20 januari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Westerveld

duurzaamheidsbeleid (14 januari 2026)

Een raadslid stelde op 20 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Westerveld (10 vragen).

In het kort

10 vragen en wat het college antwoordt

  • Welke meetbare tussendoelen zijn vastgesteld voor 2030 en 2040, en hoe worden deze jaarlijks gemonitord? → Voor 2030 zijn doelen gesteld en voor 2050.
  • Hoe borgt het college dat deze doelen haalbaar en betaalbaar blijven voor inwoners en ondernemers? → Een groot deel van de doelstellingen waaraan we werken binnen gemeente Westerveld zijn wettelijke opgaven.
  • De Regionale Energiestrategie (RES) stelt opwekdoelen voor zon en wind. o Hoe verhoudt de gemeentelijke planning zich tot deze RES-doelen? → De RES-opwekdoelstelling is realisatie 2030.
  • Hoe wordt inwonersparticipatie concreet vormgegeven bij projecten zoals zonneweides en warmtenetten? → Voor zonneweides wordt volgens het participatiebeleid en het beleid grootschalige opwek van zonne-energie op land en/of water vormgegeven.
  • Komt er een digitale voortgangsmonitor zodat inwoners inzicht hebben in resultaten en kosten? → In de actualisatie van het duurzaamheidsbeleid is aandacht voor monitoring.
  • Welke criteria hanteert het college voor locatiekeuze van zonne- en windprojecten en hoe wordt landschappelijke inpassing geborgd? → In het beleid grootschalige opwek van zonne-energie op land en/of water, dat op 19 december 2023 door de gemeenteraad is vastgesteld, staat beschreven op welke plaatsen gemeente Westerveld…
  • Hoe stimuleert het college publiek-private samenwerking en lokale energiecoöperaties? → Er is regelmatig contact tussen gemeente en energiecoöperatie, -coaches en werkgroepen uit gemeente Westerveld.
  • Wordt er ruimte geboden voor innovatieve pilots (bijv. circulaire businesscases) zonder extra regeldruk? → We staan open voor innovatieve pilots.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Concrete vragen aan het college Wij verwachten met de het informatieve deel ook aanvullend informatie te kunnen vertrekken die ook bijdraagt aan de beantwoording van de onderstaande vragen.

Doelstellingen & KPI’s

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Welke meetbare tussendoelen zijn vastgesteld voor 2030 en 2040, en hoe worden deze jaarlijks gemonitord?

Antwoord van het college

Voor 2030 zijn doelen gesteld en voor 2050. Dit zijn landelijke doelstellingen die per thema een doorvertaling krijgen naar onze eigen doelen. Monitoring is per thema afhankelijk. Als voorbeeld de RES. Deze opgave wordt halfjaarlijks gemonitord en is net als de warmtetransitie een groot onderdeel van ons duurzaamheidsbeleid. Ook de Klimaatmonitor van RVO is een bron die wij kunnen gebruiken bij monitoring. Hierin wordt ook voor onze gemeente data verzameld. In de actualisatie van het duurzaamheidsbeleid is aandacht voor monitoring. Wij willen onderzoeken welke instrumenten het beste passen om bijvoorbeeld tot jaarlijkse overzichten te kunnen komen per thema. Waarbij wij opmerken dat we ook vooral kijken bij instrumenten waar we bij aan kunnen sluiten om dubbelingen te voorkomen en capaciteit en kosten te besparen.

Thema Energietransitie -> warmtetransitie

Energietransitie -> elektriciteit Circulaire economie en afval Mobiliteit Klimaatadaptatie

Biodiversiteit en natuur

Doel Westerveld totaal: 55% reductie van CO2uitstoot in 2030 t.o.v. 1990

• In de periode tot en met 2030, 20% CO2reductie in de gebouwde omgeving behalen ten opzichte van 2019

• Wij werken toe naar energieneutraal wonen in 2040

• Volledig aardgasvrij in 2050 Voor de gemeente Westerveld is de lokale RES-opgave vastgesteld op 0,075 TWh in 2030, onderverdeeld in 28.000 MWh grootschalig en 47.000 MWh zon-op-dak.

Circulair Westerveld in 2050 55% reductie van CO2-uitstoot in 2030 t.o.v. 1990 In 2050 geen gebruik van fossiele brandstoffen Een klimaatbestendige en waterrobuuste leefomgeving in 2050 met als doel wateroverlast, droogte, hitte, bodemdalingen de gevolgen van overstromingen te beperken.

