schriftelijke vragen Tennispark Oosthout Fuchsiastraat 1-3 - beantwoording schrif
Een raadslid stelde op 2 juni 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Teylingen (3 vragen).
In het kort
3 vragen en wat het college antwoordt
- De parkeerdruk in de omliggende wijk wordt als zeer hoog ervaren. → Is het college het met de indieners eens dat deze ontwikkeling bij voorbaat zorgt voor een hogere parkeerdruk na ontwikkeling van het gebied?
- Het door de gemeente gepresenteerde parkeeronderzoek spitst zich vooralsnog toe op wegen ten zuiden van het voormalig tennispark (Fuchsiastraat, Begoniahof, Geraniumhof). → Waarom zijn de andere dichtbijgelegen straten zoals de Krooshof en de Waterlelieweg niet meegenomen in het voorbereidende parkeeronderzoek?
- Recent is nieuw parkeerbeleid vastgesteld door de raad. → Zo nee, waarom niet?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
SCHRIFTELIJKE VRAGEN (artikel 32 RvO) (Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijk of mondelinge beantwoording wordt verlangd. De vragen worden digitaal bij de griffier ingediend. Beantwoording is zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 30 dagen na indiening)
Van (naam raadslid)
Martijn van Duijvenbode & Fons Welters (Trilokaal), Martijn de Ruiter & Stefanie de Voogd (VVD)
Aan
De voorzitter van de raad
Onderwerp:
Woningbouwplannen voormalig tennispark Oosthout
Ingediend d.d.
26 mei 2025
Verzoekt mondelinge/ schriftelijke beantwoording
Schriftelijk
Datum doorgezonden aan college/overige raadsleden door griffie:
Inhoud schriftelijke vraag
Al een aantal jaar zijn er plannen in ontwikkelingen voor woningbouw op het voormalig tennispark Oosthout in Voorhout. Inmiddels is er een officieel verzoek ingediend door de initiatiefnemer. In maart van dit jaar heeft er een tweede inloopavond plaatsgevonden waarbij inwoners kennis konden nemen van de (meest recent gewijzigde) conceptplannen. De fracties van Trilokaal en VVD vingen op dat veel aanwezigen van de inloopavonden zich zorgen maken over de plannen, ambities en voorbereidingen, met name op het gebied van ontsluiting en parkeren.
De fracties van Trilokaal en VVD realiseren zich dat het project zich nog in een vroeg stadium bevindt en dat participatie vooraf bij het proces hoort. Gezien de zorgen bij omwonenden zien de fracties dit echter als een goed moment om meer duidelijkheid te verkrijgen over een aantal zaken met de volgende vragen:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
De parkeerdruk in de omliggende wijk wordt als zeer hoog ervaren. Onder andere een deel van de auto's die nu in de Fuchsiastraat staan geparkeerd zouden dadelijk op de parkeerplaatsen van de nieuwe wijk moeten komen te staan. Echter, zijn de parkeerplekken in de plantekeningen hier niet op berekend zo blijkt uit de informatie gedeeld tijdens de informatieavond. Ook lijkt er geen rekening te zijn gehouden met de parkeerruimte norm voor bezoekers. Hoe ziet het College dit?
Antwoord van het college
Is het college het met de
indieners eens dat deze ontwikkeling bij voorbaat zorgt voor een hogere parkeerdruk na ontwikkeling van het gebied? Zo nee, waarom niet?
Vraag 2
Het door de gemeente gepresenteerde parkeeronderzoek spitst zich vooralsnog toe op wegen ten zuiden van het voormalig tennispark (Fuchsiastraat, Begoniahof, Geraniumhof). Waar is deze keuze op gebaseerd?
Antwoord van het college
Waarom zijn de andere dichtbijgelegen straten zoals de Krooshof en de Waterlelieweg niet meegenomen in het voorbereidende parkeeronderzoek?
Vraag 3
Recent is nieuw parkeerbeleid vastgesteld door de raad. Daarin is als uitgangspunt opgenomen dat bij nieuwe ontwikkelingen extra ruimte wordt ingericht ten behoeve van mogelijke uitbreiding van de parkeermogelijkheden in de toekomst. Is het college voornemens dit uitgangspunt actief toe te passen op de planvorming van dit project?
Antwoord van het college
Zo nee, waarom niet?
