Schriftelijke vragen Zekerheid agrariers bij gewasbeschermingsmiddelen FVD - Schriftelijke vrag
Een raadslid stelde op 25 maart 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Teylingen (11 vragen).
In het kort
11 vragen en wat het college antwoordt
- Is het college op de hoogte van de ontstane situatie waarin agrariërs te maken hebben met een vergunningplicht, terwijl er in de praktijk nog nauwelijks vergunningen… → *
- Deelt het college de opvatting dat agrariërs hun werkzaamheden moeten kunnen voortzetten zolang er geen duidelijk, uitvoerbaar en handhaafbaar vergunningenkader is… → 3.
- Kan het college bevestigen dat agrariërs in Teylingen op dit moment hun reguliere teelt en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kunnen voortzetten zonder risico op… → Het is niet aan het college om te oordelen of agrariërs zonder risico op handhaving hun reguliere teelt kunnen voortzetten.
- Als dit niet met zekerheid kan worden gezegd, acht het college deze situatie wenselijk? → Zo nee, welke stappen worden gezet om deze onzekerheid bij agrariërs weg te nemen?
- Is het college ermee bekend dat organisaties voornemens zijn handhavingsverzoeken in te dienen tegen agrariërs die gebruikmaken van gewasbeschermingsmiddelen? → Het is aan de Provincie Zuid-Holland om vergunningsaanvragen en handhavingsverzoeken in behandeling te nemen.
- Kan het college aangeven hoe wordt omgegaan met eventuele handhavingsverzoeken die betrekking hebben op agrariërs in Teylingen? → Het is aan de Provincie Zuid-Holland om vergunningsaanvragen handhavingsverzoeken in behandeling te nemen.
- Deelt het college de opvatting dat het onwenselijk is dat individuele agrariërs het risico lopen op handhaving, terwijl er nog geen duidelijk en werkbaar… → Zie het antwoord op vraag 5.
- Is het college bereid om bij eventuele handhavingsverzoeken terughoudend op te treden? → Zo nee, waarom niet?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Is het college op de hoogte van de ontstane situatie waarin agrariërs te maken hebben met een vergunningplicht, terwijl er in de praktijk nog nauwelijks vergunningen worden verleend?
Antwoord van het college
*
Vraag 2
Deelt het college de opvatting dat agrariërs hun werkzaamheden moeten kunnen voortzetten zolang er geen duidelijk, uitvoerbaar en handhaafbaar vergunningenkader is vastgesteld?
Antwoord van het college
3. Kan het college bevestigen dat agrariërs in Teylingen op dit moment hun reguliere teelt en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kunnen voortzetten zonder risico op handhaving? 4. Als dit niet met zekerheid kan worden gezegd, acht het college deze situatie wenselijk? Zo nee, welke stappen worden gezet om deze onzekerheid bij agrariërs weg te nemen? 5. Is het college ermee bekend dat organisaties voornemens zijn handhavingsverzoeken in te dienen tegen agrariërs die gebruikmaken van gewasbeschermingsmiddelen? 6. Kan het college aangeven hoe wordt omgegaan met eventuele handhavingsverzoeken die betrekking hebben op agrariërs in Teylingen? 7. Deelt het college de opvatting dat het onwenselijk is dat individuele agrariërs het risico lopen op handhaving, terwijl er nog geen duidelijk en werkbaar vergunningenkader bestaat? 8. Is het college bereid om bij eventuele handhavingsverzoeken terughoudend op te treden? Zo nee, waarom niet? 9. Welke rol ziet het college voor zichzelf in het beschermen van de rechtszekerheid van onze lokale agrarische sector? 10. Is er vanuit de gemeente Teylingen contact met de provincie Zuid-Holland over dit dossier, met het oog op het garanderen van duidelijkheid voor lokale agrariërs? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet? 11. Welke concrete stappen en acties mag de gemeenteraad van het college verwachten om de belangen van agrariërs in Teylingen te beschermen en ervoor te zorgen dat zij hun teelt zonder belemmeringen kunnen uitvoeren? D a t u m a n t w o o r d b e s l u i t c o l l e g e : 21 april 2026 Antwoord college: 1. Is het college op de hoogte van de ontstane situatie waarin agrariërs te maken hebben met een vergunningplicht, terwijl er in de praktijk nog nauwelijks vergunningen worden verleend? Antwoord: Het college heeft kennisgenomen van de uitspraak die de Raad van State op 2 april 2025 heeft gedaan. De uitspraak luidt dat bij gebruik van pesticiden nabij kwetsbare natuur een natuurvergunning nodig is. 2. Deelt het college de opvatting dat agrariërs hun werkzaamheden moeten kunnen voortzetten zolang er geen duidelijk, uitvoerbaar en handhaafbaar vergunningenkader is vastgesteld? Antwoord: Uit de uitspraak van de Raad van State volgt dat als niet vaststaat wat de effecten van pesticiden zijn op beschermde natuur, nader onderzoek vereist is. Zolang dat onderzoek ontbreekt is een natuurvergunning verplicht. Deze vergunning moeten agrariërs aanvragen bij de Provincie Zuid-Holland. Op de website van BIJ12 kunnen agrariërs vinden of ze een vergunning nodig hebben en waaraan een vergunningsaanvraag moet voldoen.
