Verordening Jeugdhulp Gemeente Reusel- De Mierden 2026
Een raadslid (CDA) stelde op 15 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Beantwoording Raadsvragen Onderwerp:
Datum vraag:
Verordening Jeugdhulp Gemeente Reusel- De Mierden 2026 Technische vraag t.b.v. commissie / raad 10 juni 2026
Gesteld door:
Registratienr.:
CDA 26.12490 / Z25004139
Type vraag:
Datum antwoord:
15 juni 2026
Portefeuillehouder:
de heer M.P.M. Maas wethouder
Vraag
• Kan er worden aangeven welke inhoudelijke wijzigingen in de Verordening Jeugdhulp 2026 daadwerkelijk leiden tot een andere beoordeling van hulpvragen dan onder de Verordening Jeugdhulp 2022?
• Wordt er verwacht dat de nieuwe verordening leidt tot meer, minder of een gelijk aantal individuele voorzieningen ten opzichte van de huidige verordening? Waarop is deze verwachting gebaseerd?
• Kan er aangegeven worden per belangrijke wijziging aangeven of deze voortvloeit uit de Jeugdwet, de VNG-modelverordening of een bewuste lokale beleidskeuze?
• Op basis van welke criteria wordt vastgesteld dat een overige voorziening voldoende passend is en een individuele voorziening niet noodzakelijk is?
• Blijft het CJG+ verantwoordelijk voor de begeleiding van een gezin wanneer sprake is van een wachttijd voordat de benodigde jeugdhulp daadwerkelijk start? Zo ja, hoe wordt deze regierol ingevuld?
• Hoe wordt beoordeeld dat de goedkoopste adequate voorziening ook daadwerkelijk de meest passende voorziening is voor de individuele jeugdige?
• Hoe wordt voorkomen dat jeugdigen tussen de Jeugdwet en de Wlz terechtkomen wanneer eerst moet worden beoordeeld of een Wlz-indicatie mogelijk is?
• Hoe wordt binnen de keuze voor gecontracteerde aanbieders rekening gehouden met lange reistijden, wachttijden en de belasting voor jeugdigen en hun ouders?
• Graag een toelichting hoe wordt vastgesteld dat geen passend gecontracteerd zorgaanbod beschikbaar is en welke mogelijkheden er dan zijn?
• Hoe wordt geëvalueerd of de nieuwe verordening daadwerkelijk leidt tot tijdige en passende ondersteuning voor jeugdigen en hun gezinnen?
Antwoord
• Kan er worden aangeven welke inhoudelijke wijzigingen in de Verordening Jeugdhulp 2026 daadwerkelijk leiden tot een andere beoordeling van hulpvragen dan onder de Verordening Jeugdhulp 2022?
In de verordening jeugdhulp 2026 zijn diverse inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd die aansluiten bij actuele wet- en regelgeving en regionale en lokale ontwikkelingen. De belangrijkste aanpassingen zijn:
- Meer aandacht voor collectieve en preventieve ondersteuning, in lijn met de hervormingsagenda jeugd.
- Een sterkere nadruk op verwijzing naar gecontracteerd aanbod.
- Versterking van de systeemgerichte en domeinoverstijgende werkwijze, waarbij nadrukkelijk wordt gekeken naar oplossingen buiten de jeugdwet.
- Meer aandacht voor normaliseren, met een duidelijk onderscheid tussen normale opvoeduitdagingen en problematiek waarvoor jeugdhulp nodig is.
- Een scherpere afbakening van wat wel en niet onder de jeugdwet valt.
- Opname van de PGB vaardigheidstoets, die helpt te beoordelen of ouders bepaalde taken kunnen uitvoeren zonder overbelasting, waarbij altijd wordt gezocht naar passende ondersteuning.
26.12490
*26.12490*
1
Deze wijzigingen maken het mogelijk om eerder gebruik te maken van collectieve voorzieningen, gerichter te verwijzen naar gecontracteerd passend aanbod, breder te kijken naar oplossingen en scherper af te bakenen wanneer inzet van jeugdhulp noodzakelijk is.
•
Wordt er verwacht dat de nieuwe verordening leidt tot meer, minder of een gelijk aantal individuele voorzieningen ten opzichte van de huidige verordening? Waarop is deze verwachting gebaseerd?
De insteek van de verordening is een scherpere afbakening en afweging wat moet leiden tot het behalen van de doelstellingen van het Meerjarenbeleidskader Jeugdhulp (MJBK) en we de beweging kunnen maken naar kwalitatieve en betaalbare jeugdhulp voor degenen die dit het hardst nodig hebben.
De aangescherpte afbakening maakt het mogelijk om scherpere keuzes te maken, onder meer door een duidelijk onderscheid te maken tussen normale opvoeduitdagingen en problematiek waarvoor ondersteuning nodig is. Ook krijgt normaliseren een nadrukkelijkere plaats, wat bijdraagt aan een andere manier van kijken en handelen. Hiermee wordt beoogd de beweging te maken naar minder specialistische jeugdhulp en meer passende ondersteuning in de sociale basis/voorliggend aanbod.
