Schriftelijke Vragen Herschrijving van geschiedenis Park Rusthoff FVD - Schriftelijke Vragen He
Een raadslid stelde op 20 maart 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Teylingen (3 vragen).
In het kort
3 vragen en wat het college antwoordt
- Heeft de gemeente zich actief bemoeid met de totstandkoming van deze lesbrief? → Zo nee, waarom overhandigt de burgemeester dan het eerste exemplaar?
- Heeft de gemeente geld beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling en verspreiding van deze lesbrief? → Zo ja, hoeveel?
- Waarom wordt belastinggeld gebruikt voor een project dat waarschijnlijk een eenzijdige en activistische kijk op ons verleden zal presenteren? → 4.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Heeft de gemeente zich actief bemoeid met de totstandkoming van deze lesbrief?
Antwoord van het college
Zo nee, waarom overhandigt de burgemeester dan het eerste exemplaar?
Vraag 2
Heeft de gemeente geld beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling en verspreiding van deze lesbrief?
Antwoord van het college
Zo ja, hoeveel?
Vraag 3
Waarom wordt belastinggeld gebruikt voor een project dat waarschijnlijk een eenzijdige en activistische kijk op ons verleden zal presenteren?
Antwoord van het college
4. Is de gemeenteraad op enig moment betrokken geweest bij de besluitvorming over dit project, of wordt dit de inwoners van Teylingen gewoon opgedrongen? 5. Kan het college garanderen dat deze lesbrief een neutrale, historischwetenschappelijke benadering hanteert, zonder ideologische vertekening? 6. Wordt in de lesbrief ook aandacht besteed aan de context van wereldwijde slavernij, waaronder de prominente rol van Arabische en Afrikaanse slavenhandelaren? 7. Wordt benadrukt dat Nederland niet ‘rijk is geworden’ door slavernij, zoals linkse activisten vaak beweren, maar dat slavernij slechts een klein percentage van de economie uitmaakte? 8. Welke historici of wetenschappelijke instellingen hebben deze lesbrief beoordeeld en is er controle op feitelijke juistheid? 9. Kan het college garanderen dat deze lesbrief niet wordt gebruikt om kinderen een schuldcomplex aan te praten over een verleden waar zij part noch deel aan hebben? 10. Hoe voorkomt de gemeente dat deze lesbrief wordt ingezet als politiek instrument om jongeren te doordringen van een anti-Nederlands sentiment? 11. Hoe rijmt dit initiatief met het idee van objectief burgerschapsonderwijs, waarin meerdere perspectieven op de geschiedenis worden geboden? 12. Waarom is ervoor gekozen om specifiek het koloniale verleden van Park Rusthoff uit te lichten? Is er geen ander historisch erfgoed dat aandacht verdient? 13. Vindt het college het wenselijk dat deze eenzijdige focus op het ‘foute’ verleden bijdraagt aan verdere polarisatie in de samenleving? 14. Is de gemeente voornemens om vergelijkbare initiatieven te steunen die juist de grootse en positieve kanten van de Nederlandse geschiedenis belichten? 15. Is het college bereid dit ‘educatieve programma’ en alle bijbehorende documenten openbaar te maken en te delen met de gemeenteraad? Zo nee, waarom niet? Datum antwoordbesluit college: … Antwoord college: Vraag 1: Heeft de gemeente zich actief bemoeid met de totstandkoming van deze lesbrief? Zo nee, waarom overhandigt de burgemeester dan het eerste exemplaar? Antwoord 1: De gemeente heeft zich niet actief bemoeid met de totstandkoming van de lesbrief. De burgemeester was aanwezig bij de presentatie van het lesprogramma, maar heeft verder geen rol gehad behalve het ontvangen of overhandigen van een eerste exemplaar. Vraag 2: Heeft de gemeente geld beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling en verspreiding van deze lesbrief? Zo ja, hoeveel? Antwoord 2: De gemeente heeft geen geld beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling en verspreiding van deze lesbrief. Vraag 3: Waarom wordt belastinggeld gebruikt voor een project dat waarschijnlijk een eenzijdige en activistische kijk op ons verleden zal presenteren? Antwoord 3: Het Erfgoedhuis Zuid-Holland heeft ons aangegeven dat een van de doelen van dit project juist is om een meerstemmige kijk op ons verleden toe te passen waarbij de geschiedenis vanuit verschillende perspectieven wordt belicht en gebaseerd op deugdelijk historisch onderzoek. Dit project is tot stand gekomen via de subsidieregeling erfgoedlijn landgoederenzone van