vragen begroting 2026
Een raadslid stelde op 10 november 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Opsterland (5 vragen).
In het kort
5 vragen en wat het college antwoordt
- 1 Kosten gemeenteraad De kosten voor de raad zijn € 138.000 gestegen als gevolg van indexatie, twee extra raadsleden en opleidingskosten van de nieuwe raad”. → Voor 2025 is € 380.000 begroot voor de gemeenteraad.
- 083 -82 0 0 -82 -480 2126 -20 2.175 -442 0 390 -412 -46 -509 90 1026 31 3.163 390 967 42 3.574 2.617 0 0 1.379 88 4.083 1% 87% 99% 100% Rekenvoorbeeld OZB-eigenaar Pag… → In de berekening is een fout geslopen.
- 567 5.427 In de geprognosticeerde balans (blz. 87) is de juiste stand per 31-12-2028 opgenomen. 1.16 Voorziening wethouderspensioenen Pag. 91: Voorziening… → In 2029 is niet meer de gemeente verantwoordelijk voor de wethouderspensioenen maar het ABP.
- 1 Lagere renteopbrengst schatkist bankieren Programma 0, bestuur en ondersteuning, blz. 10: Een lagere renteopbrengst uit schatkistbankieren wordt voorzien door minder… → Er is hier sprake van een tweeledig effect.
- 1 Toepassing AI Prog 0: Welke AI-toepassingen gebruikt of verwacht de gemeente concreet in de komende jaren? → De gemeente gebruikt AI al op verschillende manieren.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Beantwoording technische vragen begroting 2026
Inhoudsopgave 1
Opsterlands Belang ..........................................................................................................................1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 1.9 1.10 1.11 1.12 1.13 1.14 1.15 1.16 1.17 1.18 1.19
Kosten gemeenteraad .............................................................................................................1 Gebruik wegennet ...................................................................................................................1 Baten reserve recreatie en toerisme .......................................................................................1 Gebruik reserve recreatie en toerisme....................................................................................1 Afschrijvingslasten Kortezwaag ...............................................................................................2 Kosten afval .............................................................................................................................2 Lasten kwijtscheldingen afval ..................................................................................................2 Rekenvoorbeeld OZB-eigenaar ................................................................................................3 Bermschade Dwarswyk BN ......................................................................................................3 OWO-huisstijl...........................................................................................................................4 Transitie ICT-organisatie ..........................................................................................................4 Verschil storting en onttrekking reserve recreatie en toerisme ..............................................4 Materiele vaste activa .............................................................................................................4 Reserve projecten....................................................................................................................4 Totaal voorzieningen op de balans ..........................................................................................4 Voorziening wethouderspensioenen.......................................................................................5 Apparaatskosten......................................................................................................................5 Berek…
Vragen en antwoorden
Vraag 1
1 Kosten gemeenteraad De kosten voor de raad zijn € 138.000 gestegen als gevolg van indexatie, twee extra raadsleden en opleidingskosten van de nieuwe raad”. Wat zijn de totale begrote kosten voor de raad? U geeft een verandering aan in relatie tot een onbekend bedrag. Dit helpt ons niet voor de beeldvorming.
Antwoord van het college
Voor 2025 is € 380.000 begroot voor de gemeenteraad. Hier komt in 2026 € 56.000 bij voor de indexatie van de presentiegelden, volgens de indexatievoorschriften van het Rijk, € 42.000 voor de twee extra raadsleden en € 40.000 voor de opleidingen nieuwe gemeenteraad.
1.2
Gebruik wegennet
Pag. 13: “Weggebruikers kunnen zich veilig en snel binnen de gemeente verplaatsen. Het wegennet is afgestemd op gebruik en functie.”
a. Stimuleert u ook dat wegen gebruikt worden voor het doel waarvoor ze zijn aangelegd? Dus niet alleen lijdzaam toezien, maar ook sturen. En zo ja, hoe werkt dat uit?
b. Wanneer kan het nieuwe mobiliteitsplan “2025-2035” worden vastgesteld?
c. Welk gevolg heeft volgens u de genoemde sterke groei van elektrische voertuigen op het wegennet? Fietsen vallen hier blijkbaar niet onder, want dat staat onder kopje “fiets- en voetpaden”.
Antwoord:
a. Ja, alle wegen in Opsterland zijn gecategoriseerd naar het ‘Duurzaam Veilig-concept’. Dat betekent dat de weginrichting aansluit bij de functie. In Opsterland zijn relatief veel wegen gecategoriseerd als erftoegangsweg buiten de bebouwde kom; rustige maar ook drukke wegen.
In het nieuwe mobiliteitsplan komen we daarom met een opsplitsing in twee typen. Type 1 voor een hoger verkeersaanbod en meer verbindende functie. Type 2 voor een lager verkeersaanbod en de ontsluiting van woningen en landbouwgronden. Wanneer onderhoud aan de wegen wordt gedaan dan zal de inrichting daarop worden aangepast.
b. Het mobiliteitsplan wordt in het eerste kwartaal van 2026 aan uw raad voorgelegd.
c. Door de komst van elektrische auto’s zien we uitdagingen voor het faciliteren van laadpunten in de openbare ruimte. Door de komst van de e-bike is het wenselijk om de fietsinfrastructuur te blijven opwaarderen (bredere fietspaden).
1.3
Baten reserve recreatie en toerisme
Pag. 17: Als last wordt opgegeven de storting van k€220 in de reserve “recreatie en toerisme”. Waar vinden we in dit programma dan de baten (bij welk taakveld)?
Antwoord: In programma 3 komen de baten binnen. In programma 5 is de bijbehorende onttrekking geraamd.
1.4
Gebruik reserve recreatie en toerisme
Pag. 24: “De opbrengsten uit de toeristenbelasting zetten we in voor (verdere) ontwikkeling van toeristische voorzieningen en activiteiten.” a) Welke extra ontwikkeling van voorzieningen en activiteiten verwacht u? Zie de jaarlijks variërende geldbedragen bij de reserve. b) Wanneer kunnen we de nieuwe nota “Kansen benutten” verwachten? Deze wordt in het geheel niet genoemd.
1
Antwoord:
a. In 2024 en 2025 zijn/worden additionele bijdragen geleverd aan de herwaardering van de recreatieve fietspaden in de omgeving Bakkeveen/Wijnjewoude, dat verklaart mede de variërende geldbedragen. De €177.000,- betreft een begroting met reguliere R&T-uitgaven (bijv. promotie, gastheerschap en informatievoorziening; GR Recreatieschap Marrekrite; subsidies voor toeristische evenementen en dagrecreatie). In 2026 staat ook de herijkte nota Kansen Benutten gepland. Mocht uit deze nota blijken dat de uitvoering hiervan extra financiële consequenties en/of keuzes met zich meebrengt, dan wordt dit meegenomen in het voorstel over de vaststelling van deze nota.
b. Deze staat gepland in het voorjaar 2026.
1.5
Afschrijvingslasten Kortezwaag
Pag. 26: Kunt u de omvang van de afschrijvingslasten van Kortezwaag toelichten (door de berekening)?
Antwoord: De afschrijvingslasten van Kortezwaag bestaan uit de volgende componenten:
Vaste inrichting Kortezwaag 15 jaar € 14.000 Onderzoeken en leges Kortezwaag 1 jaar € 270.000 Openbare ruimte Kortezwaag 25 jaar € 23.000 Installaties Kortezwaag 25 jaar € 191.000 Totaal € 500.000
1.6
Kosten afval
Pag. 46: De kosten voor afval stijgen met een kleine 20% (zonder rekening te houden met de incidentele bijdrage Nedvang). We willen graag meer uitgebreide en transparante berekening waaruit het duurder worden van afval in relatie tot de overgang tot Diftar+. Wordt de invoering van Diftar+ nog separaat in de raad behandeld?
