24 september 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Voorschoten

Meerkoeteiland vaarfunctie en baggerwerkzaamheden

Een raadslid stelde op 24 september 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten (12 vragen).

In het kort

12 vragen en wat het college antwoordt

  • Integrale aanpak vaarroute Vraag 1. → Antwoord 1.
  • Oorspronkelijke ontwerpuitgangspunten Vraag 4. → Antwoord 4.
  • Gemeentelijke keuze ten aanzien van de vaarfunctie Uit correspondentie met Hoogheemraadschap van Rijnland blijkt dat een vaarfunctie van watergangen een gemeentelijke… → Antwoord 7.
  • Continuering van de vaarfunctie in 2015 Vraag 10. → Antwoord 10.
  • Tegenstrijdigheid tussen beleid en investeringen Vraag 13. → Antwoord 13.
  • Historische besluitvorming Vraag 18. → Antwoord 18.
  • Bereikbaarheid bewoners Vraag 21. → Antwoord 21.
  • Planning werkzaamheden Vraag 24. → Antwoord 24.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Schriftelijke vragen ex Artikel 39 Reglement van Orde gemeenteraad Voorschoten Datum 25-08-2026 Datum verzending 25-08-026 Nummer vraag 458 Behandelaar Erik van Noort Ons zaaknummer Z/26/112271/496798 Portefeuillehouder Wethouder Van Hellemondt Bijlage Ja Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen 458 FVD over Meerkoeteiland vaarfunctie en baggerwerkzaamheden Geachte Raad, Door de Forum voor Democratie-fractie zijn op 19 juni 2026 vragen gesteld met betrekking tot Meerkoeteiland vaarfunctie en baggerwerkzaamheden . Het betreft informatieve vragen inzake Baggerwerkzaamheden van de watergangen.

Naar aanleiding van de aangekondigde baggerwerkzaamheden rondom het Meerkoeteiland en de Roerdompwerf De beantwoording van deze vragen treft u hieronder aan.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Integrale aanpak vaarroute Vraag 1. Kan het college aangeven waarom uitsluitend de watergangen binnen het huidige projectgebied worden uitgebaggerd en niet tevens de aansluitende vaarroute via de Molensloot richting de Vliet?

Antwoord van het college

Antwoord 1. Ja, het Hoogheemraadschap vindt dat deze vaarroute waterstaatkundig voldoet (oftewel voldoende afvoercapaciteit heeft). Deze hoeft om die reden dus niet gebaggerd te worden. De gemeente baggert op basis van door het Hoogheemraadschap van Rijnland gestelde waterstaatkundige eisen. Dit betekent dat het Hoogheemraadschap een minimale diepte en breedte eist vanwege de benodigde afvoercapaciteit naar het gemaal. Dit is opgenomen in de legger. De legger is een juridische regeling. In de legger oppervlaktewateren is vastgelegd wat de minimaal vereiste afmetingen zijn van oppervlaktewateren, zoals meren, plassen, sloten enzovoort en wie verantwoordelijk is voor het onderhoud en wat het onderhoud precies inhoudt.

Het Hoogheemraadschap schrijft de gemeente voor welke waterpartijen gebaggerd moeten worden.

Vraag 2. Is onderzocht wat het effect is van het gedeeltelijk uitbaggeren van een vaarroute waarvan de overige delen sterk zijn dichtgeslibd en overgroeid met waterplanten?

Antwoord 2. Nee, dit is niet door de gemeente onderzocht.

Vraag 3. Waarom is niet gekozen voor een integrale aanpak van de volledige vaarroute?

Antwoord 3. Zie het antwoord op vraag 1. De gemeente baggert volgens de eisen van het Hoogheemraadschap van Rijnland .

Vraag 2

Oorspronkelijke ontwerpuitgangspunten Vraag 4. Kan het college bevestigen dat volgens de oorspronkelijke ontwerptekeningen van de wijk en de bruggen een profieldiepte van circa 1,30 meter als uitgangspunt gold?

Antwoord van het college

Antwoord 4. Ja, in de bestekstekeningen van Meerkoet eiland staat een ontwerpdiepte van ongeveer 1,3 m.

