10 september 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Raalte

technische raadsvragen zomernota 2026

Een raadslid stelde op 10 september 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Raalte.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

MEMO Datum 8 september 2026 AanDe leden van de gemeenteraad Kopie aan Collegeleden VanCollege van burgemeester en wethouders InformantJannie Lozeman 06-1276 6991 Onderwerp Beantwoording technische vragen zomernota 2026 Inleiding Onderstaand treft u de beantwoording aan van de schriftelijk gestelde technische vragen over de zomernota 2026 Beantwoording technische vragen De vragen 1 t/m 3 zijn ingediend door het CDA De vragen 4 t/m 11 zijn ingediend door GB De vragen 12 t/m 24 zijn ingediend door BB Vraag 1 (CDA) Blz 33 + 34: Welke voorbereidingskosten voor het IHP worden er in 2026 gemaakt? Gesteld dat voorbereidingskosten altijd horen bij projecten die gaan lopen en het IHP al in 2025 vastgesteld is. Kan dit onderbouwd worden?

Antwoord:

Het IHP is vastgesteld op 22 januari 2026. De gevraagde € 25.000 is bestemd voor de voorbereiding Oostenwind € 10.000, de Vogelaar € 10.000 en een algemeen budget € 5.000.

Vraag 2 (CDA) Blz 17: In 2024 is de warenmarkt verzelfstandigd om er zo geen kosten aan te hebben. Uit de zomernota blijkt dat dit niet gelukt is. Hoe kan dit en was dit niet te voorzien?

Antwoord:

Het proces van de verzelfstandiging is ingezet om een teruglopende markt de mogelijkheid te geven om te blijven bestaan en zelfstandig te ontwikkelen. Dat is ook gebeurd.

De investering hiervoor was het om niet in gebruik geven van het marktterrein. Dit is voorzien en is ook als zodanig verwerkt in de begroting. Dat is niet volledig correct gebeurd, waardoor aanvullend op de € 30.000 bezuiniging nog een aanvullende bezuiniging van € 50.000 is ingeboekt. Dit wordt nu rechtgetrokken.

Vraag 3 (CDA) Blz 34: De onderhoudsafspraken van Tijenraan zijn herzien en nu is duidelijk welke onderhoudslasten voor de gemeente zijn (als eigenaar). Waarom zijn deze onderhoudsafspraken herzien? Was bij aanvang van het project niet duidelijk welke ondershoudslasten voor de eigenaar waren? Zo nee; Waarom niet?

Antwoord:

Na oplevering en ingebruikname van het gebouw in 2018 had tussen gemeente, aannemer en Sportbedrijf een Handboek opgesteld moeten worden waarin de afspraken tussen alle partijen over het beheer en onderhoud voor Tijenraan waren vastgelegd. Dat is destijds echter niet gebeurd. Afgelopen jaar hebben partijen om tafel gezeten om die afspraken alsnog goed uit te werken en vast te leggen. Hierbij kwam naar voren dat een aantal zaken in de contracten niet goed uitgewerkt was (onder andere diverse keuringen, storingsmeldingen, RWZI). Om dit financieel goed te borgen is nu voorgesteld om het onderhoudsbudget met € 100.000,- te verhogen. Om te voorkomen dat er in de toekomst opnieuw problemen ontstaan is er ieder kwartaal een overleg met alle partijen om de afspraken uit het Handboek te monitoren.

Vraag 4 (GB) De zomernota noemt grote toekomstige opgaven zoals onderwijshuisvesting, N35, spoorzone, groei van Raalte en vervanging van de openbare ruimte, terwijl het meerjarenbeeld vanaf 2027 verslechtert. Welke van deze opgaven zijn nog niet financieel gedekt in de huidige begroting en welk bedrag hangt daar globaal mee samen?

Antwoord:

Vanaf de begroting 2026 is er een TIO (Toekomstig Investerings Overzicht) opgenomen als bijlage bij de begroting. Het TIO geeft meerjarig financieel inzicht op middellange termijn in de grote opgaven (scope van 10 jaar vooruitkijken). Voor de begroting 2027 geldt dat de opgaven na 2030 nog niet gedekt zijn. Voor de opgaven in 2027 worden investeringsbudgetten in de begroting 2027 geraamd. En voor de jaren 2028-2030 wordt een stelpost van 85% van de kapitaallasten opgenomen in de meerjarenbegroting 2028-2030.

Het TIO wordt jaarlijks geactualiseerd en weer opgenomen in de begroting 2027. Voor de periode 2031-2037 gaat het om ongeveer € 86 miljoen aan investeringen, voor o.a. vervangingsstrategie openbare ruimte, IHP onderwijs, onderhoudslasten fietsverbinding N35, rotonde burgemeester Zuidwijklaan, ontsluiting onder N35. De hierbij behorende jaarlijkse kapitaallasten, op basis van 85% realisatie, lopen dan op van € 0,8 mln. in 2030 tot bijna € 5 mln. in 2037. Voor deze oplopende kapitaallasten van € 4,2 mln. moeten nog dekkingsmiddelen aangewezen worden vanaf de begroting 2028 en volgende.

