7 juli 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Overbetuwe

26-06-16 Overzicht beantwoording vragen Kadernota 2027

Een raadslid stelde op 7 juli 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe (2 vragen).

In het kort

2 vragen en wat het college antwoordt

  • 1 Technische vragen GBO Vraag 1: Programma 2: Toezicht, handhaving en weerbaarheid (pagina 7 – Veiligheid en weerbaarheid) In de Kadernota staat dat het… → Zo ja, welke?
  • Pas als laatste optie: verhogen van de lokale lasten’. → Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 9: Door het ministerie van BZK is aangegeven dat maximaal 10% van het surplus in de algemene reserve ingezet mag worden als structureel…

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Beantwoording technische vragen Kadernota 2027 Versie: 16 juni 2026

Inhoud

1. 1.1 Technische vragen GBO ......................................................................................................................................................................2

2. 1.2 Technische vragen CDA ......................................................................................................................................................................5

3. 1.3 Technische vragen PRO Overbetuwe .................................................................................................................................................6

4. 1.4 Technische vragen D66 .....................................................................................................................................................................14

5. 1.5 Technische vragen VVD ....................................................................................................................................................................20

6. 1.6 Technische vragen Lijst BOB .............................................................................................................................................................23

7. 1.7 Technische vragen SGP ....................................................................................................................................................................29

1

Vragen en antwoorden

Vraag 1

1 Technische vragen GBO Vraag 1: Programma 2: Toezicht, handhaving en weerbaarheid (pagina 7 – Veiligheid en weerbaarheid) In de Kadernota staat dat het handhavingsbeleid wordt uitgevoerd en dat toezicht waar nodig wordt versterkt, in samenwerking met politie en partners. Vraag: Zijn er binnen het meerjarenperspectief 2027-2030 al financiële middelen of capaciteitsuitbreidingen voorzien om de genoemde ambities op het gebied van toezicht, handhaving en weerbaarheid uit te voeren?

Antwoord van het college

Zo ja, welke?

Portefeuillehouder: Karel Grimm Antwoord op vraag 1:

Extra middelen zijn nu nog niet voorzien. Dit wordt meegenomen in de uitwerking van de P&C-documenten.

Vraag 2: Mobiliteit, Openbaar vervoer.

Vraag: wordt er actie ondernomen om weer een treinstation in Valburg te openen?

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 2:

De Regio Rivierenland en Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR) gaan een onderzoek starten waarin gekeken wordt naar de mogelijke doortrekking van de treinverbinding Arnhem–Tiel naar Geldermalsen; en een bredere stationsstrategie, inclusief optimalisatie van bestaande stations en de mogelijke toevoeging van nieuwe stations langs deze spoorlijn, waaronder station Valburg.

De verwachting is dat de resultaten begin 2027 beschikbaar komen. Op basis van deze resultaten kan worden bepaald welke vervolgstappen nodig zijn voor de realisatie van station Valburg.

Vraag 3: Veiligheid en weerbaarheid (Rol van de VGGM) In de Kadernota wordt aangegeven dat er wordt ingezet op preventie, vroegtijdige signalering van risico’s een doeltreffende aanpak van 2

veiligheidsvraagstukken en het vergroten van de maatschappelijke weerbaarheid.

Vraag:

Op welke wijze is de VGGM betrokken bij de uitvoering van de in de Kadernota genoemde ambities op het gebied van veiligheid, crisisbeheersing en maatschappelijke weerbaarheid?

Portefeuillehouder: Patricia Hoytink-Roubos Antwoord op vraag 3:

De VGGM werkt aan een veilige en gezonde samenleving, samen met de vijftien gemeenten in de regio. De ambulancezorg, brandweer, GGD, GHOR en Veilig Thuis zijn onderdeel van de VGGM. Het college van Overbetuwe is zowel in het algemeen bestuur als in het dagelijks bestuur van de VGGM vertegenwoordigd. Specifiek voor maatschappelijke weerbaarheid is in november 2025 het programmaplan weerbaarheid vastgesteld (Agendabundel VGGM BC Veiligheid 19 november 2025_0.pdf). De VGGM heeft een faciliterende rol naar gemeenten op onder andere het thema weerbare samenleving. De VGGM wordt nadrukkelijk betrokken bij de uitvoering van de genoemde ambities, met name door waar nodig en waar mogelijk de samenwerking met elkaar te zoeken. Verder is ons beleid in deze afgestemd op de kaders die in VGGM verband worden afgesproken.

Vraag 4: Economie.

Vraag: Gaat Overbetuwe weer deelnemen aan The Economic Board?

Portefeuillehouder: Karel Grimm Antwoord op vraag 4:

De keuze om alsnog te blijven deelnemen aan The Economic Board is aan de raad.

Vraag 5: Programma 3:

Interactie met de samenleving, Inwonerparticipatie -> er staat in de kadernota. 'We willen een gemeente zijn die dichtbij staat. Waar inwoners niet alleen meepraten, maar ook daadwerkelijk invloed hebben op plannen en beleid.' Vraag: Hoe wordt een en ander gerealiseerd en wanneer kan dat ingezet worden? Of wanneer kunnen we de participatieverordening verwachten? Zijn hier (veel) extra kosten mee gemoeid?

Portefeuillehouder: Ingrid de Pagter

3

Antwoord op vraag 5: 19 mei was er een RTGC over de participatieverordening. Daar is toegezegd dat de concept participatieverordening aan uw raad wordt voorgelegd in oktober 2026. Met het opstellen van de participatieverordening zelf zijn geen extra kosten gemoeid.

Vraag 6: Programma 8 Risico’s, kansen en onzekerheden, Veilig Thuis In de Kadernota wordt aangegeven dat de VGGM in haar conceptbegroting 2027 een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage van € 135.000 vraagt voor uitbreiding van de formatie van Veilig Thuis.

Vraag:

Is deze structurele verhoging al verwerkt in het meerjarenperspectief 2027-2030 en welke gevolgen heeft dit voor de totale gemeentelijke bijdrage aan de VGGM?