Antwoord: Met het raadsbesluit van 22 april jl. is besloten om per 1 januari 2026 Diftar+ in te voeren. Dit heeft geen consequenties voor de totale kosten van het inzamelen en verwerken van het afval. In beide gevallen wordt ongeveer dezelfde hoeveelheid afval opgehaald. Het grote verschil tussen Diftar en Diftar+ is dat bij Diftar+ de kosten van het inzamelen en verwerken van restafval wordt berekend op basis van het gewicht in plaats van op basis van het aantal ledigingen.
Het hoger worden van de afvalstoffenheffing heeft niets te maken met DIFTAR+ maar wel voor een zeer belangrijk deel met een eenmalige vergoeding (Nedvang) die wij in 2025 wel ontvingen maar in 2026 niet. Een kleine verhoging heeft te maken met de uitvoering van de aangenomen luiermotie.
Ook stijgen voor alle gemeenten de algemene tarieven van afvalverwerking in 2026. Ondanks deze verhogingen behoort Opsterland nog altijd tot de gemeenten met de laagste afvalstoffenheffing.
1.7
Lasten kwijtscheldingen afval
Pag. 47: de kwijtscheldingen waren in 2024: € 0. Nu wordt er € 100.000 begroot. Hoe moeten we dit verschil begrijpen?
Antwoord: In 2024 is voor € 90.000 kwijtgescholden. Dit is in 2024 nog verrekend met de heffingsinkomst. Voor 2025 en 2026 is dit voor de inzichtelijkheid wel apart inzichtelijk gemaakt. Het correcte overzicht staat hieronder.
2
Kwijtschelding Realisatie als last ipv Realisatie Begroting begroting Mut B25<>B26 x € 1.000 2024 negatieve bate 2024 2025 2026 totaal van de gemeentelijke lasten 3191 3191 3.268 3.712 -444 totaal van de gemeentelijke baten: niet zijnde heffingen -280 -280 -433 -479 46 Netto directe kosten taakveld
Vraag 2
083 -82 0 0 -82 -480 2126 -20 2.175 -442 0 390 -412 -46 -509 90 1026 31 3.163 390 967 42 3.574 2.617 0 0 1.379 88 4.083 1% 87% 99% 100% Rekenvoorbeeld OZB-eigenaar Pag. 49: Kunt u het rekenvoorbeeld van “OZB-eigenaar” voor ons uitwerken? Als er 2,6% verhoging van het totaal plaatsvindt (OZB-woningen stijgt met 1,5 €ton) dan moet het areaal wel heel sterk vergroot zijn.
Antwoord van het college
In de berekening is een fout geslopen. Zowel 2025 als 2026 zijn niet correct. Hieronder staat een gecorrigeerde berekening. Uitgangspunt is 2024. Die is voor 2025 met 2,8% geïndexeerd.
Dat bedrag is voor 2026 met 2,6% geïndexeerd. Areaalgroei is alleen op het totaal zichtbaar en niet bij individuele gevallen zoals het voorbeeld.
Lokale lastendruk Voorbeeld: Meerpersoonshuishouden /Koophuis €
2024
2025
2026
OZB-eigenaar
303
311
321
Afval vast
157
168
208
Afval variabel
81
81
102
Rioolheffing
277
259
259
818
820
890
994
1.053
N.B.
Landelijk (bron: Coelo)
1.9
Bermschade Dwarswyk BN
Pag. 77: “A PPB'25 Bermschade Dwarswyk BN”. De bermen zijn in 1e halfjaar 2025 toch al aangepakt, waarom dan in 2026 in de begroting?
Antwoord: In overeenstemming met de financiële verordening schrijven we af vanaf het jaar na afronding van het krediet. Het werk is in 2025 uitgevoerd en afgerond en daarom wordt het krediet in 2026 in één keer afgeschreven.
3
1.10 OWO-huisstijl
Pag. 80: “De OWO-afdelingen stappen uiterlijk begin 2026 over op een OWO-huisstijl (inclusief briefpapier en enveloppen) om zo de herkenbaarheid van de OWO-samenwerking en efficiency in de uitvoering verder te verbeteren.” Worden inwoners, voor zover er brieven worden verzonden, dan geconfronteerd met “OWO” en niet met de eigen gemeentenaam?
Antwoord: Het logo van de gemeente Opsterland is onderdeel van de OWO-huisstijl. Het gemeentelogo is dus altijd zichtbaar op de brieven en enveloppen. Indien passend, worden brieven alleen met het Opsterland logo in plaats van het OWO-logo verstuurd.
1.11 Transitie ICT-organisatie
Pag. 80: “transitie van de ICT-afdeling van een beheer- naar een regieorganisatie”: Graag uitleg over wat dit in de praktijk gaat betekenen." Antwoord: Dit betekent dat de ICT-afdeling niet langer vooral zelf systemen beheert en oplost, maar veel meer de rol krijgt van regisseur. De afdeling bepaalt de kaders waar leveranciers aan moeten voldoen, bewaakt kwaliteit, kosten en veiligheid, en zorgt dat ICT aansluit bij de organisatiebehoefte van de drie huizen. De focus verschuift dus van “alles zelf doen binnen het eigen huis” naar “ICT inkopen bij leveranciers en in de Cloud organiseren en daarop sturen”.
In de praktijk houdt dit ook in dat we als organisatie minder moeilijk te vinden technische specialisten nodig hebben.
1.12 Verschil storting en onttrekking reserve recreatie en toerisme
Pag. 82: In tabel wordt k€ 220 voor reserve recreatie en toerisme bestemd. In programma 5 komt er k€ 177 terug. Waar is het verschil gebleven?
Antwoord: Er wordt een storting van € 220.000 en een onttrekking van € 177.000 begroot. Het verschil van € 53.000 blijft in de reserve staan en kan worden ingezet voor toekomstige plannen.
1.13 Materiele vaste activa
Pag. 87: Balans, Activa. De materiele vaste activa stijgen in het meerjarenoverzicht, terwijl er wordt afgeschreven. Hoe is de toename van deze activa berekend (i.r.t. MIP)? Is de ontwikkeling van de vaste schulden ook gerelateerd aan MIP en zo ja hoe?
Antwoord: De in de MIP opgenomen investeringen zijn meegenomen in de balansontwikkeling, maar met een ingeschatte vertraging.
1.14 Reserve projecten
Pag. 89: De reserve “projecten” hoe kan die constant blijven gedurende de jaren? Door de aanzienlijke investeringen neemt deze (afschrijvings-)reserve toch af?
Antwoord: Er is nog geen besluit genomen of en zo ja voor welke investering deze reserve zal worden ingezet. Tot dat besluit is genomen blijft het saldo van de reserve constant.
1.15 Totaal voorzieningen op de balans
Pag. 91: De “totaal voorzieningen” is op 31-12-2028 nog € 9.187.000 In de balans op pag. 87 is dit 3½ mln. lager. Is dit een foutje of zit er een redenering achter?
