RIB 25 016 Luchtkwaliteit
Een raadslid stelde op 8 mei 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk (4 vragen).
In het kort
4 vragen en wat het college antwoordt
- In het Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024 zijn dertien maatregelen opgenomen ter verbetering van de luchtkwaliteit. → Voor enkele maatregelen is een inschatting gemaakt van het potentiële effect op de luchtkwaliteit.
- In de RIB 25.016 ‘Luchtkwaliteit’ worden cijfers uit 2019 gepresenteerd voor stikstofdioxide (NO₂) en ultrafijnstof (PM2,5). → Dat klopt.
- Kan het college aangeven of na afloop van de huidige uitvoeringsperiode (2020–2024) een actualisatie van het Actieplan Luchtkwaliteit wordt voorbereid? → Ja, wij starten hiermee in het najaar van 2025.
- Zowel in de regionale aanpak luchtkwaliteit, als in het Rijswijks Actieplan luchtkwaliteit 2020- 2024 is aandacht voor ‘gevoelige bestemmingen’, zoals scholen en zorg… → In samenwerking met de GGD wordt gewerkt aan een voorstel voor de aan te houden richtafstanden bij drukke wegen.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Vragen fractie Groenlinks inzake RIB 25 016 Luchtkwaliteit De raadsinformatiebrief luchtkwaliteit schetst een verontrustend beeld: de luchtkwaliteit in Rijswijk is vergelijkbaar met de schadelijke effecten van het meeroken van vijf sigaretten per dag. Hiermee behoort Rijswijk tot de gemeenten met de slechtste luchtkwaliteit in Nederland.
Gelukkig neemt de gemeente wel maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren en de gezondheid te bevorderen. De cijfers laten bovendien een lichte afname zien in de concentratie van schadelijke stoffen in de lucht in 2022 ten opzichte van 2019.
Desondanks worden de normen voor luchtkwaliteit aangescherpt, en heeft de gemeente Rijswijk – door het ondertekenen van het Schone Lucht Akkoord – ambitieuze doelen gesteld voor 2030. In dat licht stelt GroenLinks de volgende vragen:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
In het Actieplan luchtkwaliteit 2020-2024 zijn dertien maatregelen opgenomen ter verbetering van de luchtkwaliteit. Ook de verwachte impact/effecten van deze maatregelen is berekend met de NSL-Rekentool. In hoeverre is het mogelijk om de effectiviteit van de maatregelen op de luchtkwaliteit te bevestigen?
Antwoord van het college
Voor enkele maatregelen is een inschatting gemaakt van het potentiële effect op de luchtkwaliteit. Deze inschatting is gebaseerd op de vereenvoudigde aanname dat een vermindering van de uitstoot leidt tot een lagere concentratie van luchtverontreinigende stoffen. Het betreft dus een modelmatig bepaald, potentieel effect. In het kader van het Actieplan zijn voor deze maatregelen geen metingen vóór en na uitvoering verricht om de daadwerkelijke effectiviteit te bevestigen.
Op welke wijze worden de maatregelen structureel gemonitord, geëvalueerd en bijgestuurd indien nodig?
Antwoord: De luchtkwaliteit in Rijswijk wordt jaarlijks gemonitord met behulp van het monitoringsinstrument van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), dat sinds 1 januari 2024 is vervangen door het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Een actualisatie van het Actieplan zal in het najaar van 2025 starten. De evaluatie is daar onderdeel van.
Vraag 2
In de RIB 25.016 ‘Luchtkwaliteit’ worden cijfers uit 2019 gepresenteerd voor stikstofdioxide (NO₂) en ultrafijnstof (PM2,5). Klopt het dat deze waarden zijn omgewisseld?
Antwoord van het college
Dat klopt.
Hoe verhoudt de waargenomen reductie van schadelijke stoffen tussen 2019 en 2022 zich tot de doelstellingen zoals afgesproken in het Schone Lucht Akkoord, met het oog op de normen die vanaf 2030 gaan gelden?
Antwoord: Het Schone Lucht Akkoord (SLA) is in 2020 ondertekend, en de gemeente heeft zich hier in 2021 officieel aan gecommitteerd. Het RIVM monitort de voortgang van het SLA en constateert een dalende trend in de emissies van luchtverontreinigende stoffen in Nederland. Volgens de prognoses zal in 2030 op vrijwel alle locaties worden voldaan aan de WHO-advieswaarden uit 2005 voor stikstofdioxide en fijnstof. Dit geldt echter (nog) niet voor de strengere WHO-advieswaarden van 2021, en ook nog niet voor de normen (stikstofdioxide en fijnstof) uit de herziene Europese richtlijn voor luchtkwaliteit die per 2030 gaan gelden.
Vraag 3
Kan het college aangeven of na afloop van de huidige uitvoeringsperiode (2020–2024) een actualisatie van het Actieplan Luchtkwaliteit wordt voorbereid? Zo ja, hoe wordt daarbij een integrale beleidsbenadering geborgd, bijvoorbeeld met betrekking tot klimaatadaptatie en mobiliteit?
Antwoord van het college
Ja, wij starten hiermee in het najaar van 2025. Bij deze actualisatie wordt opnieuw gekozen voor een integrale benadering, waarbij maatregelen op het gebied van klimaat- en mobiliteitsprogramma die bijdragen aan de verbetering van de luchtkwaliteit worden meegenomen. Hiermee zorgen we voor een samenhangend Actieplan luchtkwaliteit.
Vraag 4
Zowel in de regionale aanpak luchtkwaliteit, als in het Rijswijks Actieplan luchtkwaliteit 2020- 2024 is aandacht voor ‘gevoelige bestemmingen’, zoals scholen en zorg- en verpleeginstellingen. Dit beslaat het inventariseren van deze bestemmingen en het ontwikkelen van een beleidslijn om te voorkomen dat nieuwe gevoelige bestemmingen op korte afstand van drukke wegen worden gerealiseerd. Hoe wordt de inventarisatie van bestaande gevoelige bestemmingen meegenomen in de uitwerking van de regionale aanpak?
Antwoord van het college
In samenwerking met de GGD wordt gewerkt aan een voorstel voor de aan te houden richtafstanden bij drukke wegen. Daarbij worden ook de bestaande gevoelige bestemmingen in kaart gebracht. Wanneer dit traject is afgerond wordt u via een Raadsinformatiebrief geïnformeerd.
Bekijk de brief: beantwoording vragen fractie Groenlinks inzake RIB 25 016 Luchtkwaliteit
Bron: raadsinformatie van de gemeente Rijswijk (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.