de provincie Zuid-Holland. Vraag 4: Is de gemeenteraad op enig moment betrokken geweest bij de besluitvorming over dit project, of wordt dit de inwoners van Teylingen gewoon opgedrongen? Antwoord 4: Het is geen gemeentelijk project. De gemeenteraad is daarom niet betrokken geweest bij de besluitvorming over dit project. Het is een gratis aangeboden lesprogramma en scholen maken zelf de keuze of ze dit lesprogramma willen boeken. Vraag 5: Kan het college garanderen dat deze lesbrief een neutrale, historischwetenschappelijke benadering hanteert, zonder ideologische vertekening? Antwoord 5: Het is geen gemeentelijk project. Het Erfgoedhuis heeft ons aangegeven dat alle betrokken projectmedewerkers een wetenschappelijke opleidingen gevolgd hebben in relevante onderzoeksdisciplines en werken als educatieprofessionals voor instellingen op het gebied van erfgoed- en cultuureducatie zonder ideologische invalshoek. Vraag 6: Wordt in de lesbrief ook aandacht besteed aan de context van wereldwijde slavernij, waaronder de prominente rol van Arabische en Afrikaanse slavenhandelaren? Antwoord 6: Binnen het educatieve programma wordt tijdens de introductie tot dit onderwerp ook de internationale context van slavenhandel in deze periode belicht. Vraag 7: Wordt benadrukt dat Nederland niet ‘rijk is geworden’ door slavernij, zoals linkse activisten vaak beweren, maar dat slavernij slechts een klein percentage van de economie uitmaakte? Antwoord 7: In deze lessen wordt geen nadrukt gelegd op de invloed van slavernij op de nationale Nederlandse economie. Wel wordt er besproken hoe er een directe en historisch aantoonbare link te leggen valt tussen de opbrengsten van plantages en slavenhandel en de compensatie voor ‘verlies van bezit’ voor eigenaren van slaafgemaakte mensen na de afschaffing van de slavernij en de financiering van buitenplaatsen door rijke families. Vraag 8: Welke historici of wetenschappelijke instellingen hebben deze lesbrief beoordeeld en is er controle op feitelijke juistheid? Antwoord 8: Zoals eerder benoemd hebben alle betrokken projectmedewerkers een wetenschappelijke opleiding gevolgd in relevante onderzoeksdisciplines en werken als educatieprofessional voor instellingen op het gebied van erfgoed- en cultuureducatie. De betrokken instellingen en organisaties zijn Erfgoedhuis Zuid-Holland, Kunstgebouw en Stichting Stil Verleden. Verder hebben ook Cultuureducatiegroep, Stichting Beheer Park Rusthoff en Stichting Oud Sassenheim de mogelijkheid gehad om gedurende het ontwikkelproces mee te lezen en te controleren op feitelijke onjuistheden. Vraag 9: Kan het college garanderen dat deze lesbrief niet wordt gebruikt om kinderen een schuldcomplex aan te praten over een verleden waar zij part noch deel aan hebben? Antwoord 9: Het is geen gemeentelijke lesbrief. Het Erfgoedhuis geeft ons aan dat tijdens de ontwikkeling van dit project er op proactieve wijze voor gezorgd is dat de gebruikte werkvormen ruim voldoende ruimte laten voor leerlingen om hun eigen gevoelens en meningen rond dit onderwerp te ontwikkelen en te uiten. Vraag 10: Hoe voorkomt de gemeente dat deze lesbrief wordt ingezet als politiek instrument om jongeren te doordringen van een anti-Nederlands sentiment? Antwoord 10: Het is geen gemeentelijke lesbrief. Vraag 11: Hoe rijmt dit initiatief met het idee van objectief burgerschapsonderwijs, waarin meerdere perspectieven op de geschiedenis worden geboden? Antwoord 11: Binnen dit onderwijsprogramma wordt veel ruimte gegeven aan multiperspectiviteit en daarmee sluit het geheel aan op de doelen die door Stichting Leerplanontwikkeling gesteld zijn voor burgerschapsonderwijs. Vraag 12: Waarom is ervoor gekozen om specifiek het koloniale verleden van Park Rusthoff uit te lichten? Is er geen ander historisch erfgoed dat aandacht verdient? Antwoord 12: Het Erfgoedhuis geeft ons aan dat de keuze voor een lesproject over het koloniale verleden van Park Rusthoff enerzijds geïnspireerd is door het onderzoek in opdracht van de Provincie Zuid-Holland, waaruit bleek dat de koloniale geschiedenis van buitenplaatsen nog weinig belicht werd en dat er behoefte was aan meer kennis en educatie op dit vlak. Daarnaast is er binnen de Canon van Nederland, die veel door het onderwijs gebruikt wordt, al sinds 2006 een canonvenster Slavernij, sinds de vernieuwing in 2020 is canonvenster Anton de Kom daaraan