Antwoord:
Bij het comprimeren van het voorzieningen model met jaarlijkse mutaties tot de gepresenteerde voorzieningen tabel op blz. 91 is in de kolom 31-12-2028 per abuis verwezen naar de kolom 31-122027. 4
De juiste tabel moet zijn:
Voorzieningen x € 1.000 Voorziening w ethouderspensioenen
31-12-2024
1-1-2025 31-12-2025
3.815
3.815
3.674
Voorziening strategisch personeelsplan (SPP)
50
50
-
Voorziening verlofsparen
79
79
139
Voorziening beheersplan kunstw erken
Stortingen 38
Besteding 31-12-2026 31-12-2027 31-12-2028 31-12-2029 3.529
3.377
-
-
0
0
-
-
80
-
219
319
439
439
-
-183
-
1.400
1.400
179
1.000
-915
264
601
255
51
Voorziening onderhoud gebouw en
704
704
298
693
-658
333
264
232
304
Voorziening begraafrechten
679
679
726
120
-81
765
796
819
834
Voorziening nog uit te voeren w erken
157
157
157
-
-
157
157
157
157
3.001
3.001
3.328
223
-
3.551
3.671
3.664
3.642
Voorziening Riolering Voorziening btw bcf 2019-2022 Totaal voorzieningen
53
53
-
-
-
9.940
9.940
8.501
2.153
-1.837
0
0
8.818
9.187
-
-
Vraag 3
567 5.427 In de geprognosticeerde balans (blz. 87) is de juiste stand per 31-12-2028 opgenomen. 1.16 Voorziening wethouderspensioenen Pag. 91: Voorziening wethouderspensioenen. Waarom stopt deze in 2029?
Antwoord van het college
In 2029 is niet meer de gemeente verantwoordelijk voor de wethouderspensioenen maar het ABP. In 2028 vindt de overdracht aan het ABP plaats.
1.17 Apparaatskosten
Pag. 94: Tabel beleidsindicatoren programma 0.
Volgens onze som gaan de apparaatskosten per FTE omlaag van k€ 117,7 in 2025 naar k€115,7 in 2026. Dit terwijl elders staat dat de kosten per medewerker stijgen. Waar zit dan de besparing?
Antwoord: De groei van het aantal FTE betreft met name in lager ingeschaalde medewerkers, hierdoor daalt het gemiddelde.
1.18 Berekening percentage overhead
Pag. 94: Overhead stijgt naar 15,6 % van de totale lasten. Overhead daalt van 17,9 naar 16,0 mln., terwijl de lasten met ca 5 mln. zijn gestegen. Of te wel de teller in de berekening wordt kleiner en de noemer wordt groter. Dan verwacht je een kleinere uitkomst in plaats van stijging. Hoe zit het?
Antwoord: Bij de berekening van deze beleidsindicator werd bij begroting 2025 de overhead anders berekend. Met dezelfde berekeningswijze was bij de primaire begroting 2025 de overhead 16,4% geweest (€16,1 miljoen van de totale lasten € 98,6). De overhead daalt van B25 naar B26 met € 0,1 mln., terwijl de totale lasten toenemen van € 98,6 mln. naar € 102,3 mln.
1.19 Beleidsindicatoren in de begroting
Pag. 94: Waarom neemt u alleen de verplichte beleidsindicatoren op in de begroting. Ook de meer eigen gemeentelijke indicatoren kunnen de gemeenteraad een beeld geven over de effectiviteit van maatregelen (smart begroten en rapporteren).
Antwoord: De opgenomen indicatoren zijn de momenteel verplichte en meetbaar c.q. berekenbaar indicatoren. De meest actuele stand van de verplichte indicatoren en aanvullende c.q. verdiepende indicatoren zijn op https://www.waarstaatjegemeente.nl te raadplegen.
2 FNP
Geen vragen van de FNP-fractie ontvangen.
5
3 PvdA 3.1
Effect ontwikkeling schulden op de financiële huishouding
Pag. 87: Zowel de vaste en de netto vlottende schulden verdubbelen bijna naar verwachting in 2029 van 40 miljoen naar 70 miljoen wat is hiervan het effect op onze financiële huishouding?
Antwoord: Het heeft nog geen effect op onze financiële huishouding. De verwachte schuldpositie van de gemeente groeit als gevolg van de lopende en toekomstige investeringen. In de balansprognose is een meerjarige projectie weergegeven van de ontwikkeling van deze kengetallen.
Als de investeringen worden gepleegd zoals gepland moet er worden geleend. Afhankelijk van de rentestanden op het moment van het aantrekken van de lening krijgen we een aanvullende rentelast in de begroting.
4 CDA 4.1
Netcongestie
Programma 3 - Economie, pag. 16: Bedrijven staan voor een verduurzamingsopgave en voor een energietransitie, maar netcongestie werpt serieuze belemmeringen op. We staan in nauw contact met de netbeheerder om alle mogelijkheden die er op het net zijn ook te benutten.
Vraag: Is dit alleen met de netbeheerder of omarmen we ook initiatieven vanuit de gemeente van ondernemers (en/of inwoners).
Antwoord: We richten ons niet alleen op de netbeheerders. Ook de initiatieven die ondernemers bij ons aandragen, pakken we op. Binnenkomende vragen beantwoorden we zelf, of we schakelen de expertise in van Ynbusiness – de adviesorganisatie van Provincie Fryslân. Bij grotere initiatieven stellen we altijd een integrale projectgroep samen om het voorstel gezamenlijk te bespreken.
4.2
Bestemming inkomsten recreatie en toerisme
Pag. 18: In de reserves voor recreatie en toerisme wordt de opbrengst van de toeristenbelasting gestort € 220.00.
Vraag, waar wordt dit voor gereserveerd. Kan dat specifieker worden aangegeven? En wat is het huidige saldo in deze reserve?" Antwoord: Deze reserve wordt deels gebruikt ter financiering van de jaarlijks begrote kosten vanuit recreatie en toerisme (voorbeelden van jaarlijkse uitgaven zijn de GR Recreatieschap Marrekrite, uitgaven voor promotie, gastheerschap en informatievoorziening en subsidies voor toeristische evenementen en dagrecreatie) en deels opgespaard voor grotere toeristische en recreatieve projecten, zoals toeristische infrastructurele projecten (bijv. recreatieve fietspaden Bakkeveen/ Wijnjewoude). Op 31 december 2024 bedroeg de omvang van de reserve € 644.000.
4.3
Bedrijventerrein Wijnjewoude
Pag. 17: Thema Grondexploitatie – bedrijventerreinen. Hierin staat het volgende beschreven:
De ontwikkelingen op dit gebied concentreren zich in onze gemeente in de kernen Gorredijk en (in mindere mate) Wijnjewoude. Daarnaast is er het bedrijventerrein Drachten-Azeven.
De vraag is, waar is dat dan in Wijnjewoude?
Antwoord: Dit is het bedrijventerrein aan de Tolleane in Wijnjewoude. Het bestaande bedrijventerrein aan de Tolleane zou verder ingevuld kunnen worden in combinatie met het aanpassen van het naastgelegen tankstation aan de Opperhaudmare. Hierover zijn we met de eigenaar van het tankstation in gesprek.
6
4.4
Tijdslijn nieuwbouw It Aventoer LG
Programma 4 - Onderwijs, pag. 20: U gaf vorig jaar aan dat er nog geen tijdslijnen duidelijk zijn voor de nieuwbouw It Aventoer in Langezwaag. Hoe is dat nu? We zijn een jaar verder, er is al een inloopbijeenkomst geweest voor belangstellenden, krijgt dit project nu meer concreetheid?
Antwoord: Vanuit de gehouden omgevingstafels en klankbordgroepen is een voorkeurslocatie naar voren gekomen. Het betreft een deel van het bos op de Boenders waarvoor de haalbaarheid i.v.m. ecologische compensatie en toestemming van de provincie onderzocht wordt. Tijdens de gehouden inloopbijeenkomst met PB Langezwaag hebben belangstellenden de gelegenheid gekregen aandachtspunten in te brengen voor deze locatie.