Portefeuillehouder: Ingrid de Pagter (en Aad Noordermeer) Antwoord op vraag 6:

Deze verhoging is nog niet verwerkt in het meerjarenperspectief 2027-2030. Als de VGGM de conceptbegroting ongewijzigd vaststelt, dan zal de gemeentelijke bijdrage, naast de indexering, extra stijgen met € 135.000.

Vraag 7: Verbonden partijen:

Op 2 juni 2026 heeft de raad het collegevoorstel aangenomen dat de adviezen van de Rekenkamer overneemt. (Rapport 1+1=3 Samenwerken in de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen).

Vraag: Hoe wordt uitvoering gegeven aan dit besluit en wat zijn de eventuele effecten daarvan op onze begroting?

Portefeuillehouder: Karel Grimm Antwoord op vraag 7:

De rekenkamercommissie deed het voorstel voor aanbevelingen over samenwerken in de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. U besloot op 2/6/2026 deze over te nemen. Wij gaan de komende periode aan de slag met uitvoeren van dit raadsbesluit. Vooruitlopend daarop kunnen wij niet duiden of en zo ja welke financiële effecten dit heeft. Wel kunnen wij benoemen met welke insteek wij implementatie van de aanbevelingen willen oppakken; dit is beschreven in paragraaf 7.1 van het Rekenkamerrapport.

4

1.2 Technische vragen CDA N.v.t.

5

1.3 Technische vragen PRO Overbetuwe Vraag 1: Kunt u het financiële verschil toelichten tussen de jaarschijven 2027, 2028 en 2029 in de Programmabegroting 2026-2029 en de Kadernota 20272030?

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 1: (bedragen x € 1.000) Meerjarensperspectief na begrotingsraad november 2025 Genomen raadsbesluiten incl 1e berap 2026

2027

2028

2029

2030

0

0

119

119

145

-12

-51

-51

Effect toevoegen jaarschijf 2030

0

0

0

543

Actualisatie uitgangspunten

0

0

0

0

Meerjarenperspectief na raadsbesluiten en uitgangspunten

145

-12

68

611

Onontkoombare ontwikkelingen / aanspraken

-105

-180

-227

-227

Correctie inzet Algemene Reserve en Uitstel vastgoedprojecten (PO-school/Wanmolen)

-1489

-1270

0

0

Niet gekozen ombuigingen Kadernota 2026

278

278

278

278

Aanpassing opgenomen ombuigingen Kadernota 2026

200

200

200

200

Overige keuzes / dekkingsmogelijkheden

971

984

316

316

0

0

635

1.178

Meerjarenperspectief bij Kadernota 2027

Vraag 2a: Op welke wijze stelt het college de raad in de gelegenheid om (financiële) kaders mee te geven voor het opstellen van de Programmabegroting 2027-2030?

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 2a:

Tijdens de behandeling van de Kadernota in de raad van 7 juli is er de mogelijkheid om (financiële) kaders mee te geven voor de Programmabegroting. 6

Vraag 2b: Welke mogelijkheden brengt het college in beeld?

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 2b:

Het college maakt keuzes om te komen tot een sluitende Programmabegroting 2027; deze worden in de Programmabegroting nader onderbouwd en toegelicht.

Vraag 2c: Welke mogelijkheden brengt het college niet in beeld?

Toelichting:

In de ‘Leeswijzer’ op p4. schrijft het college: ‘Het college ziet mogelijkheden om keuzes te maken die leiden tot een sluitende meerjarenbegroting, maar wil de tijd nemen om deze keuzes goed te onderbouwen.’ Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 2c:

Het college maakt keuzes om te komen tot een sluitende Programmabegroting 2027; deze worden in de Programmabegroting nader onderbouwd en toegelicht.

Vraag 3: Welke concrete maatregelen neemt het college om de focus op realisatie van woningen uit te voeren?

Portefeuillehouder: René Post Antwoord op vraag 3:

Jaarlijks informeren we uw raad over de voortgang van het woningbouwprogramma. Dit doen we via een informatiememo waarmee we u inzicht geven in de stand van zaken van het actuele woningbouwprogramma. We gaan dan in op de woningbehoefte, voortgang van realisatie in lopende projecten en resterende opgaven. Volgende week kunt u van ons via een informatiememo een nieuwe update verwachten. Hierin benoemen we ook concrete acties en maatregelen die we als gemeente inzetten om realisatie van ons woningbouwprogramma te versnellen, daar waar we hier als gemeente zelf invloed op hebben. Een voorbeeld is de inzet om gebruik te maken van regionale en provinciale regelingen en subsidies, zoals het provinciale versnellingsteam.

7

Vraag 4: Worden hiervoor extra financiële middelen ingezet en zo ja, hoe worden deze gedekt?

Toelichting:

Onder Programma 2, op p6., schrijft het college: ‘Woningbouw krijgt prioriteit. […] Focus ligt op realisatie […] Portefeuillehouder: Rene Post Antwoord op vraag 4:

Voor de realisatie van betaalbare huur en koopwoningen stelt het Rijk vanaf 2026 een Realisatiestimulans beschikbaar. Deze subsidie moet realisatie van betaalbare woningbouw stimuleren. Het College werkt een regeling uit voor Overbetuwe waarmee deze middelen kunnen worden ingezet om versnelde realisatie van sociale huur, goedkope en betaalbare koop te stimuleren. Daarnaast krijgen gemeenten vanaf 2026 door het Rijk structurele middelen uitgekeerd voor de uitvoering van de wettelijke taken die voortkomen uit de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting. Ook deze middelen zijn bedoeld om meer te kunnen sturen op woningbouw. Vòòr 1 juli 2027 dient Overbetuwe over een verplicht volkshuisvestingsprogramma (Programma Wonen) te beschikken. Als de nader uit te werken acties en maatregelen in dit programma vragen om extra middelen, dan zal hiervoor te zijner tijd naar financiële dekking gezocht worden.

Vraag 5: Op welke wijze gaat het college het handhavingsbeleid uitvoeren en het toezicht versterken?