Vraag 5. Beschikt het college over aanvullende ontwerpstukken waaruit blijkt welke vaardiepte oorspronkelijk werd beoogd?

Antwoord 5. Nee daar beschikt het college niet over. De diepte is beschreven in de legger van het Hoogheemraadschap van Rijnland Legger oppervlaktewateren - Hoogheemraadschap van Rijnland. Deze legger bepaalt de functie en diepte van het water ter plaatse. Historische dieptes op basis van aanleg zijn niet bepalend voor de minimale diepte van oppervlaktewateren. Het Hoogheemraadschap kan hierin aanpassingen maken indien de situatie daarom vraagt.

Vraag 6. Deelt het college de opvatting dat deze ontwerpuitgangspunten onderdeel vormden van de oorspronkelijke inrichting van het Meerkoeteiland?

Antwoord 6. Ja, Zie ook antwoord vraag 4.

Vraag 3

Gemeentelijke keuze ten aanzien van de vaarfunctie Uit correspondentie met Hoogheemraadschap van Rijnland blijkt dat een vaarfunctie van watergangen een gemeentelijke keuze is en dat met andere gemeenten afspraken worden gemaakt om een dergelijke functie in stand te houden. Tevens blijkt uit deze correspondentie dat vanuit de gemeente aan Rijnland zou zijn medegedeeld dat uitsluitend de Vliet binnen de gemeente als vaarweg wordt beschouwd. Vraag 7. Kan het college bevestigen dat aan Hoogheemraadschap van Rijnland is medegedeeld dat uitsluitend de Vliet binnen de gemeente als vaarweg wordt beschouwd?

Antwoord van het college

Antwoord 7. Nee, deze correspondentie is niet teruggevonden in het archief. Inderdaad heeft alleen de provincie de Vliet als vaarweg door Voorschoten in beheer. Zie link: Vaarweg Voorschoten - Katwijk | Provincie Zuid-Holland.

Vraag 8. Op grond van welk besluit is dit standpunt gebaseerd?

Antwoord 8. Niet van toepassing. Er is geen besluit genomen.

Vraag 9. Kan het college de onderliggende stukken, memo ’s en correspondentie hierover beschikbaar stellen?

Antwoord 9. Niet van toepassing. Er is geen besluit genomen.

Vraag 4

Continuering van de vaarfunctie in 2015 Vraag 10. Kan het college bevestigen dat de oorspronkelijke beweegbare bruggen in 2015 zijn vervangen door nieuwe beweegbare bruggen?

Antwoord van het college

Antwoord 10. Ja.

Vraag 11. Kan het college alle tekeningen, bestekken, berekeningen, aanbestedingsstukken, besluitvormingsstukken en overige projectdocumentatie betreffende de vervanging van de bruggen in 2015 beschikbaar stellen?

Antwoord 11. Het college kan alleen besluitvormingsstukken beschikbaar stellen. Het betreft de bouwvergunning van Meerkoeteiland , zie Bijlage 1. Bouwvergunning Meerkoeteiland.

Vraag 12. Welke ontwerpuitgangspunten ten aanzien van de vaarfunctie, doorvaartbreedte, doorvaarthoogte en vaardiepte zijn daarbij gehanteerd?

Antwoord 12. De brug was afgeschreven en diende te worden vervangen. De bestaande brug was hiermee het ontwerpuitgangspunt. Er waren geen andere ontwerpuitgangspunten.

Vraag 5

Tegenstrijdigheid tussen beleid en investeringen Vraag 13. Indien het standpunt van de gemeente is dat de wateren rondom het Meerkoeteiland geen vaarfunctie hebben, waarom heeft de gemeente dan in 2015 gemeenschapsgeld besteed aan de vervanging van de bestaande beweegbare bruggen door opnieuw beweegbare bruggen?

Antwoord van het college

Antwoord 13. Dit was een beheerkeuze. Bij beheer vervangen we in principe één op één wat er ligt. Dit was nu ook het geval.

Vraag 14. Welke functie dienden deze beweegbare bruggen volgens het college te vervullen?

