23 oktober 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Roermond

20251020 Rapport beantwoording vragen nav verzoek ambtelijke bijstand

Een raadslid stelde op 23 oktober 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Roermond (4 vragen).

In het kort

4 vragen en wat het college antwoordt

  • Dient de raad het advies te baseren op de huidige vigerende wetgeving en/of op de toekomstige wetgeving? → (Vind deze persoonlijk overbodig, is al meermaals bevestigd dat dat huidige wetgeving is, maar nogmaals vragen kan natuurlijk wel)
  • Mogen 'gebreken' hersteld, dan wel aangevuld worden op grond van de Wet? → Zo ja, tot op welk moment?
  • Op welk moment moet de initiatiefnemer voldoen aan de wettelijke vereisten van een lokale publieke omroep? → Op het moment van beoordelen door MANL óf op het moment dat de vergunning in gaat?
  • Is de passage over het politieke adviseurschap van dhr. → Mag iemand van een lokale / regionale omroep deze rol dan niet uitoefenen?

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Advocaten en notarissen Beethovenplein 10 Postbus 75640 1070 AP Amsterdam Nederland T +31 20 546 06 06 M +31 6 156 076 52 www.stibbe.com

Memorandum Aan

John van Putten Gemeente Roermond

Cc

Richard van der Weegen Gemeente Roermond

Van

Jan Reinier van Angeren Stibbe

Datum

20 oktober 2025

Betreft

Rapport – beantwoording vragen

1.

INLEIDING

(1)

Dit rapport is opgesteld naar aanleiding van het memo van 14 oktober 2025 in het kader van het verzoek om ambtelijke bijstand van raadslid Sabine Maas (LVR). Het verzoek heeft betrekking op het raadsvoorstel Aanwijzing Lokale Publieke omroep.

(2)

Het rapport is als volgt opgebouwd. Ten eerste zetten wij de feiten uiteen die bij ons bekend zijn (hoofdstuk 2). Vervolgens staan de gestelde vragen opgesomd (hoofdstuk 3), waarna wij het juridisch kader behandelen (hoofdstuk 4). De antwoorden op de vragen komen aan bod in hoofdstuk 5. Het rapport wordt afgesloten met een conclusie in hoofdstuk 6.

2.

FEITEN

(3)

Bij brief van 23 juli 2024 informeert het Commissariaat voor de Media (“Commissariaat”) het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond (“het College”) dat op 6 oktober 2024 de vijfjarige aanwijzing van de Stichting RTV Roermond (“RTV Roermond”) als lokale publieke media-instelling in de gemeente Roermond vervalt. Tevens bericht het Commissariaat dat het op 7 oktober 2024 de procedure zal openstellen om voor de vijfjarige periode na 6 oktober 2025 een lokale publieke media-instelling aan te wijzen. In de brief vraagt het Commissariaat aan de gemeenteraad om aanvullende criteria vast te stellen waaraan de gemeenteraad toetst als meerdere aanvragen worden ingediend. Het Commissariaat verzoekt daartoe het bij de brief van 23 juli 2024 gevoegde formulier uiterlijk

Klaas Westdijk Stibbe

Stibbe N.V. is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel onder nummer 34198700. Alle diensten worden verricht op basis van een overeenkomst van opdracht met Stibbe N.V. die uitsluitend door Nederlands recht wordt beheerst. De algemene voorwaarden van Stibbe N.V. zijn van toepassing en bevatten een beperking van aansprakelijkheid. Deze algemene voorwaarden zijn beschikbaar op verzoek en via www.stibbe.com/generalconditions. 33687611

op 6 november 2024 in te vullen en kenbaar te maken aan het Commissariaat en op de website van de gemeente. (4)…

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Dient de raad het advies te baseren op de huidige vigerende wetgeving en/of op de toekomstige wetgeving?

Antwoord van het college

(Vind deze persoonlijk overbodig, is al meermaals bevestigd dat dat huidige wetgeving is, maar nogmaals vragen kan natuurlijk wel)

Vraag 2

Mogen 'gebreken' hersteld, dan wel aangevuld worden op grond van de Wet?

Antwoord van het college

Zo ja, tot op welk moment? Tot de oplevering van het rapport, dan wel tot het besluit van de raad, dan wel tot het moment van besluit van het Commissariaat?

Vraag 3

Op welk moment moet de initiatiefnemer voldoen aan de wettelijke vereisten van een lokale publieke omroep?

Antwoord van het college

Op het moment van beoordelen door MANL óf op het moment dat de vergunning in gaat? Met andere woorden, kan een correctie in juridische structuur of andere wettelijke vereisten ook aangepast worden na rapport MANL maar vóór besluit CvdM?

Vraag 4

Is de passage over het politieke adviseurschap van dhr. Hompe bij de landelijke partij 50+ (niet actief in de raad van Roermond of gemeente Roermond correct?

Antwoord van het college

Mag iemand van een lokale / regionale omroep deze rol dan niet uitoefenen? Overtreedt CMSL hiermee de wettelijke vereisten als hij lid is van of adviseur van een landelijke politieke partij? Hoe verhoudt dit zich tot zijn persoonlijke grondrechten?” (26)

Op 15 oktober 2025 is telefonisch contact geweest met mevrouw Maas om vraag 1 te verduidelijken. Mevrouw Maas deelde mee dat met vraag 1 in het bijzonder is gedoeld op een onafhankelijke juridische beoordeling van het rapport van MANL en of ook de feitelijke bezwaren van CMSL op juiste wijze zijn beoordeeld.

4.

JURIDISCH KADER

4.1

Mediawet

(27)

Op grond van artikel 2.61 lid 1 Mediawet kan het Commissariaat een lokale instelling als publieke media-instelling aanwijzen. Op grond van artikel 2.61 lid 3 Mediawet geschiedt die aanwijzing nadat de gemeenteraad heeft geadviseerd of de instelling voldoet aan de eisen van artikel 2.61 lid 2 Mediawet.

33687611

(6)

(28)

Op grond van artikel 2.61 lid 2 onder a tot en met c Mediawet komen voor aanwijzing als lokale publieke media-instellingen slechts in aanmerking instellingen die: (a)

rechtspersoon naar Nederlands recht met volledige rechtsbevoegdheid zijn;

(b)

zich volgens de statuten uitsluitend of hoofdzakelijk ten doel stellen het op regionaal respectievelijk lokaal niveau uitvoeren van de publieke mediaopdracht door het verzorgen van media-aanbod dat gericht is op de bevrediging van maatschappelijke behoeften die in een provincie, een gemeente of een deel van de provincie waarop de instelling zich richt leven, en het verrichten van alle activiteiten die nodig zijn om daarmee een publieke taak te vervullen; en

(c)

volgens de statuten een orgaan hebben dat het beleid voor het media-aanbod bepaalt en dat representatief is voor de belangrijkste in de desbetreffende provincie of gemeente voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen.

(29)

Op grond van artikel 2.63 lid 2 Mediawet kan per gemeente slechts één lokale publieke media-instelling worden aangewezen, “waarbij het Commissariaat acht slaat op alle factoren die voor het functioneren van de instelling van belang kunnen zijn”.

(30)

Op grond van artikel 2.63 lid 1 Mediawet bevordert het college van burgemeester en wethouders samenwerking tussen de instellingen indien meer dan één instelling voldoet aan de eisen om in aanmerking te komen voor aanwijzing als publieke media-instelling.