Toelichting:

Onder Programma 2, op p7., schrijft het college: ‘De gemeente voert het handhavingsbeleid uit en versterkt toezicht […]’.

Portefeuillehouder: Karel Grimm Antwoord op vraag 5:

Dit wordt op een later moment verder uitgewerkt.

8

Vraag 6: Welke randvoorwaarden stelt het college aan een financieel verantwoord plan als het gaat om de opvang van statushouders en asielzoekers?

Toelichting:

Onder Programma 4, op p9., schrijft het college:

Het doel is om vóór eind 2026 te komen tot een realistisch, uitvoerbaar en financieel verantwoord plan dat bijdraagt aan zowel de doorstroming in de asielketen als aan de lokale woningbehoefte.

Portefeuillehouder: Ingrid de Pagter Antwoord op vraag 6:

Op dit moment bevindt het traject zich in een verkennende fase. Er wordt gewerkt aan een projectopdracht. Op basis van deze projectopdracht wordt een projectplan opgesteld, waarin de uitgangspunten, randvoorwaarden en vervolgstappen voor het verdere traject worden uitgewerkt.

Vraag 7: Hoe beoordeelt het college of nieuwe investeringen betaalbaar en uitvoerbaar zijn?

Toelichting:

Onder Programma 7, op p11., schrijft het college: ‘Nieuwe plannen vereisen prioritering; investeringen doen we alleen als ze uitvoerbaar en betaalbaar zijn.’ Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 7:

Het college maakt een afweging tussen ambitie, organisatie/capaciteit en middelen. Hierbij worden de richtlijnen, zoals opgenomen in de Financiële verordening, en de afspraken bij de P&C cyclus gehanteerd.

9

Vraag 8a: Kan het college voor elk van de vijf genoemde punten inzichtelijk maken welke bedragen en onderwerpen gemoeid (kunnen) zijn met de afwegingscriteria die het college hanteert bij het maken van keuzes?

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 8a:

De keuzes om te komen tot een sluitende Programmabegroting worden de komende tijd genomen. De bedragen, zoals opgenomen in de tabel bij vraag 1 resp. de tabel op p. 12 in de Kadernota, zijn indicatief en geven (nog) geen nadere invulling van de genoemde criteria.

Vraag 8b: Hoe zijn deze criteria verwerkt in de tabel op p.12?

Toelichting:

Onder het Hoofdstuk Financiën, op p13., schrijft het college: ‘Bij het maken van keuzes zullen de volgende afwegingscriteria gehanteerd worden:

1. Zoeken naar ruimte binnen bestaande budgetten;

Vraag 2

Pas als laatste optie: verhogen van de lokale lasten’. Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 8b: De keuzes om te komen tot een sluitende Programmabegroting worden de komende tijd genomen. De bedragen, zoals opgenomen in de tabel bij vraag 1 resp. de tabel op p. 12 in de Kadernota, zijn indicatief en geven (nog) geen nadere invulling van de genoemde criteria. 10 Vraag 9: Aan welke voorwaarden moet volgens het college zijn voldaan om de Algemene reserve te kunnen inzetten voor een sluitende begroting?

Antwoord van het college

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 9:

Door het ministerie van BZK is aangegeven dat maximaal 10% van het surplus in de algemene reserve ingezet mag worden als structureel dekkingsmiddel. Dit onder de voorwaarde dat de solvabiliteit groter of gelijk aan 20% is en blijft. Ook moet het weerstandsvermogen naar het oordeel van de financieel toezichthouder voldoende zijn en gebaseerd op een adequate risico-inventarisatie.

Vraag 10: Hoe gaat het college om met de inzet van de Algemene reserve voor de jaarschijf 2027 zoals die is opgenomen in de Kadernota 2026 en aanvullend in de Programmabegroting 2026-2029?

Wij constateren op p.14 van de Kadernota dat de inzet uit de Algemene reserve van 875.000 euro voor jaarschijf 2027 is komen te vervallen. Uit welke posten wordt dat bedrag gedekt?

Toelichting:

Onder het Hoofdstuk Financiën, op p13., schrijft het college: ‘In de Programmabegroting 2026-2029 is de Algemene reserve ingezet om te komen tot een sluitende begroting. Dit is in de Programmabegroting 2027-2030 alleen mogelijk als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. In deze kadernota is het uitgangspunt gehanteerd dat deze inzet van de Algemene reserve niet mogelijk is.’ Toelichting PRO Overbetuwe:

In de Programmabegroting 2026-2029 zijn voor de jaarschijf 2027 eenmalige dekkingsmiddelen via de Algemene reserve opgenomen van 349.000 euro op basis van de Kadernota 2026 en aanvullend 526.000 euro op basis van de Programmabegroting 2026-2029.

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 10:

In de Kadernota 2027 is de inzet van de algemene reserve, zoals opgenomen in de programmabegroting 2026, teruggedraaid, omdat het college verwacht niet aan de gestelde voorwaarden te voldoen. Het college verwacht de Programmabegroting op een andere wijze structureel sluitend te kunnen maken. De keuzes om te komen tot een sluitende Programmabegroting worden de komende tijd gemaakt.

11

Vraag 11: Wat zijn de extra kosten van de uitbreiding van 0,4 fte wethouder en hoe wordt dit structurele bedrag structureel gedekt?

Toelichting:

Onder college- en raadsbesluiten, op p14., schrijft het college: ‘Op 12 mei 2026 heeft de gemeenteraad ingestemd met de benoeming van het nieuwe college met vijf fulltime wethouders. De jaarlijkse extra kosten van de uitbreiding van 0,4 fte zijn opgenomen.’ Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 11:

De jaarlijkse extra kosten van de uitbreiding van 0,4 fte bedragen € 61.000. De keuzes om te komen tot een sluitende Programmabegroting worden de komende tijd gemaakt.

Vraag 12: Welke onontkoombare ontwikkelingen zijn in het meerjarenperspectief verwerkt, voor welke bedragen en onder welke begrotingsposten?