Antwoord 14. Bruggen hebben primair een verkeersfunctie, zowel voor verkeer over het water als op het water.

Vraag 15. Is destijds overwogen om vaste bruggen aan te brengen?

Antwoord 15. Nee.

Vraag 16. Zo ja, waarom is daarvan afgezien?

Antwoord 16. Niet van toepassing.

Vraag 17. Deelt het college de opvatting dat met de keuze voor nieuwe beweegbare bruggen het oorspronkelijke vaarprincipe feitelijk is bestendigd?

Antwoord 17. Nee, het is een beheerkeuze geweest.

Vraag 6

Historische besluitvorming Vraag 18. Is ooit een expliciet raadsbesluit of collegebesluit genomen om de oorspronkelijke vaarfunctie van het Meerkoeteiland te beëindigen, te beperken of los te laten?

Antwoord van het college

Antwoord 18. Nee.

Vraag 19. Indien een dergelijk besluit bestaat, kan het college dit besluit met de onderliggende stukken beschikbaar stellen?

Antwoord 19. Niet van toepassing.

Vraag 20. Indien een dergelijk besluit niet bestaat, op grond waarvan wordt dan afgeweken van de oorspronkelijke ontwerpuitgangspunten?

Antwoord 20. In ontwerp en beheer zitten verschillen. Vanuit het ontwerp en de aanleg is het beheer niet verder (aangepast) belegd, waardoor het opgenomen is zoals het in de overige wateren geldt op de Vliet na; waterbeheer zonder doorvaarfunctie.

Vraag 7

Bereikbaarheid bewoners Vraag 21. Waarom is de bewonersbrief verzonden terwijl volgens bewoners de verantwoordelijke gemeentelijke medewerker gedurende deze periode afwezig is?

Antwoord van het college

Antwoord 21. Er is een contactpersoon aangewezen bij de aannemer die de baggerwerkzaamheden uitvoert. Bewoners kunnen daar terecht voor nadere informatie en vragen.

Vraag 22. Waarom is geen direct aanspreekpunt vanuit de gemeente beschikbaar gesteld voor vragen, klachten en bezwaren?

Antwoord 22. Er is een contactpersoon aangewezen bij de aannemer als direct aanspreekpunt van de gemeente. Dit is inwonervriendelijk. Bewoners kunnen direct met hun vragen bij de aannemer terecht. Dit is directer, praktischer en werkt sneller bij vragen over uitvoering van het baggeren.

Vraag 23. Hoe worden vragen van bewoners gedurende deze periode afgehandeld?

Antwoord 23. Zie ook antwoord vraag 22, dit gebeurt via de aannemer.

Vraag 8

Planning werkzaamheden Vraag 24. Waarom is gekozen voor uitvoering van de baggerwerkzaamheden gedurende de zomerperiode, terwijl zich in het gebied een groot aantal vaartuigen bevindt?

Antwoord van het college

Antwoord 24. De uitvoeringsperiode wordt uitgevoerd conform de omgevingswet met betrekking tot de flora en fauna. De werkzaamheden liggen in de zomer stil en worden na 1 september vervolgd.

Vraag 25. Welke alternatieve uitvoeringsperioden zijn onderzocht?

Antwoord 25. Geen.

Vraag 26. Waarom is niet gekozen voor uitvoering in het najaar, wanneer de hinder voor bewoners aanzienlijk beperkter zou zijn?

Antwoord 26. Niet van toepassing. Zie antwoord vraag 24 en 25.

Vraag 9

Verplaatsing van vaartuigen Vraag 27. Hoeveel vaartuigen dienen tijdelijk te worden verplaatst?

Antwoord van het college

Antwoord 27. Voor de uitvoering is geen inventarisatie gemaakt van het exacte aantal vaartuigen. Uit de voorbereiding blijkt dat een aantal bewoners mogelijk hun vaartuig tijdelijk moet verplaatsen.

Vraag 28. Waar kunnen bewoners hun vaartuigen gedurende de werkzaamheden onderbrengen?