(31)

Op grond van artikel 2.65 lid 2 Mediawet geldt een aanwijzing voor vijf jaar en vervalt deze van rechtswege.

4.2

Beleidsregels Commissariaat voor de Media

(32)

Het Commissariaat heeft voor de toepassing van de hiervoor genoemde artikelen uit de Mediawet beleidsregels opgesteld. Dit zijn de Beleidsregels aanwijzingsprocedure lokale publieke media-instellingen 2023 (“Beleidsregels”).8

(33)

Artikel 11 van de Beleidsregels bevat de vereisten waar een aanvraag om een aanwijzing als lokale publieke media-instelling moet voldoen. Het Commissariaat vat een aanwijzing als bedoeld in artikel 2.61 lid 1 Mediawet dus op als een beschikking waartoe op een aanvraag als bedoeld in artikel 1:3 lid 3 Awb kan worden besloten en niet als een ambtshalve te nemen beschikking.

(34)

Artikel 11 lid 2 van de Beleidsregels bepaalt dat een aanvraag in de in artikel 11 lid 2 a tot en met e van de Beleidsregels bedoelde gegevens dient te bevatten. Artikel 11 lid 3 van de Beleidsregels bepaalt vervolgens dat in het geval een aanvraag niet voldoet, de aanvrager in de gelegenheid wordt gesteld, om de aanvraag binnen een termijn van twee weken aan te

8

Stcrt. 1 februari 2023, nr. 2833. De beleidsregels zijn op 2 februari 2023 in werking getreden.

33687611

(7)

vullen. Indien de aanvrager daarvan geen gebruik maakt, kan het Commissariaat de aanvraag buiten beschouwing laten. Hiermee heeft het Commissariaat invulling gegeven aan zijn bevoegdheid op grond van artikel 4:5 lid 1 Awb. (35)

De artikelen 16 tot en met 18 van de Beleidsregels hebben betrekking op de situatie dat er meerdere aanvragen zijn ingediend voor één gemeente.

(36)

Artikel 17 lid 1 van de Beleidsregels bepaalt dat in het geval dat meerdere aanvragen voldoen aan de wettelijke criteria als bedoeld in artikel 2.61 lid 2 Mediawet en het samengaan van die instellingen niet haalbaar is gebleken, het Commissariaat de gemeenteraad verzoekt een voorkeur uit te spreken voor één van de aanvragers. Artikel 17 lid 2 van de Beleidsregels voegt daaraan toe dat de gemeenteraad een voorkeursadvies uitbrengt aan de hand van criteria op grond waarvan hij aanvragen met elkaar vergelijkt en beoordeelt welke aanvrager het beste in staat wordt geacht om de functie van lokale publieke media-instelling voor de gemeente te vervullen.

(37)

Uit de toelichting van artikel 17 van de Beleidsregels volgt dat de gemeenteraad zelfstandig criteria kan betrekken bij het uitbrengen van een voorkeursadvies. Aanknopingspunten voor het vaststellen van deze criteria kunnen worden gevonden in hoofdstuk 6 van het ‘Vernieuwingsconvenant gemeenten-lokale omroepen’ en de publicatie Beleidsinstrumenten gemeentelijke bekostiging lokale media. Een voorbeeld daarvan is de samenwerking binnen de streek en streekomroepvorming.9

(38)

Artikel 19 lid 1 van de Beleidsregels bepaalt dat het Commissariaat de aanvraag in samenhang met het advies van de gemeenteraad beoordeeld en dat het Commissariaat toetst of (a) het advies van de gemeenteraad op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en (b) het advies deugdelijk is gemotiveerd. Artikel 19 lid 2 van de Beleidsregels bepaalt dat het Commissariaat in beginsel het advies van de gemeenteraad volgt. Artikel 19 lid 3 van de Beleidsregels bepaalt dat als het Commissariaat van mening is dat het advies niet voldoet, het de gemeenteraad kan verzoeken om een aanvullend advies uit te brengen.

4.3

Algemene wet bestuursrecht en algemene beginselen van behoorlijk bestuur

(39)

Naast de bepalingen uit de Mediawet gelden voor de gemeenteraad (en overigens ook voor het Commissariaat) de Algemene wet bestuursrecht (“Awb”) en algemene beginselen van behoorlijk bestuur, voor zover die niet in de Awb zijn neergelegd.

(40)

Het advies van de gemeenteraad als bedoeld in artikel 2.61 lid 3 Mediawet is strikt genomen geen besluit in de zin van artikel 1:3 lid 1 Awb. Het advies van de gemeenteraad heeft geen rechtsgevolg, omdat het Commissariaat op grond van artikel 2.61 lid 1 Awb een instelling als lokale publieke media-instelling aanwijst voor de gemeente.10 Artikel 3:1 lid 2 Awb bepaalt dat de afdelingen 3.2 tot en met 3.4, die de algemene beginselen van behoorlijk bestuur bevatten zoals het zorgvuldigheidsbeginsel (3:2 Awb), het verbod van détournement de

9

Stcrt, 2023, nr. 2833, p. 18-19.

Een dergelijke aanwijzing van het Commissariaat is wel een besluit in de zin van artikel 1:3 lid 1 Awb.

10

33687611

(8)

pouvoir (3:3 Awb) en het evenredigheidbeginsel (3:4), ook van toepassing zijn op andere handelingen dan besluiten ‘voor zover de aard van de handelingen zich daartegen niet verzet’.

Niet valt in te zien dat de aard van het geven van advies op grond van artikel 2.61 lid 3 Mediawet zich ertegen verzet dat afdeling 3.2 tot en met 3.4 Awb van toepassing zijn. (41)

De gemeenteraad is bovendien adviseur als bedoeld in artikel 3:5 lid 1 Awb. Op grond van dat artikel wordt onder een adviseur verstaan “een persoon of college, bij of krachtens wettelijk voorschrift belast met het adviseren inzake door een bestuursorgaan te nemen besluiten”. De gemeenteraad is een adviseur in de zin van artikel 3:5 lid 1 Awb omdat de gemeenteraad krachtens artikel 2.61 lid 3 Mediawet is aangewezen als adviseur voor het Commissariaat bij het nemen van een besluit tot aanwijzing van een lokale publieke mediainstelling. Dit betekent dat ook het Commissariaat op grond van artikel 3:9 Awb zich ervan moet vergewissen dat, indien een besluit berust op een onderzoek naar feiten en gedragingen dat door een adviseur is verricht, dit onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden.

Zou overigens de gemeenteraad niet als adviseur als bedoeld in artikel 3:5 lid 1 Awb aan te merken zijn, dan volgt deze vergewisplicht uit artikel 3:2 Awb.11 De Beleidsregels vullen in artikel 19 lid 2 deze verplichting voor het Commissariaat nader in.

(42)

Het Commissariaat heeft de gemeenteraad gevraagd om criteria vast te stellen waaraan de gemeenteraad toetst als meerdere aanvragen worden ingediend. Strikt genomen valt dit niet onder het adviesrecht van de gemeenteraad als bedoeld in artikel 2.61 lid 3 Mediawet omdat dat adviesrecht beperkt is tot de vraag of de betrokken instelling voldoet aan de drie vereisten van artikel 2.61 lid 2 onder a tot en met c. Dit zijn feitelijke eisen die verder geen vergelijkende toets inhouden.

