1 juni 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Terschelling

30.A. 2026-06-01 Beantwoording vragen ST

Een raadslid stelde op 1 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Terschelling (3 vragen).

In het kort

3 vragen en wat het college antwoordt

  • Is er een overdrachtsdossier? → a) Zo ja, kunnen de fracties van Samen Terschelling, Leefbaar Terschelling en het CDA deze ook krijgen? b) Als dit er is en de fracties van Samen Terschelling, Leefbaar Terschelling en het…
  • Is de opbrengst van de toeristenbelasting over 2025 al bekend? → a) Zo ja, hoe lang is deze al bekend bij het college? b) Zo ja, is dit al gedeeld met de formerende fracties?
  • In het coalitieakkoord wordt gesproken over een B2 variant voor de haven, is het projectteam haven bekend met deze variant? → a) Zo nee, waarom niet? b) Zo ja, hoe kijkt het projectteam tegen deze variant aan? c) Wat zijn de kosten van deze B2 variant? d) Is het projectteam al begonnen met de voorbereiding van de…

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Memo Aan

:

De gemeenteraad

Datum

:

1 juni 2026

Afzender

:

College van burgemeester en wethouders

Onderwerp

:

Beantwoording vragen Samen Terschelling

Bijlage(n)

:

De fractie van Samen Terschelling heeft een aantal vragen gesteld.

Hierbij treft u de vragen met de beantwoording daarvan.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Is er een overdrachtsdossier?

Antwoord van het college

a) Zo ja, kunnen de fracties van Samen Terschelling, Leefbaar Terschelling en het CDA deze ook krijgen?

b) Als dit er is en de fracties van Samen Terschelling, Leefbaar Terschelling en het CDA deze niet mogen ontvangen, waarom niet?

c) Als er geen overdrachtsdossier is, waarom is dit er (nog) niet?

Antwoord 1.

Er zijn ambtelijk geen overdrachtsdossiers. De zaken die ambtelijk spelen en waar de nieuwe raad belang bij heeft, zijn opgenomen in het inwerkprogramma van de raad.

Een politiek gericht overdrachtsdossier is aan de zittende collegeleden.

Vraag 2

Is de opbrengst van de toeristenbelasting over 2025 al bekend?

Antwoord van het college

a) Zo ja, hoe lang is deze al bekend bij het college?

b) Zo ja, is dit al gedeeld met de formerende fracties? En waarom dan nog niet met de overige fracties?

c) Zo ja, hoeveel is de opbrengst van de toeristenbelasting over 2025?

d) Zo ja, hoeveel (positief of negatief) is het verschil met de begrote opbrengst toeristenbelasting over 2025?

e) Als de opbrengst nog niet bekend is, wanneer verwacht het college dit wel te weten en deelt het college dit dan zsm met de gemeenteraad?

Antwoord 2.

De aanslag toeristenbelasting 2025 wordt opgelegd met dagtekening 3004-2026. Hierin zitten alle aangiften die tot nu toe zijn ontvangen, nog niet alle aangiften zijn retour.

De verwachte opbrengst van de aanslag toeristenbelasting 2025 = € 2.672.000. Toeristenbelasting 1e dag Doeksen 2025 en toeristenbelasting Waddenhavens 2025 = € 1.214.000

2

a. Eerste ramingen zijn op ambtelijk niveau gemaakt voor de jaarrekening 2025.De aanslag toeristenbelasting 2025 wordt opgelegd met dagtekening 30-04-2026.

b. Deze vraag is naar voren gekomen tijdens de coalitie onderhandelingen met mevrouw Krikke. Op ambtelijk niveau is een inschatting gegeven van de inkomsten toeristenbelasting 2025 op basis van de aangiften toeristenbelasting 2025, die tot dat moment waren ontvangen, dat was ongeveer 60% van alle aangiften.

Verder is de vraag: ”waarom dit nog niet met de overige fracties is gedeeld”. Het college rapporteert hierover naar de raad middels de jaarrekening, conform de financiële verordening.

c. Zie de berekening hierboven.

d. Begroting toeristenbelasting 2025 is € 4.345.000. De verwachte minderopbrengst is - € 459.000 ten opzichte van begroting 2025 Er is een meeropbrengst bij de Forensenbelasting 2025 van € 36.000. Totaal minderopbrengst van toeristenbelasting & forensenbelasting is dan - € 423.000

e. De hierin opgenomen bedragen zijn tot nu toe ‘verwachte’ ontvangsten, de analyse en definitieve cijfers worden jaarlijks middels de 2e bestuursrapportage door het college gedeeld met de raad.

Vraag 3

In het coalitieakkoord wordt gesproken over een B2 variant voor de haven, is het projectteam haven bekend met deze variant?

Antwoord van het college

a) Zo nee, waarom niet?

b) Zo ja, hoe kijkt het projectteam tegen deze variant aan?

c) Wat zijn de kosten van deze B2 variant?

d) Is het projectteam al begonnen met de voorbereiding van de B2 variant?

e) Wanneer kan daadwerkelijk begonnen worden met uitvoering van de B2 variant?

f) Wanneer kan deze B2 variant klaar zijn?

g) Is het projectteam op 1 januari 2026 begonnen met de uitwerking van de A variant, zoals in het raadsbesluit van 16 december 2025 staat?

h) Is het projectteam op 1 maart 2026 begonnen met alle pijlen op de een A variant te richten, zoals in het raadsbesluit van 16 december 2025 staat?

i) Indien het projectteam niet bekend is met de B2 variant en daar nog geen voorbereidingen voor heeft getroffen en al wel is begonnen met de uitwerking van een A variant. Hoeveel vertraging levert het overschakelen naar de B2 variant dan?

Antwoord 3.