Toelichting:

Onder onontkoombare ontwikkelingen / Aanspraken, op p15., schrijft het college: ‘[…] In het meerjarenperspectief zijn een aantal onontkoombare ontwikkelingen verwerkt.’ Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 12:

De volgende onontkoombare ontwikkelingen zijn verwerkt in de Kadernota: het MFSC Elst, rechtmatigheidstoezicht, archiefbewaarplaatsen en ICTsamenwerking Lingewaard. Van deze ontwikkelingen hebben alleen het rechtmatigheidstoezicht en de ICT-samenwerking een direct financieel effect in 2027 van in totaal € 105.000, die verwerkt zijn in programma 4 en 7.

Uitgangspunt hierbij is dat hier al besluiten onder liggen en er dus geen keuzemogelijkheden meer zijn voor 2027 e.v..

12

Vraag 13: We constateren uit de tabel op p.14 dat de weerstandratio’s zijn toegenomen ten opzichte van de Programmabegroting 2026. Wat is daarvoor de verklaring?

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 13:

De inzet van de algemene reserve in 2027 en 2028, zoals opgenomen in de Programmabegroting 2026, is teruggedraaid. Daarnaast wordt in het meerjarenperspectief in 2027 en 2028 een sluitende begroting verwacht. Dit zorgt ervoor dat de algemene reserve niet daalt, maar stijgt/gelijk blijft. Dat heeft een positief effect op de weerstandsratio.

Vraag 14: Hoe zijn de posten die in meerdere tabellen worden genoemd in de raadsmemo van 21 april jl. met kenmerk 297514, ‘eerste inzichten financieel meerjarenperspectief 2027-2030’ verwerkt in de Kadernota 2027? Graag een toelichting per post.

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 14:

Het raadsmemo heeft geen formele status, want is niet vastgesteld door de raad. Het raadsmemo is ter informatie gestuurd naar de raad.

Zie verder de tabel bij vraag 1 en de beantwoording bij vraag 12. Het college maakt de komende tijd keuzes om te komen tot een sluitende Programmabegroting 2027; deze worden in de Programmabegroting nader onderbouwd en toegelicht.

13

1.4 Technische vragen D66 Vraag 1: Pag. 5 Wonen De genoemde voorbeelden waren al onderdeel van staand beleid. Wat wordt er concreet gedaan om de woningbouw te versnellen t.o.v. de afgelopen 4 jaar?

Portefeuillehouder: René Post Antwoord op vraag 1:

Jaarlijks informeren we uw raad over de voortgang van het woningbouwprogramma. Dit doen we middels een informatiememo waarmee we u inzicht geven in de stand van zaken van het actuele woningbouwprogramma. We gaan dan in op de woningbehoefte, voortgang van realisatie in lopende projecten en resterende opgaven. Volgende week kunt u van ons via een informatiememo een nieuwe update verwachten. Hierin benoemen we ook concrete acties en maatregelen die we als gemeente inzetten om realisatie van ons woningbouwprogramma te versnellen, daar waar we hier als gemeente zelf invloed op hebben. Een voorbeeld is de inzet om gebruik te maken van regionale en provinciale regelingen en subsidies, zoals het provinciale versnellingsteam.

Vraag 2: Pag. 6 Mobiliteit Zijn er ontwikkelingen m.b.t. een station in Valburg?

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 2:

De Regio Rivierenland en Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR) gaan een onderzoek starten waarin gekeken wordt naar de mogelijke doortrekking van de treinverbinding Arnhem–Tiel naar Geldermalsen; en een bredere stationsstrategie, inclusief optimalisatie van bestaande stations en de mogelijke toevoeging van nieuwe stations langs deze spoorlijn, waaronder station Valburg.

De verwachting is dat de resultaten begin 2027 beschikbaar komen. Op basis van deze resultaten kan worden bepaald welke vervolgstappen nodig zijn voor de realisatie van station Valburg.

14

Vraag 3: Pag. 6 Mobiliteit het bestaande mobiliteitsplan dat als basis dient voor beleid, gaat uit van het STOMP-principe. Daarin tellen alle vervoersvormen volwaardig mee, maar ze worden niet gelijkwaardig afgewogen. De basis is het stimuleren van lopen, fietsen en OV. Wat wordt hier bedoeld met 'volwaardig'?

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 3:

Met “volwaardig” wordt bedoeld dat alle vervoersvormen worden erkend als onderdeel van het mobiliteitssysteem en worden meegenomen in de beleids- en planontwikkeling. Het betekent echter niet dat ze gelijk worden behandeld of dezelfde prioriteit krijgen; binnen het STOMP-principe ligt de nadruk op het stimuleren van duurzame vervoersvormen.

Vraag 4: Pag 8 Inwonerparticipatie Hoe gaat men er voor zorgen dat participatie breed en inclusief is? Inwoners uit de Turkse gemeenschap geven aan dat er weinig binding en verbinding is tussen inwoners van kleur en de gemeentelijke organisatie.

Portefeuillehouder: Ingrid de Pagter Antwoord op vraag 4:

Vanuit de inclusieagenda en het participatiebeleid werken wij continu aan onze participatieplannen. Wij hebben daarbij oog voor de doelgroep en de in te zetten participatie middelen.

Vraag 5: Pag.8 Sociaal domein Wat wordt er bedoeld met 'aandacht voor misbruik'?

Portefeuillehouder: Aad Noordermeer Antwoord op vraag 5:

Zie ook vraag 9 van Lijst BOB. Hiermee wordt het rechtmatigheidstoezicht bedoeld. ‘Misbruik’ is het bewust en doelgericht handelen in strijd met de bedoeling of voorwaarden van wet- en regelgeving om financieel een voordeel te behalen of een nadeel te voorkomen. Door toezicht en handhaving op rechtmatigheid binnen Jeugdhulp en Wmo te versterken en hierbij de aandacht te vestigen op misbruik, kan fraude worden opgemerkt en aangepakt. Zie hiervoor ook de plannen voor het regionale toezicht.

15

Vraag 6: Pag. 9 Financiën Hoe wordt zero based budgeting concreet toegepast bij het opstellen van de programmabegroting 2027?