(43)

Artikel 2.63 lid 2 Mediawet bepaalt evenwel dat indien er meerdere gegadigden zijn, het Commissariaat acht slaat op alle factoren die voor het functioneren van de instelling van belang zijn. Uit de artikelen 16 tot en met 18 van de Beleidsregels volgt dat het Commissariaat bij meerdere aanvragen van belang acht welke instelling door het bieden van mededingingsruimte door de gemeenteraad de voorkeur geniet.

(44)

Uit de rechtspraak volgt dat indien mededingingsruimte wordt geboden, het bestuur, om gelijke kansen te realiseren, een passende mate van openbaarheid moet verzekeren met betrekking tot de beschikbaarheid van de schaarse vergunning, de verdelingsprocedure, het aanvraagtijdvak en de toe te passen criteria. Het bestuur moet hierover tijdig voorafgaand aan de start van de aanvraagprocedure duidelijkheid scheppen, door informatie over deze aspecten bekend te maken via een zodanig medium dat potentiële gegadigden daarvan kennis kunnen nemen.12 Het Commissariaat zal dan ook uit gelet op het bepaalde in artikel 3:2 Awb moeten beoordelen of de wijze waarop de gemeenteraad de selectie heeft uitgevoerd in overeenstemming is met deze rechtspraak.

11

ABRvS 15 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:88, r.ov. 11.1.

ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927, r.o. 8 (Speelautomatenhal Vlaardingen) en ABRvS 27 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2611, r.o. 5 (Speelautomatenhal Helmond).

12

33687611

(9)

5.

BEANTWOORDING VRAGEN

5.1

Vraag 1: feitelijke en juridische onjuistheden

(45)

Na overleg met mevrouw Maas wordt vraag 1 zo opgevat dat gevraagd wordt om na te gaan of de selectieprocedure tussen de twee omroepen in overeenstemming is met de rechtspraak omtrent het realiseren van gelijke kansen.

(46)

Allereerst moet worden vastgesteld dat zowel RTV Roermond als CMSL voldoen aan de formele wettelijke criteria van artikel 2.61 lid 2 onder a tot en met c Mediawet. Beide zijn rechtspersonen naar Nederlands recht met volledige rechtsbevoegdheid, beide stellen zich volgens de statuten uitsluitend of hoofdzakelijk ten doel het op regionaal respectievelijk lokaal niveau uitvoeren van de publieke mediaopdracht door het verzorgen van media-aanbod dat gericht is op de bevrediging van maatschappelijke behoeften die de gemeente Roermond leven, en het verrichten van alle activiteiten die nodig zijn om daarmee een publieke taak te vervullen, en beide hebben volgens hun statuten een orgaan dat het beleid voor het mediaaanbod bepaalt en dat representatief is voor de belangrijkste in de desbetreffende provincie of gemeente voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen.

(47)

Vervolgens moet worden vastgesteld of een passende mate van openbaarheid is verzekerd met betrekking tot de beschikbaarheid van de schaarse vergunning, de verdelingsprocedure, het aanvraagtijdvak en de toe te passen criteria..

(48)

Op zichzelf is een passende mate van openbaarheid geboden vanwege de volgende omstandigheden:

33687611

•

Het Commissariaat heeft door middel van een publicatie in de Staatscourant aangekondigd dat met ingang van 7 oktober 2024 de procedure is opengesteld voor de aanwijzing van een lokale publieke media-instelling in de gemeente Roermond en dat geïnteresseerden uiterlijk op 6 april 2025 een aanvraag kunnen indienen bij het Commissariaat;

•

De gemeenteraad heeft de criteria op basis waarvan één van de instellingen wordt geselecteerd bij besluit van 17 oktober 2024 vastgesteld met een weging hoe zwaar een bepaald criterium weegt en op de website gepubliceerd voor het geval er meer dan twee aanvragers zijn;

•

Bij e-mail van 16 juli 2025 heeft het College een e-mail gestuurd aan de twee aanvragers met de mededeling dat (i) de wegingsfactoren zoals vastgesteld op 17 oktober 2024 nog steeds gelden, (ii) uiterlijk op 8 augustus 2025 aanvullende informatie kan worden ingeleverd bij het Commissariaat voor de Media en (iii) dat er een beoordelingscommissie is samengesteld.

(10)

(49)

De criteria zoals de raad die heeft vastgesteld op 17 oktober 2024 zijn evenwel door MANL in bijlage 1 verder uitgewerkt. Weliswaar is deze verdere uitwerking vooraf aan de beide instellingen bij e-mail van 16 juli 2025 toegezonden, maar de juridische vraag is of met bijlage 1 de beoordelingscriteria en de wegingsfactoren niet op andere wijze zijn vastgesteld dan waartoe de raad heeft besloten.

(50)

Hieronder zijn de beoordelingscriteria van de gemeente en de deelaspecten van bijlage 1 van het eindrapport naast elkaar gelegd. De inhoudelijke verschillen zijn onderstreept. Verschillen in tekstredactie zijn niet onderstreept.

Beoordelingscriteria gemeente

Beoordelingscriteria bijlage 1 eindrapport

Representativiteit en functioneren pbo

Is het PBO breed en representatief (qua stromingen) samengesteld?

Uit hoeveel stromingen/leden bestaat het pbo?

Is het functioneren van het pbo goed geborgd Wordt de inhoudelijke input van het PBO (bv. duidelijke taakomschrijving, hoe vaak komt adequaat vertaald naar de omroep? het pbo bij elkaar)?

Is het functioneren van het PBO goed geborgd (bv. Door duidelijke taakomschrijving, hoe vaak komen ze bijeen, e.d.)?

Aansluiting op diversiteit informatiebehoefte inwoners

en

Richt het media-aanbod zich op de geografische leefomgeving van de inwoners van de In hoeverre richt het media-aanbod zich op de gemeente? geografische leefomgeving van de inwoners van de gemeente? Heeft de aanvrager een Is er een onderbouwd plan (bv. d.m.v. marktonderbouwd plan om aan de informatiebehoefte /luister-/kijk-/klant- tevredenheidsonderzoek) van verschillende doelgroepen (inwoners) van om aan de informatiebehoefte van diverse de gemeente te voldoen? Is er een markt-, doelgroepen (inwoners) te voldoen? luister-, kijken/of klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd? In Is er aandacht voor het brengen van actueel hoeverre is er in de lokaal nieuws, activiteiten, cultuur en educatie beleidsplannen/programmering aandacht voor (bijvoorbeeld in continue uitzendingen, live actueel lokaal nieuws en lokale activiteiten programmering, nieuwsbulletins)? (bijvoorbeeld continue uitzending, liveprogrammering, aantal nieuwsbulletins) en voor cultuur en educatie? Speelt de aanvrager in op trends en ontwikkelingen in het mediagebruik (inclusief digitalisering)?

Wordt het media-aanbod op een goede en breed toegankelijke wijze verspreid via diverse Via welk mediakanaal of welke mediakanalen mediakanalen (bijvoorbeeld radio, televisie, zal het media-aanbod verspreid worden internet, sociale media)?

Aanbodkanalen en platforms

33687611

(11)

(bijvoorbeeld radio, televisie, internet, sociale media)?

Speelt de aanvrager in op trends en ontwikkelingen in het mediagebruik (inclusief digitalisering en social media)?

Is de continuïteit van de technologische infrastructuur goed gewaarborgd (ook financieel)?