Het stoppen van biodiversiteitsverlies en het herstellen van natuur, zodat ecosystemen in 2050 gezond, veerkrachtig en toekomstbestendig zijn.

Vraag 2

Hoe borgt het college dat deze doelen haalbaar en betaalbaar blijven voor inwoners en ondernemers?

Antwoord van het college

Een groot deel van de doelstellingen waaraan we werken binnen gemeente Westerveld zijn wettelijke opgaven. Op onderdelen worden hier (onder voorwaarden) ook extra middelen voor beschikbaar gesteld door het Rijk. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de Specifieke Uitkering

Energiearmoede en Lokale Aanpak Isolatie. In de uitvoering hiervan blijft haalbaarheid en betaalbaarheid een belangrijk aandachtspunt waarmee we rekening houden. Dat doen we bijvoorbeeld door landelijke, regionale en lokale stimuleringsmaatregelen beter op elkaar aan te laten sluiten en in te spelen op het (indien mogelijk) verlagen van drempels waar onze inwoners tegen aanlopen. Een mooi voorbeeld hiervan is de doorontwikkeling van de duurzaamheidsbon, naar het project Westerveld Woont Duurzaam, waarbij eigenaarbewoners onafhankelijk bouwkundig, installatietechnisch en/of financieringsadvies kunnen krijgen bij de verduurzaming van hun woning. Een ander voorbeeld is de gemeentelijke isolatiesubsidie voor woningeigenaren met een kleine beurs die gecombineerd kan worden met de provinciale isolatiesubsidie, zonder inleg of voorschieten van eigen geld. Voor inwoners met een huurwoning die mogelijk te maken hebben met energiearmoede is er het Fixteam Drenthe, die kosteloos kleine energiebesparende maatregelen aanbrengt in huurwoningen.

Isolatie is een belangrijke pijler onder onze Transitievisie Warmte. Deze isolatieopgave mag volgens de Raad van State alleen nog worden gerealiseerd met oog voor natuurbescherming. De bestaande werkwijze voor isolatie bleek onvoldoende rekening te houden met beschermde diersoorten. Onze gemeente heeft gekozen voor een samenhangende, collectieve benadering met een belangrijke rol voor het SoortenManagementPlan (SMP).

Een SMP is een door gemeenten (i.s.m. provincies) opgesteld plan waarmee via een gebiedsgerichte vergunning langdurig geïsoleerd kan worden, met aandacht voor beschermde soorten. Dit voorkomt dat individuele bewoners hoge kosten moeten maken voor ecologisch onderzoek (dit onderzoek kan oplopen naar duizenden euro’s per individuele woning). In plaats daarvan doet de gemeente nu het benodigde veldonderzoek en wordt het straks mogelijk voor inwoners om middels een melding gebruik te maken van de vergunning die de gemeente verkrijgt. Individueel onderzoek is daarmee voor meer dan 90% van het aantal woningen in Westerveld niet meer nodig. SMP’s bieden de juridisch robuuste, structurele route. Budget hiervoor komt uit Specifieke Uitkeringen en andere rijkssubsidies, waardoor inwoners gezamenlijk miljoenen euro's aan onderzoek wordt bespaard.

De SVn Verzilverlening kan voor veel doelen afgesloten worden, bijvoorbeeld voor verduurzaming, energiezuinig maken of levensloopbestendig maken. De gemeente bepaalt het doel. De lening mag alleen voor dat afgesproken doel gebruikt worden.

De Verzilverlening is een hypothecaire lening met een oplopende schuld. De lening wordt niet maandelijks afgelost, de verschuldigde rente wordt jaarlijks opgeplust bij de bestaande schuld. Voor de aanvragers geldt een minimum leeftijd van 10 jaar voor de verwachte AOWleeftijd (op dit moment ca. 58 jaar). De lening wordt betaald uit de overwaarde van de woning en wordt afgelost bij overlijden of verhuizen.

De Verzilverlening is momenteel ambtelijk in voorbereiding en wordt in 2026 in werking gesteld.

Haalbaarheid RES-doelstellingen

Vraag 3

De Regionale Energiestrategie (RES) stelt opwekdoelen voor zon en wind. o Hoe verhoudt de gemeentelijke planning zich tot deze RES-doelen?