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 6:

In september komt er een bestuursopdracht voor het project Zero-based Budgetting. De effecten hiervan worden verwerkt in de Programmabegroting 2028-2031.

Vraag 7: Pag. 11 Financiën Welke verbeteringen in de P&C-cyclus worden dit jaar al doorgevoerd?

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 7:

De mogelijkheden worden onderzocht, ook in relatie tot het uitvoeren van zero-based budgetting.

Vraag 8: Pag. 11 Financiën Welke aannames liggen onder het structurele saldo 2029–2030?

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 8 De jaarschijf 2029 uit de Programmabegroting 2026 was al positief; dat geldt ook voor de jaarschijf 2030 die toegevoegd is. De opgenomen aanspraken en maatregelen in de Kadernota zijn alle jaren gelijk, maar hebben in sommige gevallen een verschillende financiële uitwerking per jaar.

Vraag 9: Pag. 11 Financiën Is het VNG-advies om risico's expliciet te benoemen afgestemd met de provinciale toezichthouder?

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 9 De Programmabegroting is het document dat de provincie toetst als toezichthouder. De Kadernota is daarbij geen formeel document. 16

We hebben regelmatig contact met de toezichthouder en het VNG-advies zal nog besproken gaan worden i.r.t. het opstellen van de begroting.

Vraag 10: Pag. 12 Financiën Welke financiële risico’s zijn niet opgenomen omdat de meicirculaire ontbreekt?

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 10 In de Kadernota zijn alleen een aantal risico’s opgenomen, die mogelijk gaan spelen bij het opstellen van de Programmabegroting. Bij de Programmabegroting wordt weer een actualisatie van de (financiële) risico's uitgevoerd.

Vraag 11: Pag 12 Financiën Het meerjarenperspectief 2027-2030 geeft andere bedragen en een andere tendens dan het meerjarenperspectief dat is opgenomen in de informatiememo van 21 april 2026 (nog los van onvermijdelijke claims). Hoe is dat te verklaren?

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 11 Het raadsmemo heeft geen formele status, want is niet vastgesteld door de raad. Het raadsmemo is ter informatie gestuurd naar de raad.

De bedragen, zoals opgenomen in de tabel op p. 12 in de Kadernota, zijn indicatief. De keuzes om te komen tot een sluitende Programmabegroting worden de komende tijd gemaakt; deze worden in de Programmabegroting nader onderbouwd en toegelicht.

Vraag 12: Pag 14 Financiën Welke risico’s zijn bekend maar niet gekwantificeerd (sociaal domein, inflatie, verbonden partijen)?

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 12:

Bij het opstellen van de Programmabegroting worden risico's, voor zover mogelijk en bekend, financieel verwerkt. Als dat niet mogelijk is, dan worden deze meegenomen bij het bepalen van de weerstandsratio.

17

Vraag 13: Pag. 14 Financiën Is er een Plan van Aanpak om de ombuigingsvoorstellen uit 2026 alsnog volledig te realiseren?

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 13:

De ombuigingsmaatregelen worden actief gemonitord. In de tussentijdse rapportages wordt hierover gerapporteerd.

Vraag 14: Pag. 14 Financiën Het overzicht van de Algemene Reserve geeft per 1-1-2026 een andere waarde (19,264) dan de programmabegroting 2026 (pag. 10) en de informatiememo van 21 april 2026 (17.177). Hoe kan dat?

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 14:

In de Kadernota is het effect van de Jaarrekening 2025 al meegenomen.

Vraag 15: Pag. 17 Personeel en Organisatie Welke taken of verplichtingen rechtvaardigen de groei naar 383 fte? Maw waar worden deze fte op ingezet? Of in bankieren: welke ROI hanteren we?

Portefeuillehouder: Ingrid de Pagter Antwoord op vraag 15:

Wij hebben de groei geïnterpreteerd als de groei in fte’s van 2026 naar 2027. In de Kadernota 2026 is over de vastgestelde formatie gerapporteerd: 385 fte inclusief 10,2 fte tijdelijke formatie. In de Kadernota 2027 is gerapporteerd: 383 fte inclusief 7,35 fte tijdelijke formatie. Volgens ons is er per saldo geen sprake van een groei en is de vastgestelde formatie 2027 ten opzichte van 2026 bijna gelijk gebleven.

18

Vraag 16: Pag. 17 Personeel en Organisatie Is de evaluatie van de p-budgetsystematiek gereed en kan de raad die dan krijgen?

Portefeuillehouder: Ingrid de Pagter Antwoord op vraag 16:

De evaluatie van de systematiek p-budget is nog niet uitgevoerd. Op basis van de uitgangspunten systematiek P-budget vindt de evaluatie 1x in de 4 jaar plaats. De laatste evaluatie heeft in 2023 plaatsgevonden. In de raadsvergadering van 23 januari 2024 heeft de raad een besluit genomen over de evaluatie systematiek p-budget. Uw raad ontvangt eind juni een raadsinformatiememo waarin u nader wordt geïnformeerd over de planning van de evaluatie.

Vraag 17: Pag. 20 Uitgangspunten Er wordt uitgegaan van 2.5 % inflatie. Op dit moment is de inflatie al hoger en stijgende. Op welke datum kan de echte inflatie worden gebruikt voor de begroting en weten we dus of de reservering voldoende is?

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 17:

Bij het opstellen van de Programmabegroting wordt de Prijs Bruto Binnenlands Product als uitgangspunt genomen. Gedurende het jaar worden bij de tussentijdse rapportages aanspraken op de reservering inflatie geïnventariseerd. Overeenkomstig de werkwijze in voorgaande jaren beoordelen we in hoeverre de aanspraken binnen de bestaande budgetten kunnen worden opgevangen. Daarnaast kan via de Algemene Uitkering aanvullende middelen beschikbaar komen op basis van de geactualiseerde Prijs bruto binnenlands product bij de meicirculaire.