Samenwerkingen met lokale partners en/of Wordt er inzicht gegeven in de samenwerkingen met (lokale) partners, zoals: onderwijs, organisaties bibliotheken, culturele organisaties, sportinstellingen en andere media-instellingen?

Geeft de aanvrager inzicht in de samenwerkingen die hij aangaat met (lokale) partners, zoals: onderwijs, bibliotheken, Zijn de samenwerkingsverbanden formeel culturele organisaties, sportinstellingen en/of vastgelegd en/of zijn er intentieverklaringen andere media-instellingen? Als de aanvrager (als de aanvrager een nieuwe organisatie is) een nieuwe organisatie is, kan gevraagd worden met samenwerkingspartners? om intentieverklaringen met mogelijke Is er ruimte voor een diversiteit aan samenwerkingspartners standpunten, onafhankelijk van politieke kleuring, en voor het kritisch vervullen van de lokale waakhondfunctie?

In hoeverre geeft de aanvrager vorm aan Interactie en participatie inwoners interactie met inwoners en groepen? In In hoeverre geeft de aanvrager vorm aan hoeverre is sprake van burgerparticipatie? interactie met inwoners van de gemeente? In de aanvrager een solide hoeverre is sprake van burgerparticipatie bij Heeft het verzorgen van het media-aanbod? Heeft de vrijwilligersbestand en is de aansturing van aanvrager een solide vrijwilligersbestand? vrijwilligers goed geregeld?

Zorgt de aanvrager ervoor dat hij goed vindbaar/bereikbaar is voor inwoners voor Zorgt de aanvrager ervoor dat hij goed zichtbaar/vindbaar/bereikbaar is voor inwoners eventuele vragen/opmerkingen/suggesties? voor eventuele vragen/opmerkingen/suggesties en is er een goede klachten procedure?

Is er een transparante organisatiestructuur met duidelijk en eenduidig belegde taken, Heeft de aanvrager een transparante bevoegdheden en verantwoordelijkheden? organisatiestructuur, met duidelijk belegde taken en verantwoordelijkheden (denk aan Is de redactionele onafhankelijkheid en bestuur/pbo/redactie)? Is de redactionele kwaliteit geborgd in relatie tot het LTMA (bv in onafhankelijkheid geborgd (bijvoorbeeld in statuten, samenwerkingsovereenkomsten)? statuten, samenwerkingsovereenkomsten)?

Is de governance goed uitgewerkt en vastgelegd (o.a. met functie- scheidingen tussen bestuur, Professioneel geborgde organisatie

33687611

(12)

PBO en redactie onafhankelijkheid)?

Financiële situatie

en

met

commerciële

Is er een duidelijk en eenduidig meerjarenplan met een langere termijn begroting?

Is het aannemelijk dat de aanvrager de komende vijf jaar financieel stabiel is? Heeft de Is deze vertaald naar een jaarplan met aanvrager een onderbouwde en realistische duidelijke acties (wat, wanneer, hoe, wie verantwoordelijk, e.d.) en is er een begroting opgesteld? jaarbegroting met realistische kosten/baten?

Is de verdeling tussen publieke gelden en private gelden evenwichtig binnen deze begroting?

Zijn er initiatieven t.a.v. samenwerking in de Streekomroepen regio en/of het vormen van een streekomroep (in Op welke wijze is de aanvrager voornemens te lijn beleid Ministerie / NLPO / ed.)? komen tot samenwerking in de regio dan wel te Zijn er in lijn met toekomstige kaders komen tot een streekomroep mediabeleid initiatieven voor verdergaande professionalisering, mede door meer inzet betaalde journalistieke krachten?

Zijn er initiatieven om de kwaliteit van het aanbod in lijn te brengen met de toekomstige kaders van het mediabeleid? (51)

33687611

De volgende aspecten vallen op:

•

de vraag of de aanvrager inspeelt op trends en ontwikkelingen in het mediagebruik is geplaatst in bijlage 1 onder C) Aanbodkanalen en platforms, terwijl deze volgens de beoordelingscriteria van de gemeente hoort bij Aansluiting op diversiteit en informatiebehoefte inwoners;

•

Bij F) Professioneel geborgde organisatie hanteert MANL de uitwerking van ‘governance’ en of het een en ander is vastgelegd met betrekking tot commerciële onafhankelijkheid, terwijl dit niet expliciet terugkomt in de criteria zoals de gemeenteraad die heeft vastgesteld op 17 oktober 2024;

•

Bij G) Financiële situatie staat in bijlage 1 de vraag of de verdeling tussen publieke en private gelden evenwichtig is en of een meerjarenplan met een langere termijn begroting aanwezig is. De gemeenteraad heeft in de omschrijving bij dit criterium zoals hij dat op 17 oktober 2024 heeft vastgesteld dat het gaat om de vragen of de aanvrager de komende vijf jaar financieel stabiel is en dat een realistische en onderbouwde begroting is opgesteld;

(13)

•

Bij H) Steekomroep hanteert MANL twee deelaspecten over of er initiatieven zijn in lijn met toekomstige kaders van het mediabeleid. Dit blijkt niet expliciet uit de omschrijving van het criterium zoals de gemeente dat op 17 oktober 2024 heeft vastgesteld.

(52)

De juridische vraag is of deze verschillen zodanig inhoudelijk verschillen met wat de gemeenteraad heeft beoogd met de criteria dat het in feite nieuwe criteria zijn of dat de criteria min of meer uitwerkingen zijn van hetgeen de gemeenteraad heeft beoogd. Bijvoorbeeld: het criterium “Professioneel geborgde organisatie” houdt volgens de criteria zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 17 oktober 2024 in “Heeft de aanvrager een transparante organisatiestructuur, met duidelijk belegde taken en verantwoordelijkheden (denk aan bestuur/pbo/redactie)? Is de redactionele onafhankelijkheid geborgd (bijvoorbeeld in statuten, samenwerkingsovereenkomsten)?” MANL heeft daar in bijlage 1 aan toegevoegd: ”Is de governance goed uitgewerkt en vastgelegd (o.a. met functie- scheidingen tussen bestuur, PBO en redactie en met commerciële onafhankelijkheid)?”

(53)

De juridische vraag is of dit een uitwerking is van het criterium zoals de gemeenteraad dat heeft vastgesteld of dat er een nieuw criterium aan is toegevoegd, het bijzonder “commerciële onafhankelijkheid”. Een argument daarvoor is dat onder professionele organisatie wordt verstaan dat de governance op orde is en dat onder redactionele onafhankelijkheid wordt verstaan dat er sprake is van ook commerciële onafhankelijkheid. Een argument daartegen is dat er in feite nieuwe criteria worden gehanteerd omdat niet uitdrukkelijk wordt gevraagd naar “commerciële onafhankelijkheid”. Evenwel meen ik dat als het criterium ‘onafhankelijkheid’ is, dit redelijkerwijze commerciële onafhankelijkheid impliceert, omdat ook de Mediawet bepaalt dat media-aanbod van publieke mediadiensten onafhankelijk is van commerciële invloeden.13

(54)

Alle criteria overziend acht ik het verdedigbaar dat de wijze waarop MANL deze criteria heeft uitgewerkt, vallen onder de beoordelingscriteria zoals de gemeenteraad die op 17 oktober 2024 heeft vastgesteld. Als de gemeenteraad mijn mening deelt, zou het de voorkeur verdienen om alle onduidelijkheden hieromtrent weg te nemen, door in de raadsvergadering van 23 oktober 2025 expliciet te bevestigen dat de beoordelingscriteria van MANL een uitwerking zijn van de criteria zoals de raad deze op 17 oktober 2024 heeft vastgesteld.