Datum antwoordbesluit college:
Antwoord college: [Herhaal de vragen en geef daaronder het antwoord van het college aan]
Vraag 1: Er ligt een vergunningsaanvraag voor een tijdelijke ontsluiting voor het bouwverkeer vanaf de Nijverheidsweg. Deze nieuwe weg zou ook ideaal zijn voor permanente ontsluiting, zo geven veel bezoekers van de inloopavond aan. De gemeente maakt echter melding dat er al besloten is om hier geen permanente ontsluiting te willen realiseren in verband met de brandweer. Is dit correct, waar is dit besluit op gebaseerd en hoe is deze tot stand gekomen?
Antwoord 1: Er is een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het realiseren van een tijdelijke bouwweg. Deze aanvraag wordt op dit moment beoordeeld en staat daarmee los van het principeverzoek voor het realiseren van woningen.
In mei 2025 een principeverzoek ingediend voor het realiseren van 80 woningen op het perceel van het voormalige tennispark. Dit principeverzoek wordt op dit moment beoordeeld. Er is daarmee nog geen besluitvorming.
Voor het principeverzoek is wel al bekend dat de brandweer het tracé van de tijdelijke bouwweg niet geschikt vindt als een calamiteitenroute voor de definitieve fase. Reden hiervoor is dat deze route niet geschikt is voor een redvoertuig en ander zwaar materieel (zoals de WTS500 voertuigen) van de brandweer. De boogstraal is te krap. Nood- en hulpdiensten, maar ook andere vrachtauto’s, kunnen hierdoor de route niet gebruiken.
De verwachting is daarom dat het tracé van de tijdelijke bouwweg niet permanent ingezet kan worden als calamiteitenroute en daarmee ook niet als permanente ontsluiting voor regulier verkeer.
Daarnaast wordt permanent ontsluiten via de Nijverheidsweg (industrieterrein) ook afgeraden vanwege verkeers- en sociale onveiligheid. Industriële wegen zijn anders ingericht dan woonstraten en bieden minder mogelijkheden voor snelheidsremmers.
Hierdoor kunnen hoge snelheden ontstaan. Daarnaast ontbreekt sociale controle, wat met name 's avonds en 's nachts een gevoel van onveiligheid kan geven.
Vraag 2: Bij het eerste ontwerp zou er ook ontsluiting met wijk in/wijk uit op tafel liggen als optie, waarbij zowel de Fuchsiastraat als de Nijverheidsweg wordt gebruikt. Is deze optie van tafel?
Antwoord 2: Zie antwoord vraag 1.
Vraag 3: De daadwerkelijke ontsluiting van de nieuw te bouwen wijk zou in het laatste ontwerp nu enkel gerealiseerd moeten worden via de Fuchsiastraat, een zeer smalle weg.
Deze weg zal moeten worden verbreed. Hoe ziet het College voor zich dat deze
verbreedde weg aansluit op het (oude) wegprofiel van de omliggende wijk?
Antwoord 3: In de huidige situatie voldoet de straat al aan gestelde maatvoering, zoals opgenomen in de LIOR: Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) en het ASVV:
Aanbevelingen voor Verkeersvoorzieningen Binnen de Bebouwde Kom (ASVV). De straat is dus niet te smal. Wel spelen er andere zaken waardoor de straat verbeterd dient te worden.
Voor het nieuwe ontwerp van de Fuchsiastraat worden de inrichtingsmaatregelen voor een erftoegangsweg 30 km/u toegepast. Het ontwerp van de straat sluit hierdoor aan op de rest van de wijk. Momenteel wordt het schetsontwerp voor een deel van de Fuchsiastraat verder uitgewerkt tot een voorlopig ontwerp door verkeersbureau Kragten.
Hierbij worden de landelijke inrichtingskenmerken gebruikt van het CROW: Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW).
Vraag 4: De parkeerdruk in de omliggende wijk wordt als zeer hoog ervaren. Onder andere een deel van de auto's die nu in de Fuchsiastraat staan geparkeerd zouden dadelijk op de parkeerplaatsen van de nieuwe wijk moeten komen te staan. Echter, zijn de parkeerplekken in de plantekeningen hier niet op berekend zo blijkt uit de informatie gedeeld tijdens de informatieavond. Ook lijkt er geen rekening te zijn gehouden met de parkeerruimte norm voor bezoekers. Hoe ziet het College dit? Is het college het met de indieners eens dat deze ontwikkeling bij voorbaat zorgt voor een hogere parkeerdruk na ontwikkeling van het gebied? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4: Voor de ontwikkeling is een parkeerbalans opgesteld. De parkeerbalans geeft inzicht in de vraag naar parkeerplaatsen in het plangebied, rekening houdend met het woningbouwplan. Aan elk woningtype hangt een bepaalde parkeernorm, op basis van deze gegevens kan worden bepaald hoeveel parkeerplaatsen er nodig zijn binnen het plangebied (op eigen terrein). In de parkeerberekening is de bezoekersnorm wel meegenomen. Voor de berekening zijn norm voor bewoners en bezoekers samengevoegd tot één norm.