19

1.5 Technische vragen VVD Vraag 1: De Kadernota spreekt over investeringen in passende en goed onderhouden sportaccommodaties. Kan het college aangeven welke investerings-, vervangings- of onderhoudsvraagstukken op het gebied van sportaccommodaties naar verwachting in 2026 en 2027 aan de raad worden voorgelegd?

Portefeuillehouder: Rene Post Antwoord op vraag 1:

Er is per accommodatie een Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP). Verdere planvorming wordt later nader uitgewerkt.

Vraag 2: De Kadernota spreekt over het nemen van meer regie op woningbouw, het versnellen van processen en het actief sturen op locaties, doelgroepen en tempo. Kan het college aangeven welke bestuurlijke keuzes hiervoor in 2026 en 2027 aan de raad worden voorgelegd, welke instrumenten het college daarbij wil inzetten en of de huidige ambtelijke capaciteit voldoende is om deze ambities te realiseren?

Portefeuillehouder: René Post Antwoord op vraag 2:

We werken momenteel aan een plan van aanpak voor het wettelijk verplichte Programma Wonen, waarover uw raad binnenkort geïnformeerd wordt. In het proces om te komen tot een Programma Wonen wordt u vervolgens de komende maanden op diverse momenten betrokken (zowel informerend als consulterend). Het is nu te vroeg om aan te geven welke keuzes volgen uit de doelstellingen van het Programma Wonen en welke acties, maatregelen en instrumenten daarbij horen, laat staan wat ervoor nodig is om dit te realiseren.

Vraag 3: Er wordt gesproken over goed openbaar vervoer en het streven naar toegankelijke, betrouwbare en betaalbare verbindingen. Hoe ziet het college de uitvoering hiervan en waar verwachten we hier de financiële middelen voor te vinden?

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 3:

De ambitie om het openbaar vervoer te behouden en waar mogelijk te verbeteren, is vastgelegd in het Programma Mobiliteit Overbetuwe en het Regionale Mobiliteitsprogramma van de Groene Metropoolregio. De uitvoering vindt plaats in samenwerking met de provincie als concessieverlener van het openbaar vervoer. De financiële middelen voor het openbaar vervoer liggen primair bij de provincie. Het college zet daarom in op actieve samenwerking en lobby richting provincie en regio om deze middelen te behouden en waar mogelijk te versterken.

20

Vraag 4: Kan in programma 3 beter worden opgeschreven dat niet alleen de raad duidelijk wordt meegenomen op de kaders van participatie, maar dat dit ook vooraf duidelijk is voor de inwoners die participeren?

Portefeuillehouder: Ingrid de Pagter Antwoord op vraag 4:

Eerder in programma drie staat: “Waar inwoners niet alleen meepraten, maar ook daadwerkelijk invloed hebben op plannen en beleid. Dat vraagt om een open en uitnodigende bestuursstijl, met duidelijke verwachtingen. We zijn eerlijk over wat kan en wat niet kan.” Hieruit komt naar voren dat ook voor inwoners de kaders waarbinnen participatie kan plaatsvinden vooraf duidelijk is.

Vraag 5: Kan in programma 4 beter worden opgeschreven dat het sneller huisvesten van statushouders in onze gemeente landelijk de druk verlicht op de asielketen, omdat daar nu statushouders op plekken zitten waar ze weg mogen als ergens ruimte is voor huisvesting van statushouders?

Portefeuillehouder: Ingrid de Pagter Antwoord op vraag 5:

Door ruimte te bieden aan het huisvesten van statushouders komen plekken vrij in de landelijke asielzoekerscentra, die vaak als tijdelijk zijn ingericht.

Hierdoor ontstaat er meer flexibiliteit in de landelijke opvang van vluchtelingen. Overbetuwe neemt de taakstelling voor de huisvesting van statushouders en de Spreidingswet beiden serieus.

Vraag 6: Het college voorziet het risico dat niet alle eerdere ombuigingsvoorstellen volledig kunnen worden geëffectueerd. Om welke voorstellen en welk bedrag gaat het concreet, en wat is het alternatieve dekkingsplan als deze niet worden gehaald?

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 6:

Bij de Kadernota zijn een aantal risico's benoemd. Bij het opstellen van de Programmabegroting worden risico's, voor zover mogelijk en bekend, financieel verwerkt. Als dat niet mogelijk is, dan worden deze meegenomen bij het bepalen van de weerstandsratio. Het college maakt bij het opstellen van de begroting keuzes om te komen tot een sluitende Programmabegroting 2027; deze worden in de Programmabegroting nader onderbouwd en toegelicht.

21

Vraag 7: De groei van 1 fte per jaar vanaf 2028 is nog niet in het meerjarenperspectief verwerkt. Waarom niet, en wat is het structurele financiële effect zodra die groei wél wordt meegenomen?

Portefeuillehouder: Ingrid de Pagter Antwoord op vraag 7:

Op basis van de gemiddelde loonsom nemen de structurele kosten met € 105.000 afgerond per jaar toe. Per begrotingsjaar vindt er een kritische afweging plaats of de autonome formatiegroei op basis van de Overbetuwerichtlijn noodzakelijk is. Het bedrag is daarom nog niet meegenomen in het meerjarenperspectief.

Vraag 8: Zero based budgeting wordt als uitgangspunt genomen, wat is de verwachte financiële opbrengst van deze methode?

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 8:

De verwachting is dat zero-based budgetting kan leiden tot een nieuwe financiële onderbouwing van het (bestaande) beleid. Het is nog niet bekend wat de effecten zijn.

Vraag 9: Is er een plan B als de rijksvergoeding onvoldoende blijken voor de CAO-ontwikkeling en prijsstijgingen, zo ja: wat is dat?

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 9:

Het college maakt bij het opstellen van de begroting keuzes om te komen tot een sluitende Programmabegroting 2027; deze worden in de Programmabegroting nader onderbouwd en toegelicht.

22

1.6 Technische vragen Lijst BOB Vraag 1: Wonen Het college spreekt de ambitie uit om de woningbouw in alle kernen te versnellen en daarbij meer regie te nemen op locaties, doelgroepen en tempo.