(55)

Naar aanleiding van de e-mail van CMSL van 21 augustus 2025 aan het Commissariaat heeft het criterium H nog bijzondere aandacht gekregen. In het raadsbesluit van 17 oktober 2024 is dit criterium als volgt omschreven: “Op welke wijze is de aanvrager voornemens te komen tot samenwerking in de regio dan wel te komen tot een streekomroep.”

(56)

Het Commissariaat bericht bij e-mail van 22 augustus 2025 dat dit criterium ziet op plannen van de aanvragers en toegestaan is als toetsingscriterium. Het Commissariaat benadrukt overigens verder dat het in het belang is van de rechtszekerheid en het gelijke speelveld dat

13

Artikel 2.1 lid 2 onder d Mediawet.

33687611

(14)

de gemeenteraad vasthoudt aan de vastgestelde toetsingscriteria en wegingsfactoren. Het Commissariaat heeft uitdrukkelijk het criterium geciteerd dat de gemeenteraad op 17 oktober 2024 heeft vastgesteld en niet het criterium dat als bijlage 1 bij het MANL-rapport is gehanteerd. (57)

In de beoordelingscriteria dat als bijlage 1 bij het MANL-rapport is gehecht, is het criterium omschreven als: “Zijn er initiatieven t.a.v. samenwerking in de regio en/of het vormen van een streekomroep (in lijn beleid Ministerie / NLPO / ed.)?

Zijn er in lijn met toekomstige kaders mediabeleid initiatieven voor verdergaande professionalisering, mede door meer inzet betaalde journalistieke krachten?

Zijn er initiatieven om de kwaliteit van het aanbod in lijn te brengen met de toekomstige kaders van het mediabeleid?”

(58)

Zoals hiervoor gesteld is het de juridische vraag of bijlage 1 een uitwerking is van het eerder door de gemeenteraad vastgestelde criterium of dat het een nieuw criterium is. Naar mijn mening is er geen sprake van een nieuw criterium. Het criterium op welke wijze de aanvrager voornemens is om tot samenwerking te komen in de regio impliceert dat van belang is of die wijze van samenwerking in overeenstemming is met eventuele toekomstige wetgeving. Zou namelijk een instelling een wijze van samenwerking voorstellen die niet in overeenstemming is met toekomstige wet en regelgeving, dan zou, naar mag worden aangenomen, een dergelijke inschrijver minder punten krijgen dan een instelling die een samenwerking voor zich ziet die wel in overeenstemming is met toekomstige wet- en regelgeving.

(59)

Als wordt vastgesteld dat dit criterium als een nieuw criterium zou moeten worden gezien en dit criterium dus niet had mogen worden gehanteerd, dan laat een korte berekening zien dat als het criterium H) Streekomroep vervalt RTV Roermond nog steeds gemiddeld hoger scoort (2.82 tegenover 2.16).

(60)

Uit het advies van MANL volgt dat op basis van die criteria de beoordelingscommissie een beoordeling heeft gemaakt. De vraag of de wijze van beoordeling op de juiste wijze is gedaan, volgt uit de jurisprudentie dat dit terughoudend wordt getoetst. Als algemeen uitgangspunt geldt dat het bestuursorgaan op het advies van de deskundige mag afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten.14 In dit geval zal het Commissariaat ook zelf het advies van de gemeenteraad beoordelen en daarmee ook het rapport van MANL. Mogelijk dat het Commissariaat zelf een strengere wijze van beoordeling voor zich ziet, dan uit de jurisprudentie volgt.

(61)

Het MANL-rapport overziend met de toetsingscriteria of het zorgvuldig tot stand is gekomen, de redenering begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten, voldoet het rapport

14

ABRvS 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1903, r.ov. 6.1.

33687611

(15)

daaraan in grote lijnen. Enige aarzeling daarbij is het overwogene op de pagina’s 19 tot en met 22 van het rapport waarin (i) de stelling wordt geschreven dat volgens de Mediawet een bestuurder geen nevenfuncties mag uitoefenen bij een commerciële media-instelling of een bedrijf waaraan de lokale omroep (een deel van) haar media-aanbod heeft uitbesteed en (ii) geoordeeld wordt dat als de betrokken observaties deel hadden uitgemaakt van de beoordeling de beoordeling naar beneden zou zijn bijgesteld. (62)

Met betrekking tot punt (i) geldt dat de Mediawet zelf dit verbod niet uitdrukkelijk bevat voor lokale publieke media-instellingen. Wel bepaalt artikel 2.1 lid 2 onder d Mediawet dat publieke mediadiensten15 media-aanbod verzorgen dat “onafhankelijk is van commerciële invloeden”, maar een expliciet verbod dat een bestuurder van een lokale publieke mediainstelling geen nevenfuncties bij een commerciële media-instelling bevat de Mediawet niet.

Het kan worden afgeleid uit de toelichting op artikel 21 van de Beleidsregels (zie hierna ook bij vraag 6). De toelichting bij de Beleidsregels benadrukt overigens dat het “in beginsel de verantwoordelijkheid [is] van een aanvragende media-instelling om na te gaan of eventuele nevenfuncties bij de leden aanwezig zijn en of deze al dan niet verenigbaar zijn met hun functie als pbo-lid bij een potentiële lokale publieke media-instelling.”16 Als het rapport met ‘volgens de Mediawet’ bedoelt “het wettelijke stelsel van de Mediawet inclusief de beleidsregels van het Commissariaat” dan is de stelling wel juridisch juist. Dit acht ik evenwel niet zodanig zwaarwegend, dat daarmee moet worden gezegd dat de gemeenteraad het MANL-rapport niet aan zijn besluitvorming ten grondslag mag leggen. Te meer niet omdat ook het beoordelingscriterium “Professioneel geborgde organisatie” de eis van onafhankelijkheid bevat, waaronder (ook) redelijkerwijs begrepen onafhankelijkheid van commerciële omroepen.

(63)

Met betrekking tot punt (ii) het volgende. In een beoordelingsrapport horen deze opmerkingen eigenlijk niet thuis. Een beoordelingsrapport moet een objectieve beoordeling bevatten van de beoordeling van de aanvraag, op basis van de informatie die tot aan de sluitingsdatum van de inschrijving mag worden aangeleverd. Latere informatie mag ófwel niet worden betrokken en maakt dan geen deel uit van de beoordeling, ófwel mag wel worden betrokken bij de beoordeling, maar dan moet het ook worden betrokken bij de beoordeling.

Informatie die niet relevant is voor de beoordeling mag ook niet worden betrokken. Omdat uiteindelijk uit het rapport volgt dat de informatie niet is betrokken bij de beoordeling en dus niet heeft geleid tot een lagere score, acht ik de wijze van totstandkoming van de beoordeling niet zodanig dat moet worden beoordeeld dat deze zodanig onzorgvuldig is geweest dat de gemeenteraad op basis van het MANL-rapport niet tot besluitvorming kan overgaan.

