1 oktober 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Voerendaal

Beantwoord vraag commissievergadering

Een raadslid stelde op 1 oktober 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Voerendaal.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

From: Kaelen, Mattie (Voerendaal) Sent: Fri, 25 Sep 2026 12:20:23 +0000 To: Meijerink, Frans (Voerendaal) Cc: Steenland-van Tilburg, Linda (Voerendaal) Subject: Beantwoord vraag commissievergadering Beste Frans, Hierbij de schriftelijke beantwoording van de vraag die tijdens de commissievergadering inzake de Omgevingsvisie is gesteld. Mocht je nog iets van mij nodig hebben, verneem ik dat uiteraard graag. Alvast een fijn weekend!

Vraag Naar aanleiding van een zienswijze over onder andere woningbouw, energie, natuur en Natura 2000, stelt de gemeente dat een planMER of andere milieubeoordeling op basis van de huidige inhoud niet noodzakelijk wordt geacht, omdat de visie, en dat begrijp ik ook, strategisch en richtinggevend is en geen concrete juridisch bindende locatiekeuzes of uitvoeringsmaatregelen bevat. Welke juridische en milieukundige toets ligt ten grondslag aan de conclusie dat voor deze omgevingsvisie geen planMER nodig is. En als die toets gedaan is, kan die dan aan de raad beschikbaar worden gesteld?

Antwoord De conclusie is gebaseerd op de toetsing of de omgevingsvisie:

1. een kader vormt voor toekomstige mer-(beoordelings)plichtige projecten; of

2. een passende beoordeling voor Natura 2000 vereist.

Bij de toets is niet alleen gekeken naar het strategische en richtinggevende karakter van de visie, maar vooral naar de inhoud ervan. Uit deze toetsing volgt dat de visie geen voldoende concrete of bindende keuzes bevat over locaties, aantallen, omvang, capaciteit, fasering of uitvoeringsvoorwaarden. De omgevingsvisie is inderdaad een strategisch, richtinggevend document en de vaststelling hiervan heeft geen gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Daarom is volgens de Gemeente geen plan-MER vereist.

Locatiekeuze, omvang van ontwikkelingen en de afweging van redelijke alternatieven vinden plaats bij de uitwerking in een programma, het omgevingsplan of een ander ruimtelijk besluit. Bij ieder vervolgplan wordt afzonderlijk beoordeeld of een plan-mer-procedure verplicht is. Als dat het geval is, worden de milieugevolgen en redelijke alternatieven in een plan-MER inzichtelijk gemaakt. Het ontwikkelingsspecifieke milieuonderzoek vindt daarmee plaats wanneer de aard, omvang en locatie van de ontwikkeling voldoende concreet zijn.

Ook bij een latere actualisatie van de omgevingsvisie wordt voor de nieuwe onderdelen getoetst of een mer-(beoordelings)plicht geldt of een passende beoordeling nodig is.

Met hartelijke groet, Mattie Kaelen Projectleider Omgevingsvisie

T 06 47 59 60 19 Gemeente Voerendaal | Raadhuisplein 1 |Postbus 23000 | 6367 ZG Voerendaal 045-575 3399 | Voerendaal.nl

Bekijk de brief: Beantwoord vraag commissievergadering

Bron: raadsinformatie van de gemeente Voerendaal (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Voerendaal

Alle artikel 35-vragen in Voerendaal