Voor het traject met de provincie moet een soortenonderzoek gehouden worden. De looptijd van dit onderzoek gaat 1 jaar in beslag nemen, vanwege de aanwezigheid van vleermuizen. De planning wordt, zodra daar meer zicht op is, gezamenlijk met het schoolbestuur van Comprix opgesteld.
4.5
Beleid sportaccommodaties
Programma 5 - Sport Cultuur en recreatie, pag. 25: We nemen sportaccommodaties op in het strategisch vastgoedbeleid Vraag: Betekent dit dat het niet meer beleid is om accommodaties over te dragen aan de verenigingen?
Antwoord: Met het opnemen van sportaccommodaties in het strategisch vastgoedbeleid verandert het huidige beleid niet. Waar mogelijk blijven accommodaties eigendom van verenigingen. Het strategisch vastgoedbeleid zorgt ervoor dat de gemeente integraal kijkt naar eigendom, onderhoud en toekomstig gebruik van al het gemeentelijk vastgoed, inclusief sportaccommodaties.
4.6
Paragraaf projecten
Programma 6 - Sociaal Domein, pag. 27: De huisvesting van vluchtelingen en statushouders voeren wij projectmatig uit...dat staat daarom in de paragraaf projecten. Waar vinden we deze paragraaf?
Antwoord: De paragraaf projecten en de paragraaf vluchtelingen is hier door elkaar gehaald. De paragraaf vluchtelingen wordt echter alleen opgenomen in de jaarrekening om de bestedingen en het gevoerde beleid te verantwoorden. Abusievelijk is deze tekst blijven staan terwijl die voor de begroting dus niet van toepassing is. Informatie over project huisvesting van vluchtelingen en statushouders is overigens opgenomen in de Projectenrapportage die elk kwartaal naar de Raad wordt gezonden.
4.7
Verduurzaming niet gemeentelijke dorpshuizen
Programma 7 - Volksgezondheid en milieu, pag. 35: Wij nemen concrete maatregelen om onze gemeentelijke gebouwen te verduurzamen. Dit juichen wij uiteraard toe, als voorbeelden worden genoemd, De Wier, dorpshuis Terwispel, MFA Langezwaag.
Hebben we ook mogelijkheden om niet gemeentelijke dorpshuizen te steunen, zoals bijvoorbeeld Nij Beets?
Antwoord: Er is een bedrag beschikbaar om maatschappelijk vastgoed te verduurzamen.
Maatschappelijke gebouwen die niet in gemeentelijk eigendom zijn kunnen daaruit met een gemeentelijke verduurzamingssubsidie geld aanvragen. Opsterland denkt mee in mogelijke oplossingen.
4.8
Betere benutten van het energienetwerk
Pag. 37: Lokale initiatieven die bijdragen aan het beter benutten van het energienetwerk stimuleren en faciliteren we. Wat zijn dan die stimulansen en hoe kunnen we faciliteren? Wat kunnen wij ons daarbij voorstellen? 7
Antwoord: We faciliteren en stimuleren energiewerkgroepen en coöperaties in dorpen. We noemen enkele voorbeelden: Wij ondersteunen bij het uitvoeren van bespaaracties (Jonkerslân, Tijnje). Ook helpen we de coöperatie verder wanneer zij problemen ervaren in hun organisatie (Tijnje). We helpen de coöperatie met het in beeld brengen van de opties in het dorp om te verduurzamen en energieneutraal te worden (Nij Beets). We organiseren dorpennetwerkbijeenkomsten om de dorpen met elkaar in contact te brengen en van elkaar te kunnen leren.
Op bedrijventerrein Azeven Zuid onderzochten we naar aanleiding van signalen van ondernemers de huidige situatie op het energienet en de toekomstige vermogensvraag van de bedrijven. Nu enkele bedrijven daar aangeven zelf meer kansen te zien voor opwek van windenergie onderzoeken we de ruimtelijke mogelijkheden hiervan.
4.9
Kosten afvalverwerking
Paragrafen - Lokale heffingen – Afvalstoffenheffing: De gemiddelde kostenstijging van een meerpersoonshuishouden gaat van 259 naar 307 euro. Dat is een stijging van 18,5% en bijna 17% als je de luiermotie niet meetelt. Dat is een forse stijging, komt dat alleen door stijging van de kosten voor afvalverwerking, of is de invoering van diftar+ daar ook debet aan?
Antwoord: Nee, het beeld wordt vertekend door de eenmalige korting van € 30 per adres die mogelijk was door de teruggave door Nedvang in 2025. Het vaste tarief 2025 exclusief deze eenmalige korting is € 199. Dit komt alleen door de stijging van de kosten van afvalverwerking.
5 CU 5.1
Inzet Artificiële Intelligentie
Programma 0, Pagina 7: AI, Wordt er ook gekeken hoe we dit kunnen omarmen en hoe we op basis van AI stappen kunnen zetten? Tevens is het de toekomst en moet er dan ook gekeken worden hoe we op basis van AI eensluidend beleid hebben, bv. Doen we betaalde versies? Zo zijn er meer zaken te bedenken. Het is mijns inziens niet alleen gevaar? Of zien wij dat verkeerd?
Antwoord: De gemeente gebruikt AI al op verschillende manieren. Twee voorbeelden hiervan zijn het gebruik van generatieve AI-systemen zoals: Microsoft Copilot en de toevoeging van AIcomponenten in applicaties die wij al hebben. De gemeente heeft verschillende maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat AI veilig en verantwoord wordt inzet.
Daar waar AI toegevoegde waarde kan leveren, bijvoorbeeld op het gebied van verhoging van kwaliteit of efficiëntie, wordt onderzocht of de inzet ervan mogelijk is. Daarnaast houdt de gemeente onder andere met de AI-werkgroep (die twee jaar geleden in OWO-verband is opgezet) de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten.
5.2
Soevereinen
Programma 1, Pagina 11: Er wordt hier bij het onderwerp veiligheid niet gesproken over soevereinen, dit wordt in de samenleving een steeds grotere uitdaging? Hoe gaan we hier mee om en wat gaan we hieraan doen in 2026?
Antwoord: We zien dat zogenoemde soevereinen – mensen die zich niet gebonden achten aan wetten en regels – een groeiende uitdaging vormen. Samen met politie, het Openbaar Ministerie en andere gemeenten werken we aan signalering, monitoring en een gezamenlijke aanpak. In 2025 hebben we het beleid radicalisering en extremisme Noord-Nederland en de methodiek persoonsgebonden aanpak radicalisering Noord-Nederland vastgesteld. Hiermee blijven we in 2026 actief inzetten in het opdoen van kennis en expertise, het creëren van bewustwording en het inzetten op risico’s.
8
5.3
Personeelslasten programma 2
Programma 2, Pagina 15: In 2026 zijn de toegerekende directe personeelslasten € 121.000 hoger.
Wat zijn deze kosten die geboekt worden in Programma 2 i.p.v. programma 0?
Antwoord: Het is aanvullende formatie waarover in de perspectiefbrief 2025 besluitvorming is geweest. Dit gaat om directe formatie en die wordt volgens het BBV toegerekend aan het taakveld.
5.4
Nieuw beleid bibliotheken
Programma 5, Pagina 23: Er staat dat er op de bibliotheken nieuw beleid moet komen, financieel wordt hiervoor niets gevraagd in de begroting? Kunnen wij hier nog iets voor verwachten.
Antwoord: Voor nieuw bibliotheekbeleid is in 2026 geen extra geld nodig. We maken het beleid binnen het bestaande budget. Als er later investeringen nodig zijn door de nieuwe Wet stelsel Openbare Bibliotheken (Wsob), leggen we die apart aan de raad voor.