5.2

Vraag 2: toepasselijke wetgeving

(64)

In algemeen geldt dat indien de wet niet anders bepaalt, het recht moet worden toegepast zoals dat geldt op het moment van de besluitvorming. De Mediawet bepaalt in artikel 2.61 lid 1 Mediawet dat het Commissariaat lokale instellingen als publieke media-instelling kan

15

Op grond van artikel 1.1 lid 1 verzorgt een publieke media-instelling media-aanbod. Een lokale publieke media-instelling verzorgt dus media-aanbod in de zin van artikel 2.1 lid 2 onder d Mediawet.

Stcrt, 2023, nr. 2833, p. 18-19.

16

33687611

(16)

aanwijzen. De Mediawet geeft geen regels over de vraag welk recht moet worden toegepast.

Dat betekent dat het Commissariaat bij het aanwijzen van een lokale publieke mediainstellingen het recht moet toepassen op het moment van zijn besluitvorming. (65)

Uit de reacties van CMSL en de e-mailwisseling tussen CMSL en het Commissariaat, zoals bij vraag 1 aan de orde gekomen, is de vraag eigenlijk of in een beoordelingscriterium de eis kan worden gesteld dat een inschrijver moet voldoen aan toekomstige wetgeving.

(66)

Op zichzelf geldt dat degene die de criteria opstelt, zoals in dit geval de gemeenteraad, een grote vrijheid heeft bij de invulling van een criterium en de wijze waarop hij het criterium weegt, mits maar wordt voldaan aan de algemene eisen dat een criterium objectief, transparant, evenredig is en niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Indien duidelijk is welke eisen toekomstige wetgeving zullen stellen, is er geen bezwaar om een dergelijk criterium te hanteren.

5.3

Vraag 3 herstel van gebreken 5.3.1

(67)

Inleiding

De vraag of 'gebreken' mogen worden hersteld moet onderscheid worden gemaakt tussen (i) het herstellen van gegevens behorend bij een aanvraag, (ii) het herstellen van formele gebreken om voor een aanwijzing in aanmerking te komen, en (iii) het herstellen van gebreken bij de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag of aan de beoordelingscriteria wordt voldaan. 5.3.2

Herstel gebreken bij een aanvraag

(68)

De aanwijzing als lokale publieke media-instelling geschiedt op basis van een aanvraag. Op grond van artikel 1:3 lid 3 Awb is een aanvraag een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen. Op grond van artikel 4:4 Awb kan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op de aanvraag te beslissen een formulier vaststellen. In artikel 11 lid 1 van de Beleidsregels heeft het Commissariaat besloten dat voor het indienen van een aanvraag om aangewezen te worden als lokale publieke media-instelling gebruik dient te worden gemaakt van een formulier. In artikel 11 lid 2 van de Beleidsregels zijn de gegevens opgesomd die moeten worden ingediend.

(69)

Zowel RTV Roermond als CMSL hebben het formulier ingevuld. Bij brief van 22 april 2025 heeft het Commissariaat uw gemeente bericht dat er twee aanvragers zijn en het Commissariaat heeft het College gevraagd om te beoordelen of beide aanvragen voldoen aan artikel 2.6 lid 2 Mediawet. Dit betekent dat het Commissariaat de aanvraag in behandeling heeft genomen en niet heeft besloten op grond van artikel 4:5 Awb en/of artikel 11 lid 3 van de Beleidsregels om de aanvraag buiten behandeling te stellen. Artikel 4:5 lid 4 Awb bepaalt dat een besluit om een aanvraag niet te behandelen omdat de verstrekte gegevens onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag, binnen vier weken nadat de aanvraag is aangevuld of de termijn daarvoor ongebruikt is verstreken.

33687611

(17)

(70)

Uit de brief van het Commissariaat van 22 april 2025 volgt dat het Commissariaat jegens CMSL van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt door CMSL een termijn tot en met 31 mei 2025 te geven om haar statuten aan te passen.

(71)

Dit bekent dat het aan het Commissariaat is om te bepalen of beide aanvragen in behandeling kunnen worden genomen. De beoordeling of in de aanvraag eventuele gebreken zitten is dus verder niet aan de gemeenteraad. 5.3.3

Herstel van formele vereisten om voor een aanwijzing in aanmerking te komen

(72)

Artikel 2.61 lid 2 Mediawet kent een aantal formele vereisten. Aan deze vereisten moet een aanvrager voldoen voordat het Commissariaat een besluit neemt. Artikel 2.61 lid 3 Mediawet bepaalt dat de gemeenteraad moet adviseren of de instelling aan de eisen van artikel 2.61 lid 2 Mediawet voldoet. Dat betekent dat uiterlijk op het moment dat het advies moet worden uitgebracht de instelling moet voldoen aan die vereisten.

(73)

Artikel 17 lid 1 van de Beleidsregels bepaalt dat als er meerdere aanvragen voldoen aan de formele wettelijke criteria als bedoeld in artikel 2.61 lid 2 Mediawet en samengaan van de instellingen niet haalbaar is, het Commissariaat de gemeenteraad verzoekt om een voorkeur uit te spreken op basis van voorkeurscriteria. Bij brief van 22 april 2025 heeft het Commissariaat uw gemeente bericht dat er twee aanvragen zijn ingediend en dat de gemeenteraad een advies moet geven op basis van de voorkeurscriteria.

(74)

Gelet op het feit dat het Commissariaat in de brief van 22 april 2025 nog een advies verlangt van de gemeenteraad of beide aanvragen voldoen aan artikel 2.61 lid 2 Mediawet ga ik er vanuit dat, in zoverre in afwijking van de Beleidsregels, een verzoek van het Commissariaat als bedoeld in artikel 17 lid 1 van de Beleidsregels niet is gedaan. Met andere woorden: voordat de procedure op basis van voorkeurscriteria is ingezet, stond nog niet vast of beide aanvragen aan de eisen van artikel 2.61 lid 2 Mediawet voldeden.

(75)

Gelet op het feit dat artikel 17 lid 1 van de Beleidsregels ervan uitgaat dat de procedure op basis van voorkeurscriteria pas kan worden ingezet, nadat vast staat dat beide aanvragers voldoen aan het bepaalde in artikel 2.61 lid 2 Mediawet, zouden beide aanvragers vertrouwen kunnen ontlenen dat zij in elk geval voordat de procedure wordt ingezet voldoen aan de het bepaalde in artikel 2.61 lid 2 Mediawet. Zou onverhoopt blijken dat één van beide instellingen daaraan niet zou voldoen, dan zou ik menen dat die instelling de gelegenheid zou moeten krijgen om deze formele gebreken nog te herstellen.

(76)

Zoals overigens bij de beantwoording vraag 1 al is vastgesteld, voldoen beide aanvragers aan de formele vereisten van artikel 2.61 lid 2 Mediawet. 5.3.4

(77)

33687611

Herstel van gebreken bij de inhoudelijke beoordeling aan de hand van de beoordelingscriteria

Wat betreft gebreken die zien op het toepassen van de beoordelingscriteria zoals de gemeenteraad die op 17 oktober 2024 heeft vastgesteld, geldt dat het beginsel van het bieden

(18)

van gelijke kansen inhoudt in dat één partij niet meer kansen moet krijgen om gebreken te herstellen dan de andere partij en dat beide partijen een termijn moeten krijgen waarbinnen een aanvraag kan worden gedaan. (78)

Verder is van belang of er nadere regels zijn gesteld om gebreken te herstellen. Het College heeft bij e-mail van 16 juli 2025 een termijn tot 8 augustus 2025 geboden om een aanvraag in te dienen. Deze termijn is dan ook voor beide partijen in beginsel de uiterste termijn. Na die termijn mogen in beginsel geen gebreken meer worden hersteld. Een uitzondering hierop kan bijvoorbeeld zijn dat als wordt geconstateerd dat beide partijen een bepaald stuk niet hebben ingeleverd en aan beide partijen de gelegenheid wordt gegeven om op dit punt de aanvraag nog aan te vullen. Of als er bepaalde formele gebreken zijn, zoals het ontbreken van een handtekening, die eenvoudig kunnen worden hersteld. De termijn waarbinnen die gebreken kunnen worden hersteld, hangt af van de termijn die de beoordelingscommissie beide partijen heeft gegeven.

