beantwoording vragen CDA
Een raadslid stelde op 31 oktober 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Terschelling (3 vragen).
In het kort
3 vragen en wat het college antwoordt
- Het concept-amendement is dinsdagochtend aangeboden aan het college met het verzoek om dit te checken op juridisch houdbaarheid. → De check op de juridische houdbaarheid was woensdag einde middag gereed.
- Uit het raadsvoorstel blijkt dat er reparatie heeft plaatsgevonden op de maatvoering van de kraam van de indieners van de zienswijze. → De maatvoering correspondeert met de kramen zoals die ter plekke staan en de vergunning die zij daarvoor van de gemeente hebben gekregen.
- In het amendement wordt aangegeven dat de specifieke regel die nu persoonsgebonden gekoppeld zou moeten worden aan de locatie. → Het gaat immers om een specifieke regeling en deze wordt niet als zodanig aangegeven als vallend onder artikel 1:5 APV.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Memo Aan
:
Gemeenteraad
Datum
:
24 oktober 2023
Afzender
:
College van burgemeester en wethouders
Onderwerp
:
Vragen bij het amendement op herstel paraplubestemmingsplan standplaatsen
Bijlage(n)
:
De fractie van het CDA heeft het college de volgende vragen gesteld inzake het amendement op het herstel paraplubestemmingsplan standplaatsen.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Het concept-amendement is dinsdagochtend aangeboden aan het college met het verzoek om dit te checken op juridisch houdbaarheid. Hierop is geen respons gekomen. Is hier een expliciete reden voor?
Antwoord van het college
De check op de juridische houdbaarheid was woensdag einde middag gereed.
Vraag 2
Uit het raadsvoorstel blijkt dat er reparatie heeft plaatsgevonden op de maatvoering van de kraam van de indieners van de zienswijze. Hierover een paar vragen. a. Correspondeert de voorgestelde hoogte met die waarbij een kraam over de weg vervoert mag worden?
Antwoord van het college
De maatvoering correspondeert met de kramen zoals die ter plekke staan en de vergunning die zij daarvoor van de gemeente hebben gekregen. Daar ziet de regeling in het parapluplan op. Deze legt de plek en de maatvoering van alle standplaatsen vast.
b. Is deze maatvoering overeenkomstig met wat door de provincie gehanteerd wordt in de desbetreffende nota?
Zie hiervoor. De maatvoering is niet op een provinciale nota gebaseerd, maar op de vergunde situatie.
c. Wijkt de beoordeling van de maatvoering door de Fumo af van de in de zienswijze van de Provincie gehanteerde maten?
In de zienswijze van de provincie ging het om de maatvoering van de standplaatsen in de natuurgebieden en niet om de standplaatsen op het Veerhaventerrein. Deze boden teveel ruimte voor het vergroten van de standplaatsen. De gemeenteraad heeft bij de vaststelling de maatvoering in reactie op de zienswijze van de provincie aangepast voor wat de standplaatsen in de natuurgebieden betreft.
2
d. Er is een kraam aanwezig met daarnaast een terras. Samen zijn deze aanmerkelijk groter dan 30 m2. Tijdens de beraadslaging werd de indruk gewekt dat het aansluiten bij de maatvoering in het amendement een bouwwerk mogelijk zou maken overeenkomend met de maximale maatvoering.
Het amendement gaat uit van reparatie conform de huidige mogelijkheden en gebruik.
Waarop is de uitspraak gebaseerd dat het amendement een ander bouwwerk en een andere maatvoering zou faciliteren?
In het amendement wordt gesproken over een maatvoering van 100 m2 inclusief terras. Bij een winterterras zou dit betekenen dat sprake is van een bouwwerk met een dergelijke afmeting. Daarbij geldt dat op basis van het amendement een bouwhoogte van 5,5 meter eveneens toegestaan zou zijn.
Vraag 3
In het amendement wordt aangegeven dat de specifieke regel die nu persoonsgebonden gekoppeld zou moeten worden aan de locatie. Motivatie waarom hiervoor gekozen is voortvloeit uit de verwoording in de APV artikel 1:5. In het amendement wordt aangegeven dat regelingen gekoppeld aan de locatie meer aansluiten bij de praktijk. Uit het debat kwam naar voren dat meerdere raadsfracties deze mening waren toegedaan en hier argumenten voor aandroegen. Kan het college motiveren waarom deze praktischer verwoording niet zou kunnen?
Antwoord van het college
Het gaat immers om een specifieke regeling en deze wordt niet als zodanig aangegeven als vallend onder artikel 1:5 APV.
De vergunningen die aan standplaatshouders worden verleend, worden verleend op grond van de APV. Vanuit de APV zijn alle vergunningen persoonsgebonden en niet zaaksgebonden. Dit is mede omdat een persoon kan worden aangesproken op openbare orde en veiligheid. Daarnaast is het onwenselijk dat een zaak eindeloos van eigenaar kan wisselen, zonder dat de overheid enige invloed heeft op de uitbater van de standplaats.
Dus ook zonder enige controle op criminaliteit, witwassen etc.