Vooraf eerst de volgende opmerking: Het is gebruikelijk en logisch dat raadsleden vragen stellen aan het college van B&W omdat het college verantwoordelijk is voor het dagelijks bestuur van de gemeente. Het projectteam kan niet zelfstandig verantwoording afleggen aan de raad.

Desondanks hebben wij besloten deze keer in de beantwoording nauw aan te sluiten bij de inhoud van de vragen.

a. Ja, het projectteam haven is bekend met variant B2. Variant B2 is een optimalisatie, op basis van voortschrijdend inzicht, van de oorspronkelijke B-variant. Daarbij wordt geen gebruik gemaakt

3 van medegebruik van het betonningsterrein; in plaats daarvan wordt de werkhaven deels hersteld en deels geschikt gemaakt voor ligplaatsen middels een insteekhaven. Deze variant kent een langere levensduur, is ruimtelijk beter inpasbaar en is relatief goedkoper dan variant A.

In het Havenplan is primair variant A beoordeeld. Variant A was de initiële opdracht van de raad, hetgeen is vervat in de memo beoordelingskader en de onderzochte subvarianten (hoofdstuk 4 Havenplan). Variant B, C en D zijn tijdens het ontwikkelproces als alternatieve oplossingen aangedragen, mede ingegeven door financiële beperkingen (variant B) en de opdracht om te komen tot een Mobiliteitsstudie (variant D). Variant C is daarbij gepresenteerd als contrafeitelijke variant (“wat-als-we-nietsdoen”).

Variant B2 is ontstaan vanuit verdere optimalisatie van variant B op basis van voortschrijdend inzicht en nadere technische en financiële uitwerking.

b. Het projectteam haven beschouwt variant B2 als de optimale variant. Dit vanwege de langere levensduur, de betere ruimtelijke inpasbaarheid, de relatief lagere bouw- en exploitatiekosten ten opzichte van variant A en de grotere kansen op aanvullende subsidies.

Daarnaast voorkomt variant B2 dat de gemeente Terschelling in de nabije toekomst opnieuw geconfronteerd wordt met financieel intensieve investeringen, zoals bij variant A wel het geval zou zijn. Hierdoor worden ook toekomstige generaties eilanders minder belast met zware investeringsopgaven.

Variant B2 geniet bovendien de unanieme ambtelijke en inhoudelijke voorkeur van het ministerie van IenW, Provincie Fryslân, Rijkswaterstaat en gemeente Terschelling. Tijdens het bestuurlijk overleg van 7 april jl. met het Rijk, de provincie en de gemeente is eveneens geadviseerd en overgenomen om variant B2 als voorkeursvariant te hanteren.

Daarbij is van belang dat variant A, B, C en D in het Havenplan integraal zijn afgewogen ten opzichte van de formele beoordelingscriteria, zoals bereikbaarheid, bouwkosten, uitvoeringsrisico’s, waterveiligheid, bouwveiligheid, conditionering, exploitatie, levensduur en beheer en onderhoud.

Tijdens de participatie is er geen openbare planprocedure gevolgd waarin formele zienswijzen konden worden ingediend, aangezien sprake is van onderhoudswerkzaamheden. Binnen de participatie zijn circa 30 reacties van bewoners ontvangen, waarbij geen expliciete en eenduidige voorkeur voor variant A of B naar voren kwam.

Daarnaast geldt dat het criterium “eilandercontext” geen formeel beoordelingscriterium is geweest, omdat dit criterium in belangrijke mate subjectief is ten opzichte van de objectieve beoordelingscriteria. Het feit dat dit criterium in de stukken wel

4 enige kleuring heeft gekregen, doet niet af aan de technische, financiële en uitvoerbare voordelen van variant B2.

c. De kosten voor variant B2 bedragen € 68 miljoen.

d. Ja. De voorbereiding voor de varianten A, B en B2 is zodanig uitgevoerd dat een deterministische kostenraming is opgesteld, waarin de activiteiten, de technische uitvoering, inclusief fasering en cascade-effecten, zijn meegenomen.

e. Voor de daadwerkelijke planning van variant B2 kan worden uitgegaan van een voorbereidingstermijn van circa twee jaar voordat de uitvoering buiten daadwerkelijk start. f.

De exacte opleveringsdatum van variant B2 is op dit moment nog niet vast te stellen, omdat deze afhankelijk is van aanbestedingsprocedures, vergunningverlening en de verdere uitwerking van de planning. Op basis van de huidige inzichten wordt de oplevering verwacht in 2029/2030.

g. Ja, er is begonnen met de uitwerking van variant A middels de kostennota, een QuickScan op vergunningen en grondonderzoek.

h. Nee. Vóór 1 maart jl. is voldoende aanleiding gebleken om aan te nemen dat het Rijk en de provincie bereid zijn mee te werken aan een oplossing voor de feitelijke financiële ondersteuning van variant B2, zoals opgenomen in de voorwaarden (Besluit 2b) van het raadsbesluit op 16 december 2025.

Daarmee kan worden geconcludeerd dat variant B, en daarmee ook variant B2, niet is vervallen. Integendeel: variant B2 komt mede op basis van de inmiddels beschikbare technische, financiële en bestuurlijke inzichten in aanmerking als optimale variant conform het raadsbesluit van 16 december 2025. i.

Deze situatie is niet van toepassing, omdat het projectteam bekend is met variant B2 en reeds voorbereidingen heeft getroffen voor de varianten A, B en B2. Er is in de huidige procesgang daarom geen vertraging ontstaan.

Bekijk de brief: 30.A. 2026-06-01 Beantwoording vragen ST

Bron: raadsinformatie van de gemeente Terschelling (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Terschelling

Alle artikel 35-vragen in Terschelling