onderzoek Joods onroerend goed
Een raadslid stelde op 16 maart 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk (4 vragen).
In het kort
4 vragen en wat het college antwoordt
- Herkent de wethouder dit beeld uit de berichtgeving in de media? → Hoe kijkt de wethouder naar deze berichtgeving?
- Kan de wethouder toelichten hoe deze situatie is ontstaan? → Is er goed contact geweest tussen partijen?
- Welke mogelijkheden ziet het college om deze onrust weg te nemen en partijen nader tot elkaar te brengen? → Door bijvoorbeeld een gesprek o.i.d.?
- Is het college het met ons eens dat Joodse erfgenamen, los van de besluiten en handelingen van de huidige Israëlische regering, goed en gericht geïnformeerd moeten… → Het college is het er mee eens dat Joodse erfgenamen goed en gericht geïnformeerd moeten worden.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
AANHANGSEL TOT DE HANDELINGEN VAN DE GEMEENTERAAD (Vragen van de fractie VVD) VR no.: 26 015
Rijswijk, 07 april 2026
Corsa nummer: 26.099092 Schriftelijke vragen aan het college van B&W op grond van artikel 44 van het Reglement van orde voor de gemeenteraad van de gemeente Rijswijk 2025 Discussie over onderzoek ‘De houding van de gemeente Rijswijk naar omgang met Joods onroerend goed tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.’ Onze fracties werden op de hoogte gebracht van berichtgeving in de media rondom het recent opgeleverde onderzoek ‘De houding van de gemeente Rijswijk naar omgang met Joods onroerend goed tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.’ Onze fracties hechten eraan dat historisch onderzoek goed en zorgvuldig plaatsvindt, zodat het gesprek kan gaan over de historische feiten, in dit geval de omgang van de gemeente Rijswijk met onze Joodse inwoners na de Tweede Wereldoorlog. Het zou zonde zijn als door de berichtgeving een zorgvuldig onderzoek aan waarde dreigt te verliezen, wat geen recht doet aan ons streven om scherp en kritisch te zijn op de slechte kanten van de omgang met Joodse inwoners in Nederland na de Tweede Wereldoorlog.
Naar aanleiding hiervan hebben de fracties van de Rijswijkse VVD en de ChristenUnie Rijswijk de volgende vragen: 1.
Herkent de wethouder dit beeld uit de berichtgeving in de media? Hoe kijkt de wethouder naar deze berichtgeving? 2.
Kan de wethouder toelichten hoe deze situatie is ontstaan? Is er goed contact geweest tussen partijen? Waar zou het mis kunnen zijn gegaan? 3.
Welke mogelijkheden ziet het college om deze onrust weg te nemen en partijen nader tot elkaar te brengen? Door bijvoorbeeld een gesprek o.i.d.? 4.
Is het college het met ons eens dat Joodse erfgenamen, los van de besluiten en handelingen van de huidige Israëlische regering, goed en gericht geïnformeerd moeten worden d.m.v. hun eigen passende, Joodse mediakanalen?
Namens de fracties van de Rijswijkse VVD en de ChristenUnie Rijswijk, Jordy Loof
Maaike Harmsen
Het college beantwoordt de vragen als volgt:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Herkent de wethouder dit beeld uit de berichtgeving in de media?
Antwoord van het college
Hoe kijkt de wethouder naar deze berichtgeving?
Het college betreurt ten zeerste dat deze discussie nu is ontstaan. Het is niet de intentie van de gemeente Rijswijk om mensen uit te sluiten of dat mensen uit of betrokken bij de Israëlische gemeenschap zich uitgesloten voelen. Onze gemeente hecht grote waarde aan onze democratische rechtsstaat en artikel 1 van de Grondwet is hiervan een belangrijk fundament.
Vraag 2
Kan de wethouder toelichten hoe deze situatie is ontstaan?
Antwoord van het college
Is er goed contact geweest tussen partijen? Waar zou het mis kunnen zijn gegaan?
Uw raad heeft op 23 mei 2024 de motie ‘’Onderzoek geroofd Joods onroerend goed in Rijswijk tijdens de Tweede Wereld Oorlog’’ aangenomen. De raad wilde onderzocht hebben wat de rol van de gemeente hierbij is geweest tijdens en na de oorlog. In de raadsvergadering van 18 februari 2025 is uw raad geïnformeerd over de voor het onderzoek gekozen aanpak. In een aantal reacties is de suggestie gewekt dat vanwege de discussie over de oproep de inhoud van het onderzoek onder druk is komen te staan. Dat is niet de conclusie van de begeleidingscommissie. De commissie komt tot de
14-4-2026 9:57
pagina 1 van 2
conclusie dat met uitzondering van de gang van zaken rond deze oproep in Joodse media, het onderzoek onafhankelijk heeft kunnen plaatsvinden en niet beïnvloed is vanuit de gemeente. Tevens is de commissie van oordeel dat het rapport een betrouwbare weergave is van de resultaten van historisch onderzoek en dat de gemeente eventuele vervolgstappen met recht kan baseren op de inhoud van dit rapport.
Er is tussen het college en de onderzoeker meermaals contact geweest over de oproep en welke media we daarvoor konden benaderen. Daarbij is een selectie gemaakt in de media en die is niet door iedereen ondersteund. Het doel is wel altijd geweest om de doelgroep via verschillende middelen te bereiken. Met het plaatsen van de oproep op de gemeentelijk website, in lokale media, in landelijke media en bij verschillende Joodse organisaties hebben we daar op ingezet. Bij nader inzien hadden we de keuze van de media moeten overlaten aan de onderzoekscommissie.
Vraag 3
Welke mogelijkheden ziet het college om deze onrust weg te nemen en partijen nader tot elkaar te brengen?
Antwoord van het college
Door bijvoorbeeld een gesprek o.i.d.?
De gemeente heeft voorafgaand aan het rapport gesprekken gevoerd met de onderzoeker en de begeleidingscommissie over de oproep in de media. Naar aanleiding van de ontstane onrust gaan we in gesprek met de begeleidingscommissie en hebben we ook de verschillende organisaties die ons hierover hebben aangeschreven uitgenodigd voor een gesprek.
Vraag 4
Is het college het met ons eens dat Joodse erfgenamen, los van de besluiten en handelingen van de huidige Israëlische regering, goed en gericht geïnformeerd moeten worden d.m.v. hun eigen passende, Joodse mediakanalen?
Antwoord van het college
Het college is het er mee eens dat Joodse erfgenamen goed en gericht geïnformeerd moeten worden.
De Joodse gemeenschap is via meerdere kanalen benaderd en geïnformeerd.
Met de raadsinformatiebrief (RIB 26 017) van februari 2026 bent u geïnformeerd over het doorlopen proces en is het rapport aan uw raad aangeboden. Zoals opgenomen in de raadsinformatiebrief en de begeleidende brief is de begeleidingscommissie van mening dat het rapport een betrouwbare weergave is van de resultaten van historisch onderzoek naar de rol van de gemeente Rijswijk rond onroerend goed in Joods bezit tijdens de Tweede Wereldoorlog.
26.099092
Burgemeester en wethouders, de secretaris,
de burgemeester,
P.M. Schuit
H. Sahin
14-4-2026 9:57
pagina 2 van 2
Bron: raadsinformatie van de gemeente Rijswijk (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.