlijk zeggenschap, immers het bestemmingsplan moet worden gewijzigd.

Tenzij men kiest voor een ander proces.

Stikstof – PAS De provincie stelt: “De provincie Flevoland heeft stikstofruimte gekocht in de Noordoostpolder. Met de vrijgekomen stikstofruimte kan de provincie een aantal PAS-melders uit de Noordoostpolder helpen.” Vragen:

1. Is bekend welke PAS-melders geholpen zouden kunnen worden?

2. Wat zijn de criteria om als bedrijf voor die hulp in aanmerking te komen?

3. Wat is de zeggenschap van de gemeente in deze?

4. Vindt het college de hulp aan PAS-melders gewenst? Zo ja, op basis van welke criteria?

In een eerder stadium is door de provincie een relatie gelegd tussen vestiging van een COL en daardóór vrijkomen van stikstofruimte. De stikstofruimte is echter al gekocht door de provincie. Inhoudelijk vult de provincie in hoe de rechten worden uitgegeven en aan wie.

5. In hoeverre vindt het college het op dit moment legitiem dat de provincie een relatie legt tussen de vestiging van een COL en het toekomstig gebruik door bedrijven in Noordoostpolder van vrijgekomen stikstofruimte?

Het thema stikstof kent zijn eigen procesgang. Wij vinden de gelegde koppeling weinig gelukkig en zorgt voor vertroebeling van het stikstofdossier.

6. Ofwel: op welke wijze zou de provincie een relatie kunnen leggen met de vestiging van een COL en de toekenning van vrijgekomen stikstofruimte aan bedrijven?

Het is aan de provincie om een dergelijke relatie te leggen. Voor ons zijn het verschillende dossiers.

7. Is het college voornemens een standpunt tot uitdrukking te brengen richting de provincie en/of het COA over de koppeling van toekennen van stikstofruimte aan bedrijven en de vestiging van een COL?

Die vraag is ons niet gesteld en nu ook niet aan de orde. Beide dossiers kennen hun eigen onafhankelijke dynamiek inmiddels. Voor ons ligt dit in eerste instantie wel voor de hand.

8. Mag de provincie wel de voorgestelde vrij te komen N2 emissie gebruiken voor verlaging van emissierechten bij bedrijven aan de Oostkant van de NOP.

Kent het college de jurisprudentie daarover?

Zo niet, hoe interpreteert zij dat binnen de gedane uitspraak van de CdK in de bewuste vergadering van 25 april 2022?

Het is ons nog niet duidelijk op welke manier rechten en dergelijke worden gebruikt of uitgewisseld en welke procesgang dat gaat doorlopen. Daarover zijn we in gesprek binnen Flevoland met de provincie.

Datum beantwoording vragen:

Contactpersoon:

E-mail adres:

Tel:

8 augustus 2022 Roger de Groot [email protected] 0527-633911

Bekijk de brief: E06 00 Beantwoording vragen ONS - Centrale Opvang Locatie (COL).pdf

Bron: raadsinformatie van de gemeente Noordoostpolder (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Noordoostpolder

Alle artikel 35-vragen in Noordoostpolder