23.02739 Beantwoording raadsvraag T. van Dongen (PvdA) inz. Veegplan Langvoort beantwoording.pdf
Een raadslid (PvdA) stelde op 14 maart 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Beantwoording Raadsvragen Onderwerp:
Datum vraag:
raadsvraag T. van Dongen (PvdA) inz veegplan Langvoort Technische vraag t.b.v. commissie / raad 22 februari 2023
Gesteld door:
Registratienr.:
T. van Dongen /PvdA 23.02739
Type vraag:
Datum antwoord:
27 februari 2023
Portefeuillehouder:
de heer P.J.M. van de Noort wethouder
Vraag 1] Regelmatig lezen we in de stukken “De agrarische opstallen zijn reeds gesloopt en enkel de twee bedrijfswoningen zijn nog aanwezig.”. Echter als we op ruimtelijkeplannen.nl de plankaart van het huidige bestemmingsplan (Buitengebied 2009) openen op deze locatie dan lezen we “letteraanduiding aantal bedrijfswoningen 0”. Dit impliceert dat nu géén bedrijfswoningen zijn opgenomen in het bestemmingsplan. Hoe kan dit? Waaruit blijkt dat er nu wél 2 bedrijfswoningen toegestaan zijn (ruimtelijkeplannen.nl is immers juridisch bindend)?
Dit betreft een fout in de digitale versie van de plankaart van 2009. Op de analoge kaart (juridisch geldende) is de locatie wel aangeduid met 2 bedrijfswoningen (2bw).
2] Er wordt gesproken over een bijgebouw met een passende uitstraling welke een ensemble vormt met de bestaande langgevelboerderij (nr 4). Waar kunnen we lezen dat in het bestemmingsplan voldoende juridisch is verankerd dat de gronden met agrarische bestemming niet behoren tot de definitie "erf" in het kader van de BOR en dus ook niet in aanmerking komen voor vergunningvrij bouwen?
Een erf is op basis van het Besluit omgevingsrecht een: “al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden”.
23.02739
*23.02739* 1
De gronden met een agrarische bestemming vallen hier niet onder. De agrarische bestemming is niet gerelateerd aan de woning(en) en mag alleen worden bebouwd en ingericht met bouwwerken ten behoeve van de bestemming “Agrarisch”. Hierdoor kunnen bouwwerken niet vergunningvrij worden opgericht (zie bv. ECLI:NL:RVS:2017:1481).
Dit volgt rechtstreeks uit het Besluit omgevingsrecht en jurisprudentie. Borging in het bestemmingsplan is niet aan de orde. 3] In paragraaf 5.1.7.2. van de ruimtelijke onderbouwing wordt opgemerkt dat binnen een straal van 1km een intensieve veehouderij is gevestigd waardoor volgens de handreiking een advies van de GGD ingewonnen zou moeten worden. Bovendien is het uitgangspunt dat de gemeente géén woningbouwmogelijkheid toevoegt indien sprake is van een geitenhouderij binnen een straal van 2 kilometer. Is de toevoeging van een woningbouwmogelijkheid gegeven deze omstandigheden voorgelegd aan de GGD? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat was de reactie?
Nee, dit is niet voorgelegd. Het gaat hier om 2 bestaande woningen. Hoewel deze door de bestemmingsplanwijziging een formele woonbestemming krijgen veranderd er niets qua woon- en leefklimaat ter plaatse. Deze verbetert zelfs (of is al verbeterd) vanwege de beëindiging van de intensieve veehouderij. Het opvragen van een advies bij de GGD is vooralsnog geen wettelijke verplichting. 4] In het geuronderzoek wordt op pagina 1 gemeld dat de maximale achtergrondbelasting 18,7 oue/m3 bedraagt en dat dit conform de gemeentelijke verordening “aanvaardbaar” is. Hoe beoordeelt het college de achtergrondbelasting van 18,7 odeur anno nu wetende dat de rechtbank inmiddels heeft geoordeeld dat bij 19,4 odeur de stank zo erg is, dat er sprake is van ernstige milieuhinder?
Idem t.a.v. de geurhinderniveau’s in tabel 2.2. van het geuronderzoek? Is de eindconclusie van dit onderzoek niet ingehaald door de recente uitspraak van de rechtbank (Poppelsedijk) over ernstige milieuhinder?
Conform de ‘gebiedsvisie gemeente Reusel-De Mierden 2013’, welke is vastgesteld, is een maximaal hinderpercentage van 20% is voor het buitengebied nog aanvaardbaar. De waarde van 20% hinder komt overeen met een achtergrondbelasting van 20 odour units. Een achtergrondbelasting 18,7 oue/m3 is dus aanvaardbaar.
In de zaak over de Poppelsedijk heeft de rechtbank nog geen einduitspraak gedaan. 5] In paragraaf 3.2 van het geuronderzoek zijn de meetpunten weergegeven. Het meetpunt met nummer 6 welke de hoogste geurmeting van 18,7 odeur achtergrondbelasting kent ligt hier echter volgens de laatste ontwerptekeningen te ver naar het oosten ingetekend. Is het mogelijk dat de geurbelasting op het meest zuidwestelijke punt van het beoogde bijgebouw welke aan de westelijke perceelsgrens is gesitueerd op of over de grens van 19,4 odeur terecht komt? Hoe sluit u dit uit?
Conform ‘bijlage 6 LIP Langvoort 2a-4 incl. beplantingsplan’ is het beoogde bijbehorend bouwwerk gelegen aan de linkerzijde in plaats van de rechterzijde waar meetpunt 6 ligt. In paragraaf 5.2 van het geuronderzoek is de totale berekening weergegeven van de achtergrondbelasting. De bruine lijn is de contour van 20 odour units welke acceptabel is. Op de plankaart is zichtbaar dat het bouwvlak met de woonbestemming buiten deze grens gelegen is. Hierdoor is het uitgesloten dat een bijbehorend bouwwerk in deze contour opgericht kan worden. Daarnaast is een bijbehorend bouwwerk (ondergeschikt) geen geurgevoelig object.
23.02739
*23.02739* 2
Bron: raadsinformatie van de gemeente Reusel-De Mierden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.