14 april 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Zoetermeer

schriftelijke vragen fractie D66 - Oplopende brandstofprijzen, risico zoetermeerse huishoudens

Een raadslid stelde op 14 april 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Aan De gemeenteraad van Zoetermeer

Zaakid 2026-057765

Van Het college/ Wethouder Velzen

Datum 28 april 2026

Onderwerp Beantwoording van de schriftelijke vragen van de D66 fractie d.d. 14 april 2026 over ‘Oplopende brandstofprijzen, risico Zoetermeerse huishoudens’

Bijlagen -

Vraag 1 Is het college bekend met het onderzoek gedaan door het onderzoeksinstituut TNO?

Antwoord 2 Ja, het college heeft kennisgenomen van het onderzoek door TNO.

Vraag 2 Is het college het met de D66 Zoetermeer fractie eens dat we een stijging van armoede in de stad moeten voorkomen?

Antwoord 2 Ja, het college is het daar vanzelfsprekend mee eens.

Vraag 3 Zo ja, heeft het college al een idee hoe om te gaan met de Zoetermeerders die nu hard geraakt worden door de stijgende brandstofprijzen?

Antwoord 3 Ja. Het college heeft in de Actieagenda Financiële Bestaanszekerheid 2026-2029 een breed kader neergezet om de ondersteuning aan inwoners met een laag inkomen en met geldzorgen te versterken. De focus ligt op drie thema’s: het vergroten van het bereik van regelingen, het verbeteren van de bejegening van inwoners en het versterken van preventie. Aanvullend op de bestaande dienstverlening worden nieuwe acties ingezet om het voor inwoners makkelijker te maken hulp te vinden. Ook blijft het college inzetten op nauwe samenwerking met maatschappelijke partners en vrijwilligersorganisaties om huishoudens tijdig in beeld te krijgen en passend te ondersteunen.

Vraag 4 Welke directe en indirecte gevolgen verwacht het college door de stijgende brandstofprijzen?

Antwoord 4 Het college ziet dat de stijgende brandstofprijzen – over de gehele breedte van de samenleving – leiden tot hogere kosten voor huishoudens en bedrijven. Dit heeft tot direct gevolg dat de koopkracht onder druk komt te staan. Indirect werken de gevolgen door in de inflatie en de economische groei van Nederland.

Tegelijkertijd wordt verschillend gereageerd op de gevolgen en ontstaan andere kansen zoals aandacht voor minder energieverspilling en een verschuiving naar duurzamere alternatieven.

Vraag 5 Welke verantwoordelijkheid ziet het college voor zichzelf bij het opvangen van deze gevolgen, los van mogelijke landelijke maatregelen?

Antwoord 5 Het college blijft zich vanuit haar bestaande rol en verantwoordelijkheid bij armoedebeleid en schuldhulpverlening inzetten om inwoners met een laag inkomen te ondersteunen via bestaande voorzieningen en dienstverlening met waar nodig, aandacht voor maatwerk voor kwetsbare huishoudens.

Het college wil benadrukken dat inkomenssteun voor kwetsbare huishoudens en ondernemers primair de verantwoordelijkheid is van de rijksoverheid. Het college wijst naar de maatregelen die het kabinet heeft aangekondigd om de economische gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten te dempen. Het steunpakket omvat onder meer een hogere reiskostenvergoeding voor werknemers, een lagere wegenbelasting voor bedrijfsauto’s en vrachtwagens en een noodfonds om mensen te helpen die de hoge energierekening niet meer kunnen betalen.

Vraag 6 Deelt het college de zorg van de D66 Zoetermeer fractie dat de stijgende brandstofprijzen leiden tot meer kinderarmoede en meer kansenongelijkheid in de stad?

Antwoord 6 Het college deelt de zorg dat stijgende brandstofprijzen kunnen bijdragen aan financiële druk bij huishoudens en daarmee indirect kunnen leiden tot meer armoede en kansenongelijkheid. Tegelijkertijd wijst het college erop dat dit effect onderdeel is van een breder geheel aan sociaaleconomische ontwikkelingen.

Zie verder het antwoord op vraag 4.

Vraag 7 Zo ja, hoe probeert het college dit te voorkomen/ofwel de gevolgen op te vangen?

Antwoord 7 Het college wijst erop dat het effect van de stijgende brandstofprijzen onlosmakelijk onderdeel is van bredere internationale en economische ontwikkelingen. Om de gevolgen hiervan voor inwoners zo goed mogelijk op te vangen, zet het college in op het versterken van bestaanszekerheid via het bestaande armoede- en minimabeleid. Zie verder het antwoord op vraag 3, 4, 5 en 6.

Vraag 8 Volgens het onderzoek van TNO raakt deze stijging van brandstofprijzen een specifieke groep inwoners, die zowel een laag inkomen hebben als veel met de auto moeten reizen. Hoe wil het college ervoor zorgen dat de juiste mensen worden bereikt en geholpen?