5.4

Vraag 4 buiten behandeling laten brief van 11 september 2025

(79)

Met de brief van 11 september 2025 wordt gedoeld op een viertal stukken die CMSL op 11 september 2025 heeft uitgereikt. Het betreffen: -

een verklaring van de Duwell Groep van 30 september 2025;

-

een overzicht van de bestuursleden gedateerd 7 oktober 2025;

-

een redactiestatuut CMSL, zoals vastgesteld op 6 augustus 2025;

-

een aanvullende toelichting van CMSL van september 2025.

(80)

De verklaring van Duwell van 30 september 2025 is na 8 augustus 2025 ingediend en valt daarmee buiten de termijn die bij de e-mail van 16 juli 2025 is gegeven en is daarom terecht niet meegenomen.

(81)

Het overzicht van de bestuursleden is een feitelijk overzicht van de bestuursleden met een bepaalde datum.

(82)

Het redactiestatuut van 6 augustus 2025 was al overgelegd bij de aanvraag voor de procedure op basis van de voorkeurscriteria.

(83)

Gelet op het feit dat de uiterste aanlevertermijn in de e-mail van 16 juli 2025 “tot 8 augustus 2025” was, hetgeen betekent dat de uiterste termijn 7 augustus 2025 was, heeft de beoordelingscommissie terecht besloten informatie van ná die datum niet meer te betrekken bij de beoordeling. Zoals uit de beantwoording van vraag 4 volgt is het in strijd met het gelijkheidsbeginsel als één partij de gelegenheid krijgt zijn aanvraag aan te vullen na de datum die hiervoor is gesteld.

5.5

Vraag 5 moment voldoen wettelijke vereisten

33687611

(19)

(84)

De vraag op welk moment de instelling moet voldoen aan de wettelijke vereisten op grond van artikel 2.61 lid 2 onder a tot en met c Mediawet is al aan de orde gekomen bij de beantwoording van vraag 3. Zoals uit het antwoord van vraag 3 volgt, mochten beide partijen ervan uitgaan dat zodra de procedure op basis van voorkeurscriteria werd gestart zij voldeden aan de formele vereisten van artikel 2.61 lid 2 onder a tot en met c Mediawet.

(85)

Zou één van beide partijen daaraan namelijk niet hebben voldaan voor dat de procedure op basis van voorkeurscriteria startte, dan zou er geen procedure op basis van voorkeurscriteria zijn geweest. Dat brengt met zich dat indien na het volgen van de procedure op basis van voorkeurscriteria toch onverhoopt zou blijken dat een van beide partijen niet aan formele vereisten van artikel 2.61 lid 2 onder a tot en met c Mediawet zou voldoen, deze partij uiterlijk voor de datum van het besluit van het Commissariaat de gelegenheid zou moeten krijgen om alsnog aan die formele criteria te voldoen.

5.6

Vraag 6 het politieke adviseurschap van dhr. Hompe bij de landelijke partij 50+

(86)

De Mediawet kent verschillende zogeheten ‘onverenigbaarheden’. Zo bepaalt bijvoorbeeld artikel 2.6 lid 1 onder e Mediawet dat het lidmaatschap van de raad van toezicht van de NPO onverenigbaar is met het lidmaatschap van een van beide Kamers der Staten-Generaal, een provinciaal bestuur of een gemeentebestuur. Nog een voorbeeld is dat op grond van artikel 2.37 lid 1 onder d Mediawet het lidmaatschap van de raad van toezicht van de NTR onverenigbaar is met het lidmaatschap van een van beide Kamers der Staten-Generaal. De Mediawet bevat geen bepalingen omtrent onverenigbaarheden voor organen van lokale publieke media-instellingen. Een eventueel politiek adviseurschap van de heer Hompe bij de landelijke partij 50+ staat op grond van de Mediawet niet aan de aanvraag van CMSL in de weg.

(87)

Ook de statuten van CMSL bevatten op dit punt geen onverenigbaarheden.

(88)

Artikel 11 lid 2 onder e van de Beleidsregels bepaalt dat de aanvraag van een instelling ook moet bevatten een verklaring dat geen van de pbo-leden een onverenigbare nevenfunctie heeft. Artikel 21 lid 1 van de Beleidsregels bepaalt dat “indien gedurende de aanwijzingsprocedure blijkt dat in het pbo van de aanvragende media-instelling leden zitting hebben die een nevenfunctie uitoefenen die de onafhankelijkheid van het media-aanbod kunnen beïnvloeden” het Commissariaat de aanvraag kan afwijzen. Artikel 21 lid 2 van de Beleidsregels voegt daaraan toe dat alvorens het Commissariaat een dergelijk besluit tot afwijzing neemt, het de desbetreffende media-instelling de mogelijkheid zal geven tot het indienen van een zienswijze.

(89)

Het is onduidelijk op welke wettelijke grondslag artikel 21 van de Beleidsregels berust. De artikelen 2.61 tot en met 2.65 Mediawet bieden geen uitdrukkelijk grondslag voor deze afwijzingsgrond. De Beleidsregels definiëren niet wat onder een ‘onverenigbare nevenfunctie wordt verstaan’. Wel staat in de toelichting bij artikel 21 van de Beleidsregels: “De aanvragende media-instelling moet in ieder geval alert zijn op nevenfuncties zoals bijvoorbeeld het lidmaatschap van de gemeenteraad van de betrokken

33687611

(20)

gemeente, de functie van burgemeester of wethouder van de betrokken gemeente, een commissielidmaatschap (zoals bedoeld in hoofdstuk 5 van de Gemeentewet), de functie van behandelend ambtenaar bij het door de gemeenteraad uit te brengen advies en/of betrokkenheid bij een commerciële media-instelling of bij een productiebedrijf. Per geval dient te worden bekeken of sprake is van onverenigbaarheid. Dit hoeft niet in alle gevallen zo te zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een bestuurscommissie voor Openbaar Onderwijs (commissie als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Gemeentewet). Deze Commissie heeft in principe geen raakvlak met lokale media. Een lidmaatschap of betrekking bij een commerciële mediainstelling hoeft niet per definitie invloed te hebben op de lokale publieke mediainstelling. Om onverenigbaarheid te voorkomen en de onafhankelijkheid van het media-aanbod te bewaken, kunnen waarborgen worden opgenomen om de schijn van commerciële beïnvloeding te voorkomen. Een (potentiële) lokale publieke mediainstelling dient hier zorg voor te dragen en dit soort omstandigheden dienen te worden uitgevraagd, zodat gewaarborgd is dat het pbo onafhankelijk van commerciële en politieke invloeden kan functioneren. Het Commissariaat raadt aan het voorgaande ook te laten gelden voor de bestuursleden van de potentiële lokale publieke media-instelling.”17 (90)

De heer Hompe is bestuurslid van CMSL. Hij is in elk geval geen gemeenteraadslid, burgemeester of wethouder en hij is commissielid als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Gemeentewet noch behandelend ambtenaar die advies moet uitbrengen. Ook is hij niet gekozen in een vertegenwoordigende functie bij één van beide Kamers van de StatenGeneraal, een provinciebestuur of een gemeentebestuur. Gelet op de toelichting bij artikel 21 van de Beleidsregels kan niet worden aangenomen dat de heer Hompe in zoverre een onverenigbare nevenfunctie vervult. Los daarvan is die beoordeling in de eerste plaats aan het Commissariaat en valt die beoordeling in zoverre buiten de onderwerpen waarover de gemeenteraad op grond van artikel 2.61 lid 2 onder a tot en met c Mediawet advies moet geven.