5.5
Verantwoordelijkheid beheer sportvelden
Algemeen: Er zijn diverse voetbalverenigingen die kampen met problemen op het gebied van haar velden? Waar ligt de financiële verantwoordelijkheid als hier zaken anders moeten of vervangen? Als dit bij de gemeente ligt, worden hier dan ook reserveringen voor gemaakt? Of blijft het bij eenmalige kosten met een jaarlijkse afschrijving?
Antwoord: De gemeente draagt zorg voor het onderhouden van de velden. Hier is onderhoudsbudget voor. Bij vervangingen van de toplaag wordt een eenmalige investering gedaan met afschrijving. Bij vervanging, uitbreiding of de aanleg van nieuwe kunstgrasvelden zal de betreffende vereniging ook zelf een bijdrage moeten doen.
5.6
Beleid opslag energie
Programma 7, Algemeen: Opslag blijft een thema, accu’s zijn hier de oplossing voor. Wordt er voor 2026 gekeken of hier beleid op gemaakt kan worden? Er zijn inmiddels steeds meer bedrijven en organisaties die hiermee werken en goede resultaten boeken, met name als er gekeken wordt naar wanneer gebruik energie je en wanneer lever je energie? Dit kan ook een verdienmodel zijn?
Antwoord: Afgelopen jaar zijn er meerdere ondernemers en organisaties die kiezen voor batterijopslag. Hun aanvraag om omgevingsvergunning kan worden behandeld en vergund op basis van het omgevingsplan en richtlijnen voor de veilige opslag van elektriciteit in energieopslagsystemen en de opslag van lithium houdende energiedragers (PSG 37-1).
In Fries verband zijn afgelopen jaar richtlijnen opgesteld voor verschillende vormen van batterijopslag. Nu onderzoekt de Friese Energietafel of zij deze richtlijn kan omzetten in batterijbeleid. Opsterland sluit hierbij aan en bekijkt hoe dit in onze gemeente overgenomen kan worden of vormgegeven kan worden.
5.7
Actiever grondbeleid
Programma 8, Algemeen: In het coalitieakkoord is opgeschreven dat er een actiever grondbeleid moet komen, de gemeente verkoopt gronden en heeft hierdoor meer sturing op het type woningen dat wordt gebouwd? We zijn nu 3 jaar verder? Kan u een update geven? Boeken we resultaten? Of zijn we nog zoekende hoe dit te doen? Hoe zien onze inwoners dit? Veel nu lopende projecten zijn via ontwikkelaars?
Antwoord: Actief grondbeleid is terug te vinden in de ontwikkeling van Loevestein fase 4 in Gorredijk, Kolderveen in Terwispel, Wijnjewoude en Siegerswoude, waar we als gemeente zelf het gebied ontwikkelen en de gronden/kavels in verkoop hebben. Samen 117 woningen. Op de website van onze gemeente proberen we inwoners zou goed mogelijk van informatie te voorzien. We zien 9
dat onze inwoners deze informatie goed bezoeken. Lopende projecten via ontwikkelaars zijn De Vrieswijck in Gorredijk, Fugelliet Noord in Ureterp en Langezwaag Noord. Samen 130 woningen.
5.8
Kleine 60 KM wegen
Paragrafen: Kleine 60 wegen om dorpen heen, bv. Leidyk Ureterp. Bij nat weer is er erg veel schade, maakt vieze bende op de weg en lelijke bermen, zo zijn er meer. Kan het college aangeven wat de kosten per km zijn om naar de toekomst toe hier verandering in te brengen door aangepaste bermen. Werk verkeer wordt alsmaar groter en groter. Dit bevordert het niet? De raad kan op basis van dit eventueel stappen ondernemen.
Antwoord: Tijdens lange natte periodes is het onoverkomelijk dat bermen langs smalle wegen schade krijgen. Het verharden van bermen voorkomt dit, maar heeft ook nadelen. In 2024 hebben we daarom uitgebreid onderzoek gedaan naar bermschade in onze gemeente. Daaruit zijn maatregelen voortgekomen die we hebben uitgevoerd en nog gaan uitvoeren. Uw raad is hierover op 3 oktober 2024 schriftelijk geïnformeerd. Zie link: Document Opsterland - B2 Brief college over 'Onderzoek bermschade' - iBabs Publieksportaal
6 GroenLinks
Vraag 4
1 Lagere renteopbrengst schatkist bankieren Programma 0, bestuur en ondersteuning, blz. 10: Een lagere renteopbrengst uit schatkistbankieren wordt voorzien door minder investeringen. Hoe kan dit? Een nadere toelichting.
Antwoord van het college
Er is hier sprake van een tweeledig effect. Het eerste effect is de daling van de rentevergoeding met ongeveer 1%. Dit geeft bij gelijke liquiditeitspositie een daling van de renteopbrengst. Deze daling wordt versterkt door de verwachte investeringen in 2026. Hierdoor daalt de liquiditeitspositie. Gecombineerd geeft dit een lagere renteopbrengst uit het schatkistbankieren voorzien. Voor 2026 wordt nog uitgegaan van een renteopbrengst van ongeveer € 500.000. Vanaf 2027 wordt geen renteopbrengst meer verwacht.
6.2
Veiligheidsbeleid opsporing en recherche
Programma 1, Veiligheid: Cybercrime en internetoplichting is een groeiend probleem met schadelijke gevolgen voor burgers en bedrijven. Wat is het veiligheidsbeleid in 2026 op het punt t.a.v. opsporing en recherche?
Antwoord: In 2024 is het Integraal Veiligheidsbeleid 2024-2027 opgesteld, met vier prioriteiten: de aanpak van ondermijning, digitale veiligheid, jeugd & veiligheid, en zorg & veiligheid. Digitale veiligheid is hierbij een belangrijk thema, waar we de komende jaren extra aandacht aan besteden.
We zetten in op het vergroten van de bewustwording en weerbaarheid van inwoners op het gebied van digitale veiligheid. De opsporing van cybercrime valt onder de verantwoordelijkheid van de politie en niet van de gemeente.
6.3
Daling aanvragen laadpalen
Programma 2, Verkeer en vervoer, blz. 13: Het aantal aanvragen voor elektrische laadpalen neemt af.
Is het bij het college bekend waarom deze aanvragen teruglopen?
Antwoord: Het gaat hier om het aantal laadpalen in de openbare ruimte. De dekking in de openbare ruimte is afgelopen jaren toegenomen en het lijkt erop dat dit nu stabiliseert. In Opsterland zien we vooral dat mensen met een elektrische auto in de mogelijkheid zijn om een laadpaal op eigen terrein te realiseren. Omdat het hier om private aanvragen gaat is het onbekend hoe deze trend is.
10
6.4
Kwaliteit wegen in het veen
We lezen bij de paragraaf over onderhoud kapitaalgoederen op blz. 55 dat er zorg bestaat over de kwaliteit van wegen in het veen. (Westen van de gemeente). Hoe is deze zorg vertaald naar de begroting voor de korte en langere termijn? Kan dit toegelicht worden?
Antwoord: In de veengebieden zien we schades aan wegen terugkomen die er – gezien de normale levensduur van een weg – nog niet horen te zijn. Kleine schades en normaal onderhoud past binnen de daarvoor beschikbare middelen. Omdat het in het veengebied veelal gaat om verzakkingen moeten dergelijke wegen vaak volledig opnieuw worden opgebouwd. Op dat moment kunnen we kiezen voor een lichtere fundering zodat de toekomstige verzakking langzamer gaat. Dit zijn vervangingen die separaat worden aangevraagd en niet op voorhand in de begroting zijn geborgd.
6.5
Invasieve soorten en biodiversiteit
Openbaar groen. Maatregelen:
a) Op bladzijde 24 lezen we in de kop dat er een plan komt voor beheer van invasieve soorten.