•
Kan er aangegeven worden per belangrijke wijziging aangeven of deze voortvloeit uit de Jeugdwet, de VNG-modelverordening of een bewuste lokale beleidskeuze?
De wijzigingen zijn het resultaat van een combinatie van wettelijke kaders, landelijke handreikingen en lokale afwegingen. Deze lopen in de praktijk vaak in elkaar over. Wettelijke regels vragen om een lokale uitwerking en landelijke modellen bieden daarbij ondersteuning, maar worden altijd vertaald naar de situatie en ambities van onze gemeente. Daarom vinden wij het niet zinvol om per wijziging aan te geven of deze voortkomt uit de Jeugdwet, de VNGmodelverordening of een lokale beleidskeuze. Zo’n indeling doet onvoldoende recht aan de manier waarop de verordening tot stand is gekomen. De wijzigingen hangen met elkaar samen en vormen gezamenlijk een evenwichtige uitwerking van de wettelijke opdracht binnen onze lokale context.
•
Op basis van welke criteria wordt vastgesteld dat een overige voorziening voldoende passend is en een individuele voorziening niet noodzakelijk is?
Deze beoordeling ligt bij de jeugdhulpprofessional van het CJG+ die hiervoor is opgeleid.
Op basis van het intakegesprek met de ouders en de jeugdige wordt de hulpvraag in kaart gebracht. Vervolgens wordt in gezamenlijk overleg gekeken welke vorm van ondersteuning noodzakelijk en voldoende passend is. Daarbij wordt afgewogen in hoeverre sprake is van normale opvoeduitdagingen, wat binnen het eigen netwerk of de sociale basis kan worden opgelost en of specialistische hulp daadwerkelijk noodzakelijk is.
•
Blijft het CJG+ verantwoordelijk voor de begeleiding van een gezin wanneer sprake is van een wachttijd voordat de benodigde jeugdhulp daadwerkelijk start? Zo ja, hoe wordt deze regierol ingevuld?
Bij de inzet van jeugdhulp wordt altijd beoordeeld of de situatie het toelaat om een eventuele wachttijd te overbruggen of dat direct aanvullende ondersteuning nodig is. Daarbij wordt gekeken naar de aard en urgentie van de hulpvraag en de veiligheid en ontwikkeling van het kind.
Wanneer tijdens de wachttijd blijkt dat extra ondersteuning of afstemming nodig is, bepaalt het CJG+, samen met beoogde aanbieder, welke hulp nodig is, bijvoorbeeld overbruggingszorg. Het uitgangspunt is dat gezinnen niet tussen wal en schip raken in de periode voordat de benodigde jeugdhulp daadwerkelijk start. Echter we kunnen bij veel vragen niet voorkomen dat er enige wachttijd is, zowel bij het CJG+ de Kempen als bij aanbieders gezien de grote vraag naar jeugdhulp (ook landelijk).
•
Hoe wordt beoordeeld dat de goedkoopste adequate voorziening ook daadwerkelijk de meest passende voorziening is voor de individuele jeugdige?
De werkwijze is dat er voldoende passende zorg wordt ingezet. Daarbinnen wordt gekeken naar welke dan de goedkoopste is.
26.12490
*26.12490* 2
•
Hoe wordt voorkomen dat jeugdigen tussen de Jeugdwet en de Wlz terechtkomen wanneer eerst moet worden beoordeeld of een Wlz-indicatie mogelijk is?
Dit zijn twee verschillende wetten. Als duidelijk is dat een Wlz-aanvraag kansrijk is, dan krijgen ouders ondersteuning vanuit de gemeente bij die Wlz-aanvraag. Als er tegelijk een vraag voor jeugdhulp is dan wordt dit ingezet vanuit de Jeugdwet. Als een kind al hulp vanuit de Jeugdwet ontvangt en later blijkt dat Wlz-zorg passend zou zijn, dan loopt de jeugdhulp door totdat de hulp vanuit de Wlz wordt ingezet.
•
Hoe wordt binnen de keuze voor gecontracteerde aanbieders rekening gehouden met lange reistijden, wachttijden en de belasting voor jeugdigen en hun ouders?
Er is altijd sprake van maatwerk waarbij deze afwegingen een rol spelen.
•
Graag een toelichting hoe wordt vastgesteld dat geen passend gecontracteerd zorgaanbod beschikbaar is en welke mogelijkheden er dan zijn?
Als er binnen het zorglandschap niet voldoende passend gecontracteerd aanbod is, bijvoorbeeld omdat aanbieder te ver weg zit, dan is er de mogelijkheid om met een pgb maatwerk in te zetten dat past bij de situatie van het gezin. Als ouders zelf geen pgb kunnen beheren, zijn er mogelijkheden om een andere budgetheerder dit te laten doen.
•
Hoe wordt geëvalueerd of de nieuwe verordening daadwerkelijk leidt tot tijdige en passende ondersteuning voor jeugdigen en hun gezinnen?
Er is een interne werkgroep die de verordening evalueert. Daarnaast leveren de inhoudelijke evaluaties van het MJBK input voor de lijn van de verordening en eventuele aanpassingen daarin.
26.12490
*26.12490* 3
Bron: raadsinformatie van de gemeente Reusel-De Mierden (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.