Beantwoording vragen bestemmingsplan Tzummarum-Hoarnestreek 10-14
Een raadslid stelde op 22 mei 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Waadhoeke.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Memo aan de Raad Bestemmingsplan Tzummarum-Hoarnestreek 10-14 - Beantwoording vragen Datum Afdeling
29 april 2025 Omgeving
Onderwerp
Bestemmingsplan Tzummarum-Hoarnestreek 1014 – Beantwoording vragen J. Dijkstra
Portefeuillehouder
Behandelend ambtenaar Manager
R. Wierstra M. van Deutekom
Geachte raadsleden, Inleiding Op 3 april heeft u tijdens de behandeling van het raadvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Tzummarum-Hoarnestreek 10-14 besloten om dit voorstel aan te houden en opnieuw te agenderen voor de vergadering van 22 mei 2025. Een groot deel van de raadsleden heeft aangegeven dat het een complex dossier betreft en er op een aantal onderdelen behoefte is aan extra informatie.
Samenvatting De bedrijfssituatie aan de Hoarnestreek 10-14 is historisch gegroeid. Er zijn vergunningen verleend voor het pluimveebedrijf en de co-mestvergistingsinstallatie en deze activiteiten passen binnen de kaders van het tot nu toe geldende bestemmingsplan. De eigenaar heeft aangegeven het bedrijf graag te willen splitsen vanwege de bedrijfsvoering en de verkoopbaarheid in de toekomst. In overleg met de provincie hebben we gekeken of dit past en wenselijk is. Aangezien het bedrijf er al zit is afgesproken om het planologisch goed te regelen. Daarbij is er sprak van vergunde rechten welke we niet zomaar mogen afnemen. Het uitgangspunt is dat het bedrijf niet verder mag uitbreiden en de situatie voor de omwonenden niet mag verslechteren. In het voorliggende bestemmingsplan zijn deze onderdelen verwerkt en kunnen we stellen dat er sprake blijft van een goede ruimtelijke ordening.
Mocht u als raad dit anders zien, en besluiten om het bestemmingsplan niet vast te stellen, dan hebben we ruimtelijk goed gemotiveerde argumenten nodig. Dit is in de ogen van het college juridisch lastig te onderbouwen.
Als college begrijpen we de zorg van de omwonenden over de co-mestvergistingsinstallatie en het pluimveebedrijf. Deze zorgen zijn geuit in de zienswijzen en de inspraak tijdens de raadsvergadering.
Als gemeente moeten we een afweging maken op het verzoek van het bedrijf om het bestemmingsplan te splitsen, rekening houdend met de belangen van beide zijden. Zoals aangegeven in de stukken wordt feitelijk het bestemmingsplan in overeenstemming gebracht met de huidig vergunde situatie. Op grond van het huidige bestemmingsplan en de vergunningen is het toegestaan om de pluimveehouderij met daaraan ondergeschikt een co-mestvergistingsinstallatie in werking te hebben. Met het voorliggende plan wordt het mogelijk om de co-mestvergistingsinstallatie niet langer ondergeschikt aan het pluimveebedrijf in werking te hebben, maar als zelfstandig bedrijf. Hieraan hebben we wel een restrictie gekoppeld, de verwerkingscapaciteit mag niet meer worden zoals die nu is vergund. Het huidige bestemmingsplan kent deze restrictie niet. De planologische mogelijkheden voor het pluimveebedrijf worden verkleind.
Op basis van de huidige milieuvergunning mogen er 417.500 stuks pluimvee in 12 stallen gehouden worden. In de beoogde situatie betreffen dit nog 7 stallen waar volgens de vergunning op grond van de Wet natuurbescherming 161.200 stuks pluimvee gehouden mogen worden. In de milieuvergunning zijn verder voorschriften opgenomen ten aanzien van de co-mestvergistingsinstallatie. Eén van de voorschriften is de hoeveelheid te vergisten mest en co-producten, de maximale hoeveelheid is gesteld op 100.00 ton. In het bestemmingsplan is deze hoeveelheid overgenomen waarmee we voorkomen dat de installatie in de toekomst verder kan uitbreiden.
2
|
Vragen die wij vanuit de vergadering hebben genoteerd zijn de volgende:
• Zijn er stukken waaruit blijkt wat de effecten zijn op gezondheid?
In een bestemmingsplan kunnen regels gesteld worden met het oog op een goede ruimtelijke ordening. Gezondheid in algemene zin is op zichzelf niet direct ruimtelijk relevant. Wel mogen risico’s voor de volksgezondheid worden meegewogen als hier een ruimtelijke component bij komt kijken.