6.

CONCLUSIE

(91)

Samenvattend zijn de gestelde vragen van mevrouw Maas als volgt beantwoord.

6.1

Staan er feitelijke juridische onjuistheden of aannames in het rapport, zo ja welke?

(92)

Na overleg met mevrouw Maas is deze vraag zo opgevat dat gevraagd wordt om na te gaan of de selectieprocedure tussen de twee omroepen in overeenstemming is met de rechtspraak omtrent het realiseren van gelijke kansen.

(93)

Een belangrijke vraag is of de verschillen tussen de beoordelingscriteria van de gemeente en de deelaspecten van bijlage 1 van het MANL-rapport zodanig inhoudelijk afwijken van wat de gemeenteraad heeft beoogd met de criteria of dat het in feite nieuwe criteria zijn.

17

Stcrt. 2023, nr. 2833, p. 19.

33687611

(21)

(94)

Alle criteria overziend is het verdedigbaar dat de wijze waarop MANL deze criteria heeft uitgewerkt vallen onder de beoordelingscriteria zoals de gemeenteraad die op 17 oktober 2024 heeft vastgesteld. Het verdient de voorkeur dat de gemeenteraad in de raadsvergadering van 23 oktober 2025 alle onduidelijkheden hieromtrent wegneemt door expliciet te bevestigen dat de beoordelingscriteria van MANL een uitwerking zijn van de criteria zoals de raad deze op 17 oktober 2024 heeft vastgesteld.

(95)

In grote lijnen is het rapport van MANL zorgvuldig tot stand gekomen. De redenering is begrijpelijk en de getrokken conclusies sluiten daarop aan. Twee aspecten verdienen echter aandacht: i) de stelling dat volgens de Mediawet een bestuurder geen nevenfuncties mag uitoefenen bij een commerciële media-instelling of een bedrijf waaraan de lokale omroep (een deel van) haar media-aanbod heeft uitbesteed, en ii) geoordeeld wordt dat als de betrokken observaties deel hadden uitgemaakt van de beoordeling, de beoordeling naar beneden zou zijn bijgesteld. Beide aspecten zijn niet zodanig zwaarwegend dat moet worden gezegd dat de gemeenteraad het rapport van MANL niet aan zijn besluitvorming ten grondslag kan leggen.

6.2

Dient de raad het advies te baseren op de huidige vigerende wetgeving en/of op de toekomstige wetgeving?

(96)

De raad dient het advies te baseren op de huidige vigerende wetgeving, wetende de genoemde bepalingen uit de Mediawet en de Beleidsregels. Van belang is dat de gemeenteraad een grote vrijheid heeft bij de invulling van de beoordelingscriteria, mits wordt voldaan aan de algemene eisen dat een criterium objectief, transparant, evenredig is en niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. In beginsel kan dan ook een beoordelingscriterium inhouden dat een inschrijver voldoet aan toekomstige wetgeving worden gesteld, als duidelijk is welke eisen uit toekomstige wetgeving voortvloeien.

6.3

Mogen 'gebreken' hersteld, dan wel aangevuld worden op grond van de Wet? Zo ja, tot op welk moment? Tot de oplevering van het rapport, dan wel tot het besluit van de raad, dan wel tot het moment van besluit van het Commissariaat?

(97)

Onderscheid is gemaakt tussen (i) het herstellen van gegevens behorend bij een aanvraag, (ii) het herstellen van formele gebreken om voor een aanwijzing in aanmerking te komen, en (iii) het herstellen van gebreken bij de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag of aan de beoordelingscriteria wordt voldaan.

(98)

Het Commissariaat bepaalt of beide aanvragen in behandeling kunnen worden genomen. De beoordeling of in de aanvraag eventuele gebreken zitten is dan ook niet aan de gemeenteraad.

Verder voldoen beide aanvragers aan de formele vereisten van artikel 2.61 lid 2 Mediawet, waardoor geen sprake is van een formeel gebrek om voor een aanwijzing in aanmerking te komen.. Bij het herstellen van een gebrek bij de inhoudelijke beoordeling is van belang dat na het verstrijken van de termijn in beginsel geen gebreken meer hersteld mogen worden. Een uitzondering is als beide partijen een bepaald stuk niet hebben ingeleverd of als er enkele kleine gebreken zijn die eenvoudig kunnen worden hersteld.

33687611

(22)

6.4

Is het juridisch correct dan wel wenselijk dat het bureau de brief van 11 september 2025 buiten behandeling laat in het rapport nu deze volgens opgave een dag te laat is aangeleverd?

(99)

De beoordelingscommissie heeft correct gehandeld door informatie ingediend na de uiterste aanlevertermijn van 8 augustus 2025 buiten beschouwing te laten. Het is in strijd met het gelijkheidsbeginsel als één partij de gelegenheid krijgt zijn aanvraag aan te vullen na de datum die hiervoor is gesteld.

6.5

Op welk moment moet de initiatiefnemer voldoen aan de wettelijke vereisten van een lokale publieke omroep? Op het moment van beoordelen door MANL óf op het moment dat de vergunning in gaat? Met andere woorden, kan een correctie in juridische structuur of andere wettelijke vereisten ook aangepast worden na rapport MANL maar vóór besluit CvdM?

(100)

Beide partijen mochten ervan uitgaan dat zodra de procedure op basis van voorkeurscriteria werd gestart, zij voldeden aan de formele wettelijke vereisten van artikel 2.61 lid 2 onder a tot en met c Mediawet.

6.6

Is de passage over het politieke adviseurschap van dhr. Hompe bij de landelijke partij 50+ (niet actief in de raad van Roermond of gemeente Roermond correct? Mag iemand van een lokale / regionale omroep deze rol dan niet uitoefenen? Overtreedt CMSL hiermee de wettelijke vereisten als hij lid is van of adviseur van een landelijke politieke partij? Hoe verhoudt dit zich tot zijn persoonlijke grondrechten?”)

(101)

Gelet op de toelichting bij artikel 21 van de Beleidsregels kan niet worden aangenomen dat de heer Hompe een onverenigbare nevenfunctie onder de Mediawet vervult. Los daarvan is deze beoordeling in de eerste plaats aan het Commissariaat en valt die beoordeling in zoverre buiten de onderwerpen waarover de gemeenteraad op grond van artikel 2.61 lid 2 onder a tot en met c Mediawet advies moet geven.

33687611

(23)

Bekijk de brief: 20251020 Rapport beantwoording vragen nav verzoek ambtelijke bijstand

Bron: raadsinformatie van de gemeente Roermond (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Roermond

Alle artikel 35-vragen in Roermond