toegevoegd. Dit project staat niet op zichzelf en sluit aandacht voor ander erfgoed absoluut niet uit. Integendeel, door de waarde en educatieve potentie van lokaal erfgoed te benadrukken, draagt het juist bij aan een bredere erkenning van erfgoed als essentieel onderdeel van geschiedenis- en burgerschapsonderwijs. Bovendien omvat het lesproject een opdracht waarin leerlingen onderzoeken welke andere sporen van het slavernijverleden in Nederland te vinden zijn, om te laten zien dat Park Rusthoff geen uitzondering is, maar deel uitmaakt van een groter historisch geheel. Vraag 13: Vindt het college het wenselijk dat deze eenzijdige focus op het ‘foute’ verleden bijdraagt aan verdere polarisatie in de samenleving? Antwoord 13: Het college vindt de focus van dit project niet eenzijdig en het koloniale verleden van Park Rusthoff wordt geplaatst in de brede context van de geschiedenis, waardoor kinderen genuanceerde meningen en gevoelens ontwikkelen over het verleden. Verder wordt, door te werken aan verschillende leerdoelen in het burgerschapsonderwijs zoals deze gesteld zijn door Stichting Leerplanontwikkeling, juist gewerkt aan meerstemmigheid, dialoog en het tegengaan van polarisatie. Vraag 14: Is de gemeente voornemens om vergelijkbare initiatieven te steunen die juist de grootse en positieve kanten van de Nederlandse geschiedenis belichten? Antwoord 14: Het is geen gemeentelijke lesbrief, maar het college steunt initiatieven die bijdragen een de verschillende leerdoelen in het burgerschapsonderwijs. Daarmee wordt gewerkt aan meerstemmigheid, dialoog en het tegengaan van polarisatie. Vraag 15: Is het college bereid dit ‘educatieve programma’ en alle bijbehorende documenten openbaar te maken en te delen met de gemeenteraad? Zo nee, waarom niet? Antwoord 15: De lesbrief van dit educatieve programma is vanaf het moment van lancering (19 maart 2025) publiek toegankelijk en vindbaar op de website van Erfgoedhuis Zuid-Holland https://www.erfgoedhuis-zh.nl/themas/educatie/educatiefproject-rusthoff/ en via de website van Verwonder om de Hoek, het online platform van de Cultuureductiegroep https://verwonderomdehoek.nl/activiteiten/koloniale-sporenvan-park-rusthoff1/. Datum afhandeling raadsvergadering: Bijlagen: SCHRIFTELIJKE VRAAG In artikel 32 van het Reglement van Orde is aangegeven welke procedure van toepassing is op schriftelijke vragen en mondelinge vragen. Schriftelijke vragen In het kort zijn er de volgende eisen aan het indienen van schriftelijke vragen ingevolge artikel 32 RvO te verbinden: schriftelijke vragen worden ingediend bij de voorzitter, via de griffier. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden gebracht. Beantwoording van schriftelijke vragen door het college vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijke dan wel mondelinge beantwoording wordt verlangd. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording binnen de gestelde termijn niet mogelijk is stelt het verantwoordelijk lid van het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, met daarbij aangegeven de beantwoordingtermijn. De antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van het college aan de leden van de raad medegedeeld De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de ingekomen stukken aan de leden van de raad toegezonden. De vragensteller kan, bij mondelinge beantwoording in dezelfde raad en bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raad, nadere inlichtingen vragen omtrent het gegeven antwoord (na behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen). In het presidium is afgesproken dat zolang er geen beantwoording op de schriftelijke vraag is ontvangen of gegeven er geen inhoudelijk discussie kan plaatsvinden omtrent de schriftelijke vraag. In de toelichting van het RvO is het volgende aangegeven: Het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking. In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen over het antwoord te vragen aan degene die het antwoord heeft gegeven. Indien de vragensteller van mening is, dat de beantwoording van de vragen tot een besluit van de raad moet leiden, kan hij het recht van initiatief of het interpellatierecht benutten om het onderwerp of het voorstel op de agenda van de raad te krijgen.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Teylingen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.