Antwoord 8 Het college zet binnen haar verantwoordelijkheid in op het versterken van bestaanszekerheid via het bestaande armoede- en minimabeleid. Dit is onder meer gericht op het verbeteren van het bereik van regelingen, het actief ondersteunen van inwoners bij het vinden van passende hulp en het samenwerken

met maatschappelijke partners en vrijwilligersorganisaties om signalen van geldzorgen vroegtijdig op te pakken. Daarnaast wordt ingezet op preventie, zodat problemen eerder worden gesignaleerd en erger kan worden voorkomen. Zie verder het antwoord op vraag 3, 5 en 7.

Vraag 9 Deelt het college de zorg dat stijgende brandstofprijzen er niet alleen toe leiden dat meer huishoudens in armoede terechtkomen, maar ook dat bestaande minima verder in financiële problemen raken, bijvoorbeeld doordat zij moeten bezuinigen op basisbehoeften zoals voedsel? Hoe brengt het college deze “diepte van armoede” in beeld en welke maatregelen zijn hierop gericht?

Antwoord 9 Het college deelt vanzelfsprekend de zorg dat stijgende kosten van levensonderhoud, waaronder brandstofprijzen, kunnen leiden tot nieuwe instroom in armoede, maar ook tot verdieping van financiële problemen bij bestaande minima. Daarom heeft het college in de Actieagenda Financiële Bestaanszekerheid expliciet aandacht voor het versterken van bestaanszekerheid en het voorkomen van verdere verergering van armoede onder inwoners. Zie ook het antwoord op vraag 2, 3 en 6.

Vraag 10 Ook Zoetermeerse ondernemers worden geraakt door stijgende brandstofprijzen. Hoe monitort het college of ondernemen in de stad aantrekkelijk genoeg blijft?

Antwoord 10 Het college volgt de ontwikkeling van het ondernemersklimaat in Zoetermeer via bestaande monitoring en gesprekken met ondernemers en vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven. Zie verder het antwoord vraag 5.

Vraag 11 Is het college met de D66-fractie eens dat elektrificatie van de mobiliteit van de Zoetermeerders een uitkomst kan bieden voor de hogere brandstofprijzen?

Antwoord 11 Het college deelt de opvatting dat elektrificatie van mobiliteit in algemene zin kan bijdragen aan het beperken van de gevolgen van stijgende brandstofprijzen. Tegelijkertijd benadrukt het college dat dit niet voor iedereen direct toegankelijk is, bijvoorbeeld vanwege de hoge aanschafkosten. Daarnaast wijst het college op de uitdagingen rondom netcongestie, die ook impact hebben op het elektriciteitsnet in Zoetermeer en op de prioritering van de beschikbare capaciteit. Dit heeft bijvoorbeeld als gevolg dat het verzwaren van een bestaande aansluiting (bijvoorbeeld voor sneller laden of extra apparatuur) langer kan duren.

Vraag 12 Welke concrete maatregelen neemt het college om elektrisch rijden toegankelijk te maken? Welke maatregelen zijn specifiek gericht op huishoudens met een lager inkomen?

Antwoord 12 Het college zet in op het toegankelijker maken van elektrisch rijden via een combinatie van algemene en gerichte maatregelen. In algemene zin wordt gewerkt aan de uitbreiding van de laadinfrastructuur in de stad, zodat elektrisch rijden voor álle inwoners, praktisch haalbaar wordt. Daarbij blijft het college aandacht houden voor randvoorwaarden, zoals de beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnet, zodat maatregelen ook daadwerkelijk uitvoerbaar en toekomstbestendig zijn.

Vraag 13 Naast dat de verhoogde brandstofprijzen een impact hebben op de prijzen van brandstoffen voor auto's en andere voertuigen, heeft het ook gevolgen voor de energieprijzen voor het verwarmen van de huizen en andere gebouwen. Is het college het met de fractie van D66 eens dat energiebesparing voor huishoudens en ondernemers de meest structurele manier is om energiearmoede te voorkomen? En dat deze maatregelen genomen moeten worden voordat we de winter ingaan?

Antwoord 13 Zoetermeer heeft al jaren een actief duurzaamheidsprogramma met aandacht voor het beperken van energiearmoede. In februari 2026 is uw raad per memo geïnformeerd over de resultaten hiervan. Met de huidige aanpak van de energietransitie zijn we op de goede weg. We hebben een goed functionerend uitvoeringsprogramma en boeken resultaten op alle onderdelen van onze ondersteuningsstructuur. Zo kunnen inwoners via het Energieloket terecht voor advies en diensten, zoals een gratis energiecoach en een energiescan, die helpen om het energieverbruik te verlagen en de kosten te beperken.…

Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen fractie D66 - Oplopende brandstofprijzen, risico zoetermeerse huishoudens

Bron: raadsinformatie van de gemeente Zoetermeer (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Zoetermeer

Alle artikel 35-vragen in Zoetermeer