Vraag 3
Kan het college bevestigen dat agrariërs in Teylingen op dit moment hun reguliere teelt en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kunnen voortzetten zonder risico op handhaving?
Antwoord van het college
Het is niet aan het college om te oordelen of agrariërs zonder risico op handhaving hun reguliere teelt kunnen voortzetten. Zoals omschreven in het antwoord op vraag 2 dienen agrariërs die het aangaat zelf een vergunning aan te vragen bij de Provincie Zuid-Holland.
Vraag 4
Als dit niet met zekerheid kan worden gezegd, acht het college deze situatie wenselijk?
Antwoord van het college
Zo nee, welke stappen worden gezet om deze onzekerheid bij agrariërs weg te nemen? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 5
Is het college ermee bekend dat organisaties voornemens zijn handhavingsverzoeken in te dienen tegen agrariërs die gebruikmaken van gewasbeschermingsmiddelen?
Antwoord van het college
Het is aan de Provincie Zuid-Holland om vergunningsaanvragen en handhavingsverzoeken in behandeling te nemen.
Vraag 6
Kan het college aangeven hoe wordt omgegaan met eventuele handhavingsverzoeken die betrekking hebben op agrariërs in Teylingen?
Antwoord van het college
Het is aan de Provincie Zuid-Holland om vergunningsaanvragen handhavingsverzoeken in behandeling te nemen.
Vraag 7
Deelt het college de opvatting dat het onwenselijk is dat individuele agrariërs het risico lopen op handhaving, terwijl er nog geen duidelijk en werkbaar vergunningenkader bestaat?
Antwoord van het college
Zie het antwoord op vraag 5.
Vraag 8
Is het college bereid om bij eventuele handhavingsverzoeken terughoudend op te treden?
Antwoord van het college
Zo nee, waarom niet? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 5.
Vraag 9
Welke rol ziet het college voor zichzelf in het beschermen van de rechtszekerheid van onze lokale agrarische sector?
Antwoord van het college
Zie het antwoord op vraag 5.
Vraag 10
Is er vanuit de gemeente Teylingen contact met de provincie Zuid-Holland over dit dossier, met het oog op het garanderen van duidelijkheid voor lokale agrariërs?
Antwoord van het college
Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Er is vanuit de gemeente Teylingen geen contact met de provincie Zuid-Holland over dit dossier. De provincie is het bevoegd gezag en het is aan de provincie om vergunningsaanvragen en handhavingsverzoeken in behandeling te nemen. Wel zegt het college toe contact op te nemen met de provincie Zuid-Holland om te informeren of er voldoende aandacht is voor dit probleem.
Vraag 11
Welke concrete stappen en acties mag de gemeenteraad van het college verwachten om de belangen van agrariërs in Teylingen te beschermen en ervoor te zorgen dat zij hun teelt zonder belemmeringen kunnen uitvoeren?
Antwoord van het college
Zie het antwoord op vraag 3 en 10. Datum afhandeling raadsvergadering: Bijlagen: * https://www.nu.nl/binnenland/6384103/na-een-jaar-zijn-er-nog-geen-vergunningenvoor-pesticiden-schandalig.html SCHRIFTELIJKE VRAAG In artikel 32 van het Reglement van Orde is aangegeven welke procedure van toepassing is op schriftelijke vragen en mondelinge vragen. Schriftelijke vragen In het kort zijn er de volgende eisen aan het indienen van schriftelijke vragen ingevolge artikel 32 RvO te verbinden: schriftelijke vragen worden ingediend bij de voorzitter, via de griffier. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden gebracht. Beantwoording van schriftelijke vragen door het college vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijke dan wel mondelinge beantwoording wordt verlangd. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording binnen de gestelde termijn niet mogelijk is stelt het verantwoordelijk lid van het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, met daarbij aangegeven de beantwoordingtermijn. De antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van het college aan de leden van de raad medegedeeld De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de ingekomen stukken aan de leden van de raad toegezonden. De vragensteller kan, bij mondelinge beantwoording in dezelfde raad en bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raad, nadere inlichtingen vragen omtrent het gegeven antwoord (na behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen). In het presidium is afgesproken dat zolang er geen beantwoording op de schriftelijke vraag is ontvangen of gegeven er geen inhoudelijk discussie kan plaatsvinden omtrent de schriftelijke vraag. In de toelichting van het RvO is het volgende aangegeven: Het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking. In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen over het antwoord te vragen aan degene die het antwoord heeft gegeven. Indien de vragensteller van mening is, dat de beantwoording van de vragen tot een besluit van de raad moet leiden, kan hij het recht van initiatief of het interpellatierecht benutten om het onderwerp of het voorstel op de agenda van de raad te krijgen.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Teylingen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.