Schriftelijke vragen Zienswijzeverzoek op de Kaderbrief 2025 VRBN
Een raadslid stelde op 8 februari 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Beantwoording Schriftelijke vragen n.a.v. de brief dd. 11december 2023 van de veiligheidsregio Brabant Noord: Zienswijzeverzoek op de Kaderbrief 2025 Geachte heer Deckers, Uw vragen zijn voorgelegd aan de VRBN. Onderstaand de beantwoording van uw gestelde schriftelijke vragen:
Vragen 1-2-3:
Onder het kopje “Inspanningen thema Voorbereiden op het onbekende” staat dat een uitgangspunt is dat de Veiligheidsregio Brabant Noord (VRBN) steeds meer uitgaat van de veerkracht en zelfredzaamheid binnen de maatschappij. Dit roept bij onze fractie de volgende vragen op:
• Op welke maatschappelijke ontwikkelingen is bovengenoemd uitgangspunt gebaseerd?
• Wordt de rol van de VRBN anders of wellicht kleiner omdat de VRBN steeds meer uitgaat van de veerkracht en zelfredzaamheid in de maatschappij?
• Heeft deze mogelijk andere rol ook financiële consequenties voor het werken van de Veiligheidsregio en, als resultaat daarvan, voor de deelnemers in de GR?
Beantwoording vragen 1-2-3:
De maatschappelijke ontwikkelingen en onze rol daarin beschrijven wij in het Beleidsplan 2024-2027 van VRBN. In de periode augustus-november 2023 heeft uw raad kennis kunnen nemen van dit plan en een zienswijze gegeven.
In ons beleidsplan beschrijven wij bijvoorbeeld:
De oorlog in Oekraïne, de coronapandemie en langere perioden van droogte in Nederland laten zien dat dreigingen zich kunnen vertalen naar gebeurtenissen die ons raken. Voor het werkveld van de veiligheidsregio betekent dit onder andere dat we, naast de klassieke ‘flitsincidenten’ (bijv. branden, explosies en ongevallen) te maken krijgen met langdurige of complexere crises. Digitalisering en technologische ontwikkelingen brengen ook extra cyberdreigingen en kwetsbaarheden met zich mee.
Daarnaast doen maatschappelijke spanningen en complottheorieën afbreuk aan het publieke debat.
Vanuit ons eigen risicoprofiel zien we een combinatie van de klassieke fysieke veiligheidsrisico’s die aandacht blijven vragen. Zoals het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor, het risico op overstroming en het toenemende risico van natuurbranden. Daarnaast ontwikkelen risico’s zich. Dit zien we terug in risico’s die de continuïteit van de samenleving bedreigen zoals het risico op verstoring van de energievoorziening, verstoring van telecommunicatie en andere digitale infrastructuur.
In landelijke toekomstverkenningen van de Brandweer en Crisisbeheersing is vooruitgekeken naar de periode 2030 en de manier waarop veiligheidsregio’s zich kunnen ontwikkelen om hun maatschappelijke meerwaarde te behouden en verbeteren. De toekomstverkenningen laten nieuwe soorten crises zien die ook economisch, cultureel en maatschappelijk van aard zijn. Een manier om daarmee om te gaan is het versterken van maatschappelijke veerkracht.
Crisisbeheersing is een van onze kerntaken, het blijft voor veiligheidsregio’s nodig om ook op die type crises een antwoord te hebben. Uiteraard kijken we kritisch naar onze rol en meerwaarde. We kunnen namelijk niet alles doen. VRBN richt zich primair op de gevolgbestrijding en springt tijdelijk in bij crisis met een maatschappelijk aspect als dat nodig is. Wanneer taken regulier worden, dragen we deze weer over. Ook willen we lokaal houden wat lokaal kan.
De brandweer heeft een unieke positie omdat zij lokaal is ingebed, beschikt over een fijnmazig netwerk van posten en is in staat om op relatief korte termijn veel uitvoeringscapaciteit te leveren. De brandweer zou door haar lokale inbedding naast de meer traditionele taken ook op andere wijze een bijdrage kunnen leveren aan (het herstel van) de maatschappelijke continuïteit. 1
Wij werken daarom aan maatschappelijke veerkracht bij onze rol en taken. Dat betekent dat we ook de kracht van de maatschappij kunnen benutten als dat nodig is. Mensen dragen ook zelf verantwoordelijkheid om zich voor te bereiden op een crisis. Bijvoorbeeld de “denk vooruit” campagne, waarin mensen gestimuleerd worden een noodpakket te hebben.
Het vertrekpunt is dat wij ons beleidsplan, inclusief deze ontwikkeling, realiseren binnen de bestaande financiële kaders.
Vragen 4-5:
Op dezelfde bladzijde van de bovengenoemde brief staat in de derde alinea dat de invoering van de Omgevingswet grote impact heeft op de advisering van de VRBN aan gemeenten en provincie.
Verderop in deze alinea staat dat de daadwerkelijke impact van de Omgevingswet onzeker is. Onze vragen hierbij:
• Hoe komt de VRBN tot de conclusie dat de Omgevingswet grote impact heeft op de advisering van de dienst terwijl ze aangeven dat het effect van diezelfde wet onzeker is?
• Aan welke veranderingen denkt men bij de VRBN en zijn hiervan de mogelijke financiële effecten aan te geven?
Beantwoording vragen 4-5:
De regels rondom brand- en omgevingsveiligheid zijn opgenomen in de omgevingswet en deze verandering heeft daarom impact op onze advisering aan gemeenten. Bijvoorbeeld wanneer wij adviseren over brandveiligheid bij nieuwe panden of over veiligheid en de bereikbaarheid voor hulpdiensten bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en het opstellen van het Omgevingsplan.
Daarnaast vraagt de Omgevingswet een andere en meer integrale manier van werken van de veiligheidsregio’s als adviseur van gemeenten. Dit vraagt ook van medewerkers andere competenties.
Het onderhouden van een breed netwerk en vroegtijdig aansluiting zoeken bij initiatieven wordt steeds belangijker. Er is daarmee sprake van een grote cultuuromslag die andere competenties vraagt van medewerkers. Ook zijn er grote opgaven ten aanzien van digitalisering. Om überhaupt te kunnen adviseren is aansluiting op het digitaal stelsel omgevingswet (DSO) noodzakelijk.
De start van de Omgevingswet betekent een periode van jaren waarin ook VRBN gaat leren en ervaren wat exact de betekenis en impact van de nieuwe wet is. Gemeenten hebben immers tot 2032 als transitietermijn voor omgevingsplannen.
Landelijk is financieel onderzoek gepleegd naar de uitgaven, kosten en besparingen van de Omgevingswet. Daarvoor is het ook nodig zicht te hebben op de meer- en minderkosten van vaste adviseurs, zoals de veiligheidsregio. Onderzoeksbureau Cebeon is daarvoor ingeschakeld. Het is onze verwachting dat de veranderingen bij onze advisering rondom de Omgevingswet binnen de huidige (financiële) kaders plaatsvinden. Zonder meerkosten voor gemeenten.
2
Bekijk de brief: Beantwoording Schriftelijke vragen Zienswijzeverzoek op de Kaderbrief 2025 VRBN
Bron: raadsinformatie van de gemeente Sint-Michielsgestel (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.