Klopt dit wel bij de alinea eronder, waarin verwoord is dat er diverse beheersplannen die biodiversiteit stimuleren?
b) En hoe vertaalt zich dit naar de begroting? M.a.w. kunt u de lasten van taakveld 5.7 voor de maatregelen genoemd op p. 24 verduidelijken?
Antwoord:
a. Dit zijn twee verschillende dingen: Invasieve soorten moeten we bestrijden om verdere verspreiding te voorkomen. We hebben hier nog geen beheerplan voor. En we willen de biodiversiteit vergroten, maar niet met invasieve soorten.
b. De eventuele kosten die horen bij maatregelen die voortvloeien uit het beheersen van de invasieve soorten worden in de perspectiefbrief 2026 aan uw raad voorgelegd.
7 VVD
Vraag 5
1 Toepassing AI Prog 0: Welke AI-toepassingen gebruikt of verwacht de gemeente concreet in de komende jaren? En wat kan de AI op den duur voor besparingen opleveren.
Antwoord van het college
De gemeente gebruikt AI al op verschillende manieren. Twee voorbeelden hiervan zijn het gebruik van generatieve AI-systemen zoals: Microsoft Copilot en de toevoeging van AIcomponenten in applicaties die wij al hebben. De gemeente heeft verschillende maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat AI veilig en verantwoord wordt inzet.
Daar waar AI toegevoegde waarde kan leveren, bijvoorbeeld op het gebied van verhoging van kwaliteit of efficiëntie, wordt onderzocht of de inzet ervan mogelijk is. Daarnaast houdt de gemeente onder andere met de AI-werkgroep (die twee jaar geleden in OWO-verband is opgezet) de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. Welke concrete besparingen de inzet van AI op den duur kan opleveren is op dit moment nog moeilijk in te schatten.
7.2
MIP ICT en informatiebeveiliging
Is er een meerjareninvesteringsplan voor ICT en informatiebeveiliging, vergelijkbaar met het MIP voor fysieke investeringen?
Antwoord: Ja, deze is onderdeel van de begroting voor OWO-BV en ook zo verwerkt in de begroting 2026.
11
7.3
Behouden toegankelijkheid informatie en dienstverlening
De vergrijzing zet door in de samenleving, welke maatregelen neemt het college om voor ouderen de toegankelijkheid voor informatie en dienstverlening te behouden.
Antwoord: Naast de digitale informatievoorziening blijft de gemeente investering in de persoonlijke dienstverlening via de fysieke balies, telefonie. Ook worden derde partijen zoals de bibliotheek (IDO’s) aangehaakt voor ondersteunende diensten.
7.4
Positie gemeente op de arbeidsmarkt
Waaruit blijkt dat de gemeente een sterke positie heeft op de arbeidsmarkt. En voorziet het college ook een toenemende zorg om voldoende gekwalificeerd medewerkers te kunnen krijgen voor bijvoorbeeld de uitvoering van omgevingsvergunningen en milieuregelgeving.
Antwoord: Op dit moment lukt het om vacatures vervuld te krijgen met voldoende gekwalificeerd personeel. De algemene tendens is dat het aanbod van personeel afneemt. Dat geldt voor alle werkvelden. Het is dus zaak om als werkgever te zorgen voor een passend aanbod qua werkinhoud maar ook werkplek en werkomgeving.
7.5
Efficiencydoelen bedrijfsvoering
Welke efficiencydoelen zijn opgenomen in de bedrijfsvoering, en hoe worden die gemonitord?
Antwoord: Er zijn geen specifieke efficiency doelen opgenomen. Het algemene uitgangspunt is dat daar waar mogelijk er gekeken wordt of er slimmer kan worden georganiseerd waarbij we werken volgens het Kaizen principe. Daar waar een medewerker verspillingen en/of tijdverliezen signaleert wordt gekeken of hier een oplossingen voor is te bedenken. Dit werkt het best bij betrokken medewerkers en uitdrukkelijk niet bij van bovenaf opgelegde ideeën.
7.6
Wolvenproblematiek
Prog 1: We missen de uitdijende wolven-problematiek in het rijtje.
Antwoord: Op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau is aandacht voor de wolvenproblematiek.
Samen met de provincie bekijken we maatregelen om de schade te beperken en inwoners te informeren.
7.7
Damoclesbeleid
Wat is precies het Damoclesbeleid.
Antwoord: Artikel 13b van de Opiumwet – ook wel de Wet Damocles genoemd – geeft de burgemeester de mogelijkheid om drugshandel aan te pakken door middel van een last onder bestuursdwang. In het Damoclesbeleid van de gemeente Opsterland is vastgelegd hoe de burgemeester deze bevoegdheid inzet, bijvoorbeeld door het sluiten van panden waar drugs worden verhandeld of geproduceerd. Het beleid is erop gericht drugshandel en -gebruik tegen te gaan en de negatieve gevolgen daarvan voor de volksgezondheid en het openbare leven te beperken.
7.8
Crisisorganisatie
Beheer crisisorganisatie, hoort daar ook onder oorlogsdreiging, voedselzekerheid, communicatie, natuurbranden en extreme wateroverlast bij.
Antwoord: Onder het beheer van de crisisorganisatie verstaan wij in principe alle gemeentelijke taken binnen de crisisstructuur, oftewel de bevolkingszorg. Dit omvat onder meer de inzet en coördinatie van personeel, het opleiden, trainen en oefenen van betrokken medewerkers, evenals de voorbereidende planvorming. Waar mogelijk voeren wij deze taken in samenwerking en op regionaal niveau uit, samen met de veiligheidsregio. 12
De betrokkenheid en aanpak van de gemeente bij specifieke thema’s - zoals in de vraag benoemd hangen af van de rol die wij daarin kunnen vervullen en van wat in de praktijk het meest effectief is.
• Oorlogsdreigingen en mogelijke gevolgen daarvan: hiervoor wordt gewerkt vanuit een landelijke campagne die zich richt op alle inwoners.
• Crisiscommunicatie: deze wordt regionaal georganiseerd en uitgevoerd door de gezamenlijke gemeenten en de veiligheidsregio.
• Natuurbrandbeheersing: hierbij vervult de gemeente enerzijds een belangrijke rol in de preventieve, gebiedsgerichte aanpak zoals vastgelegd in het Convenant Natuurbrandbeheersing Fryslân, en anderzijds ligt de repressieve taak bij de brandweer.
7.9
Brandgevaar accu’s
Wordt bij brandpreventie in de toekomst ook de brandgevaarlijkheid van accu’s meegenomen.
Antwoord: Ja, dit wordt meegenomen. Wat betreft brandpreventie sluiten wij zoveel mogelijk aan bij het programma en de communicatie van Brandveilig Leven van Brandweer Fryslân. Jaarlijks staat de maand oktober in het teken van de Brandpreventieweken. Dit jaar wordt daarbij met een gedragscampagne specifiek aandacht besteed aan het thema veilig laden, onder de slogan “Ik laad accuraat”.
De gemeente sluit hierop aan in haar communicatie richting inwoners. Daarnaast wordt de campagne door de brandweer breder onder de aandacht gebracht, onder andere via Omrop Fryslân en in openbare fietsenstallingen.
7.10 Inzetbaarheid BOA’s in Opsterland
Hoeveel BOA’s en wijkagenten zijn er in 2026 feitelijk inzetbaar in Opsterland, uitgesplitst per dorp of cluster?