Kan het college aangeven waar zij de komende jaren de grootste kansen ziet om daadwerkelijk versnelling van de woningbouw te realiseren?

Portefeuillehouder: René Post Antwoord op vraag 1:

We werken momenteel aan een plan van aanpak voor het wettelijk verplichte Programma Wonen, waarover uw raad binnenkort geïnformeerd wordt. In het proces om te komen tot een Programma Wonen wordt u vervolgens de komende maanden op diverse momenten betrokken (zowel informerend als consulterend). Het is nu te vroeg om aan te geven welke keuzes volgen uit de doelstellingen van het Programma Wonen en welke acties, maatregelen en instrumenten daarbij horen, laat staan wat ervoor nodig is om dit te realiseren. Het voornemen van meer regie op locaties, doelgroepen, aantallen en tempo past binnen de kaders van de Wet Regie Versterking Volkshuisvesting en zal in het Programma Wonen nader worden uitgewerkt.

Vraag 2: In de kadernota worden starters, gezinnen en senioren als belangrijke doelgroepen genoemd. Is het college voornemens hiervoor een nadere visie of prioritering te ontwikkelen bij toekomstige woningbouwprojecten? Aan welke prioritering denkt u.

Portefeuillehouder: René Post Antwoord op vraag 2:

Het antwoord op deze vraag is gelijk aan het antwoord op vraag 1

23

Vraag 3: Buitengebied en Duurzaamheid Lijst BOB spreekt de passage aan waarin wordt gesteld dat Overbetuwe ook richting 2040 herkenbaar Overbetuwe moet blijven.

Welke kernkwaliteiten van het buitengebied ziet het college worden betrokken bij de verdere uitwerking.

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 3:

In hoofdstuk 3 van de omgevingsvisie 2040 is de identiteit van Overbetuwe beschreven. De Identiteit is vertaald naar diverse kernwaarden/kernkwaliteiten zoals Bodem en Landschap, Netwerk en Infrastructuur en Occupatie.

De kernkwaliteiten vormen de herkenbaarheid van Overbetuwe en de basis voor toekomstige ontwikkelingen en de aanscherping van de omgevingsvisie.

Bij aanscherping van de omgevingsvisie (zie koersdocument paragraaf 2.2. landelijk gebied) maken we sterker onderscheid in verschillende zones, agrarische zones, uiterwaarden en landschapszones. We benutten de morfologie en geven in de aanscherping de cultuurhistorisch waardevolle gebieden ook een nadrukkelijke plek zoals de drie landgoederen, de donk van Valburg, woerden landschap bij Herveld-Andelst én enkele waardevolle buurtschappen. De samenhang verliezen we daarbij niet uit het oog door waar nodig de verbinding te leggen met grotere doorgaande structuren.

Vraag 4: Het college geeft aan een duidelijke volgorde te willen hanteren van eerst energiebesparing en vervolgens zon op daken. Hoe denkt het college inwoners hierin mee te nemen en draagvlak voor deze aanpak te creëren?

Portefeuillehouder: Karel Grimm Antwoord op vraag 4:

Dit wordt op een later moment nader uitgewerkt.

24

Vraag 5: Economie en Ondernemerschap De kadernota vermeldt dat lokale ondernemers worden betrokken bij maatschappelijke opgaven. Aan welke maatschappelijke opgaven denkt het college hierbij concreet?

Portefeuillehouder: Ingrid de Pagter Antwoord op vraag 5:

Enkele voorbeelden zijn:

• Werkgelegenheidsprojecten

• Betuwe on Stage

• Gezamenlijke agenda centrum Elst.

Vraag 6: Sport en Voorzieningen Het college geeft aan deelname aan sport en bewegen te willen stimuleren. Hoe verhoudt deze ambitie zich tot het uitgangspunt van kostendekkend accommodatiebeheer?

Portefeuillehouder: René Post Antwoord op vraag 6:

Om sport en bewegen te stimuleren, is het belangrijk dat sportfaciliteiten toegankelijk en betaalbaar zijn. Via ons tarievenbeleid zorgen we ervoor dat gemeentelijke sportaccommodaties betaalbaar zijn. Bij het bepalen van de tarieven zal een balans moeten worden gevonden tussen de uitgangspunten van kostendekkend accommodatiebeheer en het betaalbaar houden van sportaccommodaties. Om de raad in staat te stellen hier een zorgvuldige afweging in te maken, wordt in het najaar 2026 inzicht gegeven in het kostendekkendheidspercentage van de huidige tarieven en de impact van verschillende kostendekkendheidspercentages op de tarieven voor gebruikers.

Vraag 7: Sociaal Domein Lijst BOB heeft waardering voor de realistische toon die het college kiest ten aanzien van het sociaal domein. Juist op dit terrein komen maatschappelijke verwachtingen, financiële ontwikkelingen en wettelijke verplichtingen samen. Wij realiseren ons dat de verantwoordelijke wethouders hier voor een stevige opgave staan.

Kan het college aangeven welke ontwikkelingen zij op dit moment als de grootste uitdagingen ziet binnen het sociaal domein?

Portefeuillehouder: Aad Noordermeer en Ingrid de Pagter 25

Antwoord op vraag 7:

In de komende periode zal hier nadere invulling en duiding aan gegeven worden. Hier wordt de tijd voor genomen om dit zorgvuldig nader te concretiseren.

Vraag 8: Op welke wijze wil het college inzichtelijk maken welke maatregelen daadwerkelijk bijdragen aan betere ondersteuning én een beheersbare kostenontwikkeling?