Vraag 5 (GB) Hoeveel van de huidige begroting wordt sluitend gehouden met incidentele middelen en welke structurele uitgaven hebben nog geen structurele dekking?

Antwoord:

Er zitten in de begroting geen structurele uitgaven die nog geen structurele dekking hebben.

Het (incidentele) tekort 2026 was bij de begroting € 5.431.000 en na de zomernota 2026 € 5.880.000. Dit tekort wordt gedekt door de algemene bestemmingsreserve.

Vraag 6 (GB) De algemene bestemmingsreserve daalt van ongeveer €29 miljoen naar €15,8 miljoen eind 2030. Welk deel van deze reserve is daadwerkelijk vrij beschikbaar en welk deel is feitelijk al geclaimd voor toekomstige projecten en risico's?

Antwoord:

Bij de zomernota 2026 is bovengenoemde € 15,8 miljoen nog daadwerkelijk beschikbaar. De afname van € 29 mln. begin 2026 naar € 15,8 mln. eind 2030 is nodig voor bestaande claims, dekking van de begrotingsresultaten 2026- 2029 en het resultaat van deze zomernota. Zie voor het verloop van de algemene bestemmingsreserve ook blz. 9 van de zomernota 2026.

Vraag 7 (GB) Het tekort op de bijstand blijft aanzienlijk door de groei van het aantal statushouders. Welke prognose hanteert het college voor de komende drie jaar en wat zijn de financiële consequenties als de instroom verder stijgt?

Antwoord:

Het begrote tekort op de algemene bijstand en bijzondere bijstand ten laste van de reserve sociaal (50%) en vluchtelingen (50%) is:

Voor 2026: € 887.000 Voor 2027: € 387.000 Voor 2028: € 141.000 Beheersmaatregelen moeten leiden tot een afname van het tekort op de algemene bijstand en bijzondere bijstand ten laste van de reserves sociaal (50%) en vluchtelingen (50%). We willen zoveel mogelijk inwoners met een uitkering begeleiden naar werk. Dit moet leiden tot een afname van het aantal uitkeringen en de daarmee samenhangende kosten. Het is ook mogelijk dat de rijksbijdrage voor uitkeringen (BUIG) toeneemt doordat de gemeente Raalte ruimschoots voldoet aan de landelijke taakstelling statushouders. Wanneer andere gemeenten ook invulling geven aan de taakstelling voor statushouders werkt dat voordelig: het macrobudget stijgt en daarmee ook de rijksbijdrage aan Raalte.

Vraag 8(GB) Er staat een verlaging genoemd op de collectieve zorgkosten met structureel € 41.000,-. Kunnen wij hiervoor de onderbouwing zien dat de inwoners die kiezen voor deelname aan de collectieve zorgverzekering de afgelopen jaren is gedaald?

Antwoord:

Uit onderzoek van Berenschot is geconstateerd dat meer dan 90% van alle inwoners die gebruik van de gemeentepolis, het meest uitgebreide collectieve verzekeringspakket hebben, terwijl dit bij andere gemeenten lager is. Er is een keuzetool ingezet om inwoners te ondersteunen bij het kiezen van het zorgpakket dat het beste bij hun situatie past. Hierbij is geconstateerd dat van een aantal inwoners het verzekeringspakket afgeschaald kan worden, waardoor er een besparing gerealiseerd kan worden. In samenwerking met Salland Zorgverzekeringen is een extra pakket ontwikkeld voor inwoners met een lage zorgvraag. Dit heeft ertoe geleid dat 49 inwoners geen gebruik meer maken van de collectieve zorgverzekering en 45 inwoners een lagere collectieve zorgverzekering hebben afgesloten.

Vraag 9 (GB) Bij meerdere schoolprojecten zijn aanvullende kredieten nodig wegens indexatie en asbestsanering. Hoe betrouwbaar waren de oorspronkelijke ramingen en verwacht het college bij andere IHP-projecten vergelijkbare overschrijdingen?

Antwoord:

De budgetten worden zo realistisch mogelijk geraamd op basis van de op dat moment bekende informatie en planning. Onvoorziene vertraging brengt veelal indexatie van de kosten met zich mee. Allereerst wordt er dan gekeken of de kostenstijging binnen de aanwezige middelen opgevangen kan worden. In deze gevallen is dit niet mogelijk en is er om een aanvullend budget gevraagd.

Asbest wordt in de begroting als een P.M. post opgenomen, meestal is de aanwezigheid van asbest niet op voorhand bekend. Het verwijderen van asbest komt voor rekening van de gemeente en is dus kostenverhogend.

Vraag 10 (GB) Hoe gevoelig zijn de grondexploitaties voor een teruglopende woningmarkt?

Antwoord:

De gevoeligheid voor een teruglopende woningmarkt verschilt per grondexploitatie. In de projectenrapportage 2026 dat onderdeel is van de zomernota, wordt er onder andere ingegaan op het risico van een teruglopende woningmarkt (vertraging en opbrengstendaling).…

Bekijk de brief: Beantwoording technische raadsvragen zomernota 2026

Bron: raadsinformatie van de gemeente Raalte (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Raalte

Alle artikel 35-vragen in Raalte