20 november 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Someren

raadsvragen raadsenquête Someren

Een raadslid stelde op 20 november 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Someren.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Vraagnummer

Indiener

– Fractie

Paginanummer rapportage

1

CDA

Pag. 4/54

Vraag

Antwoord

Rapportage We lezen dat er in het college geen afspraken gemaakt zijn over projectwethouderschap voor het Bedrijventerrein Lage Akkerweg en dat er daardoor onduidelijkheid ontstaan is over de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het project.

a. Kan de commissie verduidelijken waarom er onduidelijkheid ontstaat als er geen afspraken gemaakt zijn over het projectwethouderschap?

b. Wat zijn de verantwoordelijkheden en waar zijn die belegd bij afwezigheid van die afspraken?

2

CDA

Pag. 10/54

We lezen dat zowel de medewerker ruimtelijke ontwikkeling als de projectleider bevestigen dat de grondprijs uit 2022 gehanteerd kan worden

1

a. Zoals beschreven in alinea 2 van pagina 16 van het rapport, blijkt uit de gesprekken dat verschillende betrokkenen ervan uitgingen dat wethouder Swinkels bestuurlijk verantwoordelijk was vanuit een rol als projectwethouder. Een besluit hierover is echter nooit genomen door het college. De commissie vindt het een omissie dat het college en de ambtelijke organisatie geen afspraken hebben vastgelegd over hoe zij naar Bedrijventerrein Lage Akkerweg kijken als project. Bijvoorbeeld of het gaat om een grote opdracht die in projectvorm met een bestuurlijke en ambtelijke projectverantwoordelijke wordt uitgevoerd, of om een kleinere opdracht. Hiermee handelt het college niet in lijn met de in 2018 gemaakte afspraken over ambtelijkbestuurlijke samenwerking. Met de keuze voor een grote opdracht had het college ook expliciet moeten maken of er sprake was van projectwethouderschap.

b. De verantwoordelijkheden zijn bij afwezigheid van afspraken belegd bij de verschillende portefeuillehouders.

De commissie verwijst naar pagina 19 t/m 22 van het rapport voor een uitgebreide beschrijving over de totstandkoming van de optiebrieven. De commissie verwijst naar pagina 26 van het rapport voor een

(14 maart en 6 april). Dit wordt via mail bevestigd.

3

4

CDA

CDA

Pag. 11/54

Pag. 12/54

Wie had de optiebrieven n.a.v. dit gegeven moeten versturen zodat dit proces voor april 2023 afgerond had kunnen worden?

We lezen dat op 23 november 2024 de ondertekening anterieure overeenkomst tussen Nuva Keukens en de gemeente Someren plaatsvindt.

Is dit mogelijk een verschrijving en moet deze datum 23 november 2023 zijn? In bijlage 1 staat dit wel op deze manier vermeld.

Regel 5 december 2024 Waarom wordt er niet tot aanvullend onderzoek overgegaan en bij wie lag dit besluit?

5

6

CDA

CDA

Pag. 28/54

Pag. 31/54

We lezen dat de commissie constateert dat het college het vier-ogenprincipe in de loop van 2024 sterk heeft afgeschaald omdat enkele wethouders de toegevoegde waarde van het meekijken niet inzagen en de werklast te hoog vonden worden.

Welke wethouders zagen de toegevoegde waarde niet en ervoeren een te hoge werklast?

We lezen dat na constatering van de hantering van de grondprijs 2022 in plaats van 2024 en het ten onrechte betalen van de notariële overdrachtskosten door de medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling deze medewerker dit 2

analyse en beoordeling over het construct van de optiebrief.

De commissie constateert dat hier inderdaad sprake is van een typefout. De datum moet 23 november 2023 zijn.

De commissie verwijst naar alinea 3 op pagina 36 van het rapport voor een beschrijving van het verzoek tot onafhankelijk onderzoek. Een analyse en beoordeling is opgenomen in alinea 2 op pagina 39 van het rapport.

De commissie heeft dit vastgesteld op basis van enkele interviews. Wethouder Kusters en Van Doorn zagen de toegevoegde waarde van het meekijken niet in en vonden de werklast te hoog.

a. Uit de gesprekken blijkt dat de medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) dit bij wethouder Kusters gemeld heeft, omdat de afwijkingen te maken hadden met grondzaken en dit zijn portefeuille raakte.

meldt bij de projectleider en aan haar teammanager. Een week later meldt zij dit aan wethouder Kusters.

a. Heeft de commissie onderzocht waarom dit alleen aan wethouder Kusters wordt gemeld en niet aan wethouder Swinkels?

7

CDA

Pag. 32/54

b. Werd wethouder Kusters als verantwoordelijk wethouder gezien door de organisatie voor de constateringen van de medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken)?

We lezen dat het collegevoorstel tussen 9 oktober en 30 oktober op verschillende punten is aangepast.

a. Wie heeft het collegevoorstel in deze periode aangepast?

b. En wie gaf daar opdracht toe?

c. Is het gebruikelijk dat een collegevoorstel wordt aangepast zonder dat dit met portefeuillehouders wordt besproken?