Portefeuillehouder: Aad Noordermeer Antwoord op vraag 8:

In het coalitieakkoord staat de gewenste beweging in het sociaal domein op hoofdlijn aangegeven. Ten aanzien van het bouwen aan zorgzame gemeenschappen zijn we in gesprek om te komen tot een bestuursopdracht. Parallel daaraan zijn we bezig, met name bij de maatwerkvoorzieningen, samen met de organisatie, om specifieker in kaart te brengen wat er al is, wat in gang is gezet in de uitvoering, waar op korte termijn keuzes moeten worden gemaakt gelet op lopende trajecten. Bij die lopende trajecten moet u denken aan bijvoorbeeld de regionale werkagenda in het kader van het AZWA, het afwegingskader onderwijs – jeugdhulp en de prestatie-afspraken met de woningcorporaties voor 2027. Ook brengen we in kaart wanneer in deze collegeperiode nadere kaderstelling mogelijk en wenselijk is en wanneer het dan handig is om dat te doen (rekening houdend met lopende trajecten, inclusief de onderzoeken uit het onderzoeksplan van onze lokale rekenkamer). Ten slotte bezien we bijvoorbeeld – binnen reeds gestelde kaders door de raad – of er nauwer opgetrokken kan worden met de eerstelijnszorg en hoe we misbruik en fraude door zorgaanbieders beter kunnen voorkomen.

Vraag 9: In de kadernota wordt aangegeven dat toezicht en handhaving worden versterkt, met aandacht voor misbruik en oneigenlijk gebruik. Ziet het college deze opgave vooral als een lokale verantwoordelijkheid of wordt hierbij ook nadrukkelijk ingezet op regionale samenwerking?

Portefeuillehouder: Aad Noordermeer Antwoord op vraag 9 (zie ook vraag 5 D66):

Het uitvoeren van toezicht en handhaving binnen de context Jeugdhulp en Wmo is een lokale verantwoordelijkheid waarbij deelnemende gemeenten aan de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling hebben verzocht om uitvoering van rechtmatigheidstoezicht regionaal mogelijk te maken. Hierover moet nog besluitvorming plaatsvinden (zie agendapunt 10 van de Gemeenteraadsvergadering 24-2-2026 Agenda OverBetuwe Gemeenteraadsvergadering dinsdag 24 februari 2026 19:30 - 22:00 - iBabs Publieksportaal) . Dit wordt ook besproken bij de informatiebijeenkomst over de MGR op 16 juni 2026.

26

Vraag 10: Hoe denkt het college de raad de komende jaren beter aangesloten te houden bij de opgave van een toegankelijk, betaalbaar en toekomstbestendig sociaal domein?

Portefeuillehouder: Aad Noordermeer Antwoord op vraag 10:

Hierover gaan we in eerste instantie graag het gesprek aan met de door uw raad benoemde raadsrapporteurs. Met hen willen we bezien welke afspraken ervoor kunnen zorgen dat we de raad beter aangesloten houden bij de opgave van een toegankelijk, betaalbaar en toekomstig sociaal domein.

Hiervoor is direct na hun benoeming een afspraak gemaakt voor de derde week van juni. Wat ons betreft gaat het dan o.a. om wensen en behoeften t.a.v. monitoring, informatiebijeenkomsten, het delen van memo/TIC’s en het informatie delen over wat in de MGR Sociaal Domein speelt. Ook de adviesraad sociaal domein zal hierbij naar verwachting voor college en raad een belangrijke functie blijven vervullen. Een eerste kennismaking heeft reeds plaatsgevonden.

Vraag 11: Handhaving en Dienstverlening In de kadernota wordt aangegeven dat toezicht en handhaving waar nodig worden versterkt. Hoe verhoudt een eventuele uitbreiding van toezicht en handhaving zich tot de ambitie om een structureel sluitende meerjarenbegroting te realiseren?

Portefeuillehouder: Karel Grimm Antwoord op vraag 11:

Dit wordt meegenomen in de uitwerking van de toekomstige P&C-documenten.

Vraag 12: Het college geeft aan te streven naar een gemeente waarin inwoners niet alleen meepraten maar ook daadwerkelijk invloed hebben op plannen en beleid. Welke veranderingen ten opzichte van eerdere bestuursperiodes ziet het college hierbij voor zich?

Portefeuillehouder: Ingrid de Pagter Antwoord op vraag 12:

We bouwen voort op wat in eerdere bestuursperiodes in gang is gezet. En proberen hierbij steeds duidelijk te zijn wat de kaders zijn waarbinnen participatie kan plaatsvinden en participatiemiddelen in te zetten om participatie zo inclusief mogelijk te maken.

27

Vraag 13: Financiën Lijst BOB constateert dat het college erin slaagt een positief meerjarenperspectief te presenteren, terwijl tegelijkertijd wordt aangegeven dat belangrijke keuzes nog worden uitgewerkt richting de begroting.

Ondanks de relatief korte voorbereidingstijd van deze kadernota lijkt het college vertrouwen te hebben in een sluitende meerjarenbegroting. Op welke beleidsterreinen ziet het college op dit moment de grootste mogelijkheden om de begroting structureel sluitend te houden?

Portefeuillehouder: Wijnte Hol Antwoord op vraag 13:

Het college maakt bij het opstellen van de begroting keuzes om te komen tot een sluitende Programmabegroting 2027; deze worden in de Programmabegroting nader onderbouwd en toegelicht. Op dit moment is nog niet bekend bij welke beleidsterreinen deze keuzes gemaakt zullen worden.

Vraag 14: In de afwegingscriteria wordt gesproken over herprioriteren en het beëindigen van bestaand beleid. Op welke wijze wordt de raad betrokken bij dergelijke keuzes?

Portefeuillehouder:

Antwoord op vraag 14:

Conform de P&C cyclus wordt de concept-Programmabegroting voorgelegd aan de raad en heeft de raad de mogelijkheid om te reageren en eventueel aanpassingen voor te stellen.

Tot slot Lijst BOB wil het college en de ambtelijke organisatie bedanken voor de voorliggende kadernota. De nota geeft richting, maar laat ook zien dat er de komende maanden nog veel werk te verrichten is. Wij zien uit naar de verdere uitwerking bij de Programmabegroting 2027.

28

1.7 Technische vragen SGP N.v.t.

29

Bekijk de brief: 26-06-16 Overzicht beantwoording vragen Kadernota 2027

Bron: raadsinformatie van de gemeente Overbetuwe (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Overbetuwe

Alle artikel 35-vragen in Overbetuwe