16 april 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Waddinxveen

raadsvragen nav commissie 08-04 Henegouwerweg 119ab 120 en Kromme Esse 4b

Een raadslid stelde op 16 april 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Waddinxveen.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Raadsvragen en bespreekpunten tijdens commissie R+I 08/04/2025 Henegouwerweg 119a/b, 120:

- D66/VVD: hoe wordt er opgetreden bij eventuele geuroverlast? Kan afnemende geur worden gegarandeerd? Wordt de geuruitstoot gemeten door instanties?  Beantwoording:

Op basis van de aangeleverde (stikstof)berekeningen heeft de ODMH geconcludeerd dat er met het voorgenomen plan geen sprake zal zijn van toenemende geuroverlast. Door de toepassing van de op dit moment best beschikbare technieken neemt de geurbelasting, fijnstof- en ammoniakuitstoot van het bedrijf op de omgeving af. Op pagina 32 van de toelichting die behoort bij het bestemmingsplan staat een tabel die een overzicht geeft van de vergunde geursituatie en de nieuwe geursituatie. Hierin ziet men dat de geurbelasting in de nieuwe situatie lager is dan in de huidige, vergunde situatie. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld zal er nog een milieubouw- en natuurvergunning afgegeven moeten worden. In het geval van meldingen of klachten kan de ODMH op locatie gaan meten en waar nodig handhaven. -

D66: kan met dit bestemmingsplan verruiming van de veestapel worden gerealiseerd? Hoe wordt hier ‘’gedekt’’ dat middels dit bestemmingsplan geen verruiming mogelijk is, maar dat dit via andere wetgeving gaat? Hoe kan hier de veestapel dus wel worden vergroot, wat is hiervoor nodig? Met wat voor vergunning en door wie wordt die afgegeven?  Beantwoording:

Als een agrariër zijn veestapel wil uitbreiden heeft hij een omgevingsvergunning nodig. Een omgevingsvergunning bestaat uit een onderdeel milieu, natuur en eventueel bouw. Deze wordt in opdracht van de gemeente uitgegeven door de Omgevingsdienst. De Omgevingsdienst toetst het onderdeel milieu en het onderdeel natuur wordt door de Provincie getoetst. In het onderdeel milieu worden o.a. zaken als geur- en fijnstof getoetst. Een eventuele uitbreiding moet dus binnen de geldende wettelijke regels passen.

In het onderdeel natuur vindt er een toetst plaats van de stikstof uitstoot. Voor een uitbreiding van de veestapel is er een stikstofvergunning nodig. Om de veestapel op een locatie te laten groeien zal er een hoger stikstofplafond in de stikstofvergunning voor een bedrijf vastgesteld moeten worden. Gezien de huidige problematiek rondom stikstof, mede door de Raad van State uitspraak van 18 december 2024, is het verkrijgen van een hoger stikstofplafond zo goed als onmogelijk geworden. Een dergelijke stikstofvergunning zal altijd door de Provincie moeten worden beoordeeld of het past binnen de dan geldende regelgeving. Dit bestemmingsplan maakt geen vergroting van de veestapel mogelijk. Het gaat om de sloop van twee verouderde pluimveestallen die vervangen worden door één pluimveestal. -

PCW: kan de windturbine niet verder westelijk worden ingepast of langs infrastructuur/Otweg?

Hoe hoog wordt het gebouw? I.v.m. roofvogels die hier zouden kunnen landen.  Beantwoording:

Voor de windturbine gelden richtafstanden. Zie ook paragraaf 4.2.2 van de toelichting op het bestemmingsplan. In voorliggend geval is sprake van een wiekdiameter kleiner dan 20 meter. Dit leidt tot een aan te houden afstand van 50 meter voor geluid en 10 meter voor gevaar. Als de windturbine verder in westelijke richting wordt geschoven dan staat de turbine te dicht op de meest noordoostelijk gelegen stal. Dichter bij de stallen is geen optie want er kan slagschaduw ontstaan op de pluimveestal. Door deze slagschaduw zullen de kippen in de stal zich continue opgejaagd gaan voelen, dit komt het dierenwelzijn niet ten goede. Aan de zuidzijde is ruimte gereserveerd voor een overdekte uitloop en een toegangsweg naar het parkeren. De turbine is bedoeld voor eigen gebruik. Door het opwekken van energie met de turbine hoeft er 30% minder stroom van het net te worden gehaald. Plaatsing op eigen terrein is daarom wenselijk. Daarnaast zullen de richtafstanden ook niet kunnen worden gehandhaafd wanneer de turbine langs de Otweg wordt geplaatst.

Rondom de stal wordt de beplanting dusdanig aangelegd dat dit voor zowel weidevogels als roofvogels geen aantrekkende werking heeft. Dit om het risico op vogelgriep te minimaliseren.