Daarnaast is het van belang te beseffen dat het nu voorliggende herstelbesluit aan de raad is voorgelegd lopende een beroepsprocedure bij de Raad van State. Alle standplaatshouders en alle organisaties en bestuursorganen hebben ingestemd met de regeling zoals opgenomen in het parapluplan. Alleen de eigenaren van de kramen op de Veerhaven hebben beroep aangetekend. Het herstelbesluit ziet alleen op een herstel met betrekking tot deze kramen. Op het moment dat de regels in het recent door de raad vastgestelde paraplubestemmingsplan opnieuw ter discussie worden gesteld voor alle standplaatsen, kan dat niet binnen de procedure van het herstelbesluit en de lopende beroepsprocedure. Daarvoor moet opnieuw een eigen bestemmingsplanprocedure worden doorlopen om alle partijen opnieuw in de gelegenheid te stellen daar iets van te vinden en zienswijzen in te kunnen dienen.
3
4. In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat de gemeente niet in kan stemmen met het jaarrond innemen van de desbetreffende standplaats. Dit is in 2006 gemotiveerd vanuit het begrip “uiterlijk aanzien” in de toenmalige notitie. Zoals aangegeven wordt dit niet gemotiveerd met verifieerbare argumenten.
In de beantwoording op het standpunt zoals weergegeven in het amendement motiveerde de portefeuillehouder haar standpunt met verwijzing naar de stikstofemissie die zou optreden bij een jaarrond innemen van de standplaats van de indieners van het beroep.
Uit het ecologisch rapport blijkt dat de emissie van de beide kramen nogal verschilt. Beide kramen kunnen hun activiteiten uitvoeren zonder dat dit leidt tot significante negatieve effecten op te beschermen natuurwaarden. Kennis nemend van de gegevens uit tabel 2 van het ecologisch rapport kan geconcludeerd worden dat ook het jaarrond innemen van de standplaats door Havenplein 2 niet leidt tot een situatie waarbij een significant negatieve invloed op de te beschermen natuurwaarden te verwachten valt.
Gezien bovenstaande vragen wij het college een relevante onderbouwing te geven waarom een jaarrond innemen van een standplaats niet mogelijk zou zijn vanwege de emissie en depositie situatie van de huidige praktijk in vergelijking met een jaarrond innemen van de standplaats.
Het parapluplan dat door de gemeenteraad is vastgesteld, is gebaseerd op een beleidsneutrale omzetting van het bestaande standplaatsenbeleid. Dat beleid biedt geen ruimte voor jaarrond innemen van een standplaats. Die discussie is met het ingediende beroepschrift door het college niet losgemaakt. Het beleidsneutrale uitgangspunt, zoals door de raad in het parapluplan is opgenomen, is gevolgd. Met betrekking tot de maatvoeringen is dat anders omdat dat om een evidente omissie in de regels gaat en dat leent zich voor een reparatie. Vandaar het herstelbesluit.
De eigenaren van de kramen is de onmogelijkheid van jaarrond plaatsing op basis van het bestaande beleid tot dusver ook altijd meegedeeld. Hen is te kennen gegeven dat daarvoor eerst het beleid aangepast moet worden. Dat proces is nu gaande.
De discussie over het jaarrond innemen van standplaatsen moet in het kader van dat proces worden gevoerd. Als nu alsnog het jaarrond innemen van standplaatsen wordt toegelaten, moet het parapluplan inhoudelijk worden gewijzigd (want dan is er geen sprake meer van beleidsneutrale omzetting en zouden ook andere elementen van het bestaande beleid ter discussie gesteld moeten kunnen worden) en moet ook worden afgewogen of dat voor meerdere locaties zou kunnen gelden, moet dat overlegd worden met de provincie en moet bekeken worden in hoeverre dat op basis van overige regels aanvaardbaar is. Dat is binnen de lopende beroepsprocedure niet passend om te doen.
4
5. Er wordt in reactie op de provinciale zienswijze gesteld dat de ruimtelijke relevantie en effecten ten aanzien van het jaarrond innemen van een standplaats discutabel zijn, volgt de gemeente de provincie.
Zeker nu er sprake is van een discutabel karakten ten aanzien van de stellingname van de provincie is het zinvol dat de raad kennis kan nemen van de argumentatie rond ruimtelijke relevantie en de mogelijke effecten.
Wij verwachten deze informatie voor de volgende beraadslaging.
Op welke termijn is het college voornemens deze informatie te verstrekken?
De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van het parapluplan zelf met de reactie op de zienswijzen van de provincie ingestemd. De zienswijze van de provincie ziet met name op de standplaatsen in de Natura 2000 gebieden. Dat heeft geleid tot de inhoud van het parapluplan. De ruimtelijke relevantie en effecten zijn vooreerst alleen aan de orde ten aanzien van de standplaatsen op de Veerhaven. Zoals hiervoor gezegd loopt het proces van het standplaatsenbeleid nu en past die discussie beter binnen dat proces, mede ook in samenhang met het hele havenproject. Er dient integraal gekeken worden naar de inpasbaarheid en de wenselijkheid van jaarrond plaatsing op het Veerhaventerrein. Dat is binnen de procedure van het herstelbesluit en de lopende beroepsprocedure niet haalbaar.
Bekijk de brief: 13.A. 20231024 Memo College inzake beantwoording vragen CDA
Bron: raadsinformatie van de gemeente Terschelling (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.