Antwoord van het college

De RES-opwekdoelstelling is realisatie 2030. Afspraak is dat de benodigde vergunningen voor (grootschalige) opwek verleend zijn in 2025. Deze stap is in 2025 succesvol afgerond met het onherroepelijk verlenen van twee vergunningen voor drijvende zonneparken. o

Welke scenario’s zijn doorgerekend voor haalbaarheid, inclusief ruimtelijke en financiële impact?

De Regionale Energiestrategie (RES) stelt opwekdoelen voor zon en wind. Ons doel en daarmee ons scenario is voor 2030 is 75.000 MWh duurzame energie opwekken, waarvan 28.000 met grootschalige zon op land/water en 47.000 MWh met zon op gebouw. Voor grootschalige opwek volgen we de behandeling van de startnotitie (april 2023) het beleidskader grootschalige opwek van zonne-energie op land en/of water (december 2023), in beide is voorkeur opgenomen voor zon op land/ water. Dit scenario is passend binnen ons (ruimtelijk) beleid. Gemeente Westerveld heeft ervoor gekozen het over te laten aan de markt. De financiële aspecten rondom de individuele projecten zijn onderdeel van de vergunningsprocedure.

o

Wat zijn de risico’s als de RES-doelen niet gehaald worden, en welke alternatieven liggen klaar?

De doelen worden half jaarlijks gemonitord in RES-verband. Tot nu toe liggen we – ondanks uitdagingen, zoals bijvoorbeeld netcongestie – op koers. We houden vinger aan de pols, mocht er aanleiding zijn voor aanpassingen, dan laten we dit zo spoedig mogelijk weten en komen met een voorstel.

o

Hoe wordt voorkomen dat extra druk op inwoners of agrariërs ontstaat door onrealistische opwekverplichtingen?

De huidige aanpak op de doelstelling wordt realistisch geacht (vanwege de potentie van zon-op-gebouw en de reeds verleende vergunningen voor de twee drijvende zonneparken).

Participatie & draagvlak

Vraag 4

Hoe wordt inwonersparticipatie concreet vormgegeven bij projecten zoals zonneweides en warmtenetten?

Antwoord van het college

Voor zonneweides wordt volgens het participatiebeleid en het beleid grootschalige opwek van zonne-energie op land en/of water vormgegeven. In het kort: De initiatiefnemer doorloopt samen met de lokale energiecoöperatie en de omgeving een proces om afspraken te maken over het ontwerp, de ruimtelijke inpassing en de financiële participatie. Afspraken met de omgeving worden vastgelegd in de omgevingsovereenkomst, waarin ook de afspraken over het ruimtelijk project en het eigendom staan beschreven. Deze omgevingsovereenkomst is onderdeel van het toetsingskader. Het vormgeven van dit participatieproces ligt in eerste instantie bij de initiatiefnemer, de gemeente kijkt mee.

In de Transitievisie Warmte staat beschreven wat de mogelijkheden zijn voor 'aardgasvrij’ in de verschillende dorpen en kernen. Voor enkele dorpen is gebleken dat een collectieve oplossing in de vorm van een warmtenet kansrijk is voor een deel van het gebied. Om dit te nader onderzoeken heeft de gemeente aan Greenvis de opdracht gegeven een haalbaarheidsonderzoek te doen voor de kernen Vledder, Diever en Dwingeloo. Het rapport

geeft inzicht in verschillende mogelijkheden van participatie, op verschillende niveaus op de participatieladder. Er is nog geen besluit genomen over een vervolg op dit onderzoek. Er is ook nog geen besluit genomen over de wijze waarop inwonersparticipatie rondom dit thema wordt vormgegeven. Hiervoor ontvangt het college nog een voorstel.

Vraag 5

Komt er een digitale voortgangsmonitor zodat inwoners inzicht hebben in resultaten en kosten?

Antwoord van het college

In de actualisatie van het duurzaamheidsbeleid is aandacht voor monitoring. Wij willen onderzoeken welke instrumenten het beste passen om bijvoorbeeld tot jaarlijkse overzichten te kunnen komen per thema. Waarbij wij opmerken dat we ook vooral kijken bij instrumenten waar we bij aan kunnen sluiten om dubbelingen te voorkomen en capaciteit en kosten te besparen. De RES wordt al halfjaarlijks gemonitord en is digitaal beschikbaar.