Volgens de regels van dit bestemmingsplan is een goothoogte tot 8 meter mogelijk voor bedrijfsgebouwen. Dit is passend in dit gebied vanuit landschappelijk perspectief en vergelijkbaar met omliggende bedrijfsgebouwen.

Kromme Esse 4b:

Mevrouw Sattaur: vrachtverkeer neemt af; waarom als er meer bedrijvigheid zal plaatsvinden?

Het gaat hier om een woongebied en geen industriegebied, waarom dit toestaan?  Beantwoording:

In het bestemmingsplan is aangegeven dat het vrachtverkeer tussen de bedrijfslocaties afneemt en de verkeersgeneratie ten gevolge van de nieuwe bedrijfshal minimaal is.

Het moederbedrijf van Bremmer Boomkwekerijen B.V. is gevestigd aan de Kromme Esse 6d. Tot op heden worden nagenoeg alle verzendingen van planten verstuurd vanaf laatstgenoemde locatie. Dat heeft veel vervoersbewegingen tot gevolg van Kromme Esse 4b naar 6d en andersom. Doordat de afleverhal op de Kromme Esse 6d onvoldoende is berekend op de toenemende afzet is het voornemen om ook directe verzending vanaf Kromme Esse 4b te laten plaats vinden. Deze werkwijze zal naar verwachting de verkeersdruk van vrachtverkeer tussen beide locaties op de openbare weg verminderen omdat er nu directe verzending vanaf de Kromme Esse 4b zal plaatsvinden. Als gevolg van de vergroting van het bedrijfsvloeroppervlak neemt de verkeersgeneratie met circa 29 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal toe; waarvan 4 vrachtwagens per dag. Aan de hand van de geprognosticeerde verkeersgeneratie kan worden vastgesteld dat het effect leidt tot een beperkte toename van het verkeer op de omliggende wegvakken. De toename vindt verspreid over de dag plaats en is verkeerskundig dermate laag dat mag worden verondersteld dat het verkeer opgaat in het reguliere verkeersbeeld en niet leidt tot (nieuwe) knelpunten op gebied van verkeersafwikkeling. Het gaat hier niet om het toestaan van een nieuwe activiteit, maar om het vervangen van een verouderde loods door een nieuwe bedrijfshal met kantoor. Het perceel ligt in de sierteeltcontour van de Polder Bloemendaal en is in de Omgevingsvisie aangeduid als ‘’sierteelt’’. Het perceel heeft (ook al in de huidige situatie) de bestemming ‘’Agrarisch-sierteelt’’. De bestemming wijzigt niet. -

Mevrouw Sattaur: Waarom niet van tevoren controleren op asbest i.p.v. tijdens de bouw?

Waarom wordt het plan goedgekeurd zonder bodemonderzoek? En waarom is het niet duidelijk of er sprake is van ontplofbare oorlogsresten?  Beantwoording:

Er is door de ODMH al op deze aspecten getoetst. Er is dus wel degelijk sprake van ‘’van tevoren onderzoeken’’. Uit deze onderzoeken is gebleken dat het gebied onverdacht is op ontplofbare oorlogsresten. Worden deze toch gevonden tijdens de werkzaamheden dan zijn passende maatregelen nodig. Ook heeft er al een bodemonderzoek plaatsgevonden. Bij een nieuwe ontwikkeling dient in beginsel een bodemonderzoek te worden uitgevoerd. In verband hiermede is een vooronderzoek overeenkomstig NEN 5725 uitgevoerd. Op basis van de bevindingen van de ODMH wordt de locatie verdacht van bodemverontreiniging. De huidige loods zal in een latere fase worden gesloopt. Voor de geplande nieuwbouw mag worden gerealiseerd is een verkennend (asbest)bodemonderzoek conform NEN 5740 en/of NEN 5707 noodzakelijk. Indien blijkt dat de locatie onverdacht is met betrekking tot bodemverontreiniging is vervolgonderzoek in een wettelijk kader niet noodzakelijk en bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen herbestemming. Indien de locatie wel verdacht is met betrekking tot bodemverontreiniging dient bij herbestemming/-inrichting een verkennend bodemonderzoek conform de NEN-5740 te worden uitgevoerd om te bepalen of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. Zie hiervoor ook de bijlage ‘’ROM beoordeling ODMH’’ en paragraaf 6.1.4 in de toelichting van het bestemmingsplan.

Bekijk de brief: Beantwoording raadsvragen nav commissie 08-04 Henegouwerweg 119ab 120 en Kromme Esse 4b

Bron: raadsinformatie van de gemeente Waddinxveen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Waddinxveen

Alle artikel 35-vragen in Waddinxveen