Antwoord 28. Dit is in principe aan de bewoners. Mochten zij een locatie op het water grenzend aan openbare ruimte op het oog hebben, dan is de gemeente bereid mee te denken aan tijdelijke plaatsing.

Vraag 29. Welke kosten voor transport, kraanwerk, tijdelijke ligplaatsen en stalling verwacht het college dat bewoners hierdoor moeten maken?

Antwoord 29. Dat is het college niet bekend. Dit zal waarschijnlijk per situatie verschillen.

Vraag 30. Worden deze kosten door de gemeente vergoed?

Antwoord 30. Nee.

Vraag 31. Zo nee, waarom niet?

Antwoord 31. Hoewel het college zich realiseert dat het eventueel verplaatsen van vaartuigen iets van bewoners vraag behoort periodiek onderhoud aan watergangen, waaronder baggerwerkzaamheden, tot het reguliere beheer van de openbare ruimte. Bewoners en gebruikers van de openbare ruimte moeten er rekening mee houden dat dergelijke werkzaamheden van tijd tot tijd noodzakelijk zijn. Het tijdelijk moeten verplaatsen van een vaartuig als gevolg van regulier onderhoud geeft in beginsel geen aanspraak op een vergoeding van kosten door de gemeente. Er is daarom geen regeling getroffen voor vergoeding van eventuele kosten die samenhangen met de tijdelijke verplaatsing van vaartuigen.

Mocht een bewoner aantoonbaar onevenredige schade lijden van het baggeren, dan is een verzoek om nadeelcompensatie of schadevergoeding mogelijk.

Vraag 10

Kosten-batenafweging Volgens informatie afkomstig van de uitvoerende aannemer bedragen de meerkosten voor het meenemen van de aansluitende vaarroute richting Molensloot en Vliet circa €30.000. Vraag 32. Kan het college bevestigen of deze orde van grootte juist is?

Antwoord van het college

Antwoord 32. Nee, we hebben dit niet onderzocht.

Vraag 33. Heeft het college onderzocht of het technisch en economisch doelmatiger is om de volledige vaarroute in één project uit te voeren?

Nee, we hebben dit niet onderzocht.

Vraag 34. Zo nee, waarom niet?

Antwoord 34. De gemeente baggert op aanschrijven van en volgens waterstaatkundige eisen van het Hoogheemraadschap van Rijnland, zoals dit is beschreven in de legger van Rijnland. Dit gaat op basis van efficiëntie: baggeren waar geconstateerd wordt dat het nodig is om te voldoen aan de eisen van de legger.

Vraag 11

Onderhoud van waterplanten Bewoners geven aan dat de vaarroute niet alleen door slibvorming maar ook door een sterke groei van waterplanten steeds slechter bevaarbaar is. Vraag 35. Wanneer heeft voor het laatst onderhoud aan de watervegetatie plaatsgevonden?

Antwoord van het college

Antwoord 35. Jaarlijks wordt de watervegetatie één of twee keer verwijderd, afhankelijk van de locatie. De watervegetatie bij Meerkoeteiland wordt één keer per jaar in oktober verwijderd.

Vraag 36. Welke maatregelen neemt het college om de bevaarbaarheid van de vaarroute op langere termijn te waarborgen?

Antwoord 36. Het college volgt de richtlijnen uit de legger van het Hoogheemraadschap.

Vraag 12

Onderhoudsgeschiedenis Vraag 37. Hoe vaak zijn de watergangen rondom het Meerkoeteiland sinds de aanleg van de wijk in de jaren tachtig gebaggerd?

Antwoord van het college

Antwoord 37. Voor zover wij in de archieven hebben kunnen nagaan is er sinds de aanleg van de wijk minimaal één keer gebaggerd.

Vraag 38. Kan het college een overzicht verstrekken van alle bagger - en onderhoudswerkzaamheden die sinds de aanleg van de wijk zijn uitgevoerd?

Antwoord 38. Nee, wij beschikken niet over dit overzicht.

Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen 458 FVD over Meerkoeteiland vaarfunctie en baggerwerkzaamheden

Bron: raadsinformatie van de gemeente Voorschoten (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Voorschoten

Alle artikel 35-vragen in Voorschoten