2023-03-27 aanvullende beantwoording vragen GBV en LOeS
Een raadslid stelde op 4 april 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Aanvullende beantwoording Technische vragen raadsvergadering 21 maart 2023 Raadsvoorstel ZN1000976 Verklaring van geen bedenkingen Windpark A59 Naar aanleiding van de beantwoording van de raadsvragen heeft het college nog twee aanvullingen op de beantwoording
Vragen van fractie Naam raadslid: Hannie Broekhoven
10. In aanvulling op vraag 1, vraag ik u om een weergave van de eigendomsgeschiedenis van het jaar 2000 tot het jaar 2006?
11. Graag ontvangen wij, wellicht had u dit al begrepen de huidige grondposities.
Ad 10 Anders dan wij eerder aannamen en u antwoordden blijkt een aantal percelen in de afgelopen 20 jaar wel van eigenaar te zijn gewisseld. De meeste wisselingen hebben echter al meer dan 10 jaar geleden plaats gevonden en betreffen waarschijnlijk wisselingen binnen eenzelfde holding. Wij zullen zodra we dit onderzoek hebben afgerond de uitkomsten bij de griffie te inzage leggen.
Ad 11 De huidige grondposities zijn door middel van een kaart vertrouwelijk ter inzage gelegd bij de griffier.
Aanvullende reactie op de vragen:
We hebben voor enkele percelen nadere informatie opgevraagd. Het gaat hierbij om aanvullende percelen die in de afgelopen jaren van eigenaar zijn gewisseld. Deze informatie ligt vanwege de AGV vertrouwelijk voor u ter inzage bij de griffie.
Vragen van fractie
Naam raadslid: Kiona Groenen – van den Rijen
13. Met de second opinion van HDR wordt gegist naar de betekenis van clustering van ten minste 3 windturbines. Voor de provincie is het voorstelbaar dat onderbouwd kan worden dat er sprake is van een clustering van minimaal 3 windturbines:
a. Heeft het college dit met de provincie kortgesloten?
b. Zo ja, wat was de reactie, zo neen, waarom niet.
Ad 13 De onderbouwing is op de gebruikelijke manier voorgelegd aan de provincie. Tijdens de inspraak is het plan met drie windmolens aan de provincie opgestuurd in het kader van het wettelijk vooroverleg en is hierop door de provincie gereageerd. Daarna is het plan met 2 windmolens als ontwerp ter inzage gelegd. Hiervan is ook de provincie op de daarvoor gebruikelijke manier geïnformeerd. Als de provincie het niet eens is met een ontwerpplan en haar vooroverlegreactie niet goed in een plan is verwerkt kan ook de provincie een zienswijze indienen over het plan. Dat is hier niet gedaan, waarmee de provincie aangeeft in te kunnen stemmen met het plan zoals dit nu voorligt.
De provincie heeft in de Interim Omgevingsverordening regels gesteld over nieuwvestiging van windmolens. Om verrommeling te voorkomen staat de provincie enkel een geclusterde opstelling van minimaal 3 windmolens toe. Omdat voldoende in de ruimtelijke onderbouwing is onderbouwd dat hier sprake is van een visuele clustering van deze twee windmolens met de bestaande windmolens op Weststad voldoet dit plan dan ook aan de provinciale regels. Dit is in lijn met andere parken die in de provincie eerder al zijn vergund en waar de provincie ook geen beroep tegen heeft ingesteld.
We hebben naar aanleiding van deze vragen nogmaals contact gehad met de provincie. Zij reageren hier nog deze week op. Mocht hier een ander standpunt uit naar voren komen (wat wij niet verwachten) dan brengen wij uw raad hier nog separaat van op de hoogte.
Tevens zijn op dit punt op 21 maart 2023 aanvullende vragen gesteld door de fractie LOeS.
U heeft toegezegd contact op te gaan nemen met de provincie over hun gedachte bij de ontwikkelingen van het windpark.
11. Heeft dat contact inmiddels plaatsgevonden
12. Wat was de inhoud van de reactie van de provincie Aanvullende reactie op de vraag In de eerdere beantwoording van de andere vragen 1 t/m 6 van LOeS is al uitgebreid ingegaan op de verschillende wet- en regelgeving voor windmolens bezien vanuit de provinciale Interim Omgevingsverordening, het besluit m.e.r. en het inrichtingsbegrip in het kader van de Wet Milieubeheer. In onderstaand aanvullend antwoord wordt enkel ingegaan op het aspect voor de provinciale Interim Omgevingsverordening.
In het kader van het wettelijk vooroverleg is het plan met de toen nog 3 windmolens voorgelegd aan de provincie. De provincie heeft hier positief op gereageerd. Daarna is in één windmolen uit het plan gehaald. Er is daarna diverse malen ambtelijke afstemming geweest tussen gemeente Oosterhout en provincie over het vervallen van de derde turbine, en of en hoe het plan dan nog voldoet aan de voorwaarde voor clustering uit de Interim omgevingsverordening. Dit heeft onder andere plaatsgevonden via de mail (bij wijze van vooroverleg) in het najaar van 2020 en ook op diverse momenten in 2021.
Toen het plan als ontwerp ter inzage is gegaan is de provincie hierover wel op de hoogte gebracht maar per abuis niet op de juiste wijze. De provincie kon echter wel (n.a.v. de bekendmaking van de terinzagelegging van het ontwerp) een zienswijze indienen. Er is recent contact geweest met de provincie en hierbij is het plan alsnog actief aan de provincie voorgelegd.
De provincie heeft hierop aangegeven, dat ook de hier voorliggende aanvraag bestaande uit twee windmolens, voldoet aan de Interim Omgevingsverordening en aan de daarin opgenomen definitie van ‘clustering’. Zij zijn van mening dat de onderbouwing zoals opgenomen in de ‘Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout’ van Pondera van 18 februari 2021 voldoet aan de vragen en opmerkingen die zij eerder gesteld hebben in de vooroverlegreactie. De provincie is daarmee van mening dat er voldoende onderbouwd is dat er sprake is van een (ruimtelijk visuele) clustering van minimaal 3 windturbines, zoals vereist is op grond van de regeling voor windturbines in de Interim omgevingsverordening.
Dit onderschrijft onze eerdere beantwoording hierover bij de vragen 1 t/m 6 over het onderdeel IOV: “Omdat de twee windmolens geplaatst worden in de nabijheid van de bestaande windmolens ontstaat er vanuit visueel en landschappelijk oogpunt een clustering van windmolens en worden deze twee windmolens enkel vanuit dat oogpunt gezien als een ‘uitbreiding’ van (=cluster met) het windpark Weststad. Deze clustering is puur visueel en zegt niets over de functionele, technische en organisatorische samenhang tussen de windturbines.” Inhoudelijk betekent dit dat, wanneer de gemeente de provincie wel op de juiste wijze actief geinformeerd had om zienswijzen in te dienen, de provincie daar op grond van de ruimtelijke onderbouwing geen aanleiding toe hadden gezien.
Er is dan ook geen aanleiding voor de provincie om beroep aan te tekenen tegen de verlening van de omgevingsvergunning voor deze aanvraag met twee windmolens. 11 en 12 De aanvullende vragen zijn met bovenstaande reactie reeds beantwoord
Bekijk de brief: 2023-03-27 aanvullende beantwoording vragen GBV en LOeS
Bron: raadsinformatie van de gemeente Oosterhout (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.