De parkeersituatie van de bestaande woonwijk staat echter los van de woningbouwontwikkeling. Vanwege de grote zorgen van de omgeving wordt de parkeersituatie momenteel onderzocht door onderzoeksbureau Kragten.
Vraag 5: Het door de gemeente gepresenteerde parkeeronderzoek spitst zich vooralsnog toe op wegen ten zuiden van het voormalig tennispark (Fuchsiastraat, Begoniahof, Geraniumhof). Waar is deze keuze op gebaseerd? Waarom zijn de andere dichtbijgelegen straten zoals de Krooshof en de Waterlelieweg niet meegenomen in het voorbereidende parkeeronderzoek?
Antwoord 5: De onderzoeksvraag gaat primair over het te hardrijden en parkeeroverlast op de Fuchsiastraat. Dit in relatie met de komst van de nieuwbouwontwikkeling.
Gezien de nieuwe woningen ontsloten worden via de Fuchsiastraat, is er gekozen om in het (parkeer)onderzoek enkel straten mee te nemen die direct via de Fuchsiastraat te bereiken zijn: Begoniahof en Geraniumhof. De ander genoemde straten ontsluiten indirect op de Fuchiastraat.
Vraag 6: Recent is nieuw parkeerbeleid vastgesteld door de raad. Daarin is als uitgangspunt opgenomen dat bij nieuwe ontwikkelingen extra ruimte wordt ingericht ten behoeve van mogelijke uitbreiding van de parkeermogelijkheden in de toekomst. Is het college voornemens dit uitgangspunt actief toe te passen op de planvorming van dit project? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6: Doordat er in de berekening van benodigde parkeerplaatsen geen rekening is gehouden met aanwezigheidspercentages, worden er in het plan al meer parkeerplaatsen gerealiseerd dan dat er daadwerkelijk nodig zijn volgens het parkeerbeleid. Het gaat hierbij om circa 13 (extra) parkeerplaatsen. Hierdoor wordt tegemoetgekomen aan de parkeeroverlast die bewoners van de omliggende straten ervaren.
Datum afhandeling raadsvergadering:
Bijlagen:
SCHRIFTELIJKE VRAAG In artikel 32 van het Reglement van Orde is aangegeven welke procedure van toepassing is op schriftelijke vragen en mondelinge vragen.
Schriftelijke vragen In het kort zijn er de volgende eisen aan het indienen van schriftelijke vragen ingevolge artikel 32 RvO te verbinden: schriftelijke vragen worden ingediend bij de voorzitter, via de griffier. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden gebracht.
Beantwoording van schriftelijke vragen door het college vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen.
Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijke dan wel mondelinge beantwoording wordt verlangd.
Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering.
Indien beantwoording binnen de gestelde termijn niet mogelijk is stelt het verantwoordelijk lid van het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, met daarbij aangegeven de beantwoordingtermijn.
De antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van het college aan de leden van de raad medegedeeld De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de ingekomen stukken aan de leden van de raad toegezonden.
De vragensteller kan, bij mondelinge beantwoording in dezelfde raad en bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raad, nadere inlichtingen vragen omtrent het gegeven antwoord (na behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen).
In het presidium is afgesproken dat zolang er geen beantwoording op de schriftelijke vraag is ontvangen of gegeven er geen inhoudelijk discussie kan plaatsvinden omtrent de schriftelijke vraag.
In de toelichting van het RvO is het volgende aangegeven:
Het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester behoren.
Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking.
In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen over het antwoord te vragen aan degene die het antwoord heeft gegeven. Indien de vragensteller van mening is, dat de beantwoording van de vragen tot een besluit van de raad moet leiden, kan hij het recht van initiatief of het interpellatierecht benutten om het onderwerp of het voorstel op de agenda van de raad te krijgen.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Teylingen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.