Antwoord: In de gemeente Opsterland zijn vier wijkagenten actief, uitgesplitst per regio:
• Gorredijk en Beetsterzwaag: 1 wijkagent
• Opsterland West: 1 wijkagent (verantwoordelijk voor Tijnje, Terwispel, Luxwoude, Jonkerslân, Langezwaag, Lippenhuizen, Nij Beets, Hemrik en Olterterp).
• Opsterland Oost: 1 wijkagent (verantwoordelijk voor Ureterp, Frieschepalen, Siegerswoude, Bakkeveen en Wijnjewoude).
• 1 digitale wijkagent, beschikbaar voor de hele gemeente.
Daarnaast zijn er negen fte-BOA’s in dienst van de OWO-gemeenten, die allemaal inzetbaar zijn binnen de gemeente Opsterland, evenals in de gemeenten Weststellingwerf en Ooststellingwerf.
7.11 Aantal alternatieve laad voorzieningen in Opsterland
Prog. 2: Hoeveel elektrische laadpalen, ook voor trucks, en waterstof-tankstations zijn er momenteel in Opsterland?
Antwoord: In de openbare ruimte zijn er op dit moment ongeveer veertig laadpunten voor openbaar gebruik voor het laden van elektrische auto’s of bestelbusjes. Hoeveel dit bij mensen op het eigen perceel is, is onbekend. Er zijn voor zover bekend geen waterstoftankpunten of laadpunten voor vrachtauto’s.
7.12 Netcongestie
Prog. 3: Waarom wordt er alleen gekeken naar netbeheerders i.v.m. de netcongestie. Er zijn toch ook ondernemers die plannen kunnen hebben voor energieopwekking en opslag.
Antwoord: We kijken niet alleen naar netbeheerders. Ondernemers hebben inderdaad ook de ruimte om zelfstandig plannen te ontwikkelen voor efficiënt gebruik van energie. Het elektriciteitsnet 13
heeft, zeker in het noorden van onze gemeente, haar beperken voor levering en terug leveren.
Ondernemers zoeken daarom juist oplossingen waarmee zij geholpen zijn en het elektriciteitsnet optimaal benut kan worden.
7.13 Economische promotie
Welke concrete kosten vallen onder de post economische promotie (€76.000 in 2026)?
Antwoord: Dit betreft hoofdzakelijk doorbelaste personele kosten.
7.14 Indicatoren economisch beleid en ondernemersklimaat
Welke indicatoren worden gebruikt om het economisch beleid en ondernemersklimaat te monitoren (bijv. werkgelegenheidscijfers, leegstand, ondernemerspeilingen)?
Antwoord: Voor het monitoren van het economisch beleid en het ondernemersklimaat maken we gebruik van zowel kwantitatieve als kwalitatieve gegevens. De kwantitatieve data zijn voornamelijk afkomstig van het CBS en de Kamer van Koophandel. Binnen economische zaken richten we ons hierbij op indicatoren zoals het aantal bedrijven, werkgelegenheidscijfers, omzetontwikkelingen en het aantal startende en stoppende ondernemers. Naast deze cijfermatige benadering hanteren we ook een kwalitatieve aanpak. Wekelijks bezoekt het College bedrijven binnen onze gemeente om rechtstreeks in gesprek te gaan over actuele ontwikkelingen en behoeften. Daarnaast vindt er regelmatig overleg plaats met de lokale ondernemersverenigingen. De afgelopen twee jaren zijn aanvullende onderzoeken uitgevoerd. In 2024 is een koopstromenonderzoek uitgevoerd voor de drie winkelgebieden van de gemeente. In 2025 hebben we een specifiek onderzoek gedaan onder alle bedrijven op Bedrijvenpark Drachten Azeven-Zuid, gericht op de problematiek rondom netcongestie
7.15 Beschikbare m2 bedrijventerrein
Hoeveel m² bedrijventerrein is er in 2026 nog beschikbaar, en hoe verhoudt zich dit tot de regionale vraagprognoses?
Antwoord: In onze Gemeente hebben we nog enkele kavels beschikbaar op de Tolbaas in Gorredijk.
In totaal is dat ca. 1,0 hectare. De meest recente vraagprognose stamt uit 2021 en die heeft in 2022 geleid tot bedrijventerreinen programmering waarin we met Provincie Fryslân hebben afgesproken dat we in Gorredijk in totaal 15 hectare extra mogen ontwikkelen en op bedrijvenpark Drachten Azeven-zuid mogen we nog 2 maal 10 hectare bedrijventerrein ontwikkelen.
7.16 Stage en leerwerkplekken
Prog. 4: Hoe zorgen we dat er in Opsterland voldoende stage- en leerwerkplekken zijn, gezien de signalen in andere gemeenten dat jongeren moeilijk een plek vinden (krapte, mismatches met bedrijfsleven)?
Antwoord: Het aanbieden van stage- en leerwerkplekken is primair de verantwoordelijkheid van onderwijs en werkgevers. De gemeente ondersteunt jongeren in de bijstand tot 27 jaar via onze reintegratieverordening en jobhunters. Zij werken samen met scholen en werkgevers in de arbeidsmarktregio Fryslân om stage- en werkervaringsplekken te creëren.
7.17 Effectiviteit van valpreventie
Prog. 5: Hoe wordt de effectiviteit van valpreventieve beweeginterventies gemeten en geëvalueerd.
Antwoord: De effectiviteit wordt binnen de ketenaanpak valpreventie gemeten via voor- en nametingen van balans, mobiliteit en spierkracht. Daarnaast volgen we deelname, doorverwijzing en doorstroom naar regulier beweegaanbod. Deze gegevens worden jaarlijks geëvalueerd met ketenpartners volgens de landelijke aanpak uit het GALA.
14
7.18 Belevingstoerisme Turfroute
De Turfroute heeft te maken met een lichte afname van recreatieve vaarplezier. Wordt er ook meer gekeken naar meer belevingstoerisme langs de route.
Antwoord: Er wordt, samen met de diverse stakeholders, constant gekeken naar recreatieve en toeristische mogelijkheden en ontwikkelingen binnen de gemeente en regio. Daarin nemen wij ook de Turfroute mee. Er wordt dan niet alleen naar waterrecreatie, maar ook naar recreatie rondom de route gekeken.
7.19 Vergroten biodiversiteit
Er staat dat er gewerkt wordt naar het vergroten van de biodiversiteit, wordt daar ook mee bedoeld het vergroten van de wolvenpopulatie in Opsterland.
Antwoord: Nee, met het vergroten van de biodiversiteit bedoelen we niet het actief bevorderen van de wolvenpopulatie in Opsterland. In onze begroting verwijst het vergroten van biodiversiteit naar het versterken van de variatie aan bijvoorbeeld planten, insecten, vogels en andere diersoorten die van nature voorkomen in ons landschap. Hierbij denken wij aam het stimuleren van kruidenrijke bermen, het aanplanten van inheemse struiken en bomen, en het vergroten van ecologisch beheer in de openbare ruimte. De aanwezigheid van wilde dieren zoals de wolf is geen onderdeel van ons lokale biodiversiteitsbeleid of onze begrotingsdoelstellingen.
7.20 Aansluiting op de Divosa benchmark
Prog. 6: Hoe sluiten de ramingen 2026 aan op de Divosa-benchmark.
Antwoord: De Divosa-benchmark gebruikt gegevens die de gemeente zelf aanlevert over werk en inkomen. De ramingen voor 2026 zijn hierop gebaseerd en sluiten daarom direct aan bij de benchmarkcijfers.
7.21 Reserve Verbouw Dorpshuizen
Storting €30k Verbouw Dorpshuizen; welke onttrekkingen zijn voorzien voor 2026?
Antwoord: Bij begroting 2026 zijn geen onttrekkingen voorzien.