Energietransitie

Vraag 6

Welke criteria hanteert het college voor locatiekeuze van zonne- en windprojecten en hoe wordt landschappelijke inpassing geborgd?

Antwoord van het college

In het beleid grootschalige opwek van zonne-energie op land en/of water, dat op 19 december 2023 door de gemeenteraad is vastgesteld, staat beschreven op welke plaatsen gemeente Westerveld grootschalige energieopwek op dit moment toestaat om haar RESambities te realiseren. Ook staan in dit beleid de regels rondom landschappelijke inpassing beschreven. Zoals bekend zijn er op dit moment 2 grootschalige drijvende zonneparken vergund, waarmee er ruimschoots invulling gegeven wordt aan de grootschalige RES-ambitie, en zijn deze vergunningen onherroepelijk.

Samenwerking & innovatie

Vraag 7

Hoe stimuleert het college publiek-private samenwerking en lokale energiecoöperaties?

Antwoord van het college

Er is regelmatig contact tussen gemeente en energiecoöperatie, -coaches en werkgroepen uit gemeente Westerveld. Gedurende de beleidsvormende fase van het beleid grootschalige opwek van zonne-energie op land en/of water zijn zij meegenomen in het proces en uitgenodigd mee te denken. In deze fase zijn ook alle bij de gemeente bekende initiatiefnemers gesproken over hun plannen en voornemens. In het beleid staat opgenomen dat initiatiefnemers bereid moeten zijn 50% van het eigendom van het zonnepark af te staan voor lokaal coöperatieve invulling, daarmee is een goede uitgangspositie gecreëerd voor de energiecoöperaties. In de afrondende fase zijn alle bekende initiatiefnemers nogmaals gesproken om toelichting te geven op het beleid dat voorgelegd zou gaan worden aan de gemeenteraad voor besluitvorming. In de fase van beleidsuitvoering is er door de gemeente Westerveld een kwartiermaker aangesteld die de energiecoöperaties ondersteund heeft in het proces om te komen tot het al dan niet invulling geven aan 50% lokaal eigendom.

De energiecoaches zijn (gespreks)partner in diverse (warmtetransitie)projecten en krijgen een onkostenvergoeding voor de huisbezoeken die zij afleggen. Tot slot worden energiecoöperatie, -coaches, energiewerkgroepen uit gemeente Westerveld geïnformeerd over de ontwikkelingen op het gebied van windenergie in de buurgemeentes en in de positie gebracht deel te nemen (als zij dit wensen) in participatieprocessen van de betreffende gemeente(n).

Vraag 8

Wordt er ruimte geboden voor innovatieve pilots (bijv. circulaire businesscases) zonder extra regeldruk?

Antwoord van het college

We staan open voor innovatieve pilots. Dit vraagt per pilot maatwerk, waarbij in ieder geval aan bestaande regelgeving moet worden voldaan. In sommige gevallen kan dit ook betekenen dat er met toestemming/maatwerk afgeweken kan worden van bepaalde regelgeving. Een voorbeeld hiervan is de pilot erfmolens met een ashoogte van maximaal 25 meter.

Biodiversiteit & klimaatadaptatie

Vraag 9

Hoe worden agrariërs en landeigenaren actief betrokken bij natuur-inclusieve maatregelen?

Antwoord van het college

Vanuit de gemeente dragen wij bij aan projecten als bloemrijke akkers en streekbeheer.

Hierin worden agrariërs en landeigenaren betrokken en ondersteund bij het nemen van natuur-inclusieve maatregelen.

Vraag 10

Welke afspraken zijn er met het waterschap over waterberging en kostenverdeling?

Antwoord van het college

De kostenverdeling van waterberging is verschillend per project en is maatwerk. De investeringskosten liggen over het algemeen bij de initiatiefnemer (dit kan ook een projectontwikkelaar, provincie of waterschap zijn) en de beheerskosten liggen bij de organisatie die de waterberging in beheer krijgt.

Als voorbeeld: de klimaatbuffer/waterberging Ootmaanlanden is tot stand gekomen door financiering uit meerdere bronnen, waaronder Europese en en provinciale subsidies, bijdrage vanuit Westerveld en de betrokken organisaties zoals het Waterschap Drents Overijsselse Delta en de natuurorganisaties als Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen VVD inzake duurzaamheidsbeleid (14 januari 2026)

Bron: raadsinformatie van de gemeente Westerveld (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Westerveld

Alle artikel 35-vragen in Westerveld