Bij het opstellen van het bestemmingsplan is er geen advies gevraagd op het gebied van gezondheid.
Er is geen reden om aan te nemen dat er sprake is van een verslechtering van de gezondheidseffecten op de omgeving. Het gaat immers om het vastleggen van de bestaande rechten.
Het bestemmingsplan maakt geen verdere uitbreiding mogelijk. Integendeel, er wordt minder pluimvee gehouden wat voor een verbetering van de situatie zal zorgen.
In 2018 is een omgevingsvergunning voor het onderdeel milieu (milieuvergunning) verleend aan het bedrijf. In deze vergunning is het aspect gezondheid behandeld. De conclusie was dat op basis van de huidige stand van kennis er geen voldoende wetenschappelijk bewijs is, dat de risico’s op blootstelling van omwonenden aan levende pathogenen, endotoxinen of chemische stoffen afkomstig uit de dierenverblijven en de activiteiten met betrekking tot mestverwerking aanleiding geven om nadere voorschriften aan de vergunning te verbinden of de vergunning te weigeren.
Met dit bestemmingsplan wordt alleen voor de Hoarnestreek 10 slechts ruimte geboden voor het houden van pluimvee, waardoor de uitstoot van (fijn)stof, endotoxinen etc. vanwege de dierenverblijven sterk vermindert.
•
Wat kan er gewaarborgd worden via milieuvergunningen, worden de effecten op omwonenden voldoende ingekaderd;
Aan de milieuvergunning zijn specifieke voorschriften verbonden met emissie-eisen (uitstoot bij de bron), immissie-eisen (belasting op de gevel van een woning) en normen ten aanzien van bijvoorbeeld de aspecten geluid, geur, (fijn) stof en veiligheid. Voor al deze aspecten dient het bedrijf rapportages aan te leveren waaruit blijkt wat de uitstoot of emissie is. De regelgeving ziet bijvoorbeeld om de maximale geluidsbelasting op een woning, hierbij geldt er een norm die moet zorgen dat de hinder voor omwonenden aanvaardbaar is. Voor alle aspecten is in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) (per 1 januari 2024 de Omgevingswet) geborgd dat wordt getoetst aan de daarvoor vastgestelde normen en regels. Uit onze beoordeling volgt dat aan al deze normen en regels wordt voldaan. Op basis van de toetsing en de gestelde voorschriften in de vergunning worden de effecten voor omwonenden ingekaderd. De provincie is hiervoor het bevoegd gezag.
•
Is er ook een toename van het aantal verkeersbewegingen? Wat betekent dit voor omwonenden?
Het is aannemelijk dat het aantal verkeersbewegingen niet of nauwelijks zal toenemen ten opzichte van de vergunde situatie. De aan- en afvoer van pluimvee en bewegingen die hieraan gerelateerd zijn zoals aanvoer van voer, zullen afnemen. Daarentegen moet er meer product aangevoerd worden voor de vergister, immers minder kippen betekent ook minder mest. Per saldo zal dit niet leiden tot een toename van vrachtverkeer en blijft dit rond de 32 vrachtbewegingen per dag zitten. De route die hiervoor gebruikt wordt loopt via de N393 en de Kapellewei. Via deze route is er beperkt overlast voor de omgeving. Deze route wordt ook gebruikt als aan- en afvoerroute voor alle (agrarische) bedrijven die in het gebied zitten.
3
|
•
Is het verschil van 1 of 2 entiteiten juridisch houdbaar? En kan het college dit op de juiste manier uit kan leggen?
Met het voorliggend bestemmingsplan ontstaan er twee zelfstandige bedrijven. Echter ook met het huidige bestemmingsplan kunnen twee bedrijven ontstaan, al moeten deze in de bedrijfsvoering op elkaar worden afgestemd.
Op grond van de bouwregels zijn de toegestane groeimogelijkheden van het vergistingsbedrijf nagenoeg volledig benut. Met het nieuwe bestemmingsplan worden deze groeimogelijkheden niet verruimd. Zodoende heeft het loslaten van de koppeling tussen de bedrijven niet tot gevolg dat de planologische groeimogelijkheden van het vergistingsbedrijf worden verruimd. Daarnaast is er op grond van een onherroepelijke omgevingsvergunning uit 2018 een verwerkingscapaciteit van 100.000 ton toegestaan. In het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2013 is geen verwerkingscapaciteit vastgelegd. In voorliggend bestemmingsplan is de capaciteit wel vastgelegd.
De vastgelegde verwerkingscapaciteit komt overeen met de vergunde capaciteit. Uitbreiding van de verwerkingscapaciteit wordt hiermee niet mogelijk.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Waadhoeke (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.