21 juli 2022 · artikel 35-vragen · gemeente Reusel-De Mierden

20220720 Beantwoording raadsvragen dhr. B. Kapteijns (D66) inz bestemmingsplan buitengebied Schepersweijer en Wolfsven 22.13480.pdf

Een raadslid (D66) stelde op 21 juli 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden (1 vragen).

In het kort

1 vragen en wat het college antwoordt

  • Indien die vergunningen niet zijn ingetrokken, wat is de motivatie per situatie om die vergunning niet in te trekken? → Antwoord 1.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Beantwoording Raadsvragen schriftelijke vragen ex art. 33 Reglement v. Orde, mail en mondelinge vragen commissies en raad Onderwerp:

Bestemmingsplan Datum antwoord: 20 juli 2022 Buitengebied Schepersweijer 4a & Wolfsven 1 Reusel Datum vraag: 18 juli 2022 Portefeuillehouder: de heer P.J.M. van de Noort wethouder Gesteld door:

D66 Registratienr.:

Vraag

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Indien die vergunningen niet zijn ingetrokken, wat is de motivatie per situatie om die vergunning niet in te trekken?

Antwoord van het college

Antwoord

1. Het staand beleid van de gemeente Reusel-De Mierden ten aanzien van niet tot realisatie gekomen stalvergunningen is om deze vergunningen 3 jaar na afgifte in te trekken. Dat is in dit geval niet gebeurd. Wij zijn benieuwd in hoeverre dit voorkomt in dit soort situaties.

In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is geregeld dat het bevoegd gezag onder voorwaarden een omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk kan intrekken. Er zijn op dit moment geen andere bestemmingsplannen in behandeling waar niet tot realisatie gekomen stalvergunningen onderdeel uitmaken van de planprocedure. 2.

Wat zijn de gevolgen van het niet verlenen van deze vergunning voor de gemeente?

De vraag is ons niet geheel helder. Wij nemen aan dat “niet intrekken” wordt bedoeld in plaats van “niet verlenen” en specifiek is gericht op de locatie Wolfsven 1. Het niet intrekken van de vergunning heeft tot gevolg dat de vergunde rechten behouden blijven en de realisatie alsnog kan plaatsvinden.

Indien met ‘vergunning’ het ‘bestemmingsplan’ wordt bedoeld, dan het volgende. De raad komt een grote mate van beleidsvrijheid toe bij het wel of niet vaststellen van een bestemmingsplan, maar daarbij is de raad bij besluitvorming wel gebonden aan het wettelijk kader en moet het besluit adequaat gemotiveerd worden met toegelaten (ruimtelijke) argumenten. Een eventueel besluit om het plan niet vast te stellen is appellabel.

Door het bestemmingsplan niet vast te stellen, blijft de geldende bestemming in stand en kan Wolfsven 1 nog steeds gebruikt worden als intensieve dierhouderij en is de doorontwikkeling van Schepersweijer 4a niet mogelijk. 3.

Hoeveel stalvergunningen zijn er langer dan 3 jaar geleden verstrekt en niet tot uitvoer gekomen?

Een exact aantal is op korte termijn niet te noemen. De Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) heeft in het kader van de Intensivering Toezicht Veehouderijen (ITV) onlangs in 3 jaar tijd alle intensieve dierhouderijen gecontroleerd. In het controleverslag per bedrijf wordt de gemeente geadviseerd over de mogelijkheden over het wel of niet (gedeeltelijk) intrekken van vergunningen als er is geconstateerd dat er voor drie opeenvolgende jaren geen dieren in de stal hebben gestaan.

22.13480

*22.13480*

1

4.

In hoeveel van deze gevallen is de vergunning hiervoor ingetrokken?

Een exact aantal is op korte termijn niet te noemen. Als we constateren (controle van ODZOB) dat er afgelopen 3 jaar geen dieren op locatie zijn gehouden (geldt niet voor onderbezetting), dan kan een intrekkingszaak gestart worden. Verder hebben diverse milieuverenigingen de afgelopen jaren een groot aantal intrekkings- en handhavingsverzoeken ingediend. 5.

Heeft het college plannen om handelend te gaan optreden indien deze vergunningen nog niet zijn ingetrokken?

In de Wabo zijn de mogelijkheden opgenomen voor het kunnen intrekken van vergunningen. Het betreft hier een kan-bepaling en geen moet-bepaling. Met de cyclus via controles van het ODZOB houden wij actief beeld over ongebruikte of in onbruik geraakte vergunningen. De voortvarendheid waarop daar vervolgens op gehandeld kan worden door ODZOB en VTH, is mede afhankelijk van beschikbare capaciteit die momenteel bij beide organisaties evenals bij onze gemeente enorm onder druk staat. 6.

Indien die vergunningen niet zijn ingetrokken, wat is de motivatie per situatie om die vergunning niet in te trekken?

Het betreft op basis van de Wabo een kan-bepaling. Dat betekent dat bij elk geval een afweging gemaakt kan worden, of intrekken van vergunningen de juiste handeling betreft.

22.13480

*22.13480*

2

Bekijk de brief: 20220720 Beantwoording raadsvragen dhr. B. Kapteijns (D66) inz bestemmingsplan buitengebied Schepersweijer en Wolfsven 22.13480.pdf

Bron: raadsinformatie van de gemeente Reusel-De Mierden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Reusel-De Mierden

Alle artikel 35-vragen in Reusel-De Mierden