3

b. De commissie stelt niet dat wethouder Kusters door de hele organisatie als verantwoordelijk werd gezien voor de constateringen van de medewerker. Wel vond de medewerker Ruimtelijke Ontwikkeling (grondzaken) wethouder Kusters de juiste wethouder om dit signaal in eerste instantie aan over te brengen.

a. Het aanpassen van het collegevoorstel is een intern ambtelijk proces geweest.

b. De commissie heeft geen duidelijk opdrachtgeverschap geconstateerd voor het aanpassen van het collegevoorstel.

c. De commissie heeft geen onderzoek gedaan naar of het gebruikelijk is dat een collegevoorstel wordt aangepast zonder dat dit met portefeuillehouders wordt besproken.

De commissie vindt het een omissie dat de meest betrokken wethouders, Swinkels en Kusters, hier niet bij worden betrokken, dan wel tussendoor op de hoogte worden gesteld hoe het uitzoekwerk verloopt. Dat wordt verder toegelicht in alinea 4 op pagina 39 van het rapport.

8

CDA

Pag. 38/54

We lezen dat de commissie de indruk heeft dat het zaadje eerder was geplant.

Kan de commissie dit verduidelijken? Hoe en waar en door wie is dat gebeurd en wat heeft dat aantoonbaar voor gevolgen gehad?

9

10

11

CDA

CDA

CDA

Pag. 38/54

Pag. 40/54

Pag. 40/54

We lezen dat “in ieder geval wethouder Kusters” wist dat er een afwijkende grondprijs was gehanteerd.

Blijkt ergens dat hiervan ook andere wethouders op de hoogte waren? Zo ja welke en waar blijkt dat uit? Zo nee waarom staat hier dan “in ieder geval”?

We lezen dat de gemeentesecretarissen grip proberen te houden op de samenwerking tussen wethouder Swinkels en de ambtenaren.

Er worden maatregelen genomen die betrekking hebben op de informatievoorziening richting wethouder Swinkels.

Waarom worden er maatregelen genomen die betrekking hebben op de informatievoorziening van wethouder Swinkels en waarom worden deze niet bij ander collegeleden genomen?

We lezen dat de commissie op basis van de gesprekken vast stelt dat de druk die ambtenaren zouden ervaren van wethouder Swinkels geen onbehoorlijke of oneigenlijke druk was.

4

Zoals in de opvolgende zin genoemd, constateert de commissie dat er los van het dossier Lage Akkerweg geen goede sfeer was in het college. Hier baseert de commissie de uitspraak op dat het zaadje al eerder was geplant. Er is geen verder onderzoek gedaan naar hoe, waar en door wie deze sfeer was veroorzaakt en welke aantoonbare gevolgen dit heeft gehad.

Uit de documentatie blijkt dat wethouder Kusters op de hoogte was van de afwijkende grondprijs. De commissie heeft verder niet met zekerheid vast kunnen stellen of er nog andere collegeleden hiervan op de hoogte waren. Daarom is er gekozen voor de aanduiding “in ieder geval”.

Waarom er maatregelen genomen worden die betrekking hebben op wethouder Swinkels wordt beschreven in de laatste alinea op pagina 39 en de eerste alinea op pagina 40. De commissie heeft niet geconstateerd dat de ambtelijke organisatie aanleiding zag om ook maatregelen te nemen die betrekking hadden op andere collegeleden.

De commissie heeft niet specifiek onderzocht of onbehoorlijke en oneigenlijke druk door de waarnemend collegesecretaris is uitgeoefend op de heer Swinkels. Wel constateert de commissie dat wethouder Swinkels niet de informatie kreeg waar hij wel recht op had. Ook constateert de commissie dat

12

CDA

Pag. 40/54

Heeft de commissie onderzocht of omgekeerd onbehoorlijke en oneigenlijke druk door de waarnemend collegesecretaris is uitgeoefend op de heer Swinkels? Graag motiveren waarom wel of niet onderzocht en waarom daar al of geen sprake van was.

We lezen dat de commissie op basis van de gesprekken vast stelt dat de druk die ambtenaren zouden ervaren van wethouder Swinkels geen onbehoorlijke of oneigenlijke druk was.

a. Heeft de commissie onderzocht in welke periode er bestuurlijke druk zou zijn ervaren?

b. Werd de bestuurlijke druk ervaren op de afdeling ruimtelijke ontwikkeling economie of grondzaken (of RO)?

13

CDA

Pag. 40/54

c. Was de omissie (het ontbreken van een collegebesluit voor de verkoop van de percelen) iets dat door de afdeling Ruimtelijke ontwikkeling (economie) of door de afdeling Grondzaken opgepakt zou moeten worden?

We lezen “Het college had haar niet in deze positie moeten brengen.”

a. Waaruit blijkt dat het college haar in deze positie gebracht had?

5…

Bekijk de brief: Beantwoording raadsvragen raadsenquête Someren

Bron: raadsinformatie van de gemeente Someren (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Someren

Alle artikel 35-vragen in Someren