7.22 Verruiming doelgroep jongeren van 23 naar 27 jaar
Hoeveel jongeren in Opsterland vallen naar verwachting extra onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid door de verruiming van de doelgroep van 23 naar 27 jaar?
Antwoord: Op dit moment is niet exact bekend hoeveel jongeren tussen 23 en 27 jaar extra onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid gaan vallen.
7.23 Adequate armoedebestrijding
Is adequate armoedebestrijding mogelijk met de strenge AVG-regels.
Antwoord: Ja, adequate armoedebestrijding is goed mogelijk binnen de regels van de AVG.
7.24 Overlast van jeugd en criminaliteit
We horen en lezen een toenemende overlast van jeugd en criminaliteit in Gorredijk, wat is de rol van Code Hans om dit te bestrijden en te voorkomen.
Antwoord: Code Hans is o.a. uitvoerder van ons jongerenwerk en speelt een signalerende en preventieve rol bij jeugd(overlast) in Gorredijk. Zij zoeken actief contact met jongeren, bieden begeleiding en activiteiten, en werken samen met jongerenwerk, scholen, politie, handhaving en hulpverlening om problemen vroeg te signaleren en escalatie te voorkomen. 15
7.25 Doorgaande lijn in zorg Jeugd naar volwassenheid
Welke afspraken zijn gemaakt om de doorgaande lijn in zorg te borgen bij de overgang van jeugd naar volwassenheid?
Antwoord: We hebben afgesproken dat voor jongeren die jeugdhulp ontvangen en binnenkort 18 jaar worden een toekomstplan wordt opgesteld om de overgang van 18- naar 18+ goed te begeleiden. Hierin staat welke ondersteuning nodig blijft en onder welke wet deze valt (Wmo, Wlz of Zvw). In uitzonderlijke gevallen kan de verlengde Jeugdwet worden ingezet.
7.26 Indicatoren middelengebruik
Welke indicatoren worden concreet gebruikt om middelengebruik onder jeugdigen te volgen en welke interventies zijn daarvoor in 2026 begroot?
Antwoord: Middelengebruik onder jongeren volgen we via de GGD-schoolmonitor (alcohol, tabak, drugs, welbevinden). In 2026 zetten we binnen de OKO-aanpak in op voorlichting en activiteiten op school en in de vrije tijd, binnen het bestaande preventiebudget.
7.27 Composteren
Prog. 7: Komt er in 2026 een circulair beleid om maairesten, hekkelspecie en bermgras in samenwerking met boeren te composteren.
Antwoord: Ja, we hebben met AgriCycling afgesproken om vanaf 2026 een deel van ons maaisel en hekkelspecie te laten verwerken bij boeren. We zijn druk bezig om dit te verwerken in de komende aanbesteding.
7.28 Monomestvergistingsprojecten
In de begroting lezen we weinig aandacht voor de drie monomestvergistingsprojecten in Opsterland.
Waarom?
Antwoord: Er zijn momenteel twee mestvergistingsprojecten. Wij onderhouden het contact en blijven op de hoogte van de plannen. Het zijn particuliere initiatieven waarin de gemeente vooral de rol heeft van vergunningverlener.
De installatie voor mestvergisting in Wijnjewoude zit in afrondingsfase van de vergunningverlening (FUMO).
Agrigas in het gebied rond Nij Beets heeft vergunningen voor individuele mestvergisters.
Plannen voor mestbewerking worden nog verder uitgewerkt.
Daarnaast is er een agrariër die zelf een monomestvergister geplaatst heeft.
7.29 Berekening Diftar+
Op welke gegevens van buurgemeenten met Diftar+ is de berekening gebaseerd, en welke verschillen in demografie of inzamelsystematiek zijn hierin meegenomen?
Antwoord: Er is met name gekeken naar de gemeente Ooststellingwerf. Qua demografie is die vergelijkbaar met Opsterland. De ophaalsystematiek is dezelfde omdat ook Ooststellingwerf gebruik wordt maakt van de Omrin voor het inzamelen van het afval. Daarnaast zijn de ervaringen met Diftar+ in Heerenveen en Leeuwarden meegenomen waarbij na invoering is gebleken dat de hoeveelheid restafval aanzienlijk is gedaald.
7.30 Behalen energiebesparings- en opwekdoelen
Ligt Opsterland op koers om de energiebesparings- en opwekdoelen (100.000 MWh besparing eind 2026, 450.000 MWh duurzame opwek in 2035) te halen, en welke versnelling kan eventueel gestart in 2026.
16
Antwoord: In het coalitieakkoord van 2018 zijn doelstellingen genoemd voor energiebesparing en opwek van duurzame energie. Om in 2035 energieneutraal te zijn, realiseren we een energiebesparing van 150.000 MWh ten opzichte van het jaar 2018 in onze gemeente. Eind 2026 hebben we daarvan 100.000 MWh gerealiseerd (Coalitieakkoord, 2018). We liggen met energiebesparing voor op de planning. Het doel voor 2035, een besparing van 150 MWh is in 2023 al gehaald. We werken hard aan de besparingsdoelen met de lokale aanpak isolatie en ondersteuning voor onze inwoners vanuit het OWO-energiebureau.
Voor de opwek van duurzame energie lopen we minder op koers om de doelen voor 2035 te behalen. In Opsterland wekken we ongeveer 50.000 MWh op (zonnevelden en particuliere daken).
Dit is ongeveer 11% van de doelstelling. De opwek van energie uit wind en biogas is nu nog klein. De productie beperkt zich tot enkele kleine windmolens en mestvergisters bij individuele boeren. Met de initiatieven van WEN (Wijnjewoude) en Agrigas (Nij Beets) komt daar mogelijk verandering in.
Opgeteld willen zij 2,5 miljoen kubieke meter groengas produceren wat overeenkomt met een kleine 25.000 MWh.
Planontwikkeling rond windenergie kan de lokale duurzame energieopwekking sterk vergroten. Bij het ontbreken van een gemeentelijk energiecollectief (ECO), zijn we afhankelijk van initiatieven vanuit de markt en mienskip.
7.31 Nota omgevingskwaliteit
Prog. 8. Krijgt de raad ook een rol bij de keuze wie het gaat doen en welke kaders er in de nieuwe nota Omgevingskwaliteit van belang zijn.
Antwoord: De raad heeft juist een vaststellende rol als het gaat om de nieuwe nota Omgevingskwaliteit. Daarmee bepaalt de raad zelf welke (nieuwe) kaders er gaan gelden voor omgevingskwaliteit binnen de gemeente. De raad zal hier vroegtijdig in het proces in meegenomen worden. De selectie van het bureau die de OWO-gemeenten ondersteunt bij het opstellen van de nota valt onder de voorbereidende handelingen voor de nota. De raad heeft daarin geen directe rol.
7.32 Effect stikstofoplossingen op projecten
Welke gevolgen heeft het uitblijven van landelijke stikstofoplossingen voor sleutelprojecten zoals Aylvalân Bakkeveen, en welke alternatieve scenario’s bereidt de gemeente voor binnen de bestaande spelregels?
Antwoord: Binnen de spelregels doen we al het mogelijke om onze ambities te realiseren. Bij Terwispel hebben we ondanks de nabijheid van een Natura2000 gebied door fasering een oplossing gevonden om toch te beginnen met bouwen. Voor het Aylvalân in Bakkeveen zoeken wij nog naar een oplossing om te kunnen beginnen met de bouw. Wij zijn daarbij echter ook voor een belangrijk deel afhankelijk van de Rijksoverheid.
8
D66
Geen vragen van de D66 fractie ontvangen.
17
Bekijk de brief: Beantwoording vragen begroting 2026
Bron: raadsinformatie van de gemeente Opsterland (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.