14 maart 2023 · artikel 35-vragen · gemeente Reusel-De Mierden

23.02746 Beantwoording raadsvraag T. van Dongen (PvdA) inz. Veegplan De Luther.pdf

Een raadslid (PvdA) stelde op 14 maart 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Beantwoording Raadsvragen Onderwerp:

Datum vraag:

raadsvragen veegplan De Luther Technische vraag t.b.v. commissie / raad 22 februari 2023

Gesteld door:

Registratienr.:

T. van Dongen/ PvdA 23.02746

Type vraag:

Datum antwoord:

27 februari 2023

Portefeuillehouder:

de heer P.J.M. van de Noort wethouder

Vraag 1] in paragraaf 4.2.3. van de ruimtelijke onderbouwing staat genoteerd: “Bij de nieuwbouw zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke bouwmaterialen en niet van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC.” Hoe wordt dit geborgd?

Dit betreft uitvoering en zal in de omgevingsvergunning geborgd moeten worden. 2] resultaten archeologisch onderzoek door Transect ontbreken. Wordt enkel genoemd in paragraaf 4.6 van de ruimtelijke onderbouwing Per abuis zat deze nog niet bij de raadsstukken. Het onderzoek wordt alsnog meegezonden met de beantwoording van deze raadsvragen. 3] Wat is de status van de benodigde Natuurbeschermingsvergunning? In de PlanMer beoordelingsnotitie van 10 januari 2023 zien we dat deze is aangevraagd obv extern salderen. Indien deze nog niet is of wordt verleend dan kan de initiatiefnemer dit plan niet uitvoeren. En dan?

De beoordeling van effecten van planologische ontwikkelingen op Natura 2000-gebieden kan op meerdere manieren plaatsvinden; aanvankelijk is ervoor gekozen om een vergunning één-op-één in te passen in het plan. De initiatiefnemer heeft voor de beoogde ontwikkeling op 19 mei 2022 een vergunning aangevraagd bij de provincie Noord-Brabant voor de beoogde ontwikkeling. Door de vergunning op te nemen in het bestemmingsplan kunnen significant negatieve effecten worden uitgesloten. Recent heeft de provincie Noord-Brabant, op aangeven van de Minister van Natuur en Stikstof, de vergunningverlening tijdelijk stilgelegd; dit naar aanleiding van enkele uitspraken van de Raad van State, waarbij de emissiereductie van emissiearme stalsystemen bij melkvee in twijfel wordt getrokken. Wanneer de vergunningverlening weer op gang komt is nog niet bekend, wel is duidelijk dat de vergunningverlening voor dit project niet in gevaar kan komen, omdat in deze aanvraag geen sprake is van emissiearme stalsystemen. Die zijn er immers niet voor paarden.

De andere manier om effecten op beschermde natuurgebieden te beoordelen is het uitvoeren van een passende beoordeling. In een passende beoordeling worden de effecten van de ontwikkeling in beeld gebracht, en indien sprake is van effecten kunnen hierbij mitigerende maatregelen worden genomen. Extern salderen is een vorm van mitigerende maatregelen.

Het ontwerpbestemmingsplan lag van 22 augustus 2022 tot en met 2 oktober 2022 ter inzage. Op 2 november 2022 kwam de zgn. Porthos – uitspraak, waardoor de stikstof - bouwvrijstelling voor projecten niet langer gebruikt kon worden. Naar aanleiding van deze uitspraak zijn alle locaties nogmaals beoordeeld op het aspect stikstof. Voor 6 van de 7 meeste locaties zijn aanvullende gegevens opgevraagd. Zo ook voor De Luther 8. Deze stukken zijn allen begin januari 2023 aangeleverd.

Uit aanvullende Aeriusstukken van januari 2023 blijkt dat initiatiefnemers een koopovereenkomst hebben gesloten met de eigenaren van de locatie Dunsedijk 1a voor het verhandelen van ammoniaken stikstofrechten zoals opgenomen in vergunning Wet natuurbescherming van Dunsedijk 1a van 22 februari 2016 voor 38 melk- en kalfkoeien. Deze rechten worden ingezet voor extern salderen voor het bedrijf aan De Luther 8 (extern salderen).

In de passende beoordeling (de Nadere toelichting Aeriusberekening gebruiksfase, zie raadsstukken) wordt uitgebreid uiteengezet hoe deze gegevens zijn ingevoerd in de Aeriusberekeningen. Uit de 23.02746

*23.02746* 1

berekeningen blijkt geen toename van stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. Derhalve zijn er geen significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden te verwachten.

Met het bestemmingsplan wordt een kaderstellende, planologische toestemming verleend voor het vestigen van een paardenhouderij op deze locatie. Uit de passende beoordeling blijkt dat dit mogelijk is zonder significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden (door het nemen van mitigerende maatregelen).

Als een bestemmingsplan een activiteit op een bepaalde plaats toestaat, kunnen in beginsel voor die activiteit de benodigde vergunningen worden afgegeven. Initiatiefnemer is vervolgens verantwoordelijk voor het verkrijgen van de overige benodigde toestemmingen, zoals een vergunning ingevolge de Wet natuurbescherming en de benodigde omgevingsvergunningen (milieu, bouwen). 4] We missen een doorrekening van de landschapsinvesteringsregeling. Waarom ontbreekt deze?

Er is geen doorrekening gemaakt omdat de waarde van de gronden in de bestaande en beoogde situatie evenveel waard is. Zie pagina. 15 van de ruimtelijke onderbouwing (Kwaliteitsverbetering artikel 3.9). 5] Ook hier lezen we dat het gebruik van gronden (ter plaatse van de aanduiding 'overige zone voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing De Luther 8' ) alleen is toegestaan als de landschappelijke inpassing binnen 1 jaar is gerealiseerd. Is dat binnen 1 jaar na onherroepelijke vaststelling van het bestemmingsplan?

Betreft 1 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Dus 1 jaar na afloop van de beroepstermijn als geen beroep wordt ingediend of 1 jaar nadat de Raad van State uitspraak heeft gedaan in beroep (tenzij het bestemmingsplan vernietigd wordt). 6] Het ontbreekt aan een concretisering van het aantal en formaat (diameter) bomen welke onderdeel zijn van de houtsingel. Waarom?

In het landschappelijk inpassingsplan is onder ‘Plantsortiment’ aangeduid wat er precies geplant gaat worden (bijlage 2 ruimtelijke onderbouwing). 7] in de plan MER beoordelingsnotitie staat een vreemde zin onder het kopje Besluit MER : ” Deze ontwikkeling wordt gezien als een kleine ontwikkeling zonder aanzienlijke milieueffecten, gezien het plangebied maar betrekking heeft op één paardenhouderij binnen het gehele grondgebied van de gemeente.” Hoe moeten we dit lezen? Immers er zijn tal van paardenhouderijen in onze gemeente, notabene één tegenover de ontwikkelingslocatie!

Het grondgebied van de gemeente Reusel-De Mierden bedraagt 78,7 km3, het plangebied heeft een oppervlakte van 1,5 ha (0,015 km3). Dit betekent dat het plangebied

Bekijk de brief: 23.02746 Beantwoording raadsvraag T. van Dongen (PvdA) inz. Veegplan De Luther.pdf

Bron: raadsinformatie van de gemeente Reusel-De Mierden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Reusel-De Mierden

Alle artikel 35-vragen in Reusel-De Mierden