vragen PGenR Bodemenergieplan Rijswijk
Een raadslid stelde op 15 oktober 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Vragen PG&R over Bodemenergieplan Rijswijk Bogaard stadscentrum en Plaspoelpolder Onze fractie is blij met het feit dat het college aandacht besteed aan de ondergrondse ruimtegebruik en de sturing ervan. Toch hebben we een aantal vragen voorzitter: In het beoogde plan worden 2 gebieden aangewezen voor aanvullende regels met betrekking tot bodemenergie, namelijk Bogaard stadscentrum’ en ‘Plaspoelpolder’. Omdat het steeds drukker wordt in de ondergrond, ook i.v.m. stadsontwikkeling, wordt er verwacht dat meer gebieden geconfronteerd worden met ondergrondse drukte.
Waarom is er niet voor gekozen om een algeheel interferentiegebied aan te wijzen binnen de grenzen van onze gemeente? Oftewel tal van gebieden die in de nabije toekomst nog worden ontwikkeld hier ook de ondergrond van te ordenen?
Antwoord: We willen niet onnodig meer regels opleggen. In de andere gebieden is de warmte/koudevraag niet zo groot om extra regels te stellen. Interferentie zal in deze gebieden niet zo snel optreden. Dat wil zeggen, de huidige regels zien er al op toe dat interferentie wordt voorkomen. Het nieuwe beleid is er op gericht om zoveel mogelijk warmte en koude te benutten.
Op dit moment zijn in de Plaspoelpolder Bogaard stadscentrum en de Ministerbuurt al open bodemenergiesystemen gerealiseerd. Ook een aantal zijn mono bronnen welke in verschillende dieptes zijn gesitueerd. U geeft terecht aan dat deze niet goed geordend zijn en daarmee geen ideale ligging hebben voor de optimale benutting van de bodem.
Hoe passen deze in het nog te realiseren strokenpatroon?
Antwoord: Er is rekening gehouden met deze systemen. Zo ziet u ook in de Plaspoelpolder nabij het station het strokenpatroon ook verspringen. In alle andere gevallen hebben we de stroken zo kunnen situeren zodat de huidige bronnen passen binnen het strokenpatroon. De huidige bronnen hebben geen last van dit nieuwe beleid.
Nieuwe bodemenergiesystemen moeten rekening houden met bestaande bodemenergiesystemen en voorkomen dat deze interfereren met bestaande systemen.Ondanks dat de bestaande systemen in de modellering meegenomen zijn, kan het zijn dat deze in de gebruiksfase benadeeld worden? Kunnen deze dan rekenen op een coulanceregeling?
Antwoord: Het is niet mogelijk dat de huidige bronnen worden benadeeld. Zoals u zelf aangeeft moeten nieuwe bronnen rekening houden met de bestaande bronnen. Door middel van een studie door een specialistisch bureau is dit aan te tonen.
Er wordt gesteld dat de gesloten bodemenergiesystemen tot maximaal 110 m – N.A.P. diep gesitueerd mogen worden.
De open bodemenergiesystemen moet dan uitwijken naar diepere bodemlagen, oftewel vanaf 115 meter. Hier mag het filter maximaal 30 meter zijn. Waarom is het filter op minimaal 30 meter begrensd, terwijl de plaatselijke bodemgesteldheid leidend is voor de filterstelling (rekening houdend met bodemweerstand en doorlatendheid). Bent u het met ons eens dat deze beperkingen (geen met minder filter) kunnen leiden tot niet optimaal benutten van de bodem?
Antwoord: de 30 meter is op advies van een ons ondersteunend adviesbureau tot stand gekomen. Ook het 3de watervoerend pakket is niet zo dik dat een onbeperkte filtermaat kan worden gehanteerd. Daarnaast betekent een groter filter ook dat de bron groter wordt. Om optimaal gebruik te maken van de ondergrond is daarom ook gekozen voor 30 meter, zodat een regelmatig strokenpatroon ontstaat.
In het Provinciaal beleid wordt aangegeven dat het eerste watervoerende pakket uitsluitend bestemd is voor onze drinkwatervoorraden, derhalve is dit pakket verboden voor open bodemenergiesystemen. Op blz. 26 lees ik dat open bodemenergiesystemen ook in het 2e watervoerende pakket niet toegestaan zijn, dit vanwege mogelijke verzilting, verzoeting of vermenging. Voorzitter, om gelijkspeelveld te waarborgen, waarom ook beperkingen in het tweede watervoerede pakket? Terwijl de nadruk zou moeten liggen op de juiste afdichting van scheidende lagen, zodat er geen lekkages kunnen ontstaan?
Antwoord: Open bronnen doen het beter in grotere watervoerende pakketten (zand). Het tweede watervoerende pakket bestaat uit kleinere zandpakketten (zilte en zoete pakketten) die bruikbaar zijn voor de WKO installaties.
Open bronnen zou kunnen betekenen dat er in meerdere zandpakketten gewonnen moet worden en er dus vermenging gaat ontstaan tussen de waterlagen in de zandpakketten. We willen het zoete en zilte water niet mengen en dus gescheiden houden. Daarnaast zijn de pakketten over het algemeen te klein om goede opensystemen te maken. In het 3de voerende pakket is het wel beter om open systemen te maken en daar is alles zilt. Dus is van menging van water geen sprake.
Innovatiezone HT-ATES Kesslerpark TNO heeft een vergunning ontvangen om onder het Kesslerpark hoge temperatuur warmte (HTO) op te slaan in het derde watervoerende pakket. Dit is hetzelfde watervoerende pakket, waarin veel OBES-systemen zullen worden geïnstalleerd. Ondanks dat de studie een gunstig resultaat weergeeft en met een beperkt effect (fictief), hebben wij wel vraagtekens over de mogelijke thermische verontreiniging?
Hoe kunnen de naastgelegen initiatiefnemers hun OBES veilig gebruiken zonder enige vorm van negatieve interferentie? Of worden hier in beperkte mate kleine OBES toegestaan?
Antwoord: De aanvraag van TNO is bekend. Dat kunt u ook zien in het strokenpatroon van de plaspoelpolder. De HT-ATS of wel hoge temperatuuropslag is onderdeel van een test/pilot van een HTO. Opslag van warmte is in de toekomst van belang voor een betaalbare energietransitie. Het is daarom van belang dat er kennis wordt opgedaan. Een van de zaken die onderzocht gaat worden is juist de thermische uitstraling naar met name de bovenliggende lagen. Dit onderzoek geeft ons en dus ook de rest van Nederland veel inzicht. Daar werken we graag aan mee. Uiteindelijk moet ook de HT0 in balans zijn en dat betekent dat uiteindelijk de gehele bron na 5 jaar weer dezelfde oorspronkelijke temperatuur moet hebben. Er is ook afstemming geweest met de ontwikkeling van Kesslerpark. De verwachting is niet dat deze twee ontwikkeling elkaar in de weg zitten.
In totaal worden 71 OBES verwacht met een maximale filterlengte van 30 meter en met een capaciteit van 80 m3/uur.
In hoeverre is dit in beton gegoten? Aangezien de ondergrondse ruimte een dynamisch proces is met veel onbekendheid en soms tegenvallende resultaten? Is er ruimte voor minder filter, capaciteiten en dan wel dieptes?
Antwoord: dit is niet in beton gegoten. Er is ook ruimte voor minder filter en capaciteiten en ook in nog diepere lagen. Zolang er maar geen interferenties zijn. We zien overigens wel dat gesloten systemen populairder zijn. Dit omdat deze goedkoper zijn ook in onderhoud. Dat deze minder efficiënt zijn wordt dan voor lief genomen. We leggen niet exact nu de locaties van de 71 bronnen vast. We leggen nu alleen de stroken vast.
Blijven gesloten bodemenergiesystemen met een bodemzijdig vermogen van meer dan 70 kWh -niet gesitueerd in een interferentiegebied- onder de huidige Omgevingswet nog steeds vergunningsplicht? Zo niet, waarom niet?
Antwoord: ja deze blijven vergunningsplicht. We leggen nu alleen de aanvullende regels vast. Niet de al aanwezige regels.
Bekijk de brief: Beantwoording vragen PGenR Bodemenergieplan Rijswijk
Bron: raadsinformatie van